← België

Arrest 197061 - Examens (onderwijs) - 20/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.061 Rolnummer: A. 194242/XII-5982 Zaak: Arrest 197061 - Examens (onderwijs) - 20/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-21 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:42 Fiche Arrest nr 197.061 van 20 oktober 2009 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 197.061 van 20 oktober 2009 in de zaak A. 194.242/XII-5982. In zake: Laurent BEUK, bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kris Wauters en Elif Can, kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de vzw WICO, bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Witters en Jan Bouly, kantoor houdend te 3920 Lommel Lepelstraat 15 bij wie woonplaats wordt gekozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 12 oktober 2009, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 5 oktober 2009 waarbij de over Laurent Beuk delibererende klassenraad van het Sint-Hubertuscollege te Neerpelt aan Laurent Beuk een oriënteringsattest C uitreikt. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2009, om 10.30 uur. Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. XII-5982-1\19 Advocaat Kris Wauters, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Jan Bouly, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Jurgen Neuts, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur-generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2008-2009 ingeschreven als leerling van het Sint-Hubertuscollege te Neerpelt, tweede jaar van de derde graad economie-talen (ASO). 3.2. Op het einde van het schooljaar beslist de delibererende klassenraad, na stemming, om verzoeker bijkomende proeven op te leggen voor de vakken Nederlands, wiskunde, aardrijkskunde en natuurwetenschappen. Verzoeker legt de bijkomende proeven af op 20 en 21 augustus 2009. Hij slaagt voor wiskunde (67%), aardrijkskunde (58%) en natuurwetenschappen (54,7%), maar niet voor Nederlands (35%). De delibererende klassenraad beslist op 21 augustus 2009 om aan verzoeker een oriënteringsattest C af te geven. Als motivering wordt genotuleerd : “Omschrijving : niet geslaagd op de bijkomende proef Nederlands” en voorts dat er onvoldoende jaartotalen zijn voor aardrijkskunde, natuurwetenschappen, Nederlands, wiskunde en seminarie, dat er daarnaast trimesteronvoldoendes zijn voor geschiedenis (Kerstmis), Duits en economie (juni), dat de studiehouding en het gebruik van de remediëringskansen tijdens het jaar onvoldoende waren. Op het oudercontact na de deliberaties hebben de ouders van verzoeker gesprekken met de titularis en de campusdirecteur. Later op de dag contacteert verzoeker zelf ook de campusdirecteur via smartschool. XII-5982-2\19 Verzoeker tekent dan via zijn raadsman op 24 augustus 2009 bezwaar aan bij de beroepscommissie. Uiteengezet wordt onder meer dat hij zich wel degelijk erg heeft ingespannen, dat zijn inzet minstens blijkt uit de cijfers voor de andere uitgestelde proeven, dat de begeleiding van de leerkracht Nederlands in vraag wordt gesteld alsmede de inhoud en de beoordeling van het “herexamen” Nederlands en dat de carrière van verzoeker met een jaar wordt vertraagd “enkel en alleen omdat er een onvoldoende voor Nederlands is”, wat heel wat schade veroorzaakt. Op 31 augustus 2009 adviseert de beroepscommissie dat de delibererende klassenraad niet opnieuw moet worden samengeroepen. De voorzitter van het schoolbestuur brengt dit advies ter kennis van verzoeker met schrijven van 2 september 2009. In zijn brief voegt hij er aan toe dat het schoolbestuur “zich volledig [aansluit] bij de motivering hierin opgenomen” en dienvolgens heeft beslist dat de klassenraad niet opnieuw moet samenkomen. Die beslissing wordt door de Raad van State geschorst bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bij arrest nr. 196.290 van 22 september 2009. 3.3. Het schoolbestuur beslist vervolgens dat de delibererende klassenraad terug wordt samengeroepen op 29 september 2009, en die besluit andermaal tot een C-attest. Wegens een materiële vergissing wordt die beslissing van de delibererende klassenraad ingetrokken en vervangen door de thans bestreden beslissing van 5 oktober 2009, waarbij aan verzoeker opnieuw een C-attest wordt gegeven : “1. De klassenraad neemt kennis van het arrest van de Raad van State van 22 september 2009 waarmee de Raad van State de schorsing bij uiterst dringende noodzaak beveelt van de beslissing van 2 september 2009 van het schoolbestuur om de delibererende klassenraad niet opnieuw samen te roepen. 2. De klassenraad merkt op dat de Raad van State zich niet, expliciet of impliciet, in de plaats kan stellen van de klassenraad. De Raad van State dient enkel de wettigheid van de beslissing van de klassenraad te beoordelen en in dit verband te onderzoeken of de beslissing van de klassenraad afdoende en juist is gemotiveerd en daarenboven niet kennelijk onredelijk is, wat wil zeggen dat geen enkele andere klassenraad tot een zelfde besluit zou komen. Een strenge beslissing is geen onwettige beslissing. 3. De klassenraad dient zich bij de toekenning van een oriënteringsattest te baseren op alle elementen van het dossier. Het gegeven dat aan een leerling, door middel van herexamens een herkansing wordt geboden voor een aantal XII-5982-3\19 vakken doet geen afbreuk aan de verplichting van de klassenraad om zich te baseren op alle elementen uit het dossier. Geen enkele bepaling verplicht de klassenraad om zich bij de toekenning van een oriënteringsattest uitsluitend te baseren op de resultaten van herexamens. Geen enkele bepaling verbiedt de klassenraad om zich bij de toekenning van een oriënteringsattest te baseren op alle elementen uit het dossier, integendeel, de klassenraad is hiertoe verplicht. Door de mogelijkheid te bieden herexamens te doen, stelt de klassenraad haar beslissing inzake het oriënteringsattest gewoon uit. Uiteraard zullen bij het toekennen van een oriënteringsattest de cijfers van de herexamens in overweging worden genomen. Evenwel vormen deze cijfers niet de enige beslissingsbasis. 4. De delibererende klassenraad baseert zich bij de toekenning van het oriënteringsattest op het volledig pedagogisch dossier zoals dit doorheen de studieloopbaan van de leerling tot stand is gekomen. Alvorens alle relevante elementen van het schooljaar 2008-2009 in overweging te nemen in functie van het toekennen van het oriënteringsattest, meent de klassenraad dat het niet onzorgvuldig is om de schoolcarrière van Laurent te overschouwen. De klassenraad benadrukt dat het toekennen van een oriënteringsattest afdoende zal worden gemotiveerd op basis van de resultaten van het schooljaar 2008-2009. De loopbaan van Laurent kan als volgt geschetst worden: ‘Laurent BEUK is vanaf het eerste jaar in onze school ingeschreven. Schooljaar 2002 - 2003,1ste jaar Latijn: de klassenraad bevestigt studiekeuze, A- attest. Schooljaar 2003 - 2004, 2de jaar Latijn: de klassenraad bevestigt de studiekeuze niet, B-attest. Schooljaar 2004 - 2005, 3de jaar Economie: A- attest. Schooljaar 2005 - 2006 4de jaar Economie: B- attest. De klassenraad adviseert om het jaar over te zitten in een andere onderwijsvorm gelet op de zwakke resultaten. Vakantiewerk voor wiskunde, fysica en chemie. Raadgevingen van de klassenraad: dringend een geheel andere studiehouding aannemen. Reeds in het vierde jaar werd als motivering van het B-attest aan Laurent wat volgt meegegeven: ‘na evaluatie van alle gegevens wordt een B-attest toegekend. De leerling mag naar een volgend leerjaar, behalve naar: - moderne talen - wetenschappen, moderne talen wiskunde, economie-wiskunde, wetenschappen-wiskunde Verder wordt het B-attest in het 4de jaar als volgt gemotiveerd: - de onvoldoende jaartotalen: situeren zich vooral in de richtingsvakken: godsdienst, biologie, chemie, wiskunde, fysica - trimesteronvoldoenden voor Duits, aardrijkskunde, geschiedenis, informatica en Nederlands - de trend van de resultaten is dalend - studiehouding is onvoldoende - de leerling heeft geen gebruik gemaakt van de remediëringskansen - de leerling heeft geen gebruik gemaakt van de adviezen ...’ Schooljaar 2006 - 2007 - 5de jaar Economie Moderne Talen: C- attest De klassenraad adviseert als volgt: ‘overzitten in een andere onderwijsvorm met een grondig gewijzigde studiehouding’ Het C-attest wordt als volgt gemotiveerd: ‘onvoldoende jaartotalen: situeren zich vooral in de basisvorming en richtingsvakken; - Trimesteronvoldoendes voor aardrijkskunde, Duits, Nederlands, geschiedenis; XII-5982-4\19 - De trend van de resultaten is overwegend dalend; - Studiehouding is onvoldoende; - De leerling heeft geen gebruik gemaakt van de remediëringskansen; - De leerling had vorig schooljaar vakantiewerk voor wiskunde, fysica en chemie - De leerling heeft geen rekening gehouden met de adviezen... Schooljaar 2007 - 2008, 5de jaar Economie Moderne Talen: A- attest. De klassenraad adviseert als volgt: ‘waarschuwing: je hebt 1 jaar respijt om je tekorten voor geschiedenis en Duits weg te werken. Op het einde van dit bisjaar heeft de klassenraad wel beslist om Laurent BEUK bijkomende proeven op te leggen voor Nederlands en Duits. Als vakopmerkingen kunnen onder meer volgende commentaren worden genoteerd: Voor het vak Duits: ‘zwak resultaat, zeker voor iemand die het jaar opnieuw doet. Zaken die je kan studeren (zoals woordenschat en grammatica) zijn nog steeds niet gekend. Je zal je heel wat meer moeten inspannen als je dit op het einde van het jaar nog goed wilt maken...’ Voor het vak Nederlands: ‘Wat is er gebeurd? De hoeveelheid onderschat? Veel gedetailleerder leren!’ Voor Geschiedenis: ‘Zonder inspanning lukt het niet. Studeert te weinig. Onvoldoende kennis van de leerstof.’ In het bisjaar van 5de jaar Economie Moderne Talen werd geen enkele positieve commentaar over Laurent genoteerd. 5. Inzake het schooljaar 2008 - 2009 stelt de klassenraad wat volgt vast: 6de jaar Economie Moderne Talen: C-attest, Laurent haalt 5 onvoldoendes op zijn eindrapport. Op 24 juni 2009 beslist de klassenraad bijkomende proeven op te leggen aan Laurent voor Nederlands, wiskunde, aardrijkskunde en natuurwetenschappen. De toekenning van een oriënteringsattest wordt uitgesteld. Aan Laurent BEUK wordt de kans geboden om bepaalde elementen uit zijn dossier, met name de resultaten op deze vier examens, aanmerkelijk gunstiger te maken, alvorens de klassenraad overgaat tot het toekennen van een oriënteringsattest. De klassenraad herhaalt en benadrukt dat het bieden van een herkansing via herexamens niet inhoudt dat het oriënteringsattest uitsluitend op basis van de resultaten van de herexamens wordt toegekend. 6. De resultaten op de herexamens zijn de volgende: Wiskunde: 67 % Aardrijkskunde: 58 % Natuurwetenschappen: 54, 7% Nederlands: 35% De klassenraad stelt vast dat Laurent op drie van de vier examens slaagt, doch dat de cijfers voor deze herexamens - behalve voor wiskunde - zeer matig blijven. De klassenraad stelt vast dat Laurent voor het vak Nederlands een stevige onvoldoende haalt, en er daarenboven op achteruitgaat. Gelet op de twee matige cijfers voor Aardrijkskunde en Natuurwetenschappen en de stevige onvoldoende voor Nederlands merkt de klassenraad nu reeds op dat Laurent een onvoldoende duidelijk en betrouwbaar signaal heeft gegeven. Dat het vak Nederlands nog steeds onvoldoende scoort, is een ernstig feit in de ogen van de klassenraad. De leerling heeft immers aangetoond dat hij de leerplandoelstellingen, zelfs na de herexamens, onvoldoende realiseert. Erger XII-5982-5\19 nog, na de herexamens scoort de leerling zowaar slechter en gaat liefst 7 % achteruit. Het vak Nederlands is daarenboven gebaseerd op 4 lesuren/week. De andere vakken maken samen deel uit van het lessenpakket voor 6 lestijden/week: aardrijkskunde 1 lesuur, natuurwetenschappen 2 lesuren en wiskunde 3 lesuren. Op basis van het lestijdenpakket scoort Laurent BEUK na de herexamens nog steeds onvoldoende voor 4 van de 10 lesuren. Nochtans wordt van de leerling verwacht dat hij voor alle herexamens slaagt, of minstens beter scoort. De leerling werd hierover door de klassentitularis herhaaldelijk en duidelijk geïnformeerd. Deze doelstelling heeft Laurent BEUK dus niet gerealiseerd. Beslist was dit geen gemakkelijke opgave, immers Laurent heeft het voorbije schooljaar 2008-2009 geregeld moeilijkheden met het belangrijke vak Nederlands gehad. Volgende gegevens mogen dit illustreren: • Het rapport van november 2008 toonde voor Laurent 4 onvoldoendes: Frans, Godsdienst, Natuurwetenschappen en Nederlands. De klassentitularis merkt op: Je loopt er blijkbaar de kantjes van af. De vakken met een voldoende zijn (meestal) ook maar met de hakken over de sloot. Tijd om in actie te schieten! • De signalen waren blijkbaar niet duidelijk genoeg. Op het Kerstrapport 2008 - 2009 behaalde Laurent 4 onvoldoendes: Geschiedenis, Godsdienst, Natuurwetenschappen en Nederlands. De vakleraar voor Nederlands noteert: Zware onvoldoende op het kennisgedeelte van het examen. Ook onvoldoende op het lezen van een boek. Inzet! De toelichting van de titularis luidt: wat minder lui en meer inzet dan kan het nog allemaal in orde komen... • Alle commentaren en/of aanmoediging ten spijt wordt door Laurent BEUK geen lessen getrokken uit zijn slecht presteren. Op het rapport van februari 2008 - 2009 worden opnieuw 4 onvoldoendes behaald, voor Esthetica, Frans, Natuurwetenschappen en Nederlands. De opgegeven vakcommentaar voor Nederlands luidt: twee zeer zwakke controletoetsen: studeren! • Het rapport van april 2008-2009 geeft voor Nederlands een voldoende cijfer. De vakleraar noteert desondanks volgende waarschuwing: Nipt voldoende. Ik heb je studieschrift al een hele tijd niet meer gezien. Ook extra uitleg of een bijles kom je niet vragen. Op je controletoets literatuur had je onvoldoende. Ik vraag me af of je hard genoeg werkt voor dit vak. • De studieresultaten van Laurent kennen een dramatisch dieptepunt in het rapport van mei 2009. Het rapport van mei 2008 - 2009: 8 onvoldoendes op 13 vakken, waaronder Nederlands. De vakleraar noteert: Onvoldoende gestudeerd voor de laatste controletoets. Studieschrift al maanden niet gezien. Als je een herexamen voor dit vak wil vermijden, moet je dringend beginnen te studeren. En als je iets niet begrijpt dan moet je vragen stellen. Ik heb dit al verschillende keren gezegd, maar blijkbaar heb je geen extra uitleg nodig. • Ofschoon het rapport van mei 2009 dramatisch was, is de situatie in juni 2009 niet minder dramatisch. Op het junirapport 2008 - 2009 haalt Laurent 7 onvoldoendes, met weerom Nederlands. Bij dit rapport luidt de vakcommentaar voor Nederlands als volgt: zware onvoldoende op het kennisgedeelte van het examen in juni en ook het mondeling examen over het theater was zwak. • Op het eindrapport 2008 - 2009 haalt Laurent BEUK 5 onvoldoendes, met weerom Nederlands. Laurent BEUK krijgt 4 herexamens, waaronder dus Nederlands. • Voor het herexamen Nederlands scoort Laurent Beuk slechts 35%. De leerstofonderdelen taalkunde, theatergeschiedenis en leesvaardigheid XII-5982-6\19 beheerst Laurent BEUK onvoldoende. Enkel voor het onderdeel literatuur scoort Laurent Beuk nipt voldoende. De bedoeling van de bijkomende proef is net te tonen dat je vooruitgang boekt voor die onderdelen waarvoor je tijdens het schooljaar niet geslaagd was. Voor een leerling die hoger onderwijs ambieert, is het geschetste parcours voor Nederlands angstaanjagend. Ondanks alle verwittigingen en ondanks alle aangeboden remediëringskansen slaagt de leerling er niet in voldoende, of minstens beter te scoren voor het vieruursvak Nederlands. De klassenraad stelt vast dat de leerling voor de kleinere lessenpakketten slaagt (weliswaar met zeer matige cijfers voor aardrijkskunde, natuurwetenschappen) tot zelfs goed (wiskunde) scoort, maar de klassenraad oordeelt dat de evolutie voor het vak Nederlands manifest aantoont dat de leerling onvoldoende bewezen heeft ook zware leerstofpakketten te kunnen verwerken en om te zetten in een positief resultaat. Op basis van deze cijfers kan de klassenraad niet in alle redelijkheid oordelen dat Laurent klaar is om hogere studies aan te vatten terwijl een diploma van de derde graa(

  1. d)ASO hiertoe wel een minimale garantie zou moeten bieden. Alvorens tot een eindbesluit te komen, neemt de klassenraad nog nader kennis van het arrest van de Raad van State en volgende relevante passages daaruit. De Raad stelt over de beslissing van de klassenraad: ‘Gewis heeft verzoeker wel een onvoldoende jaartotaal voor het seminarie programmeren. De delibererende klassenraad heeft gemeend verzoeker voor dit vak geen uitgestelde proef te moeten opleggen, zonder dat uit de stukken de reden hiervoor blijkt, Dit resultaat blijft niet zonder relevantie maar in de gegeven omstandigheden lijkt het toch wat al te summier om vervolgens, zonder nadere explicitering, de loutere vermelding van dit jaaronvoldoende mede als grondslag te nemen voor zijn eindbeslissing.’ De klassenraad merkt ten eerste op dat zij niet verplicht is een leerling herkansingen te bieden. Daarenboven kan het bieden van herkansingen op zich niet tegen de klassenraad worden aangewend. De Raad van State kan overigens niet bepalen met welke elementen de klassenraad geen rekening mag houden, nu het de wettelijke plicht is van de klassenraad om met alle elementen uit het dossier rekening te houden. Van de onvoldoende voor het seminarie programmeren kan derhalve geen abstractie worden gemaakt. Seminaries dienen trouwens benaderd te worden vanuit een andere invalshoek. De seminaries in de derde graad hebben als doel de leerlingen voor te bereiden op nieuwe gangbare werkvormen in het hoger onderwijs waarbij zelfstandig werk en ICT-integratie primeren. Voor alle seminaries wordt gewerkt met permanente evaluatie, m.a.w. er zijn geen examens en dus ook geen herexamens. Het cijfer voor een seminarie is de optelsom van alle activiteiten voor dit vak gaande van opdrachten, huistaken, groepswerken tot controletoetsen. Het is de bedoeling (
  2. om)de leerling tijdens het schooljaar, op basis van een vrije keuze uit het rijke aanbod aan seminaries gerelateerd aan zijn interesses, motivatie en studierichting, een ernstige en volgehouden studiehouding te doen aannemen met het oog op een succesvolle carrière in het hoger onderwijs. Laurent heeft tijdens het seminarie programmeren aangegeven deze attitude niet of minstens onvoldoende te bezitten. De klassenraad merkt ten eerste op dat zij niet verplicht is een herexamen te geven en dat een seminarie en de daarin te beoordelen vaardigheden zich niet leent tot een herexamen. Daarenboven biedt een seminarie doorheen het jaar reeds voldoende kansen en herkansingen, die Laurent kennelijk niet te baat heeft genomen. XII-5982-7\19 Uiteraard weegt dit cijfer in nadelige zin mee, samen genomen met alle andere motieven, bij het toekennen van een oriënteringsattest C. De Raad van State oordeelt verder: In het licht van de bepalingen van de artikelen 5, § 5 en 57 van het organisatiebesluit, samengevat, inhoudende dat de delibererende klassenraad zich bij zijn beslissingen over het al dan niet slagen van een leerling laat leiden door alle relevante concrete gegevens uit het dossier van de leerling - en dus niet het resultaat van één vak - en dat het met vrucht beëindigen van leerjaren van het voltijds secundair onderwijs niet noodzakelijk gebonden is aan het slagen voor afzonderlijke toetsen, examens of proeven over een deel of het geheel van de vorming, lijkt de klassenraadbeslissing van 21 augustus 2009 niet de toets van de formele motiveringsplicht te doorstaan. De klassenraad meent te kunnen oordelen dat ook de studiehouding van Laurent BEUK deel uitmaakt van alle relevante en concrete gegevens. Behalve voor het vak Nederlands is ook de globale studiehouding van Laurent BEUK negatief te noemen. De klassenraad verwijst overigens naar de globale negatieve evolutie van de resultaten van Laurent doorheen het schooljaar 2008-2009. Het verloop (van) het laatste jaar van de 3de graad kan als volgt geschetst worden: Laurent startte het jaar niet goed. In het rapport van oktober van het school jaar 2008 -2009 haalde Laurent drie onvoldoendes: Economie, Godsdienst en Natuurwetenschappen. De vakcommentaar luidt als volgt: - Duits: Je bent het jaar goed begonnen voor Duits. Volhouden nu. Vergeet niet om ook woordenschat regelmatig te studeren; - Economie: het wordt tijd dat je hard begint te werken! - Frans: Slechte controle, maar net voldoende dankzij de leesoefening. Je doet er toch goed aan niet alleen te vertrouwen op je vaardigheden, Laurent. Studeren is de boodschap, ook (en zeker) in het zesde jaar! - Geschiedenis: Laurent mag in de les actiever zijn. - Godsdienst: Harder studeren! - Natuurwetenschappen: Slechte CT (10/30) en oefeningen niet gemaakt. Grondig je leerstof bijhouden! - Toelichting van de titularis: Je loopt er blijkbaar de kantjes van af. De vakken met een voldoende zijn (meestal) ook maar met de hakken over de sloot. Tijd om in actie te schieten! Reeds in oktober 2008 werden derhalve duidelijke signalen gegeven dat Laurent BEUK harder moest werken om er uiteindelijk te kunnen komen. De signalen waren blijkbaar niet duidelijk genoeg. Het daaropvolgend rapport van november 2008 haalde Laurent 4 onvoldoendes: Frans, Godsdienst, Natuurwetenschappen en Nederlands. Laurent krijgt volgende negatieve commentaren: - Frans: Je bent veel te nonchalant, Laurent. Als je wil slagen, zal je er toch voor moeten werken; - Natuurwetenschappen: Slechte overhoring. Blijf je inzetten Opnieuw waren de signalen blijkbaar niet duidelijk genoeg. Op het Kerstrapport 2008-2009 behaalde Laurent 4 onvoldoendes: Geschiedenis, Godsdienst, Natuurwetenschappen en Nederlands. De commentaar van het Kerstrapport luidt als volgt: - ‘Geschiedenis: Dit is een slecht resultaat, Laurent. Je hebt reeds een verwittiging voor dit vak gekregen vorig jaar en toch scoor je weer onvoldoende. Ook tijdens de les is er geen permanente inzet en laat de concentratie te wensen over. Afspraak: voor de controle bezorg je mij telkens een schema van de lesinhoud. - Godsdienst: dringend gaan studeren voor dit vak! XII-5982-8\19 - Natuurwetenschappen: Zwak DW en grote toets. Harder beginnen werken! - Nederlands: Zware onvoldoende op het kennisgedeelte van het examen. Ook onvoldoende op het lezen van een boek. Inzet! - Toelichting van de titularis: wat minder lui en meer inzet dan kan het nog allemaal in orde komen...’ Alle commentaren en/of aanmoediging ten spijt wordt door Laurent BEUK geen lessen getrokken uit zijn slecht presteren. Op het rapport van februari 2008 - 2009 worden opnieuw 4 onvoldoendes behaald, voor Esthetica, Frans, Natuurwetenschappen en Nederlands. De opgegeven vakcommentaar is identiek aan de voorgaande: - Esthetica: je opdracht beter bekijken - Natuurwetenschappen: Ernstigere inzet, anders kom je er niet! - Nederlands: twee zeer zwakke controletoetsen: studeren! Opnieuw leveren de suggesties en advies geen enkel resultaat op. Het rapport van april 2008 - 2009 bevat nog steeds 3 onvoldoendes: Aardrijkskunde, Economie en Seminarie Programmeren: De opgegeven vakcommentaar bij dit rapport luidt als volgt: - Aardrijkskunde: grondiger studeren! - Economie: Het schooljaar duurt tot eind juni! - Nederlands. Nipt voldoende. Ik heb je studieschrift al een hele tijd niet meer gezien. Ook extra uitleg of een bijles kom je niet vragen. Op je controletoets literatuur had je onvoldoende. Ik vraag me af of je hard genoeg werkt voor dit vak - Seminarie Programmeren: Keer op keer niet in orde met je voorbereidingen. Een dergelijk resultaat is voor dit seminarie zelden gezien, inzet is vereist. De klassenraad merkt tussentijds reeds op dat er van een positieve evolutie geen sprake is in de periode van 1 september 2008 tot 1 mei 2009, hetgeen de langste periode is van het schooljaar. Integendeel merkt de klassenraad op dat Laurent alle adviezen en aanmoedigingen in de wind sloeg. De studieresultaten van Laurent kennen een dramatisch dieptepunt in het rapport van mei 2009. Het rapport van mei 2008 - 2009 8 onvoldoendes op 13 vakken. De vakcommentaren luiden als volgt: - Aardrijkskunde: Studiereis nog eens goed studeren! - Duits: Je kan het goed genoeg, maar je bent en blijft nogal nonchalant wat studeren betreft. Doe daar wat aan. - Natuurwetenschappen: Serieuzere studiehouding is noodzakelijk! - Nederlands: Onvoldoende gestudeerd voor de laatste controletoets. Studieschrift al maanden niet gezien. Als je een herexamen voor dit vak wil vermijden, moet je dringend beginnen te studeren. En als je iets niet begrijpt dan moet je vragen stellen. Ik heb dit al verschillende keren gezegd, maar blijkbaar heb je geen extra uitleg nodig. - Wiskunde: wat meer inzet bij het inoefenen is noodzakelijk! Zet je in voor het examen... - Seminarie Programmeren: Op ééntje na is iedereen altijd in orde, op ééntje na is dan ook iedereen geslaagd... Ofschoon het rapport van mei 2009 dramatisch was, is de situatie in juni 2009 niet minder dramatisch. Op het junirapport 2008 - 2009 haalt Laurent 7 onvoldoendes, voor Aardrijkskunde, Duits, Economie, Natuurwetenschappen, Nederlands, Wiskunde en Seminarie Programmeren. Bij dit rapport luidt de vakcommentaar als volgt: - Aardrijkskunde: Onvoldoende gestudeerd tijdens het 2de semester! - Nederlands: zware onvoldoende op het kennisgedeelte van het examen in juni en ook het mondeling examen over het theater was zwak. XII-5982-9\19 De klassenraad merkt nu reeds op dat er van een positieve evolutie geen sprake is. In tegendeel kennen de cijfers van Laurent een dramatisch negatief verloop, met absolute dieptepunten in mei en juni 2009. De klassenraad kan geen abstractie maken van deze manifest slechte evolutie in de studiehouding en de resultaten van Laurent. De resultaten op de herexamens zijn niet van aard deze negatieve evolutie op overtuigende wijze te keren. Een stevige buis voor Nederlands, matige slaagcijfers voor aardrijkskunde en natuurwetenschappen en een beter cijfer voor wiskunde, vormen, in de ogen van de klassenraad, samen genomen onvoldoende om tegengewicht te bieden aan hetgeen Laurent doorheen het schooljaar heeft gepresteerd. De klassenraad verwijst daarbij naar de elementen opgesomd op de pagina’s 4 en 5 van deze motivering (cf. supra). De talrijke opmerkingen van de titularis alsook van de vakcollega’s tonen een leerling die weinig interesse en inzet vertoont en die opmerkingen, bedoeld ter verbetering van de resultaten, niet of nauwelijks ter harte neemt. Tijdens het voorbije schooljaar 2008-2009 worden dergelijke opmerkingen op de verschillende rapporten behalve voor Nederlands ook geformuleerd voor Duits, economie, Frans, geschiedenis, godsdienst, natuurwetenschappen, esthetica, aardrijkskunde, seminarie programmeren en wiskunde. De klassenraad komt op basis van 1) het onvoldoende cijfer voor het herexamen voor Nederlands, 2) de globaal slechte studiehouding, 3) de slechte resultaten (en negatieve evolutie daarvan) van dagelijks werk en examens doorheen het jaar en 4) de boven geschetste vaststellingen voor het seminarie programmeren, tot het besluit dat aan Laurent een oriënteringsattest C moet worden toegekend. Laurent is kennelijk niet klaar voor hoger onderwijs. De klassenraad wijst erop dat het oriënteringsattest voornamelijk wordt afgeleverd in het belang van de leerling zelf, om hem met name de kans en de gelegenheid te bieden zich beter voor te bereiden op hoger onderwijs. De klassenraad hoopt dat de leerling dit afdoende gemotiveerde c-attest ook als een kans percipieert en aangrijpt. Bijkomende gegevens 1. Er zijn na de bijkomende proeven onvoldoende jaartotalen voor Nederlands, seminarie programmeren 2. Tijdens het voorbije schooljaar was de studiehouding van uw zoon/dochter onvoldoende (cf. supra) 3. Het gebruik van remediëringskansen door uw zoon/dochter tijdens het voorbije school jaar was onvoldoende (cf. supra) Datum: 5 oktober 2009”. IV. De schorsingsvoorwaarden 4. Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. XII-5982-10\19 A. De eerste en de derde schorsingsvoorwaarde 5. Verwerende partij betwist terecht niet dat verzoeker zich op grond van het dreigend verlies van een schooljaar op de vaste rechtspraak van de Raad van State mag beroepen. Aan de voorwaarden van een dreigend moeilijk te herstellen ernstig nadeel en het voorhanden zijn van uiterst dringende noodzakelijkheid is voldaan. B. De tweede schorsingsvoorwaarde Standpunt van de partijen 6.1. Verzoeker voert twee middelen aan. 6.2. Het eerste middel splitst verzoeker op in twee onderdelen. In een eerste onderdeel doet verzoeker gelden dat uit de beslissing blijkt dat -nog steeds- enkel op basis van de onvoldoende voor het vak Nederlands, dat geen richtingvak is, tot een C-attest werd beslist, hetgeen in strijd is met de gecombineerde artikelen 5, § 5, 38, 3/, en 57 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (het organisatiebesluit). In een tweede onderdeel voert verzoeker aan, ondergeschikt, dat voorzover de overige elementen die de klassenraad nog aanhaalt in de bestreden beslissing, in aanmerking zouden worden genomen als motieven voor het C-attest, het slechts in ondergeschikte orde is dat ze in overweging (kunnen) worden genomen. Van die elementen is volgens verzoeker niet aangetoond hoe ze erop wijzen dat hij niet de doelstellingen van de leerplannen heeft bereikt. Dat zou zelfs niet eens zijn onderzocht. Verzoeker klaagt ook aan dat de klassenraad die elemen- ten niet heeft afgewogen tegen zijn andere resultaten (geslaagd voor drie bijkomende proeven en wel met een positieve evolutie van minstens 10% per vak, geslaagd voor alle richtinggevende vakken economie, Frans, Duits en Engels, 70% op het eindwerk). 6.3. Ook het tweede middel splitst verzoeker op in twee onderdelen. XII-5982-11\19 Een eerste onderdeel luidt dat de vier in de bestreden beslissing aangehaalde motieven draagkracht missen. In een tweede onderdeel verwijt verzoeker de klassenraad tegenstrijdige en onjuiste motieven te hanteren. Daarin bekritiseert hij onder meer het standpunt van de delibererende klassenraad dat hij niet voldoende bewezen zou hebben ook zware leerstofpakketten te kunnen verwerken, nu hij voor de overige twee vier-uursvakken (economie en Frans), die bovendien richtingvakken zijn, en twee andere richtingvakken van elk 3 uren (Engels en Duits) wél geslaagd is. 7. In de nota met opmerkingen antwoordt verwerende partij dat de delibererende klassenraad zich blijkens de motivering van de bestreden beslissing wel degelijk heeft gebaseerd op alle elementen uit het volledig pedagogisch dossier van verzoeker, zonder te vervallen in loutere vormelijkheden. Alle concrete elemen- ten werden volgens haar ook daadwerkelijk in overweging genomen. Volgens verwerende partij gaat verzoeker onterecht uit van de premisse dat zijn C-attest alleen op zijn onvoldoende op Nederlands is gebaseerd. Het is een belangrijk element, naast andere belangrijke elementen, doch niet het enige element. Het geeft geen pas dat verzoeker drie van de vier doorslaggevende elementen poogt te minimaliseren. Het spreekt dat de resultaten voor dagelijks werk en examens alsook de studiehouding de voornaamste indicaties uitmaken van het al dan niet halen van de doelstellingen uit de leerplannen. Verwerende partij onderstreept dat verzoeker niet voor één vak doch voor twee vakken een jaartekort heeft. De slechte studiehouding en de kennelijk negatieve trend vormen bijkomende motieven voor het toekennen van het C-attest en heel uitgebreid is aangegeven waarom de “stevige buis” voor Nederlands zo een belangrijke impact heeft in de gekozen richting. Met betrekking tot het tweede middel oppert verwerende partij dat de resultaten dagelijks werk en examens een zeer duidelijk beeld geven van de leerling en dat, zo hiermee geen rekening mag worden gehouden, men beter het dagelijks werk en de examens doorheen het jaar kan afschaffen. Beoordeling 8. De bestreden beslissing eindigt met volgende conclusie: XII-5982-12\19 “De klassenraad komt op basis van 1) het onvoldoende cijfer voor het herexamen voor Nederlands, 2) de globaal slechte studiehouding, 3) de slechte resultaten (en negatieve evolutie daarvan) van dagelijks werk en examens doorheen het jaar en 4) de boven geschetste vaststellingen voor het seminarie programmeren, tot het besluit dat aan [verzoeker] een oriënteringsattest C moet worden toegekend. [Verzoeker] is kennelijk niet klaar voor hoger onderwijs”. De delibererende klassenraad levert aldus vier motieven aan om het C-attest van verzoeker te verantwoorden. 9. Het eerste motief is het onvoldoende cijfer voor het “herexamen” voor Nederlands. Dit moet op het eerste gezicht nog steeds worden beschouwd als het determinerende motief om tot een C-attest te besluiten. Dat lijkt afgeleid te moeten worden uit de volgende bewoordingen van de bestreden beslissing: “De klassenraad stelt vast dat de leerling voor de kleinere lessenpakketten slaagt (weliswaar met zeer matige cijfers voor aardrijkskunde, natuurwetenschappen) tot zelfs goed (wiskunde) scoort, maar de klassenraad oordeelt dat de evolutie voor het vak Nederlands manifest aantoont dat de leerling onvoldoende bewezen heeft ook zware leerstofpakketten te kunnen verwerken en om te zetten in een positief resultaat. Op basis van deze cijfers kan de klassenraad niet in alle redelijkheid oordelen dat [verzoeker] klaar is om hogere studies aan te vatten terwijl een diploma van de derde [graad] ASO hiertoe wel een minimale garantie zou moeten bieden”. Alleen al op basis van “deze cijfers” lijkt de delibererende klassenraad verzoeker het diploma secundair onderwijs te ontzeggen en hem een C-attest te geven. Met “deze cijfers” worden, op het eerste gezicht, de cijfers voor het vak Nederlands bedoeld. Die cijfers voor Nederlands worden immers in de aan die conclusie voorafgaande paragrafen uitvoerig uit de doeken gedaan. Van andere vakken wordt dan weer in die passage gesteld dat verzoeker “slaagt”, hetzij “zelfs goed [...] scoort”, zodat in de huidige stand van de procedure aangenomen dient te worden dat die slaagcijfers bezwaarlijk als motief kunnen gelden voor het besluit dat verzoeker geen studies in het hoger onderwijs kan aanvatten. 10.1. De beslissing gaat na de zo-even geciteerde passage aldus verder: “Alvorens tot een eindbesluit te komen, neemt de klassenraad nog nader kennis van het arrest van de Raad van State en volgende relevante passages daaruit”, waarbij achtereenvolgens de onvoldoende voor het seminarie programmeren en de studiehouding van verzoeker ter sprake komen. Die motieven lijken enkel bedoeld om het hoofdmotief aan te vullen of te versterken. XII-5982-13\19 10.2. Op aansporing van bedoeld schorsingsarrest geeft de klassenraad in de thans voorliggende beslissing een toelichting waarom voor het seminarie programmeren geen uitgestelde proef werd opgelegd, die prima facie kan overtuigen. Over de onvoldoende voor dat seminarie -door de Raad van State in het eerste schorsingsarrest “niet zonder relevantie” genoemd- stelt de delibererende klassenraad thans : “Uiteraard weegt dit cijfer in nadelige zin mee, samen genomen met alle andere motieven, bij het toekennen van een oriënteringsattest C”. Uit die bewoordingen lijkt te kunnen worden begrepen dat de klassenraad dit motief inderdaad als louter aanvullend ten opzichte van het hoofdmotief heeft bedoeld. Daarenboven weegt het cijfer blijkens de door de klassenraad neergeschreven motivering negatief mee om reden van de specifieke vaardigheden die een dergelijk seminarie beoogt te toetsen. Waar dit op zich een valabel argument lijkt, oppert verzoeker in dat verband op het eerste gezicht dan weer niet zonder reden dat hij nog een tweede seminarie heeft gevolgd -seminarie economie- dat meer aansluit bij zijn gekozen opleiding, waarin hij behoorlijk heeft gepresteerd (70%) en dat hij voor “eindwerk” 63% behaalde. Hij vraagt zich dan prima facie terecht af waarom in de bestreden beslissing die prestaties onvermeld blijven en, vooral, waarom ze niet worden afgewogen tegen de onvoldoende voor seminarie programmeren om na te gaan of inderdaad de conclusie kan overeind blijven dat hij niet tot zelfstandig werk in staat is. Het is een vraag die in de bestreden beslissing zonder antwoord is gebleven. 10.3. De studiehouding mág een element van de studiebeoordeling zijn, maar die studiehouding lijkt zich dan toch in de eerste plaats te laten voelen in de cijfers voor dagelijks werk. Bijgevolg, voor zover de studiehouding daarnaast en daarenboven ook in aanmerking wordt genomen voor de eindbeoordeling, mag dit als element niet doorslaggevend zijn, maar enkel als aanvullend of versterkend motief. Reeds in vorig schorsingsarrest gaf de Raad van State het al aan : “De verwijzing naar de gebrekkige studiehouding [...] moet dan deze conclusie van de klassenraad bijkomend ondersteunen”. XII-5982-14\19 10.4. Het motief van de “slechte resultaten [...] van dagelijks werk en examens doorheen het jaar” wordt in de bestreden beslissing op het eerste gezicht niet nader toegelicht. Ook dat argument lijkt van aanvullende aard te zijn. De Raad verklaart dit nader. De delibererende klassenraad hanteert de term “herexamens” in zijn beslissing. Dit is een vanouds gebruikte benaming voor examens die buiten de gewone examenperiode worden afgelegd door een scholier of student die onvoldoende scoort. Dat doet evenwel geen afbreuk aan het gegeven dat in het secundair onderwijs geen sprake meer is van “herexamens” in de betekenis van het van Dale groot woordenboek van de Nederlandse taal, met name dat het overgaan naar een hogere klas of het behalen van een diploma van die proeven afhankelijk wordt gesteld. Leerlingen hebben overigens ook geen “recht” op bijkomende proeven, klassenraden worden immers geacht na een schooljaar voldoende zicht te hebben op hun leerlingen om een weloverwogen beslissing te nemen. Het is dus maar uitzonderlijk, wanneer een klassenraad om welbepaalde redenen meent niét over alle nuttige gegevens te beschikken, dat hij een leerling zal vragen om bijkomende proeven af te leggen en dat hij zijn beslissing tot dan zal uitstellen. Het resultaat van die bijkomende proeven komt vervolgens niet in de plaats van de eerdere resultaten, maar voegt zich er aan toe als bijkomend concreet gegeven van het leerlingendossier. In de thans bestreden beslissing wordt ook het volledige school- parcours van verzoeker in herinnering gebracht, evenals de talloze opmerkingen en aansporingen die hem werden gemaakt op de rapporten van het afgelopen schooljaar. De delibererende klassenraad heeft in juni echter geoordeeld -om welke redenen ook, die nergens in het administratief dossier zijn terug te vinden- dat hij met de op dat ogenblik beschikbare studieresultaten van verzoeker niét in staat was om een weloverwogen beslissing te nemen en hij vond aanvullende informatie noodzakelijk. Terecht stelt de klassenraad dat hij thans nog steeds met álle gegevens rekening moet houden en niet enkel met de punten die verzoeker behaalde op de uitgestelde proeven. Maar consistentie gebiedt wel, zo lijkt, dat als de negatieve cijfers van het syntheserapport in juni voor de klassenraad niet volstonden, ze thans nog steeds niet mogen volstaan om aan verzoeker een C-attest te geven. Vandaar XII-5982-15\19 lijkt aan deze studieresultaten in de huidige stand van de procedure niet een doorslaggevende, maar enkel een aanvullende of ondersteunende betekenis gegeven te moeten worden, zoals het ook in de nota van verwerende partij wordt gezien. Alleszins kan in de huidige stand van de procedure over dit motief gesteld worden dat de delibererende klassenraad niet tegemoet lijkt te komen aan de kritiek die de Raad van State in dat verband in zijn schorsingsarrest van 22 september 2009 omtrent de vorige examenbeslissing over verzoeker al heeft geuit, namelijk dat “tegenover de opgesomde trimestertekorten dan weer [staat] dat verzoeker voor de bedoelde drie vakken een voldoende heeft behaald als jaartotaal. Zonder nadere toelichting -die op het syntheseblad niet is te bespeuren- lijkt het jaartotaal te moeten primeren en vermogen ook die drie trimestertekorten niet het C-attest te onderbouwen”. De delibererende klassenraad lijkt ook nu niet zonder de minste toelichting te kunnen uitgaan van tekorten tijdens het jaar, die niet hebben geleid tot een tekort in het jaartotaal. 11. De reden waarom de onvoldoende voor Nederlands naar het oordeel van de delibererende klassenraad tot een oriënteringsattest C moet leiden, is daarin gelegen dat de evolutie voor dat vak “manifest [aantoont] dat de leerling onvoldoende bewezen heeft ook zware leerstofpakketten te kunnen verwerken en om te zetten in een positief resultaat”. Bovendien, aldus de delibererende klassenraad, “wordt van de leerling verwacht dat hij voor alle herexamens slaagt, of minstens beter scoort”. In zijn algemeenheid lijkt die laatste stelling niet te passen in de draagwijdte van bijkomende proeven. De resultaten voor die proeven moeten aan de delibererende klassenraad die aanvullende informatie bezorgen die ontbrak in juni, wat hem toen niet in staat stelde een eindbeslissing te nemen. In het licht van de bepalingen van artikel 5, § 5, van het organisatiebesluit, beschikt de delibererende klassenraad weliswaar over een ruime discretionaire bevoegdheid bij het oordelen over het al dan niet slagen van leerlingen, maar moet hij zijn beslissing wel steunen op alle relevante concrete gegevens van het dossier. XII-5982-16\19 Een tekort voor één vak vormt slechts één element van het dossier. Daaruit bovendien afleiden dat verzoeker geen grotere hoeveelheden leerstof kan verwerken, lijkt voorbarig, nu de delibererende klassenraad verzoekers voldoende jaarresultaten voor profielbepalende vakken als economie, Engels, Frans en Duits onbesproken laat. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de omstandigheid dat die jaarcijfers per vak niet de -eenvoudige- som van de resultaten van de cijfers voor dagelijks werk en de examencijfers van december en juni zijn. Het jaartotaal per vak is een “gewogen” cijfer, zo blijkt uit het schoolreglement van de verwerende partij (bepaling 2.2.8.5.1., pagina 18/60). Het dagelijks werk telt voor één vierde van de punten mee; de “grote toetsen” -waarvan de bedoeling volgens het schoolreglement is om “na te gaan of je grote gedeelten van de leerstof kan verwerken”- bepalen het eindcijfer per vak voor drie vierden. Die bijzondere weging impliceert dat het hoofdmotief dat de delibererende klassenraad in de bestreden beslissing aanvoert -uit de onvoldoende voor Nederlands zou blijken dat verzoeker niet in staat is om grote hoeveelheden leerstof te verwerken- reeds per vak in het jaartotaal is verdisconteerd. Wie niet in staat is om grotere hoeveelheden leerstof te verwerken, zal minder goed scoren op examens en dat moet leiden, door het gewicht dat aan die examens wordt toegekend, tot een lager gewogen jaartotaal per vak. Wanneer, in die omstandigheden, een leerling “voldoende” gewogen jaarcijfers voor alle profielbepalende vakken behaalt -bij gebrek aan een anders luidende tekst betekent dat nog steeds 50% of meer- dan kan een delibererende klassenraad op het eerste gezicht die jaarresultaten niet onbesproken laten om op basis van het onvoldoende jaarcijfer Nederlands toch te besluiten dat de betrokken leerling niet in staat is grotere hoeveelheden leerstof te verwerken en hem om die (hoofd)reden een C-attest toekennen. Hiervoor is reeds uiteengezet waarom vooralsnog niet wordt bijgevallen dat het tekort voor seminarie programmeren bedoeld argument mede mag ondersteunen. In de bestreden beslissing lijkt de klassenraad het vak Nederlands alleen af te wegen tegenover de andere vakken waarvoor verzoeker een bijkomende proef heeft afgelegd. De klassenraad stelt immers dat verzoeker “[o]p basis van het lestijdenpakket [...] na de herexamens nog steeds onvoldoende [scoort] voor 4 van de 10 lesuren”, en bedoeld worden dan de vakken wiskunde (3 lesuren), aardrijkskunde (1 lesuur), natuurwetenschappen (2 lesuren) en Nederlands (4 XII-5982-17\19 lesuren). Daarmee lijkt de klassenraad dan weer in te gaan tegen de daarvóór door hemzelf -op het eerste gezicht terecht- gestelde opvatting dat “bij het toekennen van een oriënteringsattest de cijfers van de herexamens in overweging worden genomen”, maar dat “deze cijfers niet de enige beslissingsbasis [vormen]” (punt 3, in fine, van de bestreden beslissing). Met evenveel recht lijkt verzoeker dus te kunnen stellen dat hij, op basis van het lestijdenpakket, slaagt voor 29 van 34 voorziene lestijden, waaronder de 14 lesuren van de profielbepalende vakken. 12. Het hoofdmotief lijkt dus geen stand te kunnen houden. In de huidige stand van de procedure leidt die vaststelling tot de conclusie dat de beslissing niet gedragen wordt door de ervoor ingeroepen motieven, nu de overige motieven, zoals eerder al vastgesteld, van aanvullende aard lijken te zijn of zelf geen stand lijken te kunnen houden. De aangevoerde middelen zijn in die mate ernstig. Er is dan ook voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 5 oktober 2009 waarbij de over Laurent Beuk delibererende klassenraad van het Sint-Hubertuscollege te Neerpelt aan Laurent Beuk een oriënteringsattest C uitreikt. XII-5982-18\19 Het arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig oktober 2009, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Silvan De Clercq, griffier. De griffier, De voorzitter, Silvan De Clercq. Geert Van Haegendoren. XII-5982-19\19 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.061 Gerelateerde publicatie(
  3. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.363 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.