id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.281 Rolnummer: A. 182989/IX-5635 Zaak: Arrest 197281 - Penitentiair recht - 26/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-04 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:44 Fiche Arrest nr 197.281 van 26 oktober 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. IXe KAMER nr. 197.281 van 26 oktober 2009 in de zaak A. 182.989/IX-5635 In zake : Stefan PEETERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Els Leenknecht kantoor houdend te Diksmuide Fabriekstraat 4, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 3 mei 2007, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 9 maart 2007 van de directeur van de strafinrichting Merksplas waarbij aan Stefan Peeters de tuchtsanctie wordt opgelegd van vijf dagen verblijf op zaal. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 7 mei 2007 wordt aan de verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging verleend. De verwerende partij heeft een “memorie van antwoord” ingediend en de verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. Adjunct-auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. IX-5635-1/8 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 oktober
- Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Frank Crombez, die loco advocaat Els Leenknecht, verschijnt voor de verzoeker, is gehoord. Adjunct-auditeur Alexander Van Steenberge, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker was gedetineerde in de strafinrichting Merksplas. 3.
- Op 13 januari 2007 stelt een penitentiair beambte lastens de verzoeker een rapport aan de directeur op omdat de verzoeker aan het roken was in een speciaal ingerichte rookvrije kamer. Op 14 januari 2007 deelt de directeur aan de verzoeker mee dat geen tuchtprocedure tegen hem wordt opgestart voor die feiten en wordt de verzoeker gewaarschuwd dat het verboden is om in de bedoelde kamer te roken. 3.
- Op 6 maart 2007 stelt een penitentiair beambte lastens de verzoeker een nieuw rapport aan de directeur op omdat de verzoeker die dag aan het roken was in de rookvrije kamer. Er wordt voor die feiten geen tuchtprocedure opgestart omdat het rookvrije statuut van de desbetreffende kamer werd opgeheven op 6 maart
- 3.
- Op 8 maart 2007 stelt een penitentiair beambte lastens de verzoeker opnieuw een rapport aan de directeur op, nu wegens het afleggen van IX-5635-2/8 valse verklaringen door de verzoeker. Blijkens dat rapport waren vier penitentiair beambten hiervan getuige. Het rapport luidt als volgt : “Stefan kreeg op 06-03-‘07 een rapport aan de directeur omdat hij zat te roken op de rookvrije kamer (kamer 24). Toen de pb van dienst (pb S.) hem vroeg om z’n sigaret te doven weigerde hij dit en zei: ‘Van de ko’s Pauwels en M. mag ik dat wel’. Die namiddag verklaarde hij ook nog tegen pb Van B. I: ‘Ik mag dat wel van Werner en Eddy (de ko’s), maar de Roger wil mij nekken, maar ik zal hem wel een(s) nekken’. Deze uitspraak is echter onwaar. Noch ko P., noch ikzelf heb ooit tegen S. gezegd dat kamer 24 niet langer een rookvrije kamer zou zijn. Er is reeds eerder vastgesteld dat S. rookte op de rookvrije kamer, maar het is steeds bij een waarschuwing gebleven naar S. toe. Nu S. voor deze overtreding wel een rapport opliep legt hij valse verklaringen af waardoor het lijkt dat hij van beide ko’s wel de toestemming had om daar te roken.” 3.
- Op 9 maart 2007 wordt aan de verzoeker meegedeeld dat naar aanleiding van het rapport van 8 maart 2007 een tuchtprocedure lastens hem wordt opgestart. 3.
- De verzoeker en zijn raadsman worden op de zitting van 9 maart 2007 door de directeur gehoord, in aanwezigheid van drie penitentiair beambten. Op diezelfde dag legt de directeur de verzoeker de tuchtsanctie op van vijf dagen verblijf op zaal, wegens het afleggen van leugenachtige verklaringen over penitentiair beambten. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft laattijdig haar memorie van antwoord en het administratief dossier ingediend. Overeenkomstig artikel 21, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State worden de door de verzoeker aangehaalde feiten als bewezen geacht, tenzij deze feiten kennelijk onjuist zijn. Overeenkomstig artikel 21, vijfde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State wordt de memorie van antwoord ambtshalve uit de debatten geweerd. IX-5635-3/8 V. Ontvankelijkheid van het beroep 5.
- Met betrekking tot zijn actueel belang bij het onderhavige beroep stelt de verzoeker in zijn toelichtende memorie dat de bestreden tuchtsanctie ter kennis komt van de commissie tot bescherming van de maatschappij bij de behandeling van zijn dossier in het kader van een mogelijke reclassering. Bovendien wordt de tuchtmaatregel volgens hem opgenomen in een overzicht van tuchtsancties, zodat bij een volgende tuchtprocedure al dan niet voor gelijkaardige feiten een zwaardere sanctie kan worden opgelopen. 5.
- In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat de verzoeker geen belang meer heeft bij het onderhavig beroep. Vooreerst argumenteert zij dat hij niet expliciet aanvoert over een moreel belang te beschikken bij de vernietiging van de bestreden tuchtsanctie. Wat de mogelijke impact van die tuchtsanctie op toekomstige tuchtsancties betreft, merkt zij op dat de verzoeker niet langer verblijft in de gevangenis te Merksplas, maar sinds 20 juni 2008 in de strafinrichting te Turnhout, waar de bestreden tuchtsanctie niet voorkomt op zijn tuchtregister. Wel is die tuchtsanctie volgens haar nog vermeld op het document van de gevangenis te Merksplas dat een overzicht geeft van de daar opgelopen sancties. Wat de mogelijke nadelige invloed op zijn reclasseringsdossier betreft, stelt de verwerende partij dat de verzoeker ook na de bestreden tuchtsanctie is blijven genieten van regelmatige uitgangsvergunningen en systematisch penitentiair verlof. Volgens haar heeft de commissie tot bescherming van de maatschappij de reclassering van de verzoeker dus duidelijk niet laten afhangen van dit incident. 5.
- De verzoeker doet blijken van een morrel belang bij het aanvechten van de bestreden tuchtstraf, daargelaten de vraag of de opgelegde tuchtstraf in aanmerking komt bij het opleggen van een nieuwe tuchtstraf, voor nieuwe feiten, in zoverre deze eventueel in aanmerking zou kunnen worden genomen bij het opleggen van een nieuwe tuchtstraf, voor nieuwe feiten, ook in een andere strafinrichting, of bij de beoordeling van zijn voorwaardelijke invrijheidstel- ling. IX-5635-4/8 VI. Onderzoek van de middelen Tweede middel Standpunt van de partijen 6.
- In een tweede middel voert de verzoeker onder meer de schending aan van de rechten van verdediging. Hij stelt samen met zijn raadsman diverse malen het lokaal van de hoorzitting te hebben moeten verlaten, terwijl dit niet het geval was voor de opsteller van het rapport, die gedurende de gehele tuchtprocedure bij de directeur aanwezig was en die volgens de verzoeker enkel kan worden gehoord in aanwezig- heid van de gedetineerde en diens raadsman. De verzoeker betoogt dat tijdens zijn afwezigheid de directeur telefonisch contact zou hebben genomen met een getuige, hoewel dit niet blijkt uit de bestreden beslissing, waarin het betrokken personeelslid niet opgegeven is als gehoorde getuige. Nochtans konden telefonische contacten volgens de verzoeker wel degelijk plaatsvinden in aanwezigheid van hem en zijn raadsman, nu de telefoons uitgerust zijn met een speaker-functie zodat het telefoongesprek door alle aanwezigen kon worden gevolgd en hij of zijn raadsman desgevallend opmerkingen konden formuleren. Gelet op de lange duur van de tuchtzitting en op de vele onderbrekingen, stelt de verzoeker aan de directeur te hebben gevraagd om de notulen voor te lezen, wat evenwel zonder enige reden geweigerd werd. De verzoeker merkt hierbij op dat het verslag van de zitting de enige mogelijkheid is voor een beroepsinstantie om na te gaan of de directeur rekening heeft of minstens kan hebben gehouden met vragen van de verzoeker, van zijn raadsman, van de opsteller van het rapport, van eventuele getuigen of van de directeur zelf. Dit klemt volgens de verzoeker des te meer daar de tuchtprocedure een mondelinge procedure is zonder mogelijkheid om een schriftelijk verweer voor te bereiden. 6.
- In haar laatste memorie repliceert de verwerende partij dat het aan de overheid toekomt om te beoordelen of het horen van getuigen wel nuttig is voor de verdediging of voor het vaststellen van de waarheid. Zij stelt dat de directeur te dezen met de nodige zorgvuldigheid enkele malen de hoorzitting heeft opgeschort om telefonische informatie in te winnen bij de personeelsleden van het paviljoen IX-5635-5/8 waar de verzoeker verbleef. Gelet op het feit dat zij van dienst waren en op de geografische spreiding van de paviljoenen binnen de gevangenis, konden deze personeelsleden volgens haar onmogelijk hun post verlaten om op de tuchtrechtelij- ke hoorzitting te komen getuigen. Zij wijst erop dat de informatie die door deze personeelsleden is meegedeeld aan de directeur, tijdens de hoorzitting is meegedeeld aan de verzoeker en zijn raadsman, zodat zij hiertegen hun verweer konden ontwikkelen. Dat enkel de heer M. is opgenomen als getuige in het verslag van de hoorzitting, heeft volgens haar te maken met het feit dat deze als enige fysiek aanwezig was tijdens de hoorzitting. Zij meent dat uit de samenlezing van de bestreden beslissing en de andere stukken van het administratief dossier evenwel blijkt dat geen twijfel kan bestaan omtrent de identiteit van de personen waarmee de directeur telefonisch contact heeft gehad en dat het daarbij meegedeelde de bevestiging was van de gegevens vastgesteld in het rapport van 8 maart
- Zij betoogt dat, nu het aan de overheid toekomt om over de opportuniteit van het horen van getuigen te beslissen, de schending van de rechten van verdediging niet kan worden afgeleid uit het niet letterlijk opnemen van een “tegenspraak” die wel in de feiten gevoerd is kunnen worden met betrekking tot het telefonisch aan de directeur gemelde, in het bijzonder daar de tegenspraak van de verzoeker inhoudelijk ongedifferentieerd was en slechts bestond uit een loutere ontkenning van de inhoud van het rapport van 8 maart
- Beoordeling 6.3.
- Het algemeen beginsel betreffende het recht van verdediging in tuchtzaken houdt in dat een tuchtstraf pas kan worden opgelegd nadat de betrokkene de gelegenheid heeft gekregen zich nuttig te verdedigen ten aanzien van de tegen hem ingebrachte beschuldigingen. Ook een gedetineerde kan zich op dat beginsel beroepen. Het algemeen beginsel betreffende het recht van verdediging houdt onder meer in dat een tuchtrechtelijk vervolgde persoon kennis krijgt van al hetgeen in verband met zijn zaak aan de beslissende overheid ter kennis wordt gebracht, en dat voornoemde persoon over de tenlastelegging tegenspraak kan voeren. Dit veronderstelt dat de tuchtoverheid haar beslissing slechts steunt op gegevens die aan de tegenspraak van de betrokkene zijn onderworpen. IX-5635-6/8 6.3.
- De verwerende partij geeft toe dat de directeur de tuchtrechtelijke hoorzitting enkele malen heeft opgeschort om dus in afwezigheid van de verzoeker en zijn raadsman telefonisch informatie in te winnen bij verschillende personeelsle- den van het paviljoen waar de verzoeker verbleef. Hoewel de verwerende partij aanvoert dat de informatie op die wijze verkregen door de directeur, tijdens de hoorzitting aan de verzoeker en zijn raadsman is meegedeeld zodat zij hiertegen hun verweer konden ontwikkelen, wordt vastgesteld dat van die telefoongesprekken geen spoor is terug te vinden in het verslag van de hoorzitting noch in de bestreden beslissing. Aldus blijkt niet uit het administratief dossier met welke personeelsleden de directeur telefonisch contact heeft gehad, wat zij aan de directeur hebben verklaard, dat deze informatie is meegedeeld aan de verzoeker en zijn raadsman en wat het belang was van die verklaringen voor de directeur bij het nemen van zijn beslissing. Op grond van het administratief dossier valt dus niet na te gaan of de verzoeker kennis heeft gekregen van al hetgeen in verband met zijn zaak aan de beslissende overheid ter kennis is gebracht en of hij hieromtrent tegenspraak heeft kunnen voeren. Bovendien blijkt uit het verslag van de hoorzitting dat de raadsman van de verzoeker heeft gevraagd om dit verslag voor te lezen en dat de directeur dit heeft geweigerd. Aldus blijkt niet dat de verzoeker enige controle heeft kunnen uitoefenen op hetgeen tijdens de hoorzitting geacteerd is. Bijgevolg dient de schending van de rechten van verdediging te worden aangenomen. 6.3.
- Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van 9 maart 2007 van de directeur van de strafinrichting Merksplas waarbij aan Stefan Peeters de tuchtsanctie wordt opgelegd van vijf dagen verblijf op zaal. IX-5635-7/8
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 26 oktober 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniel Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-5635-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.281 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div