← België

Arrest 197015 - Varia (justitie) - 19/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.015 Rolnummer: A. 193320/IX-6437 Zaak: Arrest 197015 - Varia (justitie) - 19/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-23 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:42 Fiche Arrest nr 197.015 van 19 oktober 2009 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 197.015 van 19 oktober 2009 in de zaak A. 193.320/IX-

  1. In zake : Amin FARIADI, vertegenwoordigd door zijn voogd Paul VAN MEERSSCHE, die woonplaats kiest bij advocaat S. BUYSSE, kantoor houdende te GENT, Kortrijksesteenweg 597 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten S. VERBOUWE en F. CHAFFART, kantoor houdende te BRUSSEL, Tervurenlaan
  2. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Amin FARIADI op 9 juli 2009 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 19 mei 2009 waarbij wordt besloten tot het van rechtswege beëindigen van de voogdij over verzoeker op 17 januari 2010; Gelet op de beschikking van 10 juli 2009 waarbij aan de verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt toegekend, voor wat de schorsingsprocedure betreft; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State, opgemaakt door auditeur R. VAN DEN EECK- HOUT; IX-6437-1/8 Gelet op de beschikking van 10 september 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 september 2009; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. BUYSSE, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat S. VAN DE MOSSELAER die, loco advocaat S. VERBOUWE, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
  3. Bij de eerste identificatie door de politie van Oudergem op 2 april 2009 verklaart verzoeker, niet in het bezit van enig identiteitsdocument, van Afghaanse nationaliteit te zijn en geboren te zijn in 1992 (op 31 december). Bij de tweede identificatie door het Bureau Minteh naar aanleiding van zijn asielaanvraag van 15 april 2009, wordt als geboortedatum 31 december 1994 genoteerd. Verzoeker wordt, als niet-begeleide minderjarige vreemdeling, onder de hoede geplaatst van de dienst Voogdij. 1.
  4. Er bestaat twijfel betreffende de minderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken. De dienst Vreemdelingenzaken vraagt om een leeftijdsonderzoek te laten uitvoeren. Gezien de twijfel omtrent verzoekers leeftijd, vindt op 29 april 2009 een identificatiegesprek plaats, waarbij verzoeker stelt 15 jaar te zijn, maar hij blijkt niet te weten in welk jaar hij is geboren. IX-6437-2/8 1.
  5. In het Universitair Ziekenhuis Gent ondergaat verzoeker op 7 mei 2009 een klinisch, tandheelkundig en radiologisch onderzoek teneinde zijn chronologische leeftijd te kunnen bepalen. De algemene conclusie van de leeftijdsschatting luidt als volgt: “Met de middelen die ons wetenschappelijk ter beschikking staan kunnen we met redelijke zekerheid stellen dat de heer FARIADI AMIN op 7 mei 2009 de kalenderleeftijd van 18.74 jaar, met een SD van 1,4 jaar, bereikt heeft.” 1.
  6. Op 19 mei 2009 concludeert de dienst Voogdij dat verzoeker voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet van 24 december
  7. De dienst Voogdij gaat bijgevolg over tot de aanwijzing van een voogd en beslist dat de voogdij van rechtswege wordt beëindigd op 17 januari
  8. Dit is de bestreden beslissing. Ten gronde 2.
  9. In een enig middel voert verzoeker de schending aan van artikel 3, § 2, 2/, artikel 6, § 2, en artikel 8, § 1, van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet van 24 december 2002, van de algemene rechtsbeginselen en de beginselen van behoorlijk bestuur, meer specifiek de rechten van verdediging en het zorgvuldigheidsbeginsel. Hij voert tevens aan dat er sprake is van een manifeste appreciatiefout. Volgens verzoeker is de bestreden beslissing niet redelijk en afdoende gemotiveerd om de verklaringen die hij aflegde op de dienst Vreemdelin- genzaken te weerleggen. De motivering is immers niet adequaat en pertinent. Zij stelt verzoeker niet in staat te begrijpen op grond van welke feitelijke en juridische gegevens de beslissing is genomen. Niet alleen de concrete feiten moeten worden vermeld maar ook de op die feiten toepasselijke rechtsregels én de wijze waarop dit alles tot de bestreden beslissing heeft geleid. Verzoekers rechten als minderjarige zijn geschonden, indien zijn leeftijd niet correct is bepaald. IX-6437-3/8 De motivering van de bestreden beslissing is een stijlformule. De motivering moet juist en volledig zijn, aldus verzoeker. Het volstaat dat de verwerende partij niet heeft aangetoond dat het weigeringsmotief feitelijk juist is, terwijl uit de stukken van het administratief dossier het tegendeel wordt afgeleid. Verzoeker heeft echter geen kennis kunnen nemen van het dossier. 2.
  10. Verwerende partij verwijst naar de taak van de dienst Voogdij bij twijfel omtrent de opgegeven leeftijd, hoe die aan de hand van verschillende elementen (en niet louter het (resultaat van het) medisch onderzoek) verzoekers leeftijd heeft trachten te schatten, naar het aanstellen van de voogd en naar het verval van de hoede van de dienst Voogdij van rechtswege bij het bereiken van de leeftijd van achttien jaar. Hierbij citeert zij telkens de toepasselijke wetsartikelen uit de programmawet van 24 december 2002 - Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen”. Verwerende partij geeft vervolgens het doel weer van de formele motiveringsplicht, namelijk betrokkene moet op zicht van de motieven in staat zijn te oordelen of het nuttig is zich tegen de bestreden beslissing te verweren met de middelen die het recht hem verschaft. Daartoe moet de beslissing de juridische en feitelijke overwegingen bevatten die aan de bestreden beslissing ten grondslag liggen. De bestreden beslissing is volgens verwerende partij formeel gemotiveerd door verwijzing naar de relevante bepalingen van de wet. Het medisch onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van de meest betrouwbare methoden die in de huidige stand van de wetenschap voorhanden zijn. De beslissing van 19 mei 2009 is tevens formeel gemotiveerd door verwijzing naar de resultaten van het medisch onderzoek. Verzoeker beschikte overigens niet over een geldig identiteitsdo- cument op het moment van het nemen van de bestreden beslissing. Gelet op de uitslag van het medisch onderzoek moest de dienst Voogdij een voogd aanstellen en de plaatsing onder voogdij van rechtswege vervallen laten verklaren op 17 januari
  11. IX-6437-4/8 Verwerende partij licht toe dat de materiële motiveringsplicht vereist dat er evenredigheid bestaat tussen het gewicht van de bestreden beslissing en de motivering, dat de motivering juist moet zijn en dat de Raad van State terzake een marginale toetsing uitoefent op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de overheid. De bestreden beslissing is materieel gemotiveerd door de verwijzing naar de gevoerde procedure en concrete feiten: verzoeker kan perfect afleiden uit de bestreden beslissing waarop deze is gebaseerd. Verwerende partij besluit dat verzoeker de beweerde schending van de rechten van verdediging en het zorgvuldigheidsbeginsel niet uitwerkt. Hij laat na enig element naar voor te brengen waaruit dergelijke schendingen zouden blijken. 2.3.
  12. Uit het middel blijkt dat verzoeker in wezen de schending aanvoert van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen vereist dat individuele bestuurshandelingen de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en dat de motivering afdoende is, wat betekent dat de motivering pertinent en draagkrachtig moet zijn. Het eerste houdt in dat de redengeving duidelijk in verband moet staan met de bestreden beslissing, het tweede dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. Uit de analyse van de bestreden beslissing blijkt dat in de aanhef ervan wordt vermeld dat het een leeftijdsbepaling betreft overeenkomstig de “artikelen 3, § 2, 2/; 6, § 2; 7 en 8, § 1, van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december 2002 [...]”. Verder maakt de bestreden beslissing nogmaals gewag van de programmawet van 24 december 2002, inzonderheid Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” en van het koninklijk besluit van 22 december 2003 tot uitvoering van voornoemde Titel XIII, Hoofd- stuk 6, van de programmawet. In de conclusie van de bestreden beslissing worden IX-6437-5/8 opnieuw de specifiek toepasselijke artikelen van voormelde programmawet van 24 december 2002 aangehaald om tot de conclusie inzake verzoekers leeftijd(sbepa- ling) en de toewijzing van een voogd te komen. De bestreden beslissing bevat -in tegenstelling tot wat verzoeker aanvoert- de specifieke wetsbepalingen waarop zij steunt, zodat de juridische grondslag in de bestreden beslissing is vermeld. In het bijzonder bepaalt artikel 7, § 1, van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet van 24 december 2002 dat wanneer de dienst Voogdij of de overheden bevoegd voor asiel, toegang tot het grondgebied, verblijf en verwijdering twijfel koesteren omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, de dienst Voogdij onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts laat uitvoeren teneinde na te gaan of deze persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Artikel 7, § 2, juncto artikel 8, § 1, van voornoemde programma- wet houdt in dat wanneer uit het medisch onderzoek blijkt dat de betrokkene jonger is dan 18 jaar, -mits de voorwaarden zijn vervuld-, onmiddellijk een voogd wordt aangewezen. 2.3.
  13. De bestreden beslissing geeft aan, onder verwijzing naar de voorafgaande feiten dat de dienst Vreemdelingenzaken twijfels heeft geuit over de verklaarde minderjarigheid van verzoeker, dat de dienst Voogdij met hem een gesprek heeft gehad in aanwezigheid van een tolk Pashtou, dat er dienvolgens overgegaan werd tot een medisch onderzoek om na te gaan of verzoeker al dan niet jonger is dan achttien jaar, dat uit het leeftijdsonderzoek naar voor kwam dat verzoeker op 7 mei 2009 met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de leeftijd van 18,74 jaar heeft bereikt, met een standaarddeviatie van 1,4 jaar. De bestreden beslissing geeft ook aan dat de verklaarde geboortedatum niet in overweging wordt genomen aangezien hij onder de ondergrens van het medisch onderzoek valt. De bestreden beslissing geeft aldus concreet aan hoe zij op grond van de vermelde feiten tot de bepaling van verzoekers leeftijd is gekomen en tot de IX-6437-6/8 conclusie dat de voogdij over verzoeker van rechtswege zal vervallen op 17 januari 2010, bij toepassing van de voornoemde wetsbepalingen. Verzoeker betwist de juistheid, redelijkheid en pertinentie van voornoemde motieven, en voert aan dat zijn verklaringen op de dienst Vreemdelin- genzaken, waaruit blijkt dat hij minderjarig zou zijn (15 jaar), moeten worden gevolgd. 2.3.
  14. Verzoeker stelt aldus de draagkracht en de (feitelijke) juistheid van de motivering in vraag, maar brengt geen concreet element aan waaruit blijkt dat de motivering van de beslissing niet afdoende is. Verzoeker licht niet toe in welke mate zijn rechten van ver- dediging en het zorgvuldigheidsbeginsel werden geschonden. Verzoeker werkt dit onderdeel van het middel niet uit. Evenmin legt hij uit hoe de verwerende partij een manifeste beoordelingsfout zou hebben begaan. 2.3.
  15. Het enig middel kan niet worden aangenomen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  16. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  17. De vordering tot schorsing wordt verworpen. IX-6437-7/8 Artikel
  18. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 19 oktober 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit: de HH. A. VANDENDRIESSCHE, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-6437-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.015 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.