← België

Arrest 197338 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 27/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.338 Rolnummer: A. 112588/IX-3118 Zaak: Arrest 197338 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 27/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-29 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:45 Fiche Arrest nr 197.338 van 27 oktober 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 197.338 van 27 oktober 2009 in de zaak A. 112.588/IX-3118 In zake :

  1. de VZW VLAAMSE DIERENARTSENVERENIGING
  2. Marc JANSSENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frank Gillijns kantoor houdend te Asse Arsenaalstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de ORDE DER DIERENARTSEN, bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrik De Maeyer en Xavier Leurquin kantoor houdend te Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 8 november 2001, strekt tot de nietigverklaring van: - in hoofdorde, de “Code der Plichtenleer uitgave 2001”, aangenomen door de Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen op 4 augustus 2001, - in ondergeschikte orde, de artikelen 2, 4, 6, 7, 8, 11, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 22, 23, 24, 25, 27, 31, 37, 40, 41, 42, 43 en 45 van de “Code der Plichtenleer uitgave 2001”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. IX-3118-1/5 De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 april
  5. Kamervoorzitter Paul Lemmens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Frank Gillijns, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Patrick De Maeyer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Wettelijk kader en feiten
  7. Volgens artikel 5 van de wet van 19 december 1950 tot instelling van de Orde der Dierenartsen hebben de raden van de Orde onder meer tot taak te “zorgen voor de naleving van de veeartsenijkundige plichtenleer, de eer, de eerlijkheid en de waardigheid van en de geheimhouding door de leden der Orde in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van het beroep, en zelfs buiten hun beroepsbedrijvigheid in geval van zware fouten, die een weerslag zouden hebben op de eer van het beroep”. Artikel 11 van voormelde wet van 19 december 1950 bepaalt dat de Hoge Raad van de Orde “de regelen van de veeartsenijkundige plichtenleer [vaststelt], overeenkomstig de in artikel 5 van deze wet vermelde doeleinden”.
  8. In de loop van het jaar 2000 wordt beslist om een nieuwe code van plichtenleer op te stellen, ter vervanging van de “Code, 8e editie, van 19 december 1998”. IX-3118-2/5 Op 4 augustus 2001 neemt de Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen de “Code der Plichtenleer uitgave 2001” aan. Deze code treedt in werking op 1 oktober
  9. Deze code, die het voorwerp uitmaakt van het voorliggende beroep, wordt bij brief van 10 september 2001 aan de leden van de Orde der Dierenartsen en aan de representatieve beroepsverenigingen ter kennis gebracht.
  10. Op 5 mei 2007 keurt de Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen de “Code der Plichtenleer uitgave 2007” goed. Deze code, die in werking treedt op 1 oktober 2007, wordt door de verzoekende partijen met een afzonderlijk annulatieberoep bestreden. Deze zaak is ingeschreven op de algemene rol onder het nummer A. 185.898/IX-
  11. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  12. Zoals bij de uiteenzetting van de feiten reeds is opgemerkt is de thans bestreden “Code der Plichtenleer uitgave 2001” met ingang van 1 oktober 2007 vervangen door een nieuwe code. De toepassing van de bestreden code is bijgevolg in de tijd beperkt geweest tot de periode tussen de inwerkingtreding ervan (1 oktober 2001) en de inwerkingtreding van de nieuwe code (1 oktober 2007).
  13. Ten gevolge van de vervanging van de “Code der Plichtenleer uitgave 2001” door de “Code der Plichtenleer uitgave 2007” is de bestreden code uit de rechtsorde verdwenen. In principe heeft een partij geen belang meer om de nietigverklaring te vorderen van een reglement dat, zoals de code, in de loop van het geding is opgeheven en - zoals te dezen- vervangen door een nieuw reglement, tenzij zij aannemelijk maakt dat zij een actueel belang bij het beroep heeft behouden. Het komt derhalve in deze gewijzigde context aan de verzoekende partijen toe om nader toe te lichten waarin hun actueel belang bij het annulatiebe- roep nog bestaat.
  14. Met brieven van 15 oktober 2007 en 3 april 2009 heeft de staatsraad-verslaggever de verzoekende partijen uitgenodigd om mee te delen of zij IX-3118-3/5 menen nog een actueel belang te hebben bij de normale afwikkeling van het voorliggende annulatieberoep en om hun belang nader toe te lichten. Met brieven van 13 november 2007 en 15 april 2009 delen de verzoekende partijen mee dat zij menen nog steeds over een actueel belang te beschikken. Zij voeren in dat verband aan dat zij de nieuwe “Code der Plichtenleer uitgave 2007” met een afzonderlijk annulatieberoep hebben bestreden en dat de verwerende partij “de betwiste Code verder [zou] kunnen hanteren hangende de procedure van het nieuw annulatieberoep”. Daarenboven merken zij op dat de inwilliging van het annulatieberoep tegen de nieuwe “Code der Plichtenleer uitgave 2007” tot gevolg zou hebben dat de middels het voorliggende beroep bestreden code opnieuw in werking zou treden. Met een schrijven van 23 maart 2009 deelt de verwerende partij mee dat er geen tuchtprocedures meer hangende zijn die binnen het toepassingsgebied van de “Code der Plichtenleer uitgave 2001” vallen, zodat deze code geen deel meer uitmaakt van de interne rechtsorde.
  15. De verzoekende partijen kunnen niet gevolgd worden in zoverre zij stellen dat de bestreden “Code der Plichtenleer uitgave 2001” hangende de procedure van het annulatieberoep tegen de “Code der Plichtenleer uitgave 2007” (zaak A. 185.898/IX-5792) zou kunnen worden toegepast. Het annulatieberoep dat de verzoekende partijen hebben ingesteld tegen de nieuwe code heeft immers geen schorsende werking, zodat die code onverkort moet worden toegepast zolang ze niet vernietigd is. De verwerende partij stelt voorts dat er geen tuchtprocedures meer hangende zijn die binnen het toepassingsgebied van de “Code der Plichtenleer uitgave 2001” vallen. De verzoekende partijen tonen, elk wat hen betreft, het tegendeel niet aan. De verzoekende partijen voeren evenwel aan dat, in geval van vernietiging van de “Code der Plichtenleer uitgave 2007” (in de zaak A. 185.898/IX-5792), de thans bestreden “Code der Plichtenleer uitgave 2001” opnieuw in werking zou treden. Zonder zich ten gronde uit te spreken over de vraag wat de precieze gevolgen zouden zijn van een eventuele vernietiging van de “Code der Plichtenleer uitgave 2007” -gevolgen die overigens door de Raad van State IX-3118-4/5 beperkt zouden kunnen worden, met toepassing van artikel 14ter van de gecoördineerde wetten op de Raad van State-, moet de Raad van State vaststellen dat de verzoekers niet onaannemelijk maken dat zij nog een actueel belang zouden kunnen hebben bij de vernietiging van de “Code der Plichtenleer uitgave 2001” als de “Code der Plichtenleer uitgave 2007” vernietigd zou worden. In die zin is het behoud van hun belang in de thans voorliggende zaak mede afhankelijk van het gevolg dat de Raad van State zal geven aan hun beroep in de zaak A. 185.898/IX-
  16. In de gegeven omstandigheden past het dan ook om de debatten te heropenen. De zaak kan dan verder behandeld worden samen met de zaak A. 185.898/IX-5792, of nadat in die zaak uitspraak zal zijn gedaan. BESLISSING
  17. De debatten worden heropend.
  18. De partijen zullen opnieuw opgeroepen worden voor een terechtzitting. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 27 oktober 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, met bijstand van Wim Geurts, griffier. De griffier, De voorzitter, Wim Geurts Paul Lemmens IX-3118-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.338 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.272 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.395 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.