id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.449 Rolnummer: A. 180177/VII-36848 Zaak: Arrest 197449 - Milieuvergunningen - 29/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-12 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:46 Fiche Arrest nr 197.449 van 29 oktober 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 197.449 van 29 oktober 2009 in de zaak A. 180.177/VII-36.848. In zake: 1. Koen NUYTS 2. Robert CAVENTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ludwig Sol kantoor houdend te Turnhout Gemeentestraat 4, bus 6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Iris Laureys kantoor houdend te Buggenhout Provincialebaan 20 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 12 januari 2007, strekt tot de nietigver- klaring van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 13 november 2006 waarbij het beroep, ingediend tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 6 april 2006, houdende het gedeeltelijk verlenen van de vergunning aan de BVBA VERBEKE om een veeteeltbedrijf, gelegen aan de Kortijnen te Retie, te exploiteren, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 192.593 van 23 april 2009 zijn de debatten heropend en is het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat gelast met het aanvullend onderzoek van de zaak. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een aanvullend verslag opgesteld. VII-36.848-1/9 De verzoekers hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 september 2009. Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart D'Haene die, loco advocaat Ludwig Sol verschijnt voor de verzoekers, en advocaat Iris Laureys, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eens- luidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Op 9 december 2005 dient de BVBA VERBEKE, die te Sint- Niklaas een zonevreemde kippenfokkerij uitbaat, een milieuvergunningsaanvraag in om, met stopzetting van haar kippenfokkerij, te Retie een varkenskwekerij uit te baten. Voor die nieuwe uitbating worden 59.700 kippen omgezet naar 2.882 vleesvarkens. De nieuwe uitbating wordt gevestigd in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De aanvraag betreft de uitbating van een nieuwe inrichting overeenkomstig de delokalisatieregeling vervat in artikel 33ter, § 1, 1/, c), 5), van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen (hierna : meststoffendecreet). De percelen waarop de nieuwe geherlokaliseerde inrichting zal uitgebaat worden, zijn eigendom van Marcel Keysers die zelf op de naastgelegen percelen een varkensbedrijf (zeugen) uitbaat en de stedenbouwkundige vergunning voor de bouw van de varkensstallen is aangevraagd door Tim Keysers, de zoon van Marcel. Uit het aanvraagdossier blijkt duidelijk dat de nieuwe varkenskwekerij door VII-36.848-2/9 de familie Keyzers zal worden uitgebaat en dat, na de toestemming tot verplaatsing, de vergunning aan hen zal worden overgedragen. 4. Volgens het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan Herentals-Mol, is de inrichting in Retie gelegen in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied, op 1.400 meter van een woongebied met landelijk karakter en op 1.700 meter van een woongebied. 5. Op 6 april 2006 verleent de deputatie van de provincie Antwerpen (gedeeltelijk) de gevraagde vergunning. 6. Het buurtcomité "Kortijnen" tekent, samen met de tweede verzoeker, op 9 juni 2006 beroep aan tegen deze vergunning. 7. Na het inwinnen van de nodige adviezen, wordt het beroep op 13 november 2006 verworpen. Het bevat de volgende voor de behandeling van de onderhavige zaak relevante motieven : "Gelet op het feit dat (
- de)beroepindiener de volgende bezwaren doet gelden : het is niet de bedoeling van de heer Verbeke om zijn bedrijf om te vormen tot een varkensbedrijf en te herlokaliseren naar Retie maar dat (het) de heer Keysers en/of één van zijn vennootschappen is die het bedrijf van de heer Verbeke overneemt, omvormt en verplaatst naar Retie, zodat hij zijn reeds omvangrijk varkensbedrijf nog kan uitbreiden, wat in tegenstelling is met wat de minister meermaals heeft gesteld dat een uitbreiding van de varkensstapel niet meer kan, vermits, volgens de minister, eerst de waterkwaliteit dient te verbeteren; dat het voorgaande als volgt kan gestaafd worden: - de heer Keysers geeft op 21 november 2005 een exploitatierecht aan de BVBA Verbeke op een stuk grond te Retie dat zijn eigendom is naast een zeugenbedrijf dat ook zijn eigendom is en wat hij nodig heeft voor zijn eigen mestafzet; men geeft toch geen exploitatierecht aan een concurrent en is het verwerken nu niet meer zo duur?; - de heer Tim Keysers (zoon van) heeft op 14 februari 2006 een stedenbouw- kundige vergunning ingediend op een stuk grond van zijn vader die het exploitatierecht heeft gegeven aan de heer Verbeke, waarom?; - de heer Verbeke heeft verklaard dat zijn zoon in de landbouw zou treden; - het is geen massahysterie vermits er 3 aanvragen zijn voor in totaal 4.135 mestvarkens en allemaal op een afstand van 300 meter, waarvan 1 ten oosten en 2 ten westen van onze woningen; - de heer Keysers heeft de burgemeester meermaals aangesproken of de verplaatsing kan toegestaan worden op een ander perceel grond dat niet zijn eigendom is; - iedereen in Retie weet dat het de bedoeling is van de heer Keysers om zijn bedrijf uit te breiden voor zijn kinderen; er loopt ook nog een dossier te Dessel; - het is niet moeilijk voor de heer Keysers, wanneer alle vergunningen bekomen zijn, de BVBA Verbeke over te nemen en eventueel als hoofdaan- VII-36.848-3/9 deelhouder de touwtjes in handen te hebben, vermits een overname slechts gemeld dient te worden; - een overplaatsing vanuit een industriegebied naar Retie kan niet vermits dit een zwarte gemeente is waar geen uitbreiding van de mestproductie nog mogelijk is; dat volgens het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan de open ruimtes moeten gevrijwaard worden en er geen grondloze bedrijven mogen opgericht worden; het bedrijf is gelegen in een waardevol agrarisch gebied en niet als een agrarische bedrijvenzone; volgens het structuurplan moeten nieuwe grondloze bedrijven in een agrarische bedrijvenzone, wat evenwel in Kortijnen niet aanwezig is; Gelet op het horen op 24 juli 2006 door de Gewestelijke Milieuvergunnings- commissie van de aanvrager, die bij dit horen inzonderheid het volgende stelt: - het beroep heeft weinig te maken met de vergunning verleend aan de nv Verbeke; - milieutechnisch is de aanvraag aanvaardbaar; - de heer Tim Keysers zal evenwel de vergunning later overnemen; (...) Gelet op de ligging van de inrichting in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan Herentals-Mol, vastgesteld bij koninklijk besluit van 28 juli 1978; Gelet op het feit dat de inrichting volgens het voormelde gewestplan gelegen is op een afstand van circa: - 1.000 meter van een woongebied ander dan een woongebied met landelijk karakter; - 1.000 meter van een woongebied met landelijk karakter; - 800 meter van een bosgebied; - 1.000 meter van een natuurgebied; Overwegende dat de afdeling Stedenbouwkundig Beleid in haar voormeld advies van 19 juli 2006 het volgende stelt : 'De voorgestelde, nieuwe inplantingsplaats is gelegen in het landschap- pelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan Herentals-Mol. De 1andschappelijk waardevol agrarisch gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin, waarbij bovendien bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsont- wikkeling te doen. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarisch gebieden enkel de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen alsmede de woning van de exploitanten bevatten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt en ook de para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 meter van een woongebied of op ten minste 100 meter van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. Het dichtstbijzijnde woongebied betreft een woongebied met landelijk karakter, en situeert zich op ongeveer 1.4 km van het betrokken perceel. Het dichtstbijzijnde woongebied ligt op ruim 1.7 km. Er stelt zich dan ook geen probleem met de wettelijke afstandsregels. Voor de plaats in kwestie bestaat er geen goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg, noch een behoorlijk vergunde niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid om de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan. De voorgestelde inplantingsplaats is gelegen vlak naast een ander, omvangrijk varkensbedrijf op het rechtsaanpalend perceel, zodat er op VII-36.848-4/9 ruimtelijk vlak geen bezwaren zijn tegen deze inplanting. Verderop in de straat liggen echter een tiental zonevreemde woningen, op een afstand van 80 tot 500 meter van het betrokken perceel. Het zijn de eigenaars van deze woningen, zonder uitzondering gelegen in het agrarisch gebied, die bezwaar indienden tegen de voorgestelde inplanting. Daar de bedrijvigheid in overeenstemming is met de ter plaatse geldende stedenbouwkundige voorschriften wordt gunstig advies gegeven, onder voorwaarde dat de nieuwe stallen worden opgericht op een afstand van minimaal 10 meter van de perceelsgrenzen en dat er een afdoend groenscherm wordt aangeplant langsheen de perceelsgrenzen'; Overwegende dat vanuit oogpunt van de stedenbouwkundige en ruimtelijke aspecten gesteld kan worden dat de exploitatie van de inrichting die het voorwerp van de voormelde milieuvergunningsaanvraag uitmaakt, hier verenigbaar is met de toepasselijke ruimtelijke en stedenbouwkundige voorschriften; Overwegende dat onderhavig beroep in hoofdzaak betrekking heeft op het besluit van 6 april 2006 van de bestendige deputatie waarbij vergunning wordt verleend om een nieuwe inrichting, na verplaatsen, stopzetting en omvorming van een bedrijf te Sint-Niklaas met plaatsen voor 59.700 leghennen, te exploiteren te Retie met plaatsen voor 2.882 vleesvarkens; (...) Overwegende dat de bezwaren aangehaald door de beroepindiener als volgt kunnen worden geëvalueerd: - de inrichting is gelegen in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied en voldoet aan al de voorwaarden van zowel VLAREM als het meststoffen- decreet; - de vergunning wordt verleend aan de BVBA Verbeke; derhalve is de verwijzing naar de heer Keysers niet ter zake vermits er in dit dossier geen sprake is van een bedrijf of overname van het bedrijf door de heer Keysers; Overwegende dat er bijgevolg aanleiding toe bestaat het beroep ongegrond te verklaren en de bestreden beslissing te bevestigen". Dit is het bestreden besluit. IV. Onderzoek van het tweede middel Standpunt van de partijen 8.1. In het tweede middel voeren de verzoekers een "dwaling over de feiten" aan. 8.2. In een eerste onderdeel merken de verzoekers op dat de perceelsafstanden niet correct zijn: "Doordat de Minister in de bestreden beslissing vermeld(t): 'Daar de bedrijvigheid in overeenstemming is met de ter plaatse geldende stedenbouwkundige voorschriften wordt gunstig advies gegeven, onder voorwaarde dat de nieuwe stallen worden opgericht op een afstand van minimaal 10 meter van de perceelsgrenzen en dat er een afdoend groenscherm wordt aangeplant langsheen de perceelsgrenzen'. VII-36.848-5/9 Terwijl uit het kadasterplan, waarop de nieuwe exploitatie ('nieuwbouw') werd aangeduid, overduidelijk blijkt dat de perceelsafstanden niet gerespecteerd worden. Op drie van de vier hoeken is de perceelsafstand slechts vier meter. Zodat de Minister er verkeerdelijk vanuit gaat dat de perceelsafstanden gerespecteerd worden. Uit het kadasterplan dat hem werd voorgelegd kan duidelijk vastgesteld worden dat (dit) niet het geval is". 8.3. In een tweede onderdeel gaat het volgens de verzoekers om de (zonevreemde) woningen in de omgeving: "Doordat de Minister in de bestreden beslissing vermeldt (blz. 6): 'Verderop in de straat liggen echter een tiental zonevreemde woningen, op een afstand van 80 tot 500 meter van het betrokken perceel. Het zijn de eigenaars van deze woningen, zonder uitzondering gelegen in agrarisch gebied, die bezwaar indienden tegen de voorgestelde inplanting'. Terwijl tweede verzoeker een landbouwer is met een kalverenbedrijf en zijn woning en landbouwbedrijf alleszins niet zonevreemd is. Ook de heer Eric Nuyt, een andere buurtbewoner die actief is in het buurtcomité Kortijnen, woont niet zone-vreemd. Hij woont in Kortijnen 17 en heeft een melkvee- bedrijf. Zodat de Minister ook m.b.t. deze overweging dwaalt in feiten". 9.1. De verwerende partij antwoordt in haar memorie van antwoord, wat het eerste onderdeel betreft, als volgt: "Het is niet de milieuvergunningverlenende overheid die zich uiteindelijk zal dienen uit te spreken over het al dan niet uitreiken van de noodzakelijke stedenbouwkundige vergunningen opdat de exploitatie zou kunnen van start gaan in Retie aan de Kortijnen. Feit is wel dat er een koppeling bestaat tussen het hebben van een milieuver- gunning voor veehouderij in een nieuwe stal en het hebben van de noodzakelij- ke stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van die nieuwe stal. De beoordeling van de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning voor de bouw van de nieuwe varkensstal is niet aan de orde in dit dossier. Evenmin zullen de bouwaanvraag en de bouwplannen dewelke werden gevoegd bij het milieuvergunningaanvraagdossier definitief bepalend zijn voor het toekennen of niet toekennen van de stedenbouwkundige vergunning; deze vergunningsaanvraag zal op haar eigen merites worden beoordeeld. Indien zou blijken dat niet wordt voldaan aan de stedenbouwkundige voorschriften bij de aanvraag van de bouwvergunning voor de nieuwe stal, zal de bouwvergunning voor de stal geweigerd worden. Op dat ogenblik kan de exploitant ook niet (meer) terugvallen op de bekomen milieuvergunning en de stedenbouwkundige toetsing van zijn milieuvergunningsaanvraag". 9.2. Wat het tweede onderdeel betreft, antwoordt de verwerende partij als volgt : "Verzoekers tillen blijkbaar zwaar aan het feit dat in het advies van de Afdeling Stedenbouwkundige Vergunningen wordt gewag gemaakt van het feit VII-36.848-6/9 dat een aantal van de bezwaarindieners tegen de voorgestelde verplaatsing en de omvorming van de nv Verbeke naar een vleesvarkensbedrijf binnen (hetzelfde) landschappelijk waardevol agrarisch gebied wonen, terwijl zijzelf zone-vreemd wonen, ttz terwijl zijzelf geen landbouwers zijn noch actief zijn in de para-agrarische sector. Eerste verzoekende partij is aannemer, tweede verzoekende partij is landbouwer. Eerste verzoekende partij woont op het eerste gezicht derhalve zone-vreemd, tweede verzoekende partij derhalve niet. De milieuvergunnende overheid verbindt aan dit gegeven geen bijkomende gevolgen. De enige reden waarom verzoekers zich zo druk lijken te maken in het feit dat een aantal van de bezwaarindieners in eerste aanleg ook niet 'zone-eigen' wonen lijkt te zijn dat zij menen dat zij hierdoor 'stiefmoederlijk' werden behandeld door de vergunningverlenende overheid, aangezien 'hun huizen' niet als even 'hindergevoelig' worden aanzien dan de huizen die zich bevinden in de zone-eigen gebieden, namelijk in de woongebieden op meer dan één kilometer van de beoogde exploitatie. Van bewoners van een agrarisch gebied kan/moet immers worden verwacht dat deze toleranter zijn als het gaat om het leven met 'gewone hinderlijke' gevolgen van een naburige landbouwexploitatie in de algemene zin zonder dat het om overdreven milieuhinder gaat dewelke kan aanleiding geven tot toezicht en sanctie. Zoals ook door Uw Raad werd geoordeeld in het kader van de beoordeling van het beweerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel zoals dit werd ingeroepen door verzoekers in de - inmiddels door Uw Raad afgewezen - vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de met huidig annulatieberoep bestreden beslissing maken verzoekers op geen enkel moment aannemelijk dat de hinder die zij lijden binnen het landschappelijk waardevol agrarisch gebied waarin zij zelf wonen (en voor wat betreft tweede verzoekende partij niet alleen wonen maar ook zelf werken) de perken zou te buiten gaan van wat in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied aanvaardbaar zou moeten worden geacht". 10. In een laatste memorie wijzen de verzoekers er onder meer op dat "de geëxploiteerde stal, waarvoor een milieuvergunning werd opgetrokken, zich op minder dan zes meter van de perceelsgrens bevindt en er evenmin een groen bufferscherm werd aangeplant"; aldus zou de exploitant van de milieuvergunning zich niet houden aan de voorwaarden van deze vergunning. Voorts merken ze op dat de verwerende partij er is van uitgegaan dat met de bezwaren van de omwonenden moeilijk rekening kan gehouden worden omdat ze toch zonevreemd wonen, terwijl dit voor een aantal buurtbewoners, onder wie tweede verzoeker, niet het geval is. VII-36.848-7/9 Beoordeling Eerste onderdeel 11.1. In het bestreden besluit wordt er niet uitgegaan van het gegeven dat de stal zou worden ingeplant op tien meter van de perceelsgrenzen. De door de verzoekers geciteerde passage komt uit het in het bestreden besluit geciteerde stedenbouwkundig advies, uitgebracht door de afdeling Stedenbouwkundig Beleid, dat gunstig was, op voorwaarde onder meer dat de genoemde afstand zou worden gerespecteerd. De verzoekers tonen geen dwaling omtrent de feiten aan in hoofde van de milieuvergunningverlenende overheid. Mocht de afstand van inplanting van de stal ten aanzien van de perceelsgrenzen als een voorwaarde zijn opgenomen in de milieuvergunning, dan tast een schending van deze voorwaarde op zich de wettigheid van de beslissing tot uitreiking van de milieuvergunning niet aan. Tweede onderdeel 11.2. De verzoekers citeren uit het advies van de afdeling Stedenbouw- kundig Beleid, opgenomen in het bestreden besluit. De verzoekers tonen helemaal niet aan dat dit gegeven, namelijk dat slechts een deel van de woningen in de straat zonevreemd is, zou hebben moeten of kunnen leiden tot een andere beoordeling van de vergunningsaanvraag nu uit de overwegingen van de verwerende partij nergens blijkt dat deze hieraan een bijzondere betekenis of conclusie hechtte. 11.3. Het tweede middel is ongegrond in zijn beide onderdelen. VII-36.848-8/9 BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekers worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 700 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig oktober tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Luc Hellin VII-36.848-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.449 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.452 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.593 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div