id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.966 Rolnummer: A. 164924/XII-4510 Zaak: Arrest 196966 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 15/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-21 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 03:41 Fiche Arrest nr 196.966 van 15 oktober 2009 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK nr. 196.966 van 15 oktober 2009 in de zaak A. 164.924/XII-
- In zake : Eddy LEIRENS, die woonplaats kiest bij advocaat C. Flamend, kantoor houdende te Meise, Vilvoordsesteenweg 101 tegen : de GEMEENTE KOEKELBERG. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Eddy Leirens op 5 augustus 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 16 juni 2005 van de gemeenteraad van Koekelberg waarbij Johnny Ache bij wijze van bevordering wordt benoemd tot adviseur A6 evenals de daaruit blijkende weigering om hem bij wijze van bevordering tot die graad te benoemen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 6 augustus 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 september 2009; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. Flamand, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat M. Malfait, die loco advocaat J. Bourtembourg verschijnt voor de verwerende partij; XII-4510-1\5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak 1.
- Op 17 mei 2005 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Koekelberg binnen de gemeentelijke administratie een statutaire betrekking van adviseur A6 vacant te verklaren. Verzoeker en J. Ache zijn kandidaat. Op 16 juni 2005 beslist de gemeenteraad om J. Ache met ingang van 1 juli 2005 bij wijze van bevordering te benoemen tot de graad van adviseur A
- 1.
- Op 23 februari 2006 dient verzoeker een aanvraag in om ter beschikking gesteld te worden voorafgaand aan het pensioen, vanaf 1 april
- Deze aanvraag geldt eveneens als pensioenaanvraag op 60 jaar overeenkomstig de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, zo vermeldt het aanvraagformulier. Op 27 april 2006 overweegt de gemeenteraad dat het wegens dienstredenen noodzakelijk is deze datum uit te stellen tot 1 mei 2006 en beslist hij verzoeker “in vrijwillige disponibiliteit voorafgaand aan het pensioen te stellen vanaf 1 mei 2006 tot en met 31 maart 2011”. De ontvankelijkheid van het beroep
- Naar vaste rechtspraak van de Raad van State dient het belang, waarvan een verzoeker blijk moet geven, te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en moet hij dat behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren maar verzoeker moet minstens XII-4510-2\5 aannemelijk maken dat de gevraagde nietigverklaring hem nog een concreet voordeel oplevert. Dit voordeel moet in beginsel meer zijn dan de genoegdoening verbonden met het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing. Wanneer er twijfel rijst omtrent verzoekers belang, komt het hem toe aan de Raad van State alle nuttige gegevens ter beoordeling voor te leggen die kunnen aantonen dat hij in de concrete omstandigheden van de zaak nog steeds een actueel belang bij de nietigverklaring behoudt.
- Overeenkomstig artikel 7 van het reglement van de gemeente Koekelberg met betrekking tot de vrijwillige terbeschikkingstelling voorafgaand aan het pensioen, vastgesteld bij gemeenteraadsbesluit van 18 december 2003 en verlengd tot 30 juni 2006 bij raadsbesluit van 15 december 2005, verliest de ambtenaar zijn rechten op bevordering tijdens de duur van de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het pensioen. Waar het de natuurlijke betrachting is van verzoeker om, door middel van de gevraagde nietigverklaring van de benoeming van J. Ache, weer de weg vrij te maken om zelf bevorderd te worden en die functie daadwerkelijk te bekleden, heeft hij vrijwillig afstand gedaan van die mogelijkheid door de bedoelde terbeschikkingstelling aan te vragen en te verkrijgen.
- In zijn laatste memorie argumenteert verzoeker evenwel dat hij in de eerste plaats nog over een moreel belang beschikt bij het beroep. De bestreden beslissing stelt immers dat J. Ache een grondige kennis heeft en volledige voldoening geeft, “waaruit niets anders kan afgeleid worden dan dat tegenpartij van mening is dat verzoeker niet voldoende grondige kennis heeft en geen volledige voldoening gaf”. Verzoeker stelt ook een “evident materieel belang” te hebben bij de vernietiging van de bestreden beslissing en het reconstrueren van zijn loopbaan. Hij wijst op de door hem in het verzoekschrift en in zijn memorie van wederantwoord aangevoerde middelen, “waar hij het middel van openbare orde van de schending van de taalwetgeving opwerpt alsmede het feit dat de bestreden beslissing is aangetast door gebreken in de motivering”. Hij wijst er voorts op ook de vernietiging gevraagd te hebben van de weigering om hem te benoemen. Tenslotte meent hij omwille van het gelijkheidsbeginsel er alle belang bij te hebben XII-4510-3\5 om ook al zou hijzelf zijn rechten op bevordering verliezen, een besluit vernietigd te zien waarbij een andere ambtenaar met schending van de taalwetgeving bevorderd wordt.
- Hiervoor is reeds vastgesteld dat verzoeker, aan wie een terbeschikkingstelling voorafgaand aan de pensionering is toegekend, uit vrije wil aan latere bevorderingen verzaakt. De vraag rijst dan of verzoeker een resterend belang aanwijst dat alsnog de nietigverklaring van het bestreden besluit kan verantwoorden. Aangezien het belang bij een annulatieberoep onderscheiden dient te worden van het belang bij een middel, kan de verwijzing naar het aanvoeren van middelen die de openbare orde aanbelangen dat resterend belang niet verantwoorden. Verzoeker voert tegen het bestreden besluit ook geen rechtsmiddel aan waarvan de inwilliging, zelfs betrokken op de impliciete weigering, in hoofde van het bestuur de verplichting in het leven roept om bij wege van rechtsherstel verzoeker alsnog én met terugwerkende kracht te benoemen en aldus zijn loopbaan te reconstrueren. Anders dan verzoeker meent, is in de door hem aangehaalde opmerkingen over J. Ache geenszins te lezen noch er uit af te leiden dat verwerende partij over verzoeker een negatief oordeel zou hebben, laat staan over hem vernederende uitspraken zou hebben gedaan. Enkel en ten hoogste blijkt dat het oordeel over J. Ache (nog) gunstiger was. Het argument toont niet aan dat verzoeker op zo een bijzondere wijze gekrenkt zou zijn dat hij nog over een gekwalificeerd moreel nadeel beschikt dat de gevraagde nietigverklaring blijvend kan verantwoorden. Nu niet eens blijkt dat verwerende partij hemzelf verwijten maakte met betrekking tot zijn persoon, zijn wijze van dienen of zijn bekwaamheid om de functie uit te oefenen, is het moreel nadeel niet groter dan het nadeel dat elke kandidaat voor een benoeming ondergaat wanneer het bestuur een andere kandidaat meer geschikt acht. Aangezien het voorbijgezien worden inherent is aan het zich kandidaat stellen, is zulks niet voldoende om het moreel belang bij een annulatieberoep te ondersteunen. XII-4510-4\5 Het belang dat verzoeker dan nog doet gelden om een ambtenaar niet benoemd te zien worden in strijd met de taalwetgeving is ook niet toereikend, daar het samenvalt met het belang dat elke burger heeft bij de correcte naleving van de wetgeving. Verzoeker blijkt derhalve niet meer over een voldoende rechtstreeks en actueel belang te beschikken bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing. Het belang dat hij oorspronkelijk had bij het beroep, is in de loop van het geding verloren gegaan. Het beroep is niet langer ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien oktober 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. VERBIEST. XII-4510-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.966 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.