id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.206 Rolnummer: A. 191243/XII-5699 Zaak: Arrest 197206 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 23/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-29 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:44 Fiche Arrest nr 197.206 van 23 oktober 2009 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 197.206 van 23 oktober 2009 in de zaak A. 191.243/XII-
- In zake : Sonia PARENT, die woonplaats kiest bij advocaat R. Van Cleynenbreugel, kantoor houdende te Tienen, Oude Vestenstraat 4 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 11 Leuven-Tienen-Landen, dat woonplaats kiest bij advocaat R. Rombaut, kantoor houdende te Hove, Lintsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Sonia Parent op 28 januari 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing waarbij de concurrerende leerkracht Marnix Mijten werd benoemd in de betrekking nummer 496 met een volume van 20 uur in het ambt van leraar Secundair Onderwijs aan de instelling Koninklijk Atheneum in Tienen in de personeelsbewegingen beweging vaste benoemingen per 1.1.2009”; Gelet op het arrest nr. 194.018 van 9 juni 2009 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoekster op 22 juni 2009; Gelet op de kennisgeving aan verzoekster, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; XII-5699-1/3 Gezien het schrijven van verzoekster van 22 augustus 2009, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 25 september 2009, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 13 oktober 2009; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. Van Cleynenbreugel, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat R. Rombaut, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van verzoekster een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij de kennisgeving van het tussenarrest aan verzoekster de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van de tekst van voornoemd artikel 17, § 4ter, alsook van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december
- Verzoekster heeft geen rechtsgeldig verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is verworpen, zodat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, XII-5699-2/3 Ter terechtzitting argumenteert de raadsman van verzoekster dat hij de vermeldingen door de hoofdgriffier verkeerd begrepen heeft. Die uitleg kan aan de toepassing van de wet niet in de weg staan. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig oktober 2009, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5699-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.206 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.018 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.