id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.366 Rolnummer: A. 190782/X-14012 Zaak: Arrest 197366 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-09 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:45 Fiche Arrest nr 197.366 van 27 oktober 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 197.366 van 27 oktober 2009 in de zaak A. 190.782/X-14.
- In zake : David DE BUSSERE, die woonplaats kiest bij advocaat I. VAN DER VORST, kantoor houdende te 9000 GENT, Pekelharing 4 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat David DE BUSSERE op 19 december 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing op 17.10.2008 te Brussel gewezen door de Vice-minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, (...), vervat in het Ministerieel Besluit houdende inwilliging van het beroep van de Gewestelijk Stedenbouwkundige ambtenaar (...)”, en waarbij hem de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor het verbouwen van een magazijn tot een juweliersgroothandel te Gent, Rozemarijnstraat 104-106, kadastraal bekend sectie F, nr. 527/f3; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 10 april 2009; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 10 juli 2009, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; X-14.012-1/3 Gelet op de beschikking van 6 augustus 2009, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 25 september 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. MARTENS, die loco advocaat I. VAN DER VORST verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat I. BOCKSTAELE, die loco advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend die niet bij ter post aangetekende brief verstuurd werd. Krachtens artikel 84 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State moeten alle processtukken bij een ter post aangetekende brief aan de Raad van State toegezonden worden. Zoals onder meer blijkt uit het verslag aan de Regent dat voorafgaat aan dit besluit, is de bedoeling van dit voorschrift vaste datum te geven aan de aan de Raad van State toegezonden processtukken. Dit voorschrift is van openbare orde. De griffie heeft in haar brief van 9 april 2009 uitdrukkelijk de aandacht van de verzoekende partij op dit voorschrift gevestigd. De memorie van wederantwoord heeft evenmin vaste datum verkregen binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 21, tweede lid van voormelde gecoördineerde wetten. X-14.012-2/3 De verzoekende partij heeft ter terechtzitting geen argumenten aangebracht waaruit blijkt dat in casu geen toepassing kan worden gemaakt van artikel 21, tweede lid van de wetten op de Raad van State. Dienvolgens staat niets de toepassing van artikel 21, tweede lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State in de weg. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig oktober 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-14.012-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.366 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div