id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.201 Rolnummer: A. 192504/X-14173 Zaak: Arrest 197201 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-28 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:44 Fiche Arrest nr 197.201 van 23 oktober 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 197.201 van 23 oktober 2009 in de zaak A. 192.504/X-14.173. In zake: 1. de n.v. KURICA 2. Charles VERDOOLAEGHE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Geert Lenssens kantoor houdend te 1090 BRUSSEL Carton de Wiartlaan 126 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Declercq kantoor houdend te 3000 LEUVEN J. P. Minckelersstraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Boomstraat 14 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 27 april 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “een stedenbouwkundige vergunning dd. 07.08.2008 afgeleverd door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar aan de Provincie Vlaams Brabant en tegen alle daarmee verbonden administratieve besluiten”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. X-14.173-1/11 Adjunct-auditeur An Van Den Broeck heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 september 2009. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Leïla Tijini, die loco advocaat Geert Lenssens verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Giovanni Havet, die loco advocaat Philippe Declercq verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Filip van Dievoet, die loco advocaat Michel van Dievoet verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur An Van Den Broeck, daartoe gemachtigd bij besluit van 31 oktober 2008 van de adjunct-auditeur-generaal, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Tussenkomst 3. Met een op 2 juni 2009 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. IV. Feiten 4.1. Op 21 maart 2007 (datum van het ontvangstbewijs) vraagt de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant aan de gewestelijk stedenbouw- kundig ambtenaar de vergunning voor “Gecontroleerd overstromingsgebied met stuw in de vallei van de Birrebeek en Grote Heidebeek grens Meise / Kapelle-op- den-Bos” op percelen gelegen te Meise en Kapelle-op-den-Bos, kadastraal bekend Meise, sectie A, nrs. 27/a, 29/z, 128/a, 138/d, 30/a, 127, 126/m, 126/r, sectie C, X-14.173-2/11 nrs. 128, 129/p, 129/f, 130/f, Kapelle-op-den-Bos, sectie C, nrs. 122/d, 122/e, 122/f, 122/g, 122/h, 123/a, 125/2, 126, 127. In de beschrijvende nota, gevoegd bij de aanvraag, worden de overeenstemming en de verenigbaarheid van de aanvraag met de wettelijke en ruimtelijke context als volgt toegelicht: “De Birrebeek en de Grote Heidebeek treden hier veelvuldig buiten de oevers. Om deze overstromingen in te dijken wordt een gecontroleerd overstromingsgebied met stuw ingericht. Dit overstromingsgebied kan het regenwater van een bui met een terugkeerperiode van 50 jaar opvangen en stockeren. De klepstuw zal het regenwater beperkt afvoeren à rato van 600 l/sec. Hierdoor verdwijnen de overstromingen in het centrum van Nieuwenrode”. In diezelfde nota wordt de integratie van de geplande werken of handelingen in de omgeving als volgt toegelicht: “- Er treden regelmatig overstromingen op: weilanden, bossen, akkers en woningen komen onder water. - Het gecontroleerd overstromingsgebied wordt ingericht met dijken die passen in het landschap (taluds wordt ingezaaid met grasmengsels + bloemzaden). - Er wordt een klepstuw voorzien, die het afvoerdebiet beperkt tot 600 l/sec. - Op deze dijken worden wandelpaden ingericht met natuurlijke materialen (hakselhout). - Op de dijken, tussen de Meiselaan en de klepstuw, en de toegangen tot de weilanden wordt een verharding voorzien met lavakorrels. - Rond het overstromingsgebied worden afwateringsgrachten voorzien, die de omliggende akkers en weilanden ontwateren en aangesloten wordt op de Birrebeek en Grote Heidebeek achter de klepstuw”. 4.2. Het voormelde terrein is volgens het op 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse gelegen in agrarisch gebied en bosgebied. Het is niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. Het gebied is ten dele gelegen in de grote eenheid natuur (hierna: GEN) Het Leefdaalbos - De Vlieten - Velaartbos. 4.3. Op 2 april 2007 verleent het agentschap voor Natuur en Bos een voorwaardelijk gunstig advies over de aanvraag, onder meer op voorwaarde dat de werken en de werkzone uit het gebied van het Vlaams ecologisch netwerk (hierna: VEN) zullen blijven. Het agentschap verleent tevens ontheffing van in de GEN X-14.173-3/11 verboden werkzaamheden en wijzigingen, overeenkomstig artikel 25, § 3, 2/ van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. 4.4. Op 20 april 2007 geeft de afdeling Onroerend Erfgoed een voorwaardelijk gunstig advies. 4.5. Op 30 april 2007 verleent het departement Landbouw en Visserij, Duurzame Landbouwontwikkeling van de provincie Vlaams-Brabant een voorwaardelijk gunstig advies, onder meer op voorwaarde dat grondinname wordt vergoed in functie van de omvang ervan. 4.6. Op 15 mei 2007 brengt het college van burgemeester en schepenen van Kapelle-op-den-Bos een gunstig advies uit. 4.7. Tijdens het openbaar onderzoek in de gemeente Meise, dat plaatsvindt van 24 april 2007 tot en met 23 mei 2007, worden vijf bezwaarschriften ingediend, onder meer door de eerste verzoekende partij. 4.8. Op 30 augustus 2007 verleent de afdeling Water een gunstig advies omtrent de aanvraag, “mits de vormgeving en/of de exploitatie van de stuwconstructie wordt aangepast zodat er geen bijkomende hindernis voor vismigratie wordt gecreëerd, en mits de drains binnen het wachtbekken worden weggelaten”. 4.9. Op 19 november 2007 behandelt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise de ingediende bezwaren en brengt het een gunstig advies uit, waarin onder meer het volgende gesteld wordt: “Het gaat hier om werken van openbaar nut in het kader van de overstromingsproblematiek in het betrokken gebied. De waterlopen treden hier regelmatig buiten hun oevers. De voorziene werken zijn genoodzaakt om deze overstromingen in te dijken. Het huidige project werd voorafgaandelijk met de verschillende betrokken actoren besproken en gunstig geëvalueerd”. 4.10. Op 29 februari 2008 verleent de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar de gevraagde vergunning onder voorwaarden, onder meer onder de voorwaarde dat de werken en de werkzone buiten het VEN-gebied blijven. X-14.173-4/11 4.11. Op 28 april 2008 verleent het agentschap voor Natuur en Bos na overleg een nieuw, gunstig advies onder voorwaarden. Het agentschap verleent tevens ontheffing van in de GEN verboden werkzaamheden en wijzigingen, overeenkomstig artikel 25, § 3, 2/ van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. 4.12. Op 7 augustus 2008 trekt de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar de vergunning van 29 februari 2008 in en levert hij een nieuwe stedenbouwkundige vergunning af. Dit is het bestreden besluit, waarin onder meer het volgende gesteld wordt: “Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening De aangevraagde werken zijn in principe niet in overeenstemming met de voorschriften van agrarisch gebied en van bosgebied omdat de werken geen betrekking hebben op landbouw in de ruime zin en ook geen betrekking hebben op het bosbedrijf. Evenwel kan van het gewestplan worden afgeweken onder de voorwaarden van artikel 20 van de planologische voorschriften gevoegd bij het gewestplan. Dat artikel stelt dat bouwwerken voor openbare diensten en gemeenschapsvoorzieningen ook buiten de daartoe speciaal bestemde gebieden kunnen worden toegestaan aan voor zover ze te verenigen zijn met de algemene bestemming en met het architectonisch karakter van het betrokken gebied. De aanleg van een overstromingsgebied is in overeenstemming met het algemeen karakter van het betrokken gebied omdat de grondbestemming als agrarisch gebied of als bosgebied onverminderd kan worden verdergezet. Het overstromingsgebied is bovendien in overeenstemming met het architectonische karakter van de zone omdat de terreinen ook nu reeds overstromingsgevoelig zijn en bovendien van nature overstroombaar en recent overstroombaar gebied. De constructie en/of de exploitatie van de schuif en de stuw kan mogelijk leiden tot een bijkomende hindernis voor vismigratie doorheen de waterloop. Het ontwerp en/of de werking van de stuw moet worden aangepast om de vismigratie niet overmatig te hinderen. Ter hoogte van het afgegraven terrein op de rechteroever van de Grote Heidebeek wordt een nieuw drainagesysteem aangelegd. Deze drainage zal een permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken en voor bijkomende afvoer van grondwater uit de weide omgeving, hetgeen voor de betrokken lokatie niet aanvaardbaar is. Een permanente ontwatering van waterrijke valleigronden is in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid. Algemene conclusie Om bovenvermelde redenen is het ingediend project planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord”. V. Ontvankelijkheid van de vordering 5. De tussenkomende partij werpt op dat de vordering niet ontvankelijk is. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie X-14.173-5/11 dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VI. Onderzoek van de vordering 6.1. Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Bijgevolg moet een verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet aangeven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel gelegen is dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan. De verzoekende partij mag zich daarbij niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. 6.2. De verzoekende partijen formuleren het moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt: “1. MTHEN Verzoekster stelt dat zij met de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal ondervinden. De provincie Vlaams Brabant heeft een stedenbouwkundige vergunning bekomen tot het aanleggen van een gecontroleerd overstromingsgebied met stuw op een goed met als ligging MEISE en KAPELLE-OP-DEN-BOS en met als kadastrale omschrijving kadastrale gegevens MEISE, 2de afdeling, sectie A, 27a, 29z, 128 a, 138d, 30a,127,126mn, 126 r,1e afdeling, sectie C, nummers 128,129p,129f,130 f, Kapelle-op-den-Bos, 2de afdeling, sectie,nummers 122d,122e, 122f, 122g, 122h,123a,125/2,126,127. Verzoekster is eigenares van de volgende percelen: (...) Weiland: 2de Afd. Sectie A, perceelnr.29z waarvan de in te nemen oppervlakte 3184 m² bedraagt Hooiland: 2de Afd. Sectie A, perceelnr.128a waarvan de in te nemen oppervlakte 94 m² bedraagt Weg: 2de Afd. Sectie A, perceelnr. 138d waarvan de in te nemen oppervlakte 1738 m² bedraagt Zowel de verleende stedenbouwkundige vergunning als de bouwplannen (...) tonen duidelijk aan dat er ingrijpende veranderingen zullen plaatsvinden op de privé-terreinen van eerste verzoekster om het project waarvoor de vergunning werd afgeleverd te kunnen realiseren. 1.1 Ernstig nadeel : visuele hinder X-14.173-6/11 Het gecontroleerd overstromingsgebied waarvan sprake in de stedenbouwkundige vergunning zal blijvend worden ingericht met dijken die aangelegd zullen worden op de privé-terreinen van eerste verzoekster en meerbepaald zeer dicht nl. op ongeveer 90 meter van het woonhuis van tweede verzoeker en zijn gezin en dat meerbepaald eigendom is van eerste verzoekster (...). Eerste verzoekster en ook tweede verzoeker zal door het aanleggen van de verhoogde dijk (maximale hoogte 1m85) achter zijn privé-woning met paardenstallen geen zicht meer hebben op het mooi en rustig natuurlijk landschap waar hij heden ten volle van geniet. (...). Het aanleggen van de dijk zal een ernstig nadeel uitmaken in hoofde van eerste verzoekster en meer bepaald ook van tweede verzoeker daar de aanleg van de dijk het landschap en de leefomgeving van verzoekers compleet zou transformeren. Vandaag kijkt men vanuit de leefruimte in de woning op een landschap waarin geen bouwwerken en andere kunstwerken zichtbaar zijn. Indien de dijk zal komen, zal eerste verzoekster en meerbepaald ook tweede verzoekster die er ter plaatse met zijn gezin woont, geen zicht meer hebben op een rustig natuurlijk landschap doch op een dijk die continu toegankelijk is voor wandelaars en fietsers. Terzake stelt de rechtspraak van uw Raad ook dat de beslissing van de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning werd vernietigd om redenen dat verzoeker door de toekenning van de stedenbouwkundige vergunning zicht zou hebben op een loods terwijl voordien in de verste verte afwezigheid was van bebouwing. In casu is er sprake van een gelijkaardig geval maar dan met een dijk. 1.2. Ernstig nadeel : schending privacy. Het is niet alleen zo dat eerste verzoekster materieel een groot stuk van haar patrimonium verliest door de bestreden stedenbouwkundige vergunning. Er komt ook achter de woning stoeterij een dijk te liggen die door wandelaars en fietsers betreden wordt. Uit de legende van het bovenvermelde grondplan blijkt dat de dijk in 2 kleuren wordt aangegeven. (...) De gele kleur geeft aan dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.