id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.609 Rolnummer: A. 174785/X-12938 Zaak: Arrest 197609 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-17 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:47 Fiche Arrest nr 197.609 van 3 november 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 197.609 van 3 november 2009 in de zaak A. 174.785/X-12.
- In zake: Philippe COOMANS de BRACHENE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 11 juli 2006, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 25 april 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen het besluit van 13 mei 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij aan de heer en mevrouw Sottiaux de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een vrijstaande woning op de percelen gelegen te Wemmel, Rassel 124, kadastraal bekend sectie A, nrs. 679/n en 683/e. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. X-12.938-1/8 De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen opgeroepen voor de voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 oktober
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gregory Verhelst, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Paul Aerts, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De betrokken percelen gelegen te Wemmel, Rassel 124, kadastraal bekend sectie A, nrs. 679/n en 683/e, worden krachtens een authentieke akte van verdeling van 1 september 1994 toegewezen aan de verzoeker. 3.
- Bij verkoopcompromis van 18 september 2002 worden de voormelde percelen verkocht aan de heer Yves Sottiaux en zijn echtgenote, onder de opschortende voorwaarde van het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning. 3.
- Op 23 december 2002 (datum van het ontvangstbewijs) dient Yves Sottiaux bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wemmel een aanvraag in tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning voor het “bouwen van een woonhuis” op de betrokken percelen. X-12.938-2/8 Op het aanvraagformulier wordt aangeduid dat de aanvrager tevens eigenaar is van het goed waarop de werken of de handelingen zullen worden uitgevoerd. Volgens de door architect Michel Coomans de Brachène ondertekende verklarende nota gaat het om de bouw van een eengezinswoning “voor rekening van Dhr. en Mevr. Yves Sottiaux”. 3.
- Ingevolge het ongunstig advies van 22 mei 2003 van de gemachtigde ambtenaar, weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wemmel de gevraagde stedenbouwkundige vergunning op 28 mei
- 3.
- Met als kenmerk “Coomans de Brachene Sottiaux / Vlaams gewest” stelt advocaat Peter Flamey op 27 juni 2003 “namens de aanvrager” beroep in tegen de voormelde weigeringsbeslissing. 3.
- Bij besluit van 13 mei 2004 willigt de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant “het beroep ingediend door de heer Peter Flamey, advocaat, Aarlenstraat 25, 1050 Brussel, namens de heer en mevrouw Coomans de Brachene-Sottiaux” in. In artikel 2 van die beslissing wordt gestipuleerd dat “voor eensluidend verklaard afschrift van dit besluit, op zegel, (...) aangetekend met ontvangstbewijs (zal) toegestuurd worden aan: de heer Peter Flamey, advocaat, Aarlenstraat 25, 1050 Brussel”. Met de vermelding “Betreft: bouwberoep ingediend door Peter Flamey namens de heer en mevrouw Sottiaux” wordt de beslissing van de bestendige deputatie op 20 juli 2004 aan de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar betekend. 3.
- Op 29 juli 2004 tekent de gemachtigde ambtenaar beroep aan tegen de voormelde beslissing. Dezelfde dag wordt een afschrift van dit beroep betekend aan “Sottiaux, Nieuwelaan 16B, 1860 Meise”, waarvoor ontvangst getekend wordt op 2 augustus
- 3.
- Op 10 november 2004 richt advocaat Peter Flamey “als raadsman van de heer Coomans de Brachene die op 13 mei 2004 een stedenbouwkundige vergunning heeft gekregen van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant met betrekking tot het oprichten van een vrijstaande woning op een X-12.938-3/8 achterliggend perceel gelegen te Rassel, Wemmel, kadastraal bekend onder sectie A, nrs. 679n en 683e” een schrijven aan de bevoegde Vlaamse minister. Hierin laat hij onder meer het volgende gelden: “Mijn cliënt deelt mij mee dat hij toevallig op de gemeente Wemmel heeft vernomen dat de gemachtigde ambtenaar beroep zou aangetekend hebben bij uw diensten tegen voormeld vergunningsbesluit. De technische dienst heeft mijn cliënt kopie bezorgd van een aantal documenten die ik U hierbij eveneens in kopie laat geworden en waaruit blijkt dat de gemachtigde ambtenaar inderdaad in beroep zou gegaan zijn. Aangezien ondergetekende als raadsman van de heer Coomans de Brachêne, noch mijn cliënt zelf, enige notificatie terzake hebben ontvangen van bedoeld administratief beroep, maakt mijn cliënt uitdrukkelijk voorbehoud betreffende de regelmatigheid van bedoeld beroep. Ik vestig er uitdrukkelijk uw aandacht op dat het deputatiebesluit in kwestie uitdrukkelijk gewag maakt van het bouwberoep dat destijds was ingediend bij de Bestendige Deputatie namens mijn cliënt Coomans de Brachêne en de heer Sottiaux die terzake gemandateerd was door mijn cliënt om een bouwaanvraag in te dienen bij het gemeentebestuur van Wemmel. Het spreekt voor zich dat de eerst belanghebbende en aanvrager zowel van de vergunning als van het beroep destijds bij de Bestendige Deputatie de eigenaar is van het goed in kwestie, zijnde mijn cliënt de heer Philippe Coomans de Brachêne. Notificatie van het gebeurlijk beroep van de gemachtigde ambtenaar had dan ook moeten gebeuren aan mijn cliënt en hij laat mij weten dat hij volgens zijn informatie terzake nooit enige notificatie heeft ontvangen”. 3.
- Met het bestreden besluit van 25 april 2006 wordt het beroep van de gemachtigde ambtenaar ingewilligd. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het beroep wordt het volgende overwogen: “Overwegende dat vooreerst dient gesteld dat appellant de ontvankelijkheid van het beroep van de gemachtigde ambtenaar betwist aangezien de eigenaar Coomans de Brachêne, waarvoor optrad als mandataris de heer Sottiaux, geen officiële kennisgeving van het beroep van de gemachtigde ambtenaar heeft ontvangen en gelet op het feit dat de gemachtigde ambtenaar geen enkele wetschending inroept, maar zijn beroep louter stoelt op een feitelijke apprecia- tie van de plaatselijke ruimtelijke ordening; Overwegende dat uit het onderzoek van het aanvraagdossier blijkt dat alle aanvraagdocumenten werden ondertekend door de heer en mevrouw Sottiaux als eigenaar, dat de bouwplannen werden opgemaakt door de heer Michel Coomans de Brachêne, architect; dat, overeenkomstig artikel 53, §2 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening en zijn latere wijzigingen, het college van burgemeester en schepenen alsook de gemachtigde ambtenaar in beroep kunnen komen bij de Vlaamse Regering binnen de dertig dagen na ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie tot verlening van een vergunning; dat het ‘terzelfder tijd ter kennis van de aanvrager en van de Vlaamse Regering wordt gebracht’; dat op 29 juli 2004 hoger beroep werd ingesteld en dat dit beroep terzelfder tijd aangetekend aan de aanvrager ter kennis werd gebracht; dat uit het onderzoek blijkt dat de aanvragers de aangetekende zending hebben ontvangen en het bewijs hiervan (rode kaart) teruggestuurd hebben op 2 augustus 2004; dat door appellant verkeerdelijk X-12.938-4/8 wordt aangegeven dat de heer Coomans de Brachêne eigenaar zou zijn; dat het beroep rechtsgeldig werd ingesteld en de kennisgeving aan de aanvrager conform artikel 53, §2 gebeurde zodat hier geen schending werd gemaakt van de vormvereisten, zoals hoger aangehaald; dat met betrekking tot het tweede gegeven, waarbij vooral verwezen wordt naar: ‘Parl.St., Vl.P. 2000-2001, stuk 720, nr.4, 30 en 31’, dient gesteld te worden dat het hier gaat om een verslag naar aanleiding van de decreetswijziging aangaande zonevreemde woningen; dat de regelgeving zoals voorzien in artikel 53, §2 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening niet gewijzigd werd; dat de gemachtigde ambtenaar nog steeds de bevoegdheid heeft om in hoger beroep te komen zowel met betrek- king tot de wettigheid van de beslissing van de bestendige deputatie als met betrekking tot de appreciatie van de goede ruimtelijke ordening; Overwegende dat om voormelde redenen het beroep van de gemachtigde ambtenaar wel degelijk ontvankelijk is”. VI. Ontvankelijkheid van het beroep 4.
- Ambtshalve moet worden onderzocht of de verzoeker van het rechtens vereiste belang doet blijken. 4.
- In het verzoekschrift laat de verzoeker gelden dat hij eigenaar is van de percelen die het voorwerp uitmaken van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning en dat hij in zijn hoedanigheid van eigenaar zonder meer belang heeft bij betwistingen die rechtstreeks zijn eigendom betreffen. Hij stelt dat zijn rechtstoestand rechtstreeks wordt aangetast door de administratieve beslissing waarbij een stedenbouwkundige vergunning houdende het oprichten van een woonhuis op zijn percelen wordt tenietgedaan. Volgens de verzoeker is zijn belang evident, nu een stedenbouwkundige vergunning in rem wordt verleend. In de laatste memorie preciseert de verzoeker dat de betrokken percelen bij authentieke akte van verdeling van 1 september 1994 aan hem werden toegewezen en dat hij deze bij onderhandse verkoopakte van 18 september 2002 aan de heer Sottiaux heeft verkocht, zij het onder de opschortende voorwaarde van het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning, die ten laatste binnen de vier maanden na het verlijden van de onderhandse akte diende te worden aangevraagd. Hij stelt dat de heer Sottiaux de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning heeft ingediend als lasthebber van de eigenaar van het perceel, gelet op de verkoop tussen partijen onder opschortende voorwaarde. Voorts laat de verzoeker gelden dat, zelfs al vermeldt het aanvraagformulier de heer Sottiaux als aanvrager, zonder expliciete verwijzing naar het verkoopcompromis, hij ab intitio heeft aangegeven dat hij zijn belang bij het beroep tot nietigverklaring steunt op zijn hoedanigheid van eigenaar, en dat hij hieruit een eigen hoedanigheid en belang put, waarbij het geen belang heeft wie ter zake de administratieve beroepstrappen heeft doorlopen. Het gegeven X-12.938-5/8 dat hij al dan niet betrokken was bij de administratieve beroepen, verhindert hem dan ook niet op ontvankelijke wijze een voorziening bij de Raad van State in te stellen. De verzoeker betoogt verder dat, zelfs al zou hij niet de aanvrager van de vergunning zijn, de weigering ervan hem niettemin een rechtstreeks en persoonlijk nadeel berokkent. Hij preciseert dat niet alleen de specifieke ontwikkelingsmogelijk- heden zoals deze zijn besloten in het ontwerp door de bestreden beslissing worden gehypothekeerd, maar ook de realisatiemogelijkheid van het perceel als dusdanig, aangezien de bestreden beslissing het gedeelte gelegen in woongebied beperkt tot de contouren van een naastgelegen verkaveling en aldus een verbod opneemt tot de realisatie van een bouwwerk in tweede bouworde op zijn perceel. Hij stelt dat de bestreden beslissing “binnen de continuïteit die het gelijkheidsbeginsel (aan het bestuur) oplegt een precedent (zal) creëren”, waardoor hem een nadeel berokkend wordt, dat door de verwijdering van de bestreden beslissing uit het rechtsverkeer zou worden verholpen. Ten slotte stelt de verzoeker dat algemeen wordt aangeno- men dat een stedenbouwkundige vergunning niet intuitu personae wordt verleend, en dat de overdraagbaarheid en de zakelijke werking ervan tot gevolg hebben dat hij als rechtsopvolger van de zakelijk gerechtigde Sottiaux en als eigenaar een vaststaand en rechtstreeks persoonlijk belang heeft bij de vordering. 4.
- De stelling van de verzoeker dat Yves Sottiaux de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning heeft ingediend als zijn lasthebber, is beperkt tot een loutere bewering die door geen enkel concreet gegeven wordt gestaafd en die bovendien wordt tegengesproken door de gegevens van het dossier, nu Yves Sottiaux op het aanvraagformulier niet heeft aangeduid dat de aanvraag in andermans naam geschiedde en de architect Michel de Brachène in de door hem ondertekende verklarende nota gesteld heeft dat de aanvraag betrekking heeft op de bouw van een woning “voor rekening van Dhr. en Mevr. Yves SOTTIAUX”. Hieruit blijk duidelijk dat niet de verzoeker, doch wel Yves Sottiaux de aanvrager van de stedenbouwkundige vergunning was. Voorts werd het beroep tegen de weigeringsbeslissing van 28 mei 2003 van het college van burgemeester en schepenen bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant door advocaat Peter Flamey ingediend “namens de aanvrager”. Ook het beroep tegen de weigering van de stedenbouwkundige vergunning ging aldus onmiskenbaar uit van Yves Sotiaux. Het feit dat de bestendige deputatie op 13 mei 2004 “het beroep ingediend door de heer Peter Flamey, advocaat, Aarlenstraat 25, 1050 Brussel, namens de heer en mevrouw Coomans de Brachene-Sottiaux” heeft ingewilligd, doet aan deze vaststellingen niets af, des te meer nu uit het dossier kan opgemaakt X-12.938-6/8 worden dat advocaat Peter Flamey deze verwarring zelf in de hand heeft gewerkt door het beroep bij de bestendige deputatie “namens de aanvrager” in te stellen met als kenmerk “Coomans de Brachene Sottiaux / Vlaamse gewest”, waarbij evenmin vaststaat dat dit kenmerk verwijst naar de huidige verzoeker, dan wel naar de architect Michel Coomans de Brachène. 4.
- Een weigering van een stedenbouwkundige vergunning kan alleen worden aangevochten door degene die de aanvraag heeft ingediend, of namens wie die aanvraag werd ingediend. Nu vaststaat dat zowel de aanvraag tot stedenbouw- kundige vergunning als het beroep tegen de weigering ervan door Yves Sottiaux in eigen naam werden ingediend, dient vastgesteld te worden dat de verzoeker vreemd is aan het bestreden weigeringsbesluit. Het betoog van de verzoeker dat hij, zelfs al is hij niet de aanvrager van de vergunning, niettemin als eigenaar een rechtstreeks en persoonlijk nadeel lijdt doordat de bestreden beslissing “een verbod opneemt tot de realisatie van een bouwwerk in tweede bouworde”, volstaat niet om hem de vereiste hoedanigheid bij de onderhavige vordering tot nietigverklaring te verschaffen. Een rechtsvordering waarmee wordt beoogd een voordeel dat werd geweigerd alsnog te verkrijgen, kan in beginsel alleen worden ingesteld door diegene die op dat voordeel aanspraak kan maken. De verzoeker kan geen vordering instellen die er op gericht is een aanspraak die hem niet toebehoort, in casu het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning, alsnog gerealiseerd te zien worden. Hij beschikt bijgevolg niet over de vereiste hoedanigheid om het beroep tot vernietiging in te stellen. Er anders over oordelen zou kunnen meebrengen dat een belanghebbende derde, zoals in casu de eigenaar van de betrokken percelen, zou kunnen bereiken dat een stedenbouwkundige vergunning moet worden verleend, eventueel zelfs tegen de veronderstelde wil in van de aanvrager van de vergunning, die, doordat hij niet in rechte is opgekomen tegen de weigering van die vergunning, geacht kan worden niet langer het voordeel van die vergunning na te streven. 4.
- Het beroep is niet ontvankelijk. X-12.938-7/8 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie november 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, met bijstand van Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-12.938-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.609 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div