← België

Arrest 197447 - Milieuvergunningen - 29/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.447 Rolnummer: A. 193064/VII-37381 Zaak: Arrest 197447 - Milieuvergunningen - 29/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-10 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:46 Fiche Arrest nr 197.447 van 29 oktober 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 197.447 van 29 oktober 2009 in de zaak A. 193.064/VII-37.381 In zake: de BVBA BOUWCENTRALE SCHELDERODE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Flamey en Gregory Verhelst kantoor houdend te Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 19 juni 2009, strekt tot de nietigverkla- ring van het besluit van het afdelingshoofd van de afdeling Milieuvergunningen van 18 mei 2009 waarbij het beroep van de BVBA Bouwcentrale Schelderode, ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 5 maart 2009 waarbij aan Katrien De Smedt de milieuvergunning deels wordt verleend en deels wordt geweigerd voor het verder exploiteren en veranderen van een veeteeltinrichting, gelegen aan de Oudenburgse Sluis 22 te Zelzate, onontvankelijk wordt bevonden. II. Verloop van de rechtspleging 2. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 september 2009. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. VII-37.381-1/6 Advocaat Gregory Verhelst, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Saartje Callens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Op 5 maart 2009 verleent de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen aan Katrien De Smedt een milieuvergunning voor het veranderen van een veeteeltbedrijf, gevestigd aan de Oudenburgse Sluis 22 te Zelzate. 4. Deze beslissing wordt bekendgemaakt door aanplakking van 23 maart tot en met 21 april 2009. 5. De verzoekende partij, die recent in de nabijheid van de vergunde inrichting drie woningen heeft gebouwd, stelt op 15 mei 2009 een administratief beroep in. 6. Met een brief van 18 mei 2009 wordt door de verwerende partij aan de verzoekende partij meegedeeld dat haar administratief beroep onontvankelijk is bevonden. 7. Dit is de bestreden beslissing. 8. De brief is een standaardformulier, waarop is aangekruist: "het beroep is niet ingediend bij ter post aangetekend schrijven binnen de door artikel 51 van titel I van het VLAREM voorgeschreven termijn van 30 kalenderdagen"; en waarop met de hand is bijgeschreven "overeenkomstig artikel 51, §2, 3/ van titel I van het VLAREM". VII-37.381-2/6 9. Op 27 mei 2009 drukt de verzoekende partij haar verbazing uit over het onontvankelijk bevinden van haar beroep, gelet op rechtspraak van de Raad van State die zij aanhaalt, en waaruit moet blijken dat de beroepstermijn pas begint te lopen "de dag na afloop van de aanplakkingstermijn". Zij vraagt de thans bestreden beslissing in te trekken en het beroep alsnog ontvankelijk te verklaren. 10. Met een brief van 4 juni 2009 verwerpt de verwerende partij die vraag. Zij is van oordeel dat haar standpunt de "enige werkbare berekening (

  1. is)van de termijn, aangezien er anders een te grote discrepantie komt tussen het einde van de beroepstermijn voor bijvoorbeeld de aanvrager van de vergunning waarbij de beroepstermijn begint te lopen na de dag van de ontvangst van de aangetekende zending: dit zou en een te ongelijke behandeling inhouden tussen aanvrager en derden en een praktisch probleem creëren bij de behandeling van een beroep doordat bij een onmiddellijke indiening van een beroep door een aanvrager of een adviesverlener de behandelingstermijn begint te lopen terwijl bijna twee maand later nog een beroep van een omwonende kan ontvangen worden". Zij verwijst ook naar de wil van de decreetgever "zoals verwoord in stuk 291 (1984-1985) nr. 14 van de Vlaamse Raad: 'Dat voor de aanvrager daarmee wordt bedoeld de dag waarop hij individueel kennis krijgt van de beslissing. Voor de personen bedoeld in artikel 24, §1, 5/, is het de dag waarop de beslissing door aanplakking collectief wordt openbaar gemaakt'". IV. Onderzoek van het enig middel Standpunt van de partijen 11. De verzoekende partij voert in een enig middel de schending aan van artikel 23, §§ 2 en 3, en van artikel 24, §1, 5/, en §2, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna : milieuvergunningsdecreet), van artikel 51, §1, samen met artikel 49, §1, 4/, artikel 51, §2, en artikel 52 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna : Vlarem I), van de materiële motiveringsplicht en van het redelijkheidsbeginsel. Zij stelt ook dat de rechtens vereiste feitelijke en juridische grondslag ontbreekt. VII-37.381-3/6 Ze verwijst naar de rechtspraak van de Raad van State die volgens haar de enige interpretatie is die strookt met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. De visie van de verwerende partij zou volgens haar ertoe leiden dat de belangheb- bende derde, die aangewezen is op de in de wet voorziene aanplakking om kennis te krijgen van de vergunningsbeslissing, in een ongunstiger positie wordt geplaatst tegenover andere kandidaat-beroepers, aan wie het besluit wel wordt genotificeerd. 12. Ter zitting houdt de verwerende partij haar standpunt staande en verwijst hiervoor naar rechtspraak van de Raad van State, onder meer naar het arrest nr. 70.041 van 4 december 1997, en naar artikel 52, 1/, c), van Vlarem I. Beoordeling 13. Artikel 23 van het milieuvergunningsdecreet luidt als volgt : "§ 1. Tegen elke beslissing over vergunningsaanvragen in eerste aanleg genomen door het college van burgemeester en schepenen, kan beroep worden ingediend bij de deputatie van de provincieraad, die uitspraak doet binnen een termijn van vier maanden na ontvangst van het beroepsschrift. § 2. Tegen elke beslissing over vergunningsaanvragen in eerste aanleg genomen door de deputatie van de provincieraad, kan beroep worden ingediend bij de Vlaamse regering, die uitspraak doet binnen een termijn van vijf maanden na ontvangst van het beroepsschrift. § 3. Het beroep bedoeld in § 1 en § 2 moet worden ingediend bij aangetekend schrijven binnen een termijn van dertig dagen na de bekendmaking van de bestreden beslissing". 14. Indien de bekendmaking bestaat uit de aanplakking gedurende een bepaalde termijn, is die bekendmaking niet volledig geschied zolang die termijn niet is verstreken. De beroepstermijn gaat in dat geval in na het verstrijken van die termijn. De verwerende partij steunt zich op de formulering van artikel 51, § 2, 3/,van Vlarem I, om aan te nemen dat de termijn, in dit specifieke geval, begint te lopen de dag na de aanvang van de aanplakkingstermijn. Die bepaling luidt als volgt : "§ 2. Het in § 1 bedoelde beroep bij de Vlaamse regering dient ingediend bij ter post aangetekend schrijven, gericht aan de Vlaamse minister, op het adres van de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, of van het kabinet van de Vlaamse minister binnen een termijn van dertig kalenderdagen: (...) 3/ voor de in artikel 49, § 1, 4/ vermelde personen, na de dag dat tot de in artikel 31 bedoelde aanplakking van de bekendmaking is overgegaan". VII-37.381-4/6 Het door de verwerende partij ter zitting aangehaalde artikel 52, 1/, c), van Vlarem I luidt als volgt : "Het in artikel 51 bedoelde beroep wordt bekendgemaakt en behandeld als volgt : 1/ Onderzoek ontvankelijkheid: (...)
  2. c)wordt het beroep ontvankelijk bevonden, dan wordt de indiener van het beroep door de Vlaamse minister of de in sub
  3. a)vermelde gemachtigde ambtenaar binnen veertien kalenderdagen na het verstrijken van de periode van bekendmaking bedoeld in artikel 31 hiervan per ter post aangetekend schrijven in kennis gesteld; in zoverre het beroep niet door de exploitant is ingediend, wordt deze laatste binnen dezelfde termijn door voormelde Vlaamse minister of gemachtigde ambtenaar per ter post aangetekend schrijven kennis gegeven van het ontvankelijk beroep". 15. Zelfs indien in Vlarem I gelezen zou kunnen worden dat de termijn begint te lopen vanaf de dag van de aanplakking, moet worden vastgesteld dat dergelijke lezing onverenigbaar is met de termijn bepaald in artikel 23 van het milieuvergunningsdecreet, zodat de in die lezing kortere beroepstermijn als onwettig buiten toepassing moet worden gelaten bij toepassing van artikel 159 van de Grondwet. 16. Het door de verwerende partij ter zitting aangehaalde arrest van de Raad van State nr. 70.041 van 4 december 1997 is ter zake niet dienend aangezien uit dit arrest niet blijkt dat voor de bekendmaking er een termijn van aanplakking was vastgesteld. 17. De verzoekende partij had te dezen tijd tot 21 mei 2009 om een administratief beroep in te stellen. Haar op 15 mei 2009 ingestelde administratief beroep was dan ook tijdig en in dat opzicht ontvankelijk. Door anders te beslissen heeft de verwerende partij artikel 23 van het milieuvergunningsdecreet geschonden. 18. Het middel is gegrond. VII-37.381-5/6 BESLISSING 1. De Raad van State vernietigt het besluit van het afdelingshoofd van de afdeling Milieuvergunningen van 18 mei 2009 waarbij het beroep van de BVBA Bouwcentrale Schelderode, ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 5 maart 2009 waarbij aan Katrien De Smedt de milieuvergunning deels wordt verleend en deels wordt geweigerd voor het verder exploiteren en veranderen van een veeteeltinrichting, gelegen aan de Oudenburgse Sluis 22 te Zelzate, onontvankelijk wordt bevonden. 2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig oktober tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit : Luc Hellin, kamervoorzitter, met bijstand van Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.381-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.447 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.