← België

Arrest 197283 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Reglementen - 26/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.283 Rolnummer: A. 164792/IX-4991 Zaak: Arrest 197283 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Reglementen - 26/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-04 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:44 Fiche Arrest nr 197.283 van 26 oktober 2009 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. IXe KAMER nr. 197.283 van 26 oktober 2009 in de zaak A. 164.792/IX-4991 In zake : de AUTONOME VERZORGINGSINSTELLING VIRGA JESSEZIEKENHUIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Devers kantoor houdend te Gent Kouter 71-72 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-Paul Lavigne kantoor houdend te Sint-Truiden Tongersesteenweg 15 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep Het beroep, ingesteld op 1 augustus 2005, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 6 juni 2005 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, waarbij het besluit van de raad van bestuur van de Autonome Verzorgingsinstelling Virga Jesseziekenhuis van 1 december 2004 tot aanvulling van het administratief statuut met de aanwervingsvoorwaarden voor de functie van keukenchef (C4-C5) wordt vernietigd. II. Verloop van de rechtspleging De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft op 20 januari 2009 een verslag opgemaakt. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. IX-4991-1/4 Met een beschikking van 23 september 2009 is de datum van de terechtzitting vastgesteld op 19 oktober

  1. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieter Waegemans, die loco advocaat Patrick Devers, verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Jean-Paul Lavigne, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  2. III. Ontvankelijkheid van het beroep
  3. Met aangetekende brieven van 23 juli 2008 en 23 september 2008 informeert de auditeur-verslaggever bij de raadsman van de verzoekende partij, op wiens adres deze partij keuze van woonplaats heeft gedaan, naar eventuele nieuwe ontwikkelingen die een weerslag kunnen hebben op de verdere behandeling van de zaak, naar de belangstelling van de verzoekende partij voor een gewone afhandeling van de zaak en naar haar actueel belang bij de vernietiging van de bestreden beslissing. De voormelde brieven worden door de verzoekende partij niet beantwoord.
  4. Met een aangetekende brief van 4 november 2008 herneemt de auditeur-verslaggever zijn voormelde vragen aan de verzoekende partij. Hij stelt, onder verwijzing naar de brieven van 23 juli 2008 en 23 september 2008 en de reeds verstreken termijn om daarop te antwoorden, dat één bijkomende termijn wordt verleend, dewelke loopt tot 1 december
  5. Hij wijst de verzoekende partij er tevens op dat, bij het uitblijven van een antwoord, kan worden vastgesteld dat niet voldoende medewerking werd verleend aan de rechter. IX-4991-2/4 Ook deze brief wordt door de verzoekende partij niet beantwoord.
  6. In haar laatste memorie geeft de verzoekende partij toe dat op de brieven van 23 juli 2008, 23 september 2008 en 4 november 2008 niet werd geantwoord, maar zij wijt dit aan het niet langer tewerkgesteld zijn van “de verantwoordelijke persoon voor het dossier binnen het Virga Jesse Ziekenhuis”, zodat “een andere persoon zich het dossier [...] eigen [moest] maken vooraleer te antwoorden”. Zij voert echter aan dat zich geen wijzigingen hebben voorgedaan sinds het indienen van het verzoekschrift en zij houdt voor nog steeds over een actueel belang te beschikken.
  7. Een verzoekende partij, wil zij haar belang bij het ingestelde beroep bewaren, moet een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor haar zaak tonen. Haar houding mag voorts het behoorlijk verloop van het proces, waartoe ook zij moet bijdragen, niet verstoren. Om die redenen is zij verplicht haar medewerking aan de rechter te verlenen wanneer zij daartoe wordt verzocht. Wanneer bovendien haar belang uitdrukkelijk in vraag wordt gesteld, moet zij daarover dadelijk een standpunt innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen. Wanneer een verzoekende partij bij de instructie van de zaak door het aangewezen lid van het auditoraat om aanvullende informatie wordt verzocht, moet zij daarover dan ook uitsluitsel geven. Indien zij van oordeel is dat de vraagstelling complex is, dan wel dat er bepaalde omstandigheden zijn die enig uitstel bij het formuleren van een antwoord kunnen rechtvaardigen, mag van haar ten minste worden verwacht dat zij de ontvangst van de gestelde vragen bevestigt en uitlegt waarom zij niet of niet onmiddellijk een antwoord kan geven. Te dezen heeft de verzoekende partij op geen enkele brief van de auditeur-verslaggever ook maar enige reactie gegeven, ofschoon zij uitdrukkelijk is gewezen op de mogelijke weerslag van dit stilzitten op de beoordeling van haar gebleven belangstelling bij het beroep, en dus van haar actueel belang. Het hiervóór beschreven gemis aan belangstelling van de verzoekende partij voor de behandeling van haar beroep kan niet meer worden goedgemaakt in een laatste memorie. Een laatste memorie strekt er immers toe de Raad in te lichten hoe tegen de bevindingen van het auditoraatsverslag wordt aangekeken. Dit vereist wel dat aan het auditoraat ten behoeve van zijn onderzoek IX-4991-3/4 ten nuttigen tijde de gevraagde inlichtingen zijn voorgelegd. Met de in de laatste memorie aangebrachte informatie alsnog rekening houden zou geheel strijden met de door de wetgever ingebouwde stappen van de schriftelijke procedure en met de essentiële rol van het auditoraat bij de instructie van de zaak.
  8. De verzoekende partij moet de gevolgen van haar gebrek aan medewerking met de rechter dragen. Aangenomen moet worden dat de verzoekende partij, door de voormelde brieven van de auditeur-verslaggever onbeantwoord te laten en zo doende de rechter haar tijdige medewerking te onthouden, niet doet blijken van het door de wet vereiste actueel belang. Ambtshalve moet dan ook worden vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is. BESLISSING
  9. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 26 oktober 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-4991-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.283 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.