id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.282 Rolnummer: A. 100047/IX-2713 Zaak: Arrest 197282 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 26/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-04 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:44 Fiche Arrest nr 197.282 van 26 oktober 2009 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. IXe KAMER nr. 197.282 van 26 oktober 2009 in de zaak A. 100.047/IX-2713 In zake : Philippe VANDER MEERSCH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Simeons kantoor houdend te Brussel Fontainasstraat 13 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, vertegenwoor- digd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean Bourtembourg kantoor houdend te Brussel Zwitserlandstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep Het beroep, ingesteld op 4 februari 2001, strekt tot de nietigver- klaring van “het examen uitgeschreven door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de functie van economisch en commercieel afgevaardigde met standplaats te Keulen/Den Haag/ Europese Instellingen en derhalve de benoeming door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van de voor deze functies weerhouden personen”. II. Verloop van de rechtspleging De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft op 25 oktober 2002 een verslag neergelegd. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. IX-2713-1/9 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 oktober
- Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ilse de Jongh, die loco advocaat Veerle Simeons verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Joëlle Lancelot, die loco advocaat Jean Bourtembourg verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 1.
- Met brieven van 9 juli 2000 en 8 augustus 2000 stelt de verzoeker zich kandidaat voor vacante betrekkingen van economisch en handelsattaché met standplaats in Den Haag, Keulen en bij de Brusselse delegatie bij de Permanente Vertegenwoordiging bij de Europese Unie te Brussel. 1.
- De selectieprocedure verloopt in drie fasen : - een beoordeling, op basis van een reeks testen, door de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling (hierna : BGDA), waarbij de kandidaten in drie groepen worden ingedeeld : “gunstig”, “gunstig met voorbehoud” of “ongunstig”; - een test over de kennis van de functie en de taken van een economisch en handelsattaché; - een evaluatiegesprek met de kandidaten die door de BGDA in de categorieën “gunstig” of “gunstig met voorbehoud” werden ingedeeld. Tijdens deze proef wordt eveneens de mondelinge kennis van het Engels en/of het Duits getest. 1.
- De verzoeker wordt op basis van de door de BGDA georganiseer- de testen in de categorie “gunstig met voorbehoud” gerangschikt. IX-2713-2/9 Voor de test over de kennis van de functie en de taken van een economisch en handelsattaché behaalt hij 175 punten op
- Na het evaluatiegesprek wordt hij als tweede kandidaat voorgesteld voor de vacante betrekking met standplaats in Den Haag. Hij wordt niet voorgesteld als kandidaat voor de andere betrekkingen. 1.
- Op 30 november 2000 beslist de Brusselse Hoofdstedelijke Regering de volgende personen aan te werven : - voor de standplaats in Den Haag: Rudy De Becker, of indien deze de betrekking afwijst, Philippe Vander Meersch (de verzoeker); - voor de standplaats in Keulen: Bart Vandeputte, of indien deze de betrekking afwijst, Bernd Schneider; - voor de standplaats in Brussel: Bernd Schneider, of indien deze de betrekking afwijst, Bernard Basteyns of Laurent Hellebaut, in die volgorde. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 2.
- De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op. Zij laat gelden dat de verzoeker de vernietiging beoogt van de arbeidsovereenkomsten die met de aangeworven kandidaten werden gesloten, zodat de Raad van State niet bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Ook het beroep tegen het examenresultaat is niet ontvankelijk, aangezien dit slechts een voorbereidende handeling betreft. 2.
- Krachtens artikel 578, 1/, van het Gerechtelijk Wetboek zijn de arbeidsrechtbanken bevoegd voor geschillen inzake arbeidsovereenkomsten. Evenwel sluit het bestaan van een arbeidsovereenkomst niet uit dat eenzijdige bestuursbeslissingen die van de arbeidsovereenkomst kunnen worden afgescheiden, overeenkomstig artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State voor vernietiging vatbaar zijn. IX-2713-3/9 Meer bepaald is de Raad van State bevoegd om kennis te nemen van beroepen tot nietigverklaring tegen eenzijdige administratieve rechtshandeling- en die het sluiten van een arbeidsovereenkomst voorafgaan. Te dezen vordert de verzoeker niet de nietigverklaring van de arbeidsovereenkomsten van de benoemde kandidaten, maar wel van de selectieproe- ven en van de daarop volgende beslissing van 30 november 2000 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwerving van economische en handelsattachés, dus van de eenzijdige bestuursbeslissingen die aan het sluiten van de arbeidsovereen- komst met de betrokkenen voorafgaan en daarvan afgescheiden zijn. Bijgevolg dient te worden besloten dat de Raad van State bevoegd is om van het vernietigingsberoep tegen deze beslissingen kennis te nemen. Voorts is het examenresultaat niet louter voorbereidend en dus aanvechtbaar in de mate dat dit de verzoeker een definitief nadeel berokkent. De exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 3.
- In een eerste middel voert de verzoeker de schending aan van “de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshande- lingen, de schending van de materiële motiveringsplicht en de afwezigheid van de rechtens vereiste feitelijke grondslag [...] [en de] schending van het privé-leven (artikel 22 Grondwet)”. De verzoeker laat gelden dat hij niet op een officiële wijze in kennis werd gesteld van de bestreden beslissing en van de motieven die aan die beslissing ten grondslag liggen, dat hij voortdurend zelf informatie diende in te winnen en dat hij zich onvoldoende heeft kunnen verdedigen. IX-2713-4/9 De verzoeker formuleert de volgende grieven waaruit moet blijken dat de kennisgeving en de motivering van de bestreden beslissing niet correct zijn gebeurd: - de resultaten van de selectieproeven werden niet spontaan aan de kandidaten medegedeeld, waardoor de verzoeker zelf het initiatief moest nemen om de resultaten bij een kabinetsmedewerker op te vragen. Bovendien werden de resultaten telefonisch medegedeeld, hetgeen een schending uitmaakt van de privacy, aangezien om het even wie de resultaten telefonisch had kunnen opvragen; - de resultaten van de verzoeker voor twee onderdelen van de selectieproeven werden niet correct weergegeven. Nadat de verzoeker de kabinetsmedewerker en de BGDA daarop had geattendeerd, beloofde de verantwoordelijke psycholoog om de vergissing recht te zetten, maar bij inzage van het dossier op 10 november 2000 bleek dat nog niet gebeurd te zijn; - de resultaten van de verzoeker voor de Engelse taaltest werden verkeerd opgenomen in het beoordelingsrapport van de BGDA. Hoewel de verzoeker tweemaal “zeer goed” en eenmaal “goed” scoorde, vermeldde dit rapport driemaal “goed”. De verantwoordelijke psycholoog deelde aan de verzoeker mede dat een rectificatie geen invloed zou hebben gehad op zijn beoordeling. Dit kan echter worden betwijfeld, vermits ze het verschil kan uitmaken tussen de categorie A “geslaagd” en de categorie B “geslaagd met voorbehoud”. De verzoeker stelt dat aangezien 90% van zijn resultaten uitstekend waren, hij minstens in de categorie A had moeten worden geklasseerd. Beoordeling 3.2.
- Vooreerst dient te worden opgemerkt dat, hoewel individuele rechtshandelingen individueel aan de betrokkenen ter kennis moeten worden gebracht, de omstandigheid dat de overheid zulks zou hebben nagelaten, de regelmatigheid van de beslissing niet aantast. Bijgevolg kan het feit dat de resultaten van de selectieproeven niet spontaan aan de verzoeker werden medegedeeld als zodanig niet leiden tot de vernietiging van de bestreden beslissingen. Bovendien blijkt uit het administratief dossier dat op 6 november 2000 aan de verzoeker een kopie van de dossierstukken werd overhandigd. IX-2713-5/9 3.2.
- Verzoekers grief dat het verstrekken van telefonische inlichtingen de privacy van de kandidaten had kunnen aantasten, omdat derden de examenresul- taten hadden kunnen opvragen, kan evenmin als een annulatiemiddel tegen de bestreden beslissingen worden aangevoerd. Daargelaten dat de verzoeker de beweerde inbreuk op de privacy niet aantoont, zou een dergelijke inbreuk geen gevolgen hebben voor de wettigheid van de bestreden beslissingen. 3.2.
- Met betrekking tot het argument van de verzoeker dat de resultaten voor twee onderdelen van de selectieproeven niet correct werden weergegeven, moet worden vastgesteld dat uit het administratief dossier inderdaad blijkt dat in het verslag betreffende het selectieonderzoek door de BGDA de scores die de verzoeker behaalde op de kennistoets betreffende de Brusselse en de Europese instellingen werden omgewisseld. Evenwel blijkt uit het administratief dossier eveneens dat deze omwisseling achteraf werd gecorrigeerd, zodat bij de eindbeslissing met de juiste scores rekening werd gehouden. 3.2.
- Met betrekking tot het argument van de verzoeker dat zijn scores voor de Engelse taaltest in het beoordelingsrapport van de BGDA verkeerd werden weergegeven, moet worden opgemerkt dat zulks niet blijkt uit het administratief dossier. Aan de verzoeker werd driemaal de score “goed” toegekend, terwijl nergens kan worden uit afgeleid dat de verzoeker de score “zeer goed” zou hebben gekregen, maar deze score verkeerd werd overgenomen door de BGDA. Bovendien blijkt niet dat de rangschikking van de verzoeker bij de kandidaten “gunstig met voorbehoud” en niet bij de kandidaten “gunstig”, het gevolg was van een voorbehoud bij zijn kennis van de Engelse taal. Integendeel blijkt uit het verslag van de BGDA dat het voorbehoud gesteund is op een beoordeling van de persoonlijkheid van de verzoeker. Meer bepaald werd geoordeeld dat hij “op het gebied van creativiteit [...] heel wat minder [scoort]” en dat hij “niet geneigd [is] innoverend uit de hoek te komen”. 3.2.
- Het eerste middel is derhalve niet gegrond. IX-2713-6/9 B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 4.
- In een tweede middel voert de verzoeker “machtsoverschrijding”, “machtsafwending” en “schending van het gelijkheidsbeginsel (artikel 10 en 11 Grondwet)” aan. De verzoeker laat gelden dat het examen niet voor alle kandidaten op dezelfde wijze werd georganiseerd, “met als gevolg een verkeerd examenresul- taat”. Hij merkt vooreerst op dat de selectieproeven niet anoniem zijn verlopen en dat de antwoordformulieren van de VCI- proef (testen van commercieel inzicht) niet onmiddellijk werden opgehaald en tijdens de middagpauze op de tafels bleven liggen, waardoor ze door andere kandidaten konden worden ingezien. Bovendien dienden sommige kandidaten een langere taaltest af te leggen dan anderen. De verzoeker voert voorts aan dat de taaltest van slechte kwaliteit was, aangezien deze minstens twee fouten bevatte. Bovendien zijn volgens de verzoeker geïnformatiseerde taaltesten niet objectief, omdat de computer geen feedback kan geven en de kandidaten geen echte score te zien krijgen na afloop van de test. Bovendien waren de afgenomen testen niet voldoende functiegericht om de professionele en praktische talenkennis van een economisch en commercieel attaché na te gaan. Beoordeling 4.2.
- Vooreerst moet worden opgemerkt dat de verzoeker weliswaar aanvoert dat de anonimiteit bij de selectietesten niet was gewaarborgd, maar dat hij niet aantoont dat hij als gevolg daarvan op enigerlei wijze is benadeeld. In zijn arresten Pletinckx, nr. 22.299 van 2 juni 1982, en De Bruyn, nr. 32.853 van 27 juni 1989, heeft de Raad van State overwogen dat men uit het absoluut karakter van het beginsel van objectiviteit en onpartijdigheid van de examencommissie niet dient af te leiden dat alle materiële vormvereisten die IX-2713-7/9 strekken tot waarborg van die objectiviteit en die onpartijdigheid, zelf een absoluut karakter vertonen, dat die waarborgen en, inzonderheid, ‘de anonimiteit van de gegadigden’ wijze voorzorgsmaatregelen zijn die de gevallen waarin de objectiviteit en de onpartijdigheid terecht of ten onrechte in twijfel kunnen worden getrokken, verminderen, dat zij in overeenstemming dienen te zijn met andere vereisten inzake het organiseren van examens en dat men uit het ontbreken van dergelijk vormvereis- te niet kan afleiden dat de gegadigden niet op objectieve en onpartijdige wijze zijn beoordeeld. De Raad van State handhaaft te dezen het standpunt dat hij in de genoemde arresten heeft ingenomen. De omstandigheid dat de anonimiteit van de kandidaten niet volstrekt was gewaarborgd, volstaat niet om tot de onregelmatigheid van de selectieproeven te besluiten. Die proeven kunnen slechts voor onregelmatig worden gehouden indien de verzoeker concrete gegevens aanvoert die aantonen -of minstens aannemelijk maken- niet alleen dat de anonimiteit van de kandidaten ontbrak, maar ook dat dit gemis van anonimiteit tot een partijdige beoordeling van de kandidaten heeft geleid. De verzoeker brengt echter geen dergelijke gegevens aan. 4.2.
- Wat het feit betreft dat sommige kandidaten de uitgebreide taaltest en andere kandidaten slechts de vereenvoudigde taaltest moesten afleggen, dient te worden opgemerkt dat bij de taaltesten enkel rekening werd gehouden met de modules “actieve algemene woordenschat”, “actieve professionele woordenschat” en “grammaticale structuren” die in de beide versies van de taaltesten voorkomen. Het feit dat de kandidaten de uitgebreide of de vereenvoudigde test hebben afgelegd, heeft derhalve geen invloed gehad op het door de betrokkenen behaalde resultaat. 4.2.
- Voorts beperkt de verzoeker zich tot de loutere bewering dat de computertesten fouten bevatten en dat de taaltesten niet objectief zouden zijn. Deze beweringen volstaan evenwel niet om te kunnen besluiten dat de resultaten van deze testen niet betrouwbaar zouden zijn. 4.2.
- Het tweede middel is derhalve evenmin gegrond. IX-2713-8/9 BESLISSING
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 173,53 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 26 oktober 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-2713-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.282 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div