← België

Arrest 197404 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 27/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.404 Rolnummer: A. 192469/XII-5806 Zaak: Arrest 197404 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 27/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-29 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 03:45 Fiche Arrest nr 197.404 van 27 oktober 2009 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 197.404 van 27 oktober 2009 in de zaak A. 192.469/XII-

  1. In zake: Piet DELBECQUE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat J.-P. Vandervondelen kantoor houdend te Vilvoorde Xavier Buissetstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE JETTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Simonart kantoor houdend te Brussel Guldenvlieslaan 68/9 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 5 mei 2009, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Jette van 18 februari 2009 houdende ontslag van Piet Delbecque uit zijn ambt aan de gemeentelijke muziekacademie. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een verslag over het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing opgesteld op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 juni 2009; de zaak is uitgesteld naar de terechtzitting van 15 september 2009 en is nog voor die zitting uitgesteld naar de zitting van 29 september
  4. XII-5806-1\7 Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Rudi Loos, die loco advocaat Jean-Pierre Vandervondelen verschijnt voor verzoeker en advocaten Thomas Vantomme en Mira Deckx, die loco advocaat Philippe Simonart verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Verzoeker is vast benoemd leraar “woord” aan de gemeentelijke muziekacademie M. Van de Moortel te Jette. 3.
  7. Tijdens het schooljaar 2006-2007 wordt door de gemeente een tuchtprocedure tegen verzoeker ingesteld. Op 28 september 2007 laat de gemeente aan de raadsman van verzoeker weten geen beslissing genomen te hebben in het kader van deze procedure en af te zien van de uitoefening van zijn tuchtrechtelijke macht. 3.
  8. Op 23 oktober 2007 deelt de gemeente aan verzoeker zijn “specifieke opdracht voor het schooljaar 2007-2008” mee. Verzoeker is vanaf 8 november 2007 afwezig. Met schrijven van 12 november 2007 laat de gemeente aan verzoeker weten “tot op heden” nog niets te hebben vernomen over de motieven van verzoekers afwezigheid en hem daarom “in gebreke [te] stellen”, onder verwijzing naar “de mogelijkheid van ontslag zonder opzeggingstermijn indien [hij] zonder geldige reden [zijn] betrekking verlaat en gedurende een ononderbroken periode van meer dan tien kalenderdagen afwezig blijft”. XII-5806-2\7 Verzoeker betwist via zijn raadsman zijn nieuwe taak- omschrijving, zowel wat het takenpakket betreft dat hem ontzegt les te geven, als wat het lokaal betreft waar hij zijn opdracht moet uitoefenen. Volgens hem is sprake van een represaillemaatregel. Hij legt klacht neer bij de F.O.D. Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Op 21 december 2007 brengt de directie Toezicht op het welzijn van het werk verslag uit over de klacht, die gedeeltelijk gegrond wordt verklaard. Op 14 maart 2008 deelt de gemeente aan verzoeker mee dat aanpassingswerken aan het lokaal zijn gerealiseerd en dat zij verwacht dat verzoeker het werk hervat op 9 april
  9. Als bijlage gaat het takenpakket van verzoeker. Op 18 april 2008 deelt de gemeente aan verzoeker mee, vast te stellen dat hij het werk op 9 april 2008 niet hervat heeft. Weer wordt verzoeker gewezen op de mogelijkheid van ontslag zonder opzeggingstermijn indien hij zonder geldige reden zijn betrekking verlaat en gedurende een ononderbroken periode van meer dan tien kalenderdagen afwezig blijft. De raadsman van verzoeker antwoordt op 8 mei 2008 : “Ik bevestig ontvangst van uw brief dd. 18.04.[2]008 en verstuurd op 25.04.
  10. Tevens neem ik akte van uw verwijzing naar het decreet van 27.03.1991 en de mogelijkheid van ontslag zonder opzegtermijn”. 3.
  11. Op 15 september 2008 deelt de gemeente aan verzoeker mee wat zijn “specifieke opdracht voor het schooljaar 2008-2009” als pedagogisch coördinator is. Meegedeeld wordt waar en wanneer verzoeker wordt verwacht op 18 september 2008, met de toevoeging : “Wij zullen u ter plaatse ontvangen”. Op 18 september 2008 antwoordt verzoekers raadsman per fax : “Aangezien het standpunt van de heer Delbecque goed gekend is en er tot op heden geen enkel inhoudelijk antwoord aan werd verleend, zal hij geen gevolg geven aan uw oproep zich vandaag aan te bieden om 13 uur”. 3.
  12. Op 23 september 2008 beslist het college van burgemeester en schepenen, eensdeels, om verzoeker aan te stellen als pedagogisch coördinator met een opdracht van 9/22 vanaf 18 september 2008 en, anderdeels, om voor het XII-5806-3\7 schooljaar 2008-2009 de contractuele begeleiding van verzoeker door het OVSG goed te keuren. Van deze beide beslissingen vordert verzoeker de nietigverklaring bij de Raad van State. Bij arrest nr. 196.760 van 8 oktober 2009 stelt de Raad van State vast dat beide bestreden beslissingen door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Jette op 9 juni 2009 werden ingetrokken, zodat het beroep zonder voorwerp is en beslist de Raad dat het om die reden verworpen moet worden. 3.
  13. Op 6 en 16 oktober 2008 schrijft verzoeker, naar aanleiding van een uitnodiging voor een leraarsvergadering, brieven aan de directeur van de muziekacademie. Hij verklaart in de eerste brief bereid te zijn “tot een waardige dialoog, die, met vrijwaring van al [zijn] rechten, wil zoeken naar het herstel en naar het normaliseren van onze betrekkingen”. In de tweede brief vraagt hij een gesprek om “naar een mogelijkheid [te] zoeken om het beschadigde vertrouwen te herstellen en onze samenwerking op een waardige manier te kunnen hervatten”. De brieven blijven zonder antwoord. 3.
  14. Op 18 februari 2009 beslist de gemeenteraad van de gemeente Jette om verzoeker te ontslaan op grond van artikel 60, 3/, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding (het rechtspositiedecreet). Het besluit verwijst naar de afwezigheid van verzoeker zonder medisch attest, sinds 18 september 2008 en naar de brief van verzoekers raadsman van 18 september 2008 “waaruit blijkt dat hij niet akkoord gaat met de hem toegekende opdracht voor het huidige schooljaar”. Op 9 juni 2009 beslist het college van burgemeester en schepenen om aan de gemeenteraad voor te stellen dit ontslag in te trekken. Tot aan de sluiting van de debatten blijkt niet dat de gemeenteraad zich naderhand over dit voorstel heeft uitgesproken, of dat dit voorstel zelfs maar geagendeerd is geworden, noch kon de raadsman van verwerende partij enige informatie geven of en wanneer dat dan wel zou kunnen gebeuren. XII-5806-4\7 IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
  15. Verwerende partij heeft nagelaten om in deze zaak een administratief dossier in te dienen. Op de terechtzittingen verwijst zij enkel naar de schriftelijke procedure, terwijl zij in die procedure geen enkel verweer heeft gevoerd. Alleszins verzet zij zich dan ook niet er tegen dat deze zaak met korte debatten wordt beslecht, zoals voorgesteld door het auditoraat. V. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep
  16. Met het door verzoeker bestreden besluit beslist de gemeenteraad ook “zijn beraadslaging van 21.01.2009 tot ontslag van [verzoeker] te annuleren”. De Raad van State heeft geen kennis van deze “beraadslaging” van 21 januari
  17. Verzoeker heeft bij voorliggend beroep in ieder geval enkel belang om zijn ontslag aan te vechten, zodat het voorwerp daartoe wordt beperkt. VI. Onderzoek van de middelen Uiteenzetting van het eerste middel
  18. Verzoeker put een eerste middel uit de schending van artikel 60, 3/, van het rechtspositiedecreet. Hij herinnert aan de vaste rechtspraak van de Raad van State die vergt dat dit ontslag -een maatregel die wordt genomen in het belang van de dienst en die gestoeld is op de gedachte dat de ambtenaar die na een geoorloofde afwezigheid zijn dienst niet hervat en meer dan tien kalenderdagen afwezig blijft, geacht wordt vrijwillig uit dienst te zijn getreden- maar kan worden toegepast indien bewezen is dat het betrokken personeelslid meer dan tien werkdagen afwezig is én de concrete omstandigheden van de zaak het vermoeden dat de betrokken ambtenaar niet langer in dienst wenst te blijven niet weerlegt, waarbij het van geen belang is of het door betrokkene aangebrachte motief ter weerlegging van dat vermoeden de toets van de wettigheid kan doorstaan omdat dit motief immers als louter feitelijk gegeven in aanmerking moet worden genomen. In casu is het motief waarom hij afwezig blijft aan verwerende partij bekend. Uiteraard was de gemeente op datum van de bestreden beslissing ook bekend met het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing in de XII-5806-5\7 procedure die precies betrekking heeft op zijn aanstelling als pedagogisch coördinator aan de gemeentelijke muziekacademie en zijn takenpakket. Uit zijn briefwisseling en in de procedure blijkt keer op keer dat hij wenst om zich opnieuw te integreren in de school én om te werken. Aldus mocht verwerende partij geenszins veronderstellen dat hij de bedoeling had om vrijwillig uit dienst te treden. Beoordeling
  19. De feitelijke gegevens van de zaak, zoals beschreven door verzoeker, kunnen inderdaad niet het vermoeden wettigen dat hij niet langer in dienst wenst te blijven. Verzoeker mag zich op goede grond beroepen op de vaste rechtspraak van de Raad van State terzake de toepassing van deze ontslagmaatregel. De eerste auditeur heeft terecht gemeend dat dit beroep slechts korte debatten vereist. Het middel is gegrond. VII. De vordering tot schorsing
  20. De nietigverklaring van de bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de door verzoeker ingediende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing geen voorwerp meer heeft. BESLISSING
  21. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Jette van 18 februari 2009 houdende ontslag van Piet Delbecque uit zijn ambt aan de gemeentelijke muziekacademie.
  22. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
  23. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. XII-5806-6\7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 27 oktober 2009, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Frank Bontinck, griffier. De griffier, De voorzitter, Frank Bontinck Geert Van Haegendoren XII-5806-7\7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.404 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.