id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.610 Rolnummer: A. 141495/X-11571 Zaak: Arrest 197610 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-13 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:47 Fiche Arrest nr 197.610 van 3 november 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 197.610 van 3 november 2009 in de zaak A. 141.495/X-11.
- In zake: Thierry RILKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim De Cuyper kantoor houdend te 9100 SINT-NIKLAAS Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de gemeente KRUIBEKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Flamey en Joost Bosquet kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: Herbert BLOMMAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Yves Loix kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 23 september 2003, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 30 juni 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kruibeke waarbij aan Herbert Blommaert de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het oprichten van een tweegezinswoning aan de Gelaagstraat 23 te Kruibeke-Rupelmonde, kadastraal bekend sectie A, nr. 189/d. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 160.484 van 23 juni 2006 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. X-11.571-1/11 De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 19 september
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Adjunct-auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 september
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Erika Rentmeesters, die loco advocaat Wim De Cuyper verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Matthias Valkeniers, die loco advocaten Peter Flamey en Joost Bosquet verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Olivier Verhulst, die loco advocaat Yves Loix verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-11.571-2/11 III. Feiten 3.
- Op 10 april 2002 (datum van het ontvangstbewijs) dient Herbert Blommaert een aanvraag in bij het gemeentebestuur van Kruibeke voor een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een tweegezinswoning op een terrein gelegen Gelaagstraat 23 te Kruibeke-Rupelmonde, kadastraal bekend sectie A, nr. 189/d. Het voornoemde terrein is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 november 1978 gewestplan “Sint-Niklaas-Lokeren” gelegen in woongebied en is verder gelegen binnen het beheersingsgebied van het bij ministerieel besluit van 13 juli 1972 goedgekeurd bijzonder plan van aanleg “Bebouwde Kom Rupelmonde” (hierna: het BPA) in de strook voor hoofdgebouwen. Inzake het profiel van de bebouwing in de voornoemde zone wordt een onderscheid gemaakt tussen vier soorten profiel, van A tot D. Het profiel C voorziet voor de eerste 9 meter een kroonlijsthoogte van 6 meter met een zadeldak van 45/, voor de volgende maximaal 6 meter een hoogte van maximaal 6 meter onder plat dak en tenslotte verder een maximale hoogte van 3,5 m. Tevens is het betrokken terrein gelegen in de niet vervallen verkaveling nr. VR21/1 - goedgekeurd bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 december
- Het betreft een verkaveling van twee loten, die het kwestieus terrein uitmaken. Inzake stedenbouwkundige voorschriften verwijst de verkaveling voor alle voorzieningen inzake profielen, oppervlakten, ... naar de BPA-voorschriften; inzake bestemming van de percelen wordt vermeld eengezinswoningen in gesloten bebouwing, met maximaal één verdieping en schuin dak; inzake bouwdiepten en hoogten wordt verwezen naar profiel C van het BPA; samenvoeging van beide loten voor bebouwing met één eengezins- of tweegezinswoning is toegelaten. 3.
- De aanvraag heeft betrekking op één kopperceel dat is ontstaan door samenvoeging van de twee loten van de voornoemde verkaveling. Op de bij de aanvraag gevoegde plannen wordt de zuidelijke gevel aangeduid als “voorgevel”. Gemeten van aan de laatstgenoemde gevel heeft het als woonlaag ingerichte zadeldak over een breedte van 9 meter een diepte van 13,5 meter. 3.
- Tijdens het openbaar onderzoek dient de verzoeker een bezwaarschrift in waarin hij onder meer stelt dat de plannen niet in X-11.571-3/11 overeenstemming zijn met het BPA omdat er over de volledige bouwdiepte een verdieping almede een zadeldak wordt voorzien en dat de plannen een drastische vermindering van privacy en zonlicht inhouden voor zijn aan de noordelijke grens van het bouwterrein palend woonperceel. 3.
- Op 3 juni 2002 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kruibeke de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. Het bezwaar van de verzoeker wordt verworpen met volgende overweging : “Het ontwerp van de tweegezinswoning is opgemaakt conform de goedgekeurde verkaveling van 20/12/
- Overwegingen inzake privacy en algemeen plaatselijke ordening gelden in essentie als ze niet zijn vastgelegd in een bestemmingsplan. Stedenbouwkundig is een verdichting van de bebouwing langs het Scheldefront aangewezen en dient op korte termijn nagegaan hoe de aanpalende bebouwing hierop kan worden aangesloten”. 3.
- Op 30 augustus 2002 vordert de verzoeker voor de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging van het voornoemde vergunningsbesluit (zaak A.126.154/X-11.097). Bij arrest nr. 115.095 van 28 januari 2003 schorst de Raad van State de tenuitvoerlegging van het vergunningsbesluit met als ernstig bevonden middel dat het college niet antwoordt op het bezwaar van verzoeker uitgebracht tijdens het openbaar onderzoek waarbij hij opmerkte dat het project niet conform de BPA-voorschriften was. 3.
- Op 18 februari 2003 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kruibeke in de zaak A.126.154/X-11.097 geen verzoek tot voortzetting in te dienen : “Deze problematiek - integratie bestaande bebouwing met bebouwing langs Scheldefront - dient bekeken te worden bij de herziening van het B.P.A. Rupelmonde”. 3.
- Op 8 mei 2003 brengt de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar advies uit over de door de bouwheer voorgestelde werkwijze om de vergunning van 3 juni 2002 in trekken en een nieuwe vergunning af te geven. Over de aanvraag en over het bezwaar van de verzoeker dat de plannen niet in overeenstemming zijn met het BPA wordt in dit advies het volgende gesteld: “De rest is interpretatie, nl. of het gaat over één voorgevel met zicht op de Schelde en twee zijgevels waarbij profiel C wordt toegepast, georiënteerd op X-11.571-4/11 de Schelde, of het gaat over twee voorgevels C en één zijgevel of drie voorgevels. De aanvrager kiest voor twee voorgevels, nl. één gericht op de Schelde en één op de Gelaagstraat, zijnde Mercatorplein. Zodoende wordt profiel C tweemaal toegepast en wordt tot de oplossing gekomen zoals voorzien in de bouwaanvraag. De plannen zijn in overeenstemming met de goedgekeurde verkaveling en met het bijzonder plan van aanleg van 13/7/72, waarnaar de verkaveling verwijst, en met het bijzonder plan van aanleg van ’89, waarin de verkaveling is opgenomen. De verkaveling maakt, door de vorm van het perceel, interpretatie noodzakelijk, de aanvrager heeft een geldige interpretatie gemaakt en is, volgens deze interpretatie, in overeenstemming met de geldende stedenbouwkundige voorschriften. Toetsing aan de goede R.O. Zoals vermeld vormt het perceel de kop van de aaneengesloten bebouwing in de Gelaagstraat en heeft het als dusdanig drie vrijstaande gevels. Eén van deze gevels, deze met zicht op de Schelde, wordt uitgewerkt als een voorgevel, de beide andere gevels zijn uitgewerkt als zijgevels met enkel garagepoorten op het gelijkvloers. Profiel C toepassen, aansluitend op de Gelaagstraat nr. 19, en een ‘voorgevel’ uitwerken met enkel een garagepoort is een dubbelzinnigheid. Als de verkaveling wordt getoetst aan het B.P.A. van ’89 dat de mogelijkheid voorziet voor het bouwen van een woning met 1 bouwlaag en een zadeldak aan de beide zijden van de achterperceelsgrens, dient het perceel geïnterpreteerd als een bouwperceel met één of twee kop gebouwen, door samenvoeging wordt dit één kop gebouw met drie voorgevels. In deze context is de verkaveling vrijwel onuitvoerbaar indien profiel C strikt wordt toegepast. Interpretatie is nodig waarbij dient afgeweken van de geldende stedenbouwkundige voorschriften, evenwel vanuit de optiek dat het gaat over een kop gebouw met drie vrijstaande gevels dat dient geïntegreerd met de aanpalende bebouwing Gelaagstraat nr. 19, bestaande uit één bouwlaag en een zadeldak. Bij deze interpretatie weerstaat de aanvraag de toetsing aan de goede R.O. niet en wordt het project een object building die niet geïntegreerd is in de omgeving en los staat van de ruimtelijke context. Vandaar het voorstel het project stedenbouwkundig af te wegen in het kader van de herziening van het B.P.A. ’89 voor het Scheldefront en de aanpalende en achterliggende bebouwing en het advies de bouwvergunning momenteel niet in te trekken”. 3.
- Op 30 juni 2003 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kruibeke tot de intrekking van de vergunning van 3 juni 2002 “gelet op het feit dat de eerder genomen beslissing d.d. 03/06/2002 onvoldoende was gemotiveerd”. Bij arrest nr. 128.136 van 12 februari 2004 verwerpt de Raad van State dan ook het voormelde beroep tot nietigverklaring. 3.
- Op 30 juni 2003 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kruibeke een nieuwe vergunning. Dit is het bestreden besluit, waarin omtrent het bezwaar van de verzoeker het volgende wordt overwogen: X-11.571-5/11 “
- Behandeling bezwaarschrift 2.
- Strijdigheid met het B.P.A. Op het perceel is een niet vervallen verkaveling van toepassing waarvoor de volgende verkavelingsvoorschriften gelden: - toepassen van de voorschriften van het B.P.A. Bebouwde Kom Rupelmonde 4e wijziging K.B. 13/07/72 - percelen zijn bestemd voor oprichting van ééngezinswoningen met max. één verdieping en een schuin dak - samenvoeging van de twee loten is mogelijk voor de bouw van één ééngezinswoning of een tweewoonst - voor de bouwhoogten - en diepten dient prof. C gevolgd van het B.P.A. van 13/07/
- Profiel C voorziet in een hoofdgebouw met kroonlijsthoogte 6m en een zadeldak tot op een diepte van 9 m en een bijgebouw kroonlijsthoogte 6m, plat dak en een diepte van 6 m Het perceel is een samenvoeging van twee loten uit een verkaveling die duidelijk georiënteerd is op de Schelde gezien in de oorspronkelijke verkaveling de gemeenschappelijke zijperceelsgrens gericht is op de Schelde en enkel op de achterperceelsgrenzen aansluit op de bestaande bebouwing in de Gelaagstraat. Het perceel van de aanvraag is geen hoekperceel, maar door de samenvoeging van de loten wordt het een perceel op de kop van de bebouwing in de Gelaagstraat en heeft het drie vrijstaande gevels. Het perceel vormt als dusdanig het einde van de aaneengesloten bebouwing van de Gelaagstraat aan de Scheldekant. Vanuit het gegeven m.n. een kopwoning met drie vrijstaande gevels, zijn verschillende interpretaties en architecturale oplossingen mogelijk. In de aanvraag is gekozen voor een woning met twee voorgevels, één georiënteerd op de Schelde en één in de Gelaagstraat. Zodoende wordt tweemaal profiel C toegepast zoals voorgeschreven in de goedgekeurde verkaveling VR 21/1 d.d. 20/12/78 die verwijst naar het B.P.A. Bebouwde Kom Rupelmonde 4e wijziging d.d. 13/07/72 en integraal is opgenomen in het B.P.A. Bebouwde Kom Rupelmonde 5e wijziging d.d. 17/04/
- Hierdoor ontstaat een aanvaardbare oplossing voor de vrijstaande gevel gericht op de Schelde en de vrijstaande gevel in de Gelaagstraat. Het betreft een klassieke toepassing van het profiel C op een hoekperceel. Het voorziene gabariet van twee bouwlagen en een zadeldak kan worden beschouwd als de dominante woningtypologie in de Gelaagstraat tussen de Schelde en het Mercatorplein. Profiel C wordt correct toegepast. Uit de plannen blijkt duidelijk (dat) er geen sprake is van een verdieping over de volledige bouwdiepte en een zadeldak over de volledige oppervlakte zoals de bezwaarindiener ten onrechte beweert. In de aanvraag is een geldige interpretatie gemaakt van geldende stedenbouwkundige plannen en volgens deze interpretatie zijn de stedenbouwkundige voorschriften correct toepgepast en is de aanvraag in overeenstemming met het B.P.A. Bebouwde Kom Rupelmonde 4e en 5e wijziging. 2.2 Drastische vermindering van privacy en zonlicht Wat betreft de drastische vermindering van privacy n zonlicht dient vermeld dat van een bebouwing over de volledige diepte van het perceel geen sprake is. Er is in het ontwerp een ruime binnenkoer voorzien waarrond de achterbouw is georganiseerd. Uit de plannen blijkt dat het project geen ramen bevat waardoor vanuit de woonruimte een rechtstreeks uitzicht op de aanpalende woning ontstaat, slechts drie ramen, beperkt in oppervlakte, zijn gericht naar het perceel van bezwaarindiener. Deze ramen bevinden zich bovendien op bijna 4 m van de perceelsgrens. X-11.571-6/11 Bovendien moet worden vermeld dat de naastgelegen woning van de bezwaarindiener is gebouwd gericht op de Gelaagstraat, met een wachtgevel en een volledig ommuurde binnentuin. Als dusdanig worden het uitzicht en de privacy in geen enkel opzicht geschaad. Het feit dat het zonlicht van de buur wordt geschaad volgt onvermijdelijk uit de realisatie van het project op zich. De Gelaagstraat loopt in zuidelijke richting naar de Schelde zodat elke woning die dichter naar de Schelde toe is gebouwd een deel van het zonlicht wegneemt van de aanpalende woning. Dit gegeven is inherent aan een aaneengesloten bebouwing. Het is duidelijk dat door de realisatie van het project het pand nr. 19 niet op onredelijke wijze wordt afgeschermd van zonlicht, dat het uitzicht niet wordt benomen en dat de privacy niet wordt geschaad. Er wordt tegenaan de woning aangebouwd in functie van de aaneengesloten bebouwing in de Gelaagstraat zoals vastgelegd in de geldende bestemmingsplannen. 2.
- Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de goede ruimtelijke ordening houdt in de eerste plaats in dat het project wordt getoetst aan het geldende B.P.A. en aan de verkavelingsvergunning. In punt 2.
- is uitvoerig aangetoond dat het project hieraan voldoet. Deze uitvoeringsplannen zijn in essentie immers bedoeld om de goede ruimtelijke ordening van de plaats vast te leggen. Bijkomend kan worden gesteld dat de dominante woningtypologie in de Gelaagstraat bestaat uit rijwoningen met twee woonlagen en een zadeldak. Het project sluit aan bij deze woningtypologie en is als dusdanig stedenbouwkundig verantwoord. In het bezwaarschrift wordt opgemerkt dat de aanvraag de toetsing met de goede ruimtelijke ordening niet doorstaat, zonder dat meer nauwkeurige redenen worden gegeven, zodat dit bezwaar niet verder in overweging kan worden genomen”. IV. Onderzoek van de middelen. A. Uiteenzetting van het eerste middel 4.
- In het eerste middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van de formele motiveringsplicht, van het motiveringsbeginsel en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel. In het verzoekschrift wordt het middel onder meer als volgt toegelicht: “In huidige beslissing wordt wel geantwoord op de verschillende punten die verzoeker aanhaalde in zijn bezwaarschrift, zodat mogelijks wel aan de formele motiveringsplicht kan voldaan zijn, maar hiermee heeft het College nog niet gehandeld overeenkomstig artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen. Immers, artikel 3 evenals uw Raad bepalen uitdrukkelijk dat de redenen waarom de gemaakte bezwaren en opmerkingen al dan niet worden bijgetreden X-11.571-7/11 niet alleen moeten blijken uit de beslissing zelf of de stukken, maar dat ze ook afdoende moeten zijn. In casu is evenwel in geen geval sprake van een afdoende motivering, maar lijkt het college van burgemeester en schepenen zich eerder in bochten gewrongen te hebben om de vergunning hoe dan ook af te leveren. Het College vat het bezwaarschrift van verzoeker als volgt samen : ‘Niettegenstaande de principiële verenigbaarheid van de aanvraag met de geldende stedenbouwkundige plannen betekent de realisatie van de woning een inbreuk op de privacy, licht en zicht van de gebuur en wordt de plaatselijke ordening geschaad m.a.w. - de plannen zijn niet in overeenstemming met het BPA gezien over de volledige bouwdiepte een verdieping wordt voorzien, alsmede een zadeldak - de plannen vormen een drastische vermindering van privacy en zonlicht - de aanvraag dient getoetst aan de goede RO’
- Het besluit stelt in antwoord op deze bezwaren in de eerste plaats dat het project in overeenstemming is met de geldende plannen van aanleg en de verkavelingsvergunning. Verzoeker stelde in zijn bezwaarschrift dat het project het BPA schendt door een verdieping te voorzien over de volledige bouwdiepte alsmede een zadeldak. In het bezwaarschrift werd het als volgt geformuleerd : ‘
- Het voormeld BPA Rupelmonde, goedgekeurd bij K.B. dd. 13.07.1972, situeert het betrokken perceel in een strook voor hoofdgebouwen (aaneen - groepsbebouwing). Het BPA Rupelmonde stelt dat de op te richten woningen in de strook voor hoofdgebouwen aan één van de vooropgestelde profielen moet voldoen. Voor zover de profielen A of B niet verplichtend worden opgelegd, is er een vrije keuze, zoals in casu, uit de profielen C en D. De profielen worden alsdan nauwgezet getekend in het BPA Rupelmonde, waarbij een onderscheid wordt gemaakt naargelang de bouwdiepte. Het profiel C, van toepassing op het kwestieus perceel, voorziet één verdieping (max. 6 m hoog) en een zadeldak van 30, à 45/ tot een diepte van 9m., daarna één verdieping (eveneens max. 6 m hoog) voor de volgende 6m. gevolgd door een eventuele achterbouw (max. 3,50 m hoog) tot op de maximaal toegelaten bouwdiepte volgens de aanduidingen van het BPA. Het profiel C sluit het nauwst aan bij het voorgestelde plan: (...)
- De ingediende plannen zijn niet in overeenstemming met het BPA. Door op het plan een verdieping te voorzien over de volledige bouwdiepte, alsmede een zadeldak over de volledige oppervlakte, miskent de aanvraag de voorschriften van het BPA zoals hiervoor uiteengezet.’ Het College probeert nu op alle mogelijke manieren aan te tonen dat de plannen wel in overeenstemming zouden zijn met de plannen van aanleg en de verkavelingsvergunning. De argumentatie van de gemeente komt erop neer dat geldende voorschriften op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen en moeten worden, en dat de interpretatie die de aanvrager gegeven heeft, correct is. Het project dient volgens haar beschouwd te worden, niet als een hoekperceel maar als een kopwoning met twee voorgevels, één georiënteerd op de Gelaagstraat, en één georiënteerd op de Schelde zodat het profiel C dat voorgeschreven wordt, in feite twee maal kan toegepast worden. Hierdoor krijgt men volgens het besluit ‘een klassieke toepassing van het profiel C op een hoekperceel’. X-11.571-8/11 Dit is evenwel een interpretatie die onaanvaardbaar is en manifest in strijd met de voorschriften van het BPA. Door eenvoudigweg te stellen dat men profiel C twee maal kan toepassen, probeert men enkel de voorschriften te omzeilen. Immers, door dit te doen, komt de aanvrager de facto tot een verdieping over de volledige bouwdiepte, alsmede een zadeldak over de volledige oppervlakte, hetgeen men juist niet wenst aangezien expliciet een profiel C wordt voorgeschreven, zoals hierboven schematisch weergegeven. Wanneer het College in haar besluit beweert dat de plannen niet aantonen dat over de volledige bouwdiepte een verdieping wordt gebouwd, met een zadeldak over de volledige oppervlakte, gaat zij in tegen het dossier zelf. De plannen zijn weliswaar onduidelijk en enigszins misleidend maar tonen wel degelijk aan dat men werkt in strijd met de voorschriften, zoals werd aangetoond in het bezwaarschrift van verzoekende partij”. B. Beoordeling van het eerste middel 4.2.
- Het recht van belanghebbenden om bezwaren en opmerkingen te formuleren tijdens het openbaar onderzoek brengt voor de bevoegde overheid de verplichting mee om de gemaakte bezwaren en opmerkingen te onderzoeken en te beoordelen. De redenen waarom de gemaakte bezwaren en opmerkingen al dan niet worden bijgetreden moeten blijken, zo niet uit de beslissing zelf dan minstens uit de stukken van het dossier. Deze redenen moeten afdoende zijn. 4.2.
- In zijn bezwaarschrift heeft de verzoeker aangevoerd dat de plannen niet in overeenstemming zijn met het BPA aangezien over de volledige bouwdiepte een zadeldak wordt voorzien. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat de aanvraag een zadeldak voorziet met deels een diepte van 13,5 meter, gemeten van aan de op de plannen als voorgevel aangegeven zuidelijke gevel. Er bestaat geen betwisting over dat de vergunningverlenende overheid dit bezwaar heeft weerlegd met de overweging dat het profiel C -waarin een diepte van het zadeldak van 9 meter is voorzien- tweemaal werd toegepast, te weten éénmaal vanaf de zuidelijke gevel en éénmaal vanaf de oostelijke gevel, aangezien “in de aanvraag is gekozen voor een woning met twee voorgevels”. 4.2.
- Het profiel C is erop gericht de bouwhoogte te doen dalen naar gelang de diepte ten opzichte van de voorgevel. Dit stedenbouwkundig voorschrift wordt miskend indien de maximale diepte van het zadeldak niet enkel wordt berekend vanaf de zuidelijke gevel, maar nog een tweede maal vanaf de oostelijke “tweede voorgevel”. Noch de omstandigheid dat het vergunde gebouw een kopwoning is, noch het feit dat het bouwperceel aan twee zijden grenst aan de Gelaagstraat en aan één zijde aan een bedieningsweg, noch het feit dat het X-11.571-9/11 bouwperceel is ontstaan door samenvoeging van twee loten van een verkaveling doet aan het voorstaande afbreuk. 4.2.
- Uit het voorschrift zelf volgt dat het profiel C met een dalende bouwhoogte van de voorgevel tot de achtergevel slechts éénmaal kan worden toegepast. Anders dan de verwerende partij in haar laatste memorie lijkt voor te houden behoort de “interpretatie” of het profiel C één- of tweemaal wordt toegepast dan ook niet tot de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de vergunningverlenende overheid. 4.2.
- De conclusie is dat het bezwaar van de verzoeker niet afdoende werd weerlegd. Door dit vast te stellen stelt de Raad van State zich, anders dan de verwerende partij in haar laatste memorie voorhoudt, niet in de plaats van het bestuur. 4.2.
- Het middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 30 juni 2003 van de gemeente Kruibeke waarbij aan Herbert Blommaert de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het oprichten van een tweegezinswoning aan de Gelaagstraat 23 te Kruibeke-Rupelmonde, kadastraal bekend sectie A, nr. 189/d.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. X-11.571-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie november 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, met bijstand van Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-11.571-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.610 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.484 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div