id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.585 Rolnummer: A. 194420/IX-6565 Zaak: Arrest 197585 - Penitentiair recht - 30/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-04 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 03:47 Fiche Arrest nr 197.585 van 30 oktober 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 197.585 van 30 oktober 2009 in de zaak A. 194.420/IX-6565 In zake : Hassan EL BATATI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Millen kantoor houdend te Hoeselt Tongersesteenweg 4, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 29 oktober 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “de beslissing van de technisch assistent-aannemers van de gevangenis te Hasselt van 23 oktober 2009 waarin verzoeker de mededeling kreeg dat hij ontslagen was sinds 14 oktober 2009”. II. Verloop van de rechtspleging
- Gelet op de beschikking van 29 oktober 2009 waarbij aan de verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend voor wat betreft de schorsingprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid; De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 oktober
- Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. IX-6565-1/5 Advocaat Wendy Gillard die, loco advocaat Jürgen Millen verschijnt voor de verzoeker, en attaché Xaveer Laureynt, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Alexander Van Steenberge, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is opgesloten in de strafinrichting te Hasselt. 3.
- Hij werkte in het atelier van de gevangenis. Op 7 oktober 2009 stelt een penitentiair beambte een observatie- rapport op dat als volgt luidt : “Op woensdag 07/10/2009 kreeg El Batati werk dat dringend moest gemaakt worden. In de loop van de dag heeft de knecht hem 3x gevraagd of zijn werk bijna gedaan was en/of hij nog genoeg onafgewerkte stuks had om het order af te maken. Op het einde hadden we 53 stuks tekort om het gevraagde aantal van de firma te kunnen maken. Donderdag melde El Batati zich ziek voor de rest van de week. Bij het opruimen van de werkplaats van El Batati vond de knecht nog een doos onder tafel weggestoken met onafgewerkte stuks. Meer dan voldoende om het gevraagde aantal stuks door de firma te kunnen maken. Ondertussen heeft de firma gevraagd hoe het komt dat wij niet het gevraagde aantal stuks hebben gemaakt terwijl zij meer dan voldoende materiaal hadden gezonden ?!” 3.
- Op 21 oktober 2009 vult de verzoeker een “rapportbriefje” in, waarin hij aan de technisch assistent-aannemers van de werkplaats de volgende vraag stelt : “Geachte, Graag had ik geweten waarom ik niet meer opgeroepen word.” IX-6565-2/5 3.
- Op 23 oktober 2009 antwoordt de technisch assistent-aannemers wat volgt : “Op 14/10/2009 ontslag. Voert de opgedragen taken niet uit. 23/10/2009 (...).” IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoer- legging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is.
- Wat de tweede voorwaarde betreft, met name het moeilijk te herstellen ernstig nadeel schrijft de verzoeker het volgende : “Verzoeker wijst uitdrukkelijk op het gegeven dat het verlies van werk bijzonder zware financiële gevolgen voor hem heeft aangezien verzoeker deze inkomsten kan aanwenden voor zijn levensonderhoud in de gevangenis alsook, voor het betalen van gerechtskosten en burgerlijke partijen hetgeen bij het behandelen van een strafuitvoeringsmodaliteit (voorwaardelijke invrijheid- stelling, elektronisch toezicht of beperkte detentie) door de strafuitvoerings- rechtbank een te toetsen voorwaarde betreft en een element vormt voor de (eventuele) toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit. Het feit dat verzoeker door het afnemen van werk alleszins in een beduidend zwakkere positie is gekomen maakt dat zijn kansen om een strafuitvoeringsmodaliteit te bekomen uiteraard ernstig gehypothekeerd wordt. Het verlies van een kans voor de strafuitvoeringsrechtbank maakt dat cliënt langer in detentie zou kunnen blijven daar waar hij, mits de tuchtsanctie niet zou worden opgelegd, een grotere kans op een modaliteit zou hebben en daaraan gekoppeld uiteraard een leven in de maatschappij (met werk, woonst, ...) zou kunnen uitbouwen. Verzoeker is volledig op zichzelf aangewezen in de gevangenis zodoende hij thans zonder inkomsten wordt gesteld wegens een tuchtsanctie die niet conform de voorgeschreven wettelijke bepalingen werd opgelegd en die, zoals gesteld die niet voorafgegaan werd door een tuchtprocedure... Het verlies van inkomsten alsmede het aanwenden van deze inkomsten voor reclasseringsdoel- einden (betalen gerechtskosten, burgerlijke partijen, boetes, ...) maken dat het verlies van werk een bijzonder ernstig en moeilijk te herstellen nadeel is. De uiterst dringende noodzakelijkheid is bijgevolg alsmede het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is bijgevolg voorhanden.” IX-6565-3/5
- Het eerste onderdeel van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel heeft uitsluitend betrekking op een financieel nadeel dat, overeenkomstig de vaste rechtspraak van de Raad van State, behoudens in uitzonderlijke gevallen die in voorliggend geval niet voorhanden zijn, in de regel steeds herstelbaar is.
- Het tweede onderdeel van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat uitgaat van een gebrek aan inkomsten, heeft betrekking op de strafuitvoerings- modaliteiten. Dit nadeel vloeit niet rechtstreeks voort uit de bestreden beslissing. Het vloeit immers voort uit een eventuele latere beslissing, waarvan de inhoud en de draagwijdte op dit ogenblik niet is gekend. Een dergelijk nadeel is puur hypothetisch en wordt niet in aanmerking genomen.
- Bijgevolg is niet voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing te kunnen bevelen.
- Wat de derde voorwaarde betreft, met name de uiterst dringende noodzakelijkheid, stelt de Raad van State vast dat het verzoekschrift geen uiteenzetting bevat van de uiterst dringende noodzakelijkheid.
- Bijgevolg is evenmin voldaan aan de derde cumulatieve voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en
- BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. IX-6565-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 30 oktober 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6565-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.585 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div