← België

Arrest 197051 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.051 Rolnummer: A. 192983/X-14227 Zaak: Arrest 197051 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-26 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 03:42 Fiche Arrest nr 197.051 van 20 oktober 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 197.051 van 20 oktober 2009 in de zaak A. 192.983/X-14.

  1. In zake: de Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie van het ministerie van Landsverdediging (CDSCA) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 2000 ANTWERPEN Graaf van Hoornestraat 34 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christian Lemache kantoor houdend te 3800 SINT-TRUIDEN Tongersesteenweg 60 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  2. De vordering, ingesteld op 5 juni 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 6 april 2009 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij de vergunning wordt geweigerd tot het verkavelen van een aantal percelen gelegen te Leopoldsburg, Ieperenlaan, kadastraal bekend sectie B, nrs. 2/g/2 en 2/h/
  3. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 oktober
  5. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. X-14.227-1/6 Advocaat Stijn Verbist, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Gregory Goossens, die loco advocaat Christian Lemache verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. De verzoekende partij is een publiekrechtelijke rechtspersoon die tot opdracht heeft te voorzien in de sociale en culturele behoeften van het personeel van het ministerie van Landsverdediging en van de instellingen van openbaar nut die onder dat ministerie ressorteren, alsook van hun gezin. 3.
  8. Op 29 augustus 2008 dient de verzoekende partij bij de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar een aanvraag in tot het bekomen van een vergunning voor het verkavelen van een aantal percelen gelegen te Leopolds- burg, Ieperenlaan, kadastraal bekend sectie B, nrs. 2/g/2 en 2/h/
  9. Meer bepaald beoogt de aanvraag het verkavelen van de percelen in 7 kavels, waarvan 6 kavels voor halfopen bebouwing en 1 kavel voor het bouwen van een appartementsgebouw in open bebouwing. De voormelde percelen zijn volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgestelde gewestplan Hasselt- Genk, gelegen in militair domein. Ze zijn niet gelegen binnen het beheersingsgebied van een bijzonder plan van aanleg, en behoren evenmin tot een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. 3.
  10. Tijdens het openbaar onderzoek van 29 oktober 2008 tot en met 27 november 2008 wordt één bezwaarschrift ingediend. X-14.227-2/6 3.
  11. Het Agentschap voor Natuur en Bos deelt op 27 oktober 2008 mee geen principieel bezwaar te hebben. Een door het Bosbeheer goedgekeurd compensatievoorstel wordt gevoegd. De Vlaamse milieumaatschappij en de provincie Limburg, sectie Infrastructuur - Waterlopen en Domeinen, verlenen elk een voorwaardelijk gunstig advies betreffende de aanvraag. Het Agentschap R-O, Onroerend Erfgoed brengt op 30 oktober 2008 een ongunstig advies uit. Op 19 januari 2009 deelt het agentschap R-O Vlaanderen, Onroerend Erfgoed in het kader van het decreet houdende bescherming van het archeologisch patrimonium mee geen bezwaar te hebben. 3.
  12. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Leopoldsburg verleent op 19 december 2008 een voorwaardelijk gunstig advies. 3.
  13. Met het bestreden besluit van 6 april 2009 weigert de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar de gevraagde verkavelingsvergunning. IV. Onderzoek van de vordering Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.
  14. Wat de tweede voorwaarde betreft, laat de verzoekende partij gelden dat zij door de weigering van de verkavelingsvergunning haar wettelijk doel niet kan vervullen op de betrokken locatie in Leopoldsburg, met name “het voorzien in de sociale en culturele behoeften van militairen en hun gezin, i.c. de huisvesting van nog actieve en gepensioneerde militairen”. Ze stelt dat er op de betrokken locatie dringend nood is aan de creatie van huisvesting voor militairen en hun gezin, en dat zij de verkavelingsvergunning nastreeft om de nodige stedenbouwkundige vergunningen te bekomen teneinde de huisvesting daadwerkelijk te realiseren. Voorts betoogt de verzoekende partij dat ze “aldus geconfronteerd (wordt) met de onmogelijkheid om nu en naar de toekomst toe haar eigendomsrecht op de betrokken bouwgrond ten volle uit te oefenen”. Ze laat gelden dat ze niet over de X-14.227-3/6 ruimtelijke vrijheid beschikt die particulieren of ondernemingen hebben, nu zij haar wettelijk doel slechts kan realiseren binnen het militair domein of in de onmiddellij- ke nabijheid ervan. Bovendien zou er in Leopoldsburg geen andere mogelijkheid zijn om de nodige huisvesting te realiseren. Teneinde de dringende noodzaak aan huisvesting aan te tonen, citeert de verzoekende partij in haar verzoekschrift een brief van 5 april 2006 van toenmalig minister van Landsverdediging André Flahaut, waarin ze verzocht wordt zo spoedig mogelijk de nodige stappen te ondernemen om de woongelegenheden op te richten. 4.
  15. Artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat het enig verzoekschrift dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijk tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijke nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoer- legging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met nadien aangebrachte feiten en verklaringen en niet bij het verzoekschrift gevoegde stukken geen rekening kan worden gehouden. De verzoekende partij mag zich in haar uiteenzetting niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. Bovendien stelt de verzoekende partij een instelling van openbaar nut te zijn die ressorteert onder de minister van Landsverdediging. In hoofde van een openbare overheid als de verzoekende partij kan er slechts sprake zijn van een persoonlijk moeilijk te herstellen ernstig nadeel indien de bestreden beslissing de uitoefening van de overheidstaak of de bestuursopdracht waarmee die overheid is belast, verhindert of in ernstige mate in het gedrang brengt. Voorts dient het nadeel ook imminent te zijn, derwijze dat een uitspraak over het beroep tot nietigverklaring onherroepelijk te laat zou komen om dit nadeel te voorkomen. 4.
  16. Terzake is de bestreden beslissing een weigering van een aanvraag tot het verkavelen van een aantal percelen in 6 kavels voor halfopen bebouwing en X-14.227-4/6 1 kavel voor het bouwen van een appartementsgebouw in open bebouwing, bestemd voor de huisvesting van nog actieve en gepensioneerde militairen. Hoewel kan worden aangenomen dat deze weigeringsbeslissing momenteel de wijze waarop de verzoekende partij haar bestuursopdracht had willen vervullen, doorkruist, maakt de verzoekende partij niet aannemelijk dat deze beslissing de opdracht waarmee ze is belast, verhindert of in ernstige mate in het gedrang brengt. De stelling dat er dringende nood is aan huisvesting voor militairen op de betrokken locatie, wordt door de verzoekende partij enkel gesteund op een brief van 5 april 2006 van toenmalig minister van Landsverdediging André Flahaut. Nog daargelaten de vraag of de dringende nood aan huisvesting voldoende concreet kan worden aangetoond met deze brief, dient alleszins te worden vastgesteld dat, ondanks deze brief van 5 april 2006, de verzoekende partij zelf haar verkavelingsaanvraag slechts op 29 augustus 2008 heeft ingediend. Gezien dit ruime tijdsverloop merkt de verwerende partij terecht op dat de verzoekende partij het aangevoerde dringend karakter zelf heeft ontkracht en derhalve zelf weinig aannemelijk maakt dat zij een ernstig nadeel zal lijden ten gevolge van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Alleszins toont de verzoekende partij in die omstandigheden niet aan dat het nadeel zodanig imminent zou zijn, dat een uitspraak over het beroep tot nietigverklaring onherroepelijk te laat zou komen. Voorts beperkt de stelling van de verzoekende partij dat de nodige huisvesting slechts op enkele locaties mogelijk is en zij in Leopoldsburg over geen andere mogelijkheid om huisvesting te realiseren beschikt, zich tot een loutere bewering, die door geen enkel concreet gegeven wordt gestaafd. 4.
  17. De verzoekende partij maakt niet op duidelijke en concrete wijze aannemelijk dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de vervulling van haar bestuursopdracht verhindert of in ernstige mate in het gedrang brengt en dat zij aldus door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING X-14.227-5/6
  18. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig oktober 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Pierre Lefranc X-14.227-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.051 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.018 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.