← België

Arrest 197412 - Penitentiair recht - 28/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.412 Rolnummer: A. 186246/IX-5807 Zaak: Arrest 197412 - Penitentiair recht - 28/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-09 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:45 Fiche Arrest nr 197.412 van 28 oktober 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 197.412 van 28 oktober 2009 in de zaak A. 186.246/IX-

  1. In zake : Abdessamad BELHADJ, die woonplaats kiest bij advocaat P. VERPOORTEN, kantoor houdende te OOSTHAM, Heldenplein 42 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Abdessamad BELHADJ op 12 december 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de directeur van de strafinrichting Brugge - Mannenafdeling 1 van 12 november 2007, waarbij de verzoeker de volgende straffen worden opgelegd : - drie dagen strafcel, vanaf 10 november 2007 tot en met 13 november 2007, - twee weken strikt regime, aansluitend op de nog lopende sanctie (d.w.z. vanaf 6 januari 2008 tot en met 19 januari 2008), - één maand glasbezoek vanaf 20 januari 2008 tot en met 2 maart 2008, - telefoonverbod tot en met 19 februari 2008; Gelet op het arrest nr. 178.018 van 18 december 2007 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 11 januari 2008 door de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 15 januari 2008 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; IX-5807-1/3 Gezien het verslag opgesteld door adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 17 juni 2009; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 19 augustus 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. IX-5807-2/3 Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 28 oktober 2009, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS D. MOONS. IX-5807-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.412 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.178.018 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.