id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.598 Rolnummer: A. 159404/X-12183 Zaak: Arrest 197598 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-17 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 03:47 Fiche Arrest nr 197.598 van 3 november 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 197.598 van 3 november 2009 in de zaak A. 159.404/X-12.
- In zake: de v.z.w. STICHTING OMER WATTEZ, thans de v.z.w. MILIEU- FRONT OMER WATTEZ gevestigd te 9700 OUDENAARDE Kattestraat 23 tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 GENT Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 januari 2005, strekt tot de nietigverklaring van “het Besluit (van 16 november 2004) van de Gewestelijke Stedenbouwkundige ambtenaar (...) waarbij een stedenbouwkundige vergunning verleend wordt aan afdeling Bovenschelde met als adres Nederkouter 28, 9000 Gent, voor een goed gelegen aan de Veldekensdreef (Ove) te 9500 Geraardsbergen met als kadastrale omschrijving Geraardsbergen 4e afd., sectie B, 1 betreffende het aanleggen van een dwarsdijk ter creatie van een (kleinschalig) gecontroleerd overstromingsbied”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Barbara Speybrouck heeft een verslag opgesteld. X-12.183-1/16 De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 april
- Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gwijde Vermeire, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Wim Lammens, die loco advocaat Veerle Tollenaere verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Barbara Speybrouck heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Ontvankelijkheid van het beroep
- In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid op. Zij meent dat niet voldaan is aan de voorwaarden voor een v.z.w. om in rechte op te treden voor de Raad van State, vermits er geen band van evenredigheid bestaat tussen de bijzonder ruime definiëring van de doelstelling van de verzoekende partij, alsook het ruime werkingsgebied ervan, verspreid over 21 gemeenten, enerzijds, en de zeer beperkte weerslag van de bestreden stedenbouwkundige vergunning, die louter bedoeld is om een kleinschalig gecontroleerd overstromingsgebied te creëren, anderzijds. Bijgevolg voldoet de verzoekende partij niet aan het vereiste specialiteitsbeginsel en beschikt zij niet over het vereiste persoonlijke belang bij het beroep.
- In haar verzoekschrift licht de verzoekende partij haar belang bij het beroep als volgt toe: “
- Het (rechts)persoonlijk belang van de VZW Stichting Omer Wattez bij de vordering tot vernietiging
- In bijlage 4 vindt U de statuten van de vereniging zoals gepubliceerd op 3 december 2004 in het Belgisch Staatsblad. X-12.183-2/16 In artikel 1, §4 van de statuten wordt het werkingsgebied omschreven. Dit omvat 21 gemeenten uit een aaneengesloten regio, m.n. de Vlaamse Ardennen, waaronder Geraardsbergen.
- De doelstellingen van de vereniging zijn omschreven in artikel 2 van de statuten. Het is ook door onder meer deze doelstellingen aan te nemen dat een VZW de rechtspersoonlijkheid verwerft. Binnen dit werkingsgebied worden de navolgende doelstellingen nagestreefd: ‘Artikel 2, §
- De vereniging heeft tot doel het behoud, de bescherming en verbetering van het menselijk en natuurlijk leefmilieu kaderend in een duurzame ontwikkeling van de samenleving, waarbij voldaan wordt aan de behoeften van de huidige generatie, zonder dat daarbij de behoeften van de volgende generaties in het gedrang komen. §
- Deze doelstelling omvat: - het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van de biodiversiteit, natuur en natuurwaarden; - het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van open ruimte, landschappen, monumenten, cultureel erfgoed, stedenschoon en dorpsgezichten; - een verantwoord en efficiënt gebruik van de natuurlijke rijkdommen, ruimte en energiebronnen. Dit impliceert productie- en consumptiepatronen die de beschikbare milieugebruiksruimte en de draagkracht van het ecosysteem respecteren; - het bereiken van een algemene basismilieukwaliteit voor de milieucompartimenten water, bodem en lucht en het bereiken van een bijzondere milieukwaliteit in specifieke omstandigheden of gebieden; - het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van het stedelijk leefmilieu en van een leefbare woonomgeving. Dit impliceert het beperken van alle vormen van milieuhinder, waaronder geluidshinder, verkeersoverlast, geurhinder, lichthinder, ...; het bereiken van een beleid gericht op de bescherming van de gezondheid van de mens; het bereiken van een beleid dat berust op o.a. het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt; - het bereiken van een beleid dat gestoeld is op een volwaardige participatie van burgers en milieuverenigingen en dat de toegang tot het gerecht voor dezen garandeert. - het optreden in rechte voor de administratieve en gerechtelijke overheden, teneinde de toepassing van de doelstellingen sub par. 1 op het terrein te situeren binnen het werkgebied van de vereniging te verwezenlijken, onverminderd haar recht tot verhaal tegen administratieve besluiten van zelfs reglementaire aard. Bij deze actie kan zij alle nuttige of noodzakelijke vorderingen stellen, zoals staking en voorkoming van milieuschade, herstel in natura, schadevergoeding, bewarende maatregelen, enz. §
- De vereniging wil dit doel verwezenlijken, onder meer door: - het oprichten van of meewerken aan thematische netwerken, platformen en ad hoc samenwerkingsverbanden; - samenwerking met andere (milieu)verenigingen en koepels §
- De vereniging kan met alle wettelijke middelen de nuttige initiatieven nemen, steunen en coördineren, onder meer door: - het vertegenwoordigen in rechte en in feite van zijn leden, overal waar het belang van leefmilieu dit wenselijk en noodzakelijk maken; X-12.183-3/16 - de deelname aan de werking van advies- en overlegorganen; - rechtstreekse tussenkomsten bij officiële instanties en particulieren; - het realiseren van projecten en campagnes en het uitwerken van studies en publicaties; - het voeren van perscampagnes; - het organiseren van of meewerken aan openbare manifestaties; - de vrijwaring van het doel langs gerechtelijke weg; - het informeren en sensibiliseren van het brede publiek of van specifieke doelgroepen. - het vorderen voor de rechtbank wanneer inbreuken gepleegd worden op regelgeving inzake bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, natuurbehoud en -bescherming, landschaps- en monumentenzorg, dorpsgezichten, waterlopen, water-, lucht- en bodemkwaliteit, licht, afval, verkeer en wegen, geluid, jacht, landinrichting, waterwinning, milieuaspecten van de landbouw, dierenwelzijn, energie (deze opsomming is niet limitatief). §
- Daarnaast kan de vereniging alle (types) rechtshandelingen stellen die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde ideële niet-winstgevende doelstellingen, met inbegrip van bijkomstige commerciële en winstgevende activiteiten binnen de grenzen van wat wettelijk is toegelaten en waarvan de opbrengsten te allen tijde volledig zullen worden bestemd voor de verwezenlijking van de ideële niet-winstgevende doelstellingen. Zij mag tevens hiertoe alle roerende goederen of onroerende goederen verwerven, behouden en van de hand doen in welke vorm dan ook (eigendom, naakte eigendom, vruchtgebruik, gebruik te bede, bruikleen, bezit....).’ Voor deze milieuvereniging ligt het persoonlijk belang uiteraard in het milieubelang waarvoor zij bestaat. Daarbij komt het belang van de vereniging als gemandateerde van haar leden. Het is normaal dat een milieuvereniging met de diverse facetten van milieubescherming bezig is, aangezien dit haar specifiek doel is. Verzoekende partij komt in deze niet op voor het individueel belang van één of meer van haar leden maar specifiek voor de verwezenlijking van haar maatschappelijk doel. De toegekende stedenbouwkundige vergunning heeft betrekking op gronden gelegen in een natuurlijk maar ook in een recent overstroomd gebied (ROG-zone) zoals gesteld in het advies van afdeling Water en volledig in landschappelijk waardevol agrarisch gebied, volgens het gewestplan van Aalst-Geraardsbergen-Ninove-Zottegem vastgesteld bij K.B. van 30/05/
- In de ‘toekenning van de stedenbouwkundige vergunning’ (...) wordt foutief geschreven dat de dijk ook zou liggen in woongebied met landelijk karakter. In de beschrijvende nota bij de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning van 6 juli 2004 (...) wordt m.b.t. de gewestplanbestemming, onder de rubriek ‘gegevens ligging’ wel correct gesteld dat de werken zich situeren in een gebied aangeduid als agrarisch gebied met landschappelijke waarde. De aanleg van een dijk op deze plaats kadert o.i. niet in een duurzame ontwikkeling van het menselijk en natuurlijk milieu, conform art. 2 § 1 van de statuten van verzoekende partij (...). Niet in een duurzame ontwikkeling van het menselijk milieu, omdat er schadelijk effect kan optreden voor het watersysteem en omdat de wateroverlast in andere woonzones kan toenemen. Niet in duurzame ontwikkeling van het natuurlijk milieu, omdat het biologisch waardevol milieu niet behouden of hersteld wordt, doordat een niet-natuurlijk element aangelegd wordt in een landschappelijk waardevol gebied en doordat de natuurlijke overstromingsfunctie van het gebied verloren gaat. De aanleg van de dwarsdijk dient voor de creatie van een gecontroleerd overstromingsgebied. Voor bepaling van de biologische waarde van het gebied vroegen wij op 16 december 2003 advies aan het instituut voor natuurbehoud. Dit advies van X-12.183-4/16 dit instituut (...) bevat een uittreksel van de Biologische Waarderingskaart versie 2.1 voor het gebied. Uit de vergelijking van deze kaart en de ligging van de dijk, valt te zien dat de dijk komt te liggen op een biologisch zeer waardevol perceel (hc), een complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen (hp + k(hp*), een biologisch waardevol perceel (hp* + kbs) en een complex van biologisch waardevolle en zeer waardevolle elementen (hpr* + hc + kb). In tegenstelling tot hetgeen de afdeling natuur beweert in haar brief met kenmerk A.N./2.2/JV/04.1382* van 15 april 2004 is het gebied alles behalve ‘biologisch minder waardevol’. Om deze redenen wordt er met de aanleg van de dijk ook geen werk gemaakt van het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van de biodiversiteit, natuur en natuurwaarden, wordt de open ruimte en het landschap (conform art. 2 § 2 van de statuten van verzoekende partij) op deze locatie aangetast. De landschappelijke waardevolle ruimte zal immers doorsneden wordt door een zeer lange (±570m) dijk. De hoogte van de dijk zal op sommige delen meer dan 2m bedragen bij de aanleg (de dijk komt op 18m95 T.A.W.; volgens de opmetingen op het terrein is de huidige hoogte van dit stuk valleigrond op sommige plaatsen minder dan 17m T.A.W.) De breedte aan de voet zal 10m bedragen, en 3m aan de kruin (...). Bij berekening van het volume van deze reliëfwijziging neemt de dijk ca. 8000m³ in. Artikel 100 § 1, lid 2 van het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening stelt een volumebeperking van maximum 1000m³ in, voor de exploitatiewoningen bij een landbouwbedrijf. In de Memorie van Toelichting bij deze decreetbepaling (M.v.T., Parl. St., Vl. Parl., 1998-1999, stuk 1332, nr. 8) wordt gesteld dat een groter volume niet aanvaardbaar is in een gebied dat in essentie bewaard moet blijven voor de basisbestemming. Als de gewestelijke stedenbouwkundig ambtenaar zijn standpunt motiveert (...) door te stellen dat het gaat om ‘(..) een werk (..) dat eerder kleinschalig van aard is (..)’ dan maakt hij o.i. een ernstige inschattingsfout. De dijk is immers 8 keer volumineuzer dan het maximaal toelaatbare voor een exploitatiewoning in deze bestemmingszone (i.c. landschappelijk waardevol agrarisch gebied). Hiermee wenst verzoekende partij aan te tonen dat de open ruimte en het landschap sterk zal wijzigingen bij aanleg van deze dijk. Verder is verzoekende partij van mening dat de bestaande ruimte in dit landschappelijk waardevol gebied en overstromingsgebied niet efficiënt en verantwoord gebruikt wordt, hetgeen zij behartigt conform artikel 2 § 2 van haar statuten. Immers, de dijk had veel dichter kunnen aansluiten bij de bestaande bewoning. Er is geen deugdelijke motivering waarom de dijk het landschappelijk waardevol agrarisch gebied dient te doorkruisen en niet ligt in het nabijgelegen landelijk woongebied. Per slot van rekening dient de dijk om woningen die gelegen zijn in deze bestemming te beveiligen. De ene woning die in landbouwgebied staat op kadastraal nr. 27b werd voldoende hoog gebouwd en heeft nog nooit wateroverlast gekend door de hoge ligging. De vergunningverlenende overheid neemt dus geen voorzorgen om de aantasting van biologisch waardevolle en landschappelijk waardevolle terreinen te voorkomen (...). Door de schending van al deze onderdelen van de doelstellingen van de vereniging, acht verzoekende partij zich genoodzaakt de vernietiging te vorderen van de betrokken vergunning.
- De vzw. Stichting Omer Wattez werd opgericht op 16 juni 1981 (B.S. 3 december 1981). Al meer dan 23 jaar tracht verzoekende partij zich op permanente wijze in te zetten voor de belangen waarvoor ze opkomt, vooral de kwaliteit van de natuur, landschap en alles wat er bij komt kijken, op peil te houden binnen haar werkingsgebied, o.a. voor haar 800-tal leden. Om haar doelstellingen te realiseren, is het logisch dat zij streeft naar meer in plaats van minder groene ruimtes, naar meer bos, meer natuurgebieden, meer X-12.183-5/16 l a n d s c h a p p e l i j k w a a r d e v o l l e g e b i e d e n , me e r n a t u u r l i j k e overstromingsgebieden, ook een betere buffering van wel beschermde natuurgebieden, enz.
- In de statuten is uitdrukkelijk vermeld, hoewel dit niet hoeft, dat de vereniging kan optreden in rechte voor de administratieve en gerechtelijke overheden, teneinde de toepassing van de doelstellingen te verwezenlijken. Hierbij kan zij alle nodige vorderingen stellen. Het vorderen van de vernietiging om de openruimte gebieden met specifieke waarden te bewaren en te versterken en dit zowel voor de vereniging en voor haar leden, alsook (ongewild voor) de huidige en toekomende generaties, kan beschouwd worden als een manier om haar doelstellingen te realiseren. Dat een milieuvereniging in rechte kan optreden voor de doelstellingen die zij wettig heeft ingeschreven in haar statuten, blijkt uit diverse rechtspraak onder meer van Uw Raad (...). Ter aanvulling wenst verzoekende partij ook te verwijzen naar het Verdrag van Aarhus van 25 juni 1998 betreffende de toegang tot de informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden. Zowel het Belgisch (Wet van 17 december 2002) als het Vlaams parlement (Decreet van 6 december 2002) hebben dit verdrag goedgekeurd en verklaren hierbij dat het verdrag volkomen gevolg heeft. De verdragspartijen hebben zich verbonden dat conform art. 9, punt 2, van het verdrag dat : ‘Elke Partij waarborgt, binnen het kader van haar nationale wetgeving, dat leden van het betrokken publiek a. die een voldoende belang hebben dan wel b. stellen dat inbreuk is gemaakt op een recht, wanneer het bestuursprocesrecht van een Partij dit als voorwaarde stelt, toegang hebben tot een herzieningsprocedure voor een rechterlijke instantie en/of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan, om de materiële en formele rechtmatigheid te bestrijden van enig besluit, handelen of nalaten vallend onder de bepalingen van artikel 6 en, wanneer het nationale recht hierin voorziet en onverminderd het navolgende derde lid, andere relevante bepalingen van dit Verdrag. Wat een voldoende belang en een inbreuk op een recht vormt wordt vastgesteld in overeenstemming met de eisen van nationaal recht en strokend met het doel aan het betrokken publiek binnen het toepassingsgebied van dit Verdrag ruim toegang tot de rechter te verschaffen. Hiertoe wordt het belang van elke niet-gouvernementele organisatie die voldoet aan de in artikel 2, vijfde lid, gestelde eisen voldoende geacht in de zin van het voorgaande onderdeel a. Dergelijke organisaties worden tevens geacht rechten te hebben waarop inbreuk kan worden gemaakt in de zin van het voorgaande onderdeel b.’ Art. 2 vijfde lid bepaalt: ‘ Wordt onder ‘het betrokken publiek’ verstaan het publiek dat gevolgen ondervindt, of waarschijnlijk ondervindt van, of belanghebbende is bij milieubesluitvorming; voor de toepassing van deze omschrijving worden niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor milieubescherming en voldoen aan de eisen van nationaal recht geacht belanghebbende te zijn.’ Art 3.9 van het verdrag bepaalt dat er geen discriminatie mag plaatsvinden al naar gelang o.a. het ‘feitelijk middelpunt van de activiteiten’ van de rechtspersoon.
- VZW Stichting Omer Wattez oefent duurzame activiteiten uit die haar werking als vereniging aantonen. X-12.183-6/16 De vereniging is ook als vereniging geloofwaardig in haar belang omdat zij ook daadwerkelijk actief is, zodat op dit punt geen bevraging naar ontvankelijkheid kan zijn. Een aantal belangrijke activiteiten zijn: De uitgifte van een tweemaandelijks tijdschrift ‘Onze Streek’ dat een oplage heeft van 1200 exemplaren (...). In deze twee tijdschriftnummers wordt specifiek aangegeven dat we reeds ruime tijd me de problematiek van de bescherming van natuurlijke overstromingsgebieden bezig zijn. In het bijzonder heeft voorliggende bouwvergunning betrekking op een in een tijdschriftnummer (...) uitvoerig behandeld gebied waanrond diverse acties zijn ondernomen door verzoekende partij ter vrijwaring van het gebied en zijn waarden. Het organiseren van tal van natuureducatieve activiteiten al of niet in samenwerking met andere verwante verenigingen voor de leden maar ook opengesteld voor een ruim publiek van geïnteresseerden. Het jaarlijks promoten van activiteiten die het landschap, de natuur, het milieu en de goede ruimtelijke ordening ten goede komen, zoals aanplanting van houtkanten, fruitbomen e.d., acties rond fietsgebruik, deelname aan de week van de ruimtelijke ordening, Het organiseren van tal van persacties. Actief via diverse plaatselijke werkgroepen zoals de S.O.W. werkgroep Leievallei, de S.O.W. werkgroep Maarkedal, de S.O.W. werkgroep Oudenaarde, de S.O.W. werkgroep Zingem, de S.O.W. werkgroep Ronse, enz. Ook te Geraardsbergen is er een actieve werking van de vereniging (...) Door te beschikken over een secretariaat (Kattestraat 23, 9700 Oudenaarde), waar mensen uit de streek met hun vragen en oproepen terechtkunnen. Dit secretariaat functioneert ook als archief en documentatiecentrum met zorgvuldig bijgehouden informatie m.b.t. natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Dit documentatiecentrum is toegankelijk en raadpleegbaar voor het ruime geïnteresseerde publiek. Er is de vertegenwoordiging in milieu- en natuurraden en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening in diverse gemeenten in haar werkingsgebied. Verzoekende partij heeft vertegenwoordiging in de vzw. Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen. Er is de indiening van klachten of rechtsvorderingen als noodoplossing, nl. indien gewone middelen, zoals bezwaarschriften en plaatselijke tussenkomsten, het belang niet rechtmatig verdedigd werd. Zo heeft de VZW Stichting Omer Wattez een vordering tot vernietiging ingediend van de bouwvergunning afgraving Coupure (G/A 113 547/X/), stelde zij zich burgerlijke partij voor de correctionele rechtbank Oudenaarde i.v.m. stort in de vallei van de Molenbeek te Lierde, i.v.m. de aanleg van dijklichamen rond een biologisch waardevol valleigebied te Geraardsbergen, vorderde zij de schorsing van de vergunning voor werken in het Dal te Heurne, vorderde zij de schorsing van de milieuvergunning voor een betoncentrale nabij de Eekse Scheldemeersen (schorsingsarrest nr 97 242 van 28 juni 2001). Ook is er bv. een procedure ingesteld op grond van de wet van 12 januari 1993 inzake het vorderingsrecht voor milieuverenigingen, om natuurherstel te bekomen van het Vijverbos te Zwalm, waar door een aannemer een stort werd aangelegd (zitting Hof van Beroep Brussel 6 oktober 2004). In relatie tot gebied waar de aan te leggen dijk zal aangelegd worden, stelde verzoekende partij zich burgerlijke partij voor diverse reliëfwijzigingen de aanleg van nieuwe dwarsdijken, de verhoging van langsdijken langsheen de Dender zonder het bestaan van stedenbouwkundige vergunningen, een milieueffectenrapport en een passende beoordeling. In de hier betwiste stedenbouwkundige vergunning wordt de afgraving van een stuk van de (in de X-12.183-7/16 burgerlijke partijstelling betwiste) in 2003 aangelegde langsdijk als voorwaarde opgelegd. Gelet op het arrest van Uw Raad van 16 oktober 2003 (arrestnr. 124.304) waarin U duidelijk stelt dat voor de aanleg van een dijk op zijn minst een voorafgaandelijke vergunning vereist, kan het volgens ons niet dat het afgraven van een illegaal opgetrokken dijk als mitigerende maatregel opgelegd wordt. Dit bevestigt ons belang m.b.t. voorliggend annulatieverzoekschrift. Er is ook veel samenwerking met andere natuur- en milieuverenigingen zoals als lid van de vzw. Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen, vzw. Natuurpunt, vzw. Vogel-bescherming Vlaanderen.
- De vzw. Stichting Omer Wattez streeft geen algemeen maar wel een (rechts)persoonlijk belang na. Zij voldoet aan het specialiteitsbeginsel. De vzw. Stichting Omer Wattez wil de belangen behartigen van haar vereniging, en bijkomend ook van de leden die het verenigingsdoel steunen. Het gaat om een relatief beperkte groep van mensen. De vereniging wil niet de belangen van de ruime lagen van de bevolking dienen, zoals bv. een stadsbestuur, of het Vlaams Gewest kan voorhouden te doen. Aldus streeft zij niet het algemeen belang na. Verzoekster verzet er zich dan ook met klem tegen dat zij willens nillens zou opgezadeld worden met de ‘actio popularis’. In het algemeen aanvaardt Uw Raad trouwens dat milieuverenigingen een annulatievordering kunnen instellen ter verwezenlijking van hun verenigingsdoel en er dus kan ingepast worden. (...) Ook het feit dat de statuten van de vzw. concreet en specifiek zijn, verhindert te zeggen dat haar doelstellingen te algemeen zijn. De vzw. SOW streeft welomschreven milieudoelstellingen na, zoals reeds is gezegd (zie art. 2 van de statuten). Deze doelstellingen zijn niet omvangrijk of te algemeen (bvb. niet het klimaat, niet alle mogelijke bronnen en vormen van vervuiling, niet in een oneindig ruim gebied). Overigens is het belangrijk hierbij vast te stellen dat 1/) geen enkele wet verbiedt dat een milieu-VZW meer dan één specifieke milieudoelstelling (bvb. enkel bescherming van bossen) nastreeft; 2/) de vereniging actief is in een tamelijk beperkt werkgebied; 3/) zelfs als een vereniging zelden of nooit actief zou zijn op het vlak van een aantal doelstellingen (bvb. landbouw, dierenwelzijn,..), dit niet verbiedt wel actief te zijn op een aantal andere doelstellingen (bvb. bosbehoud, bescherming landschappen, ruimte voor water). Een vereniging kan immers allerlei redenen hebben om wel of niet op een bepaald terrein, bvb. op het vlak van overstromingsproblematiek of erosieproblematiek, actief te zijn: bvb. er zijn geen landinrichtingsprojecten in het gebied, de vereniging wenst het ene jaar zich meer of minder te profileren op een bepaald gebied naar de wensen van bvb. de algemene vergadering, De keuzes om al dan niet op te treden kunnen gebaseerd zijn op : rekening houden met menselijke aspecten van een zaak, of een zaak is bij voorbaat kansloos, of er ontbreekt een meerderheid in de Raad van Bestuur om in rechte op te treden, of er zijn te weinig financiële middelen, of er is een nieuwe juridische context die de kansen om in rechte op te treden wijzigen, of er is nieuwe rechtspraak van toepassing, enz. Dit is eerder opportuniteit waar allerlei feitelijkheden een rol spelen. Bovendien heeft de mindere of meerdere mate van algemeen/specifiek formuleren niets te zien met het ‘algemeen belang’ of de ‘actio popularis’, doch enkel met de taalkundige uitdrukking en interpretatie van haar doelstellingen. Trouwens kan men de statuten van de vereniging beschouwen als een vorm van overeenkomst. Ook verzet verzoekende partij er zich tegen dat de bestreden handeling ‘even algemeen’ zou moeten zijn als de doelstelling van de vereniging. Hierbij X-12.183-8/16 vergelijkt men immers uit hun aard gans verschillende zaken. Wanneer mensen overeenkomen een vereniging op te richten, zetten zij in hun statuten de bakens en de richting van hun gezamenlijk streven uit, zonder zich te storten in oneindige details. Bvb. als men het heeft over bescherming van de natuur, kan het toch niet de bedoeling zijn dat men alle mogelijke fauna en flora gaat opsommen, of dat men alle zaken waarvoor men in rechte kan optreden gaat oplijsten (bvb. tegen verkavelingsvergunningen in overstromingsgebied, tegen woningen met een bepaald architectonisch karakter in een beschermd landschap). Het voorwerp van iedere individuele rechtshandeling is dermate specifiek en uniek dat het quasi onmogelijk is een allesomvattende formulering op te nemen in de statuten. Voldoende is dat de bestreden handeling moet kunnen ‘ingepast’ worden in één of meer doelstellingen (...). Wij betwisten dat voorliggende stedenbouwkundige vergunning louter een besluit betreft dat welbepaalde werken en handelingen op een welbepaalde plaats voor gevolg heeft. Het optrekken van een dijklichaam in een landschappelijk waardevol gebied tast de landschappelijke waarde en de belevingswaarde van het gehele gebied aan. Diverse van de bezwaarindieners uit de Veldekensdreef, die vlakbij de plaats wonen waar de dijk zal aangelegd worden, haalden dit aan in hun bezwaarschrift. De aanleg van de dijk in een natuurlijk overstromingsgebied verhoogt het overstromingsgevaar van gronden en gebouwen op andere plaatsen die in of nabij de Dendervallei gelegen zijn. Ook dit werd meermaals als bezwaar geformuleerd. Daarenboven wenst verzoekende partij te benadrukken dat zij met dit verzoekschrift de verkeerde toepassing en interpretatie van diverse rechtsnormen, die de bescherming van landschappelijke waardevolle, biologisch (zeer) waardevolle en natuurlijke overstromingsgebieden kunnen garanderen, aanvecht. Het herhaaldelijk verkeerd hanteren van de bedoelde rechtsnormen, zal een cascade van schadelijke effecten voor gevolg hebben en een ernstige aantasting van de landschappelijke waardevolle en natuurlijke omgeving en het leefmilieu voor gevolg hebben. Het is niet louter één enkele stedenbouwkundige vergunning maar de bedoelde cascade van gevolgen die de belangen waarvoor verzoekende partij staat, zeer ernstig in het gedrang brengen. Indien Uw Raad zou oordelen dat verzoekende partij niet doet blijken van de vereiste hoedanigheid, dan verhindert Uw Raad dat nog op enige en ernstige wijze de wettigheid van de betrokken besluiten onderzocht kan worden. De specifieke keuze om tot annulatie te verzoeken van deze stedenbouwkundige vergunning, is gebaseerd op een weloverwogen keuze en afweging van de Raad van Bestuur van de vereniging om een voorbeeld te stellen naar toekomstige (gelijkaardige) besluiten. Voorliggende stedenbouwkundige vergunning vormt volgens ons een ernstige schending van tal van rechtsnormen, dit in tegenstelling met bepaalde andere vergunningen waar de schending van zowel het aantal rechtsnormen als van de ernst van de schending geringer wordt geacht, zodat de keuze voor het aanvechten van deze vergunning verantwoord is in het licht van de doelstellingen van de vereniging. Om deze redenen oordeelt verzoekende partij dat het persoonlijk belang van VZW Stichting Omer Wattez bij de vordering tot annulatie van deze stedenbouwkundige vergunning, samengevat een feit is”.
- In haar memorie van wederantwoord voegt de verzoekende partij geen wezenlijk nieuwe argumenten aan het verzoekschrift toe.
- Ten slotte stelt de verzoekende partij onder meer nog in haar laatste memorie: X-12.183-9/16 “I.1 Betreffende het decreet van 6 december 2002 houdende instemming met het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, en de Bijlagen I en II, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998 (...) Artikel 2 van hoger genoemd decreet bepaalt dat het verdrag en zijn bijlagen volkomen gevolg zullen hebben, voor het Vlaamse Gewest. We wijzen met nadruk op artikel 9.2 van het verdrag waarin duidelijk gestipuleerd staat ‘Elke Partij waarborgt, (..) dat leden van het betrokken publiek a. die een voldoende belang hebben (..) toegang hebben tot een herzieningsprocedure voor een rechterlijke instantie en/of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan, om de materiële en formele rechtmatigheid te bestrijden van enig besluit, (..) Hiertoe wordt het belang van elke niet-gouvernementele organisatie die voldoet aan de in artikel 2, vijfde lid, gestelde eisen voldoende geacht in de zin van het voorgaande onderdeel a. (..)’ Kortom het verdrag bepaalt dat organisaties zoals verzoekster toegang horen te krijgen om de rechtmatigheid te bestrijden van enig besluit, dus ook zoals in voorliggende zaak. We betwisten dat de bepaling ‘.. binnen het kader van de nationale wetgeving..’ dermate kan geïnterpreteerd worden dat er nog andere eisen -zoals de hoedanigheidsvereiste- kunnen opgelegd worden t.a.v. de ngo’s. Indien uw Raad aanhoudt dat verzoekster geen belanghebbende is, vormt dit o.i. enerzijds een miskenning van hoger geciteerde duidelijke bepaling van het verdrag en anderzijds zou dit impliceren dat die specifieke verdragsbepalingen weinig betekenis hebben en uw Raad oordeelt dat de rechtspraak gehandhaafd kan blijven, terwijl het net een expliciete doelstelling van het verdrag was om milieuverenigingen als partijen te beschouwen die voldoende belang hebben zoals in de aanhef van het verdrag aangegeven wordt. Bij het onontvankelijk verklaren van verzoekende partij komen we in een soort van vicieuze cirkelredenering terecht. In de aanhef van het verdrag staat: ‘(..)Bevestigend de noodzaak de toestand van het milieu te beschermen, in stand te houden en te verbeteren en een duurzame en milieuhygiënisch verantwoorde ontwikkeling te waarborgen, Erkennend dat adequate bescherming van het milieu van wezenlijk belang is voor het welzijn van de mens en het genot van de fundamentele mensenrechten, waaronder het recht op leven zelf, Tevens erkennend dat een ieder het recht heeft te leven in een milieu dat passend is voor zijn of haar gezondheid en welzijn en de plicht heeft, zowel individueel als tezamen met anderen, het milieu te beschermen en te verbeteren in het belang van de huidige en toekomstige generaties, Overwegend dat, om dit recht te kunnen doen gelden en deze plicht te kunnen vervullen, burgers toegang tot informatie, recht op inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden moeten hebben, en in dit verband erkennend dat burgers bijstand nodig kunnen hebben om hun rechten uit te oefenen, (..) Erkennend dat transparantie in alle geledingen van de overheid gewenst is, en wetgevende lichamen uitnodigend de beginselen van dit Verdrag in hun handelingen ten uitvoer te brengen, (..) Voorts het belang erkennend van de onderscheiden rollen die individuele burgers, niet-gouvernementele organisaties en de particuliere sector kunnen spelen in het beschermen van het milieu, (..) Het belang erkennend van geheel in besluitvorming van de overheid geïntegreerde milieuoverwegingen en derhalve van de noodzaak voor X-12.183-10/16 bestuursorganen te beschikken over nauwkeurige, uitvoerige en actuele milieu-informatie, (..) Geleid door de wens het publiek, met inbegrip van organisaties, toegang te geven tot doelmatige mechanismen van rechtspraak, opdat zijn rechtmatige belangen worden beschermd en het recht wordt toegepast, (..)’ Het doel van het verdrag luidt (artikel 1): ‘Om bij te dragen aan de bescherming van het recht van elke persoon van de huidige en toekomstige generaties om te leven in een milieu dat passend is voor zijn of haar gezondheid en welzijn, waarborgt elke Partij de rechten op toegang tot informatie, inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.’ Kortom het was de bedoeling om met dit verdrag 1) te voorzien in een extra of (beter) gegarandeerde milieubescherming. Het milieu bestaat uit diverse compartimenten zoals de fauna, flora, mens, het landschap met diens natuurlijke elementen en fenomenen (zoals overstromingen). Toegepast op voorliggende zaak impliceert dit dat biologisch waardevolle zones een betere bescherming behoren te genieten alsook de bedreigde biodiversiteit en de natuurlijke overstromingsgebieden. Het verdrag van Aarhus wil ondermeer een betere milieubescherming garanderen en betere integratie van die milieubescherming (en dus ook de landschapsbescherming en de natuurbescherming) in de besluitvorming. 2) een verbeterde toegang te verlenen aan o.a. milieuorganisaties in de besluitvorming en de diverse rechtsorganen. Het vroegere kader en rechtspraak kunnen niet zomaar als kader dienen voor voorliggende zaak. Het verdrag wil een verbeterde toegang verzekeren. Als alles bij het oude blijft zou dit verdrag geen enkele meerwaarde betekenen terwijl dit niet de bedoeling was. Er dient ook op gewezen worden dat in 1998 het natuurdecreet en in 2003 (naast het verdrag van Aarhus ook in 2003) het DIWB van kracht geworden is, hetgeen het belang van verzoekende partij vergroot. Een te restrictieve rechtspraak van de Raad van State betreffende bet belang waarvan milieuverenigingen moeten doen blijken is in de rechtsleer op felle kritiek onthaald wat betreft de verenigbaarheid met artikel 9.2 van het Verdrag. (...) Maar niet alleen de doctrine heeft zo zijn bedenkingen bij een te restrictieve rechtspraak van de Raad van State. Het Comité voor toezicht op de naleving van de bepalingen van het Verdrag kwam in een aanbeveling van 28 juli 2006 (ECE/MP.PP/C.1/2006/4/Add.2) na een uitvoerig en genuanceerd onderzoek tot de conclusie dat de rechtspraak van de Raad van State inzake de toegang van milieuverenigingen tot de rechter in bepaalde gevallen onverenigbaar is met artikel 9 van het Verdrag. (...) Het is duidelijk dat in het licht van het Verdrag van Aarhus niet kan aanvaard worden dat milieuverenigingen zeer moeilijk toegang hebben tot de Raad van State. Men zou er kunnen inkomen dat het belang van de vereniging verschillend moet zijn van de individuele belangen van haar leden, en evenzeer kan men aannemen dat verenigingen niet moeten opkomen voor het algemeen belang in de brede betekenis van het woord, want dat zou neerkomen op een actio popularis, maar de rechtspraak mag deze beide uitersten niet zo breed gaan interpreteren dat het vinden van een weg ertussen in de praktijk een onmogelijke opgave wordt. In casu komt verzoekster op voor de bescherming van welbepaalde waarden die zich situeren op het vlak van de ruimtelijke ordening, het leefmilieu en het natuurbehoud. Het beroep is o.i. derhalve ontvankelijk in het licht van het verdrag van Aarhus. X-12.183-11/16 I.2 Betreffende de reikwijdte van de effecten van het bestreden besluit (...) 0) Omtrent de studie van het Instituut voor Natuurbehoud: a. Het is fout te stellen dat de studie ook van toepassing is voor het VEN- gebied, immers: i. De auditeur citeert de titel waarin staat dat het een studie is dat de gevolgen op het Habitatrichtlijngebied (en dus niet op het VEN- gebied) onderzoekt; ii. De studie blijkt een passende beoordeling te zijn in toepassing van de bepalingen die van kracht zijn op de Habitatrichtlijngebieden. De studie is in se geen toepassing van de VEN-toets, noch van de natuurtoets en onderzoekt evenmin of bepalingen (uit de decreten en de uitvoeringsbesluiten) die van toepassing zijn op de VEN-gebieden, de parkgebieden en de landschappelijk waardevolle agrarische gebieden op het gewestplan al dan niet geschonden zijn. b. De conclusies van dergelijke studie kunnen - omdat gemeend worden dat deze positief zijn voor het Habitatrichtlijngebied mits toepassing van de mitigerende maatregelen - niet aangegrepen worden om zomaar te stellen dat hierdoor verzoekster geen belang meer heeft. In tegendeel, door het feit dat er diverse beschermingsstatuten rusten op het gebied wordt bevestigd dat het gebied dat beïnvloed wordt door de dwarsdijk een uitzonderlijk belang heeft in het werkgebied van verzoekende partij en benadrukt de ernst van de activiteit. c. De studie suggereert enkele mitigerende maatregelen waaronder het wegnemen van een langsdijk langsheen de Dender. We wijzen erop dat die te verwijderen dijk een constructie is die aangelegd is in 2003 zonder stedenbouwkundige vergunning en die volgens ons wederrechtelijk aangelegd werd aangezien hier een vergunning voor vereist is en die nog steeds aanwezig is. De aangelegde langsdijken en een andere dwarsdijk zijn voorwerp van een zaak waarin verzoekster zich burgerlijke partij stelde. 1) De landschappelijke impact van de dijk. In heel het werkingsgebied van verzoekende partij bevinden zich drie rivieren : de Schelde, de Leie en de Dender. De eerste twee werden tot de jaren ’70 onderworpen aan diverse ingrijpende rechttrekkingen. Enkel de Dender (en vallei) en het deel van de Leie (en vallei) tussen Deinze en Gent zijn relatief goed gespaard gebleven. De natuurlijke kenmerken zijn behoorlijk bewaard gebleven. Dit zijn ook de enigste twee delen van beide riviervalleien waar een stuk aangeduid werd als Habitatrichtlijngebied. Uit de fotoreportage van de dijk (...) die intussen reeds aangelegd werd met litigieuze besluit en met de vergunning die betwist wordt in zaak 164.155/X-12.405 blijkt de grote impact die deze dijk heeft op het landschap. De dijk is quasi even hoog als stam van de knotwilgen waarnaast hij gebouwd werd. Uw Raad heeft ook in andere zaken duidelijk gewezen op de landschappelijke impact van constructies in landschappelijke waardevol gebied en dit louter op basis van de grootte van de constructie (...). 2) Alle andere aspecten zoals het reëel verlies aan biologische waarden en het concreet verlies aan ruimte waar het water kan overstromen werden uitvoerig behandeld in het verzoekschrift en de memorie van wederantwoord. 3) Het belang van het gebied op landschappelijk en natuurwetenschappelijk gebied komt ook naar voor in het Oost-Vlaams ruimtelijk structuurplan (goedgekeurd bij Ministerieel Besluit van 18 februari 2004; (...)). In het PRS wordt het gebied geselecteerd als Natuuraandachtszone met als nummer 6V25 : Markvallei - Arduinbos - Hoge Buizemond. Dit onderstreept het belang van de locatie waar de vergunning betrekking op heeft, zeker in het licht van de doelstellingen van verzoekende partij. Het is niet X-12.183-12/16 zomaar een vergunning op één welbepaalde locatie met beperkt effect, maar een vergunning die een grote impact op landschappelijk en biologisch vlak heeft in een uniek gebied. I.3 Het belang conform de Belgische Grondwet Enkele grondwetsartikelen zijn bepalend voor het belang waarnaar verzoekende partij handelt in het bijzonder bij het aanvechten van voorliggende stedenbouwkundige vergunning. I.3.1 Artikel 7bis van de Belgische grondwet luidt ‘Bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden streven de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten de doelstellingen na van een duurzame ontwikkeling in haar sociale, economische en milieugebonden aspecten, rekening houdend met de solidariteit tussen de generaties.’ Het kan o.i. niet dat de Vlaamse Overheid bij het uitvaardigen van een stedenbouwkundige vergunning geen rekening houdt met dit streven naar duurzame ontwikkeling, m.a.w. er zorg voor draagt dat de unieke Dendervallei niet nog verder achteruit gaat zowel op biologisch en landschappelijk vlak alsook op het belang ervan als natuurlijke overstromings- gebied. De zorg voor natuurwaarden is ondermeer geregeld via het stand-still principe (artikel 8 van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997 [verder het natuurdecreet]) en deze zorg wordt met de voeten getreden doordat rechtstreeks 5,7 ha biologisch waardevolle grond gedegradeerd wordt en er ook onrechtstreeks invloed is op de rest van het gebied dat niet meer op een natuurlijke wijze kan overstromen. Het verlies van deze is in strijd met de duurzame ontwikkeling van de valleigebieden zoals die is ingeschreven in een van de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003 [verder DIWB] o.m. in artikel 5, 4/ van het DIWB dat luidt: ‘het voorkomen van de verdere achteruitgang (..) van rechtstreeks van waterlichamen afhankelijke terrestrische ecosystemen en van waterrijke gebieden, onder meer door a) het zoveel mogelijk behouden en herstellen van de natuurlijke werking van watersystemen; b) het ongedaan maken of het beperken van het schadelijk effect van versnippering die is ontstaan door niet-natuurlijke elementen in en langs oppervlakte waterlichamen; (..)’. Deze grondwetsbepaling is eveneens een specifieke doelstelling van verzoekster zoals omschreven in art. 2 §1 van de statuten van verzoekster: ‘De vereniging heeft tot doel het behoud, de bescherming en verbetering van het menselijk en natuurlijk leefmilieu kaderend in een duurzame ontwikkeling van de samenleving, waarbij voldaan wordt aan de behoeften van de huidige generatie, zonder dat daarbij de behoeften van de volgende generaties in het gedrang komen’. In het kader van de doelstelling van de nagestreefde duurzame ontwikkeling zoals neergeschreven in de grondwet diende verzoekende partij het verzoekschrift in bij uw Raad en heeft zij aldus de vereiste hoedanigheid en belang. I.3.2 Artikel 23 van de grondwet bepaalt : ‘Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen. Die rechten omvatten inzonderheid : (..) 4/ het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu; (..).’ Een precieze definitie van een gezond leefmilieu ontbreekt in de Grondwet. In het decreet houdende algemene bepalingen inzake het milieubeleid van 5 april 1995 vinden we volgende definitie van milieu: ‘Art. 1.1.
- §
- Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, wordt verstaan onder: 1/ milieu: de atmosfeer, de bodem, het water, de flora, de fauna en overige organismen andere dan de mens, de eco-systemen, de landschappen en het klimaat;’. Betreffende de draagwijdte en drempelwaarde van wat als gezond beschouwd wordt, leren we uit de parlementaire voorbereiding bij deze bepaling dat minstens een stand-still X-12.183-13/16 nagestreefd wordt. In het unieke riviervalleigebied van de Dender gaan biologische waarden verloren bij uitvoering van de bouwvergunning. M.a.w. er wordt geen stand-still nagestreefd met deze bouwvergunning (wat wel gekund had door een compensatie in natura). En verzoekster heeft derhalve het recht om het leefmilieu hier te beschermen en de wettigheid van de tenuitvoerlegging van de bouwvergunning bij uw Raad aan te vechten. Deze duidelijke grondwets-bepaling om de stand-still van het eco-systeem en de fauna en flora van dat eco-systeem en de unieke landschapswaarde te verdedigen voor uw Raad is conform de doelstellingen van verzoekster. (...)”.
- De verenigingen zonder winstoogmerk kunnen krachtens de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de inter- nationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, in rechte optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor zij zijn opgericht. Voor de Raad van State kunnen die verenigingen in rechte optreden op voorwaarde dat zij de rechtspersoonlijkheid bezitten en mits te voldoen aan de voorwaarden die gelden voor alle andere fysieke en rechtspersonen, te weten doen blijken van een persoonlijk, rechtstreeks, actueel en geoorloofd belang alsmede van de vereiste hoedanigheid. Een vereniging getuigt van de vereiste hoedanigheid wanneer het ingestelde beroep kan worden ingepast in het doel dat zij zich heeft gesteld, dit doel niet samenvalt met de behartiging van het algemeen belang zelf en evenmin samenvalt met het persoonlijk belang van de leden van de vereniging, en er een band van evenredigheid bestaat tussen het materieel en territoriaal actieterrein van de verzoekende partij enerzijds en de draagwijdte van de bestreden beslissing anderzijds.
- Met betrekking tot het werkingsgebied van de verzoekende partij stelt artikel 1, §4 van de statuten, zoals deze golden op het ogenblik van het inleiden van het beroep, het volgende: “De werking van de vereniging richt zich vooral op de fusiegemeenten Anzegem, Avelgem, Brakel, Deinze, De Pinte, Gavere, Geraardsbergen, Horebeke, Kluisbergen, Kruishoutem, Lierde, Maarkedal, Nazareth, Oudenaarde, Ronse, Waregem, Wortegem-Petegem, Zingem, Zottegem, Zulte en Zwalm. Zij kan evenwel ook daarbuiten activiteiten ontplooien indien dit wenselijk is voor de vervulling van het maatschappelijk doel”. In diezelfde statuten worden de doelstellingen van de verzoekende partij in artikel 2 als volgt omschreven: “§
- De vereniging heeft tot doel het behoud, de bescherming en verbetering van het menselijk en natuurlijk leefmilieu kaderend in een duurzame ontwikkeling van de samenleving, waarbij voldaan wordt aan de behoeften van X-12.183-14/16 de huidige generatie, zonder dat daarbij de behoeften van de volgende generaties in het gedrang komen. §
- Deze doelstelling omvat : -het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van de biodiversiteit, natuur en natuurwaarden; -het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van open ruimte, landschappen, monumenten, cultureel erfgoed, stedenschoon en dorpsgezichten; -een verantwoord en efficiënt gebruik van de natuurlijke rijkdommen, ruimte en energiebronnen. Dit impliceert productie- en consumptiepatronen die de beschikbare milieugebruiksruimte en de draagkracht van het ecosysteem respecteren; -het bereiken van een algemene basismilieukwaliteit voor de milieucompartimenten water, bodem en lucht en het bereiken van een bijzondere milieukwaliteit in specifieke omstandigheden of gebieden; -het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van het stedelijk leefmilieu en van een leefbare woonomgeving. Dit impliceert het beperken van alle vormen van milieuhinder, waaronder geluidshinder, verkeersoverlast, geurhinder, lichthinder,...; -het bereiken van een beleid gericht op de bescherming van de gezondheid van de mens; -het bereiken van een beleid dat berust op o.a. het voorzorgsbeginsel, en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt; - het bereiken van een beleid dat gestoeld is op een volwaardige participatie van burgers en milieuverenigingen en dat de toegang tot het gerecht voor dezen garandeert; -het optreden in rechte voor de administratieve en gerechtelijke overheden, teneinde de toepassing van de doelstellingen sub par. 1 op het terrein te situeren binnen het werkgebied van de vereniging te verwezenlijken, onverminderd haar recht tot verhaal tegen administratieve besluiten van zelfs reglementaire aard. Bij deze actie kan zij alle nuttige of noodzakelijke vorderingen stellen, zoals staking en voorkoming van milieuschade, herstel in natura, schadevergoeding, bewarende maatregelen, enz.”.
- De bestreden beslissing is een stedenbouwkundige vergunning voor het aanleggen van een dwarsdijk in gecontroleerd overstromingsgebied, gelegen aan de Veldekensdreef te Overboelare (Geraardsbergen), meer bepaald op de percelen kadastraal bekend sectie B 1, nrs. 47/a, 46/a, 45/a, 44/c, 44/e, 43/b, 42/c, 25/c en 23/f. Weliswaar betreft die beslissing welbepaalde werken en handelingen op een welbepaalde plaats. De bestreden vergunning kan evenwel een aantal gevolgen hebben voor omliggende percelen en vooral voor het nabijgelegen Habitatrichtlijngebied en het VEN-gebied. Bovendien blijkt uit de studie van het Instituut voor Natuurbehoud betreffende de “beoordeling van effecten op het Habitatrichtlijngebied in Overboelare tengevolge van de aanleg van een dijkeninfrastructuur” dat er “negatieve effecten” zijn, weze het dat door het “uitvoeren van mitigerende maatregelen (...) er geen of positieve effecten op het gebied (worden) verwacht” en dat deze mitigerende maatregelen als voorwaarde X-12.183-15/16 werden opgenomen in de bestreden stedenbouwkundige vergunning. Hierbij dient nog vastgesteld te worden dat de betrokken studie niet op het VEN-gebied betrekking heeft. De verzoekende partij toont aldus aan dat er een voldoende band bestaat tussen haar maatschappelijk doel en de bestreden beslissing. De exceptie wordt derhalve verworpen. Het auditoraatsverslag is beperkt tot het onderzoek van de exceptie. Er bestaat derhalve grond de zaak verder te onderzoeken. BESLISSING
- De debatten worden heropend.
- Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie november 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, met bijstand van Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Roger Stevens X-12.183-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.598 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.166 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div