id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.633 Rolnummer: A. 192979/XIV-33297 Zaak: Arrest 197633 - Tucht (openbaar ambt) - 06/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-17 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 03:48 Fiche Arrest nr 197.633 van 6 november 2009 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 197.633 van 6 november 2009 in de zaak A. 192.979/XII-
- In zake: Geert BAILLEUL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Vandenbussche kantoor houdend te Harelbeke Tuinstraat 37 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- AZ SINT-JAN AV BRUGGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Lust kantoor houdend te Assebroek-Brugge Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen
- DE VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 9 juni 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de Gouverneur van de Provincie West- Vlaanderen” van 15 april 2009, waarbij “het door [Geert Bailleul] ingestelde beroep tegen het besluit van de Raad van Beheer van het AZ Sint-Jan AV van 17.
- 2008 inzake een aan verzoeker opgelegde berisping als tuchtsanctie ongegrond wordt verklaard”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een nota ingediend. XII-5855-1\4 Auditeur Bart Weekers heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 oktober
- Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Veerle Stroobants, die loco advocaat Wim Vandenbussche verschijnt voor verzoeker, advocaat Jelle Snauwaert, die loco advocaat Antoon Lust verschijnt voor de eerste verwerende partij en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Bart Weekers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker is sinds 1980 als verpleger tewerkgesteld bij het Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan AV van Brugge. Op 17 december 2008 besluit de raad van bestuur van eerste verwerende partij aan verzoeker de tuchtstraf van berisping op te leggen. Op 22 januari 2009 tekent verzoeker “beroep” aan tegen deze beslissing bij de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen. Op 15 april 2009 deelt de gouverneur zijn bevindingen aan verzoeker mee. IV. Voorwerp van de rechtspleging en ontvankelijkheid
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over het precieze voorwerp van het beroep en over de ontvankelijkheid uitspraak te doen. Een XII-5855-2\4 dergelijk onderzoek zou alleen nodig zijn indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. De schorsingsvoorwaarden
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. VI. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde
- Verzoeker doet als moeilijk te herstellen ernstig nadeel in het inleidend verzoekschrift gelden dat één en ander, na bijna 30 jaar dienst, de kern raakt van zijn persoonlijkheid en bovendien zijn professionele kansen verder hypotheceert. Volgens verzoeker zou het tuchtdossier eventuele promoties in het gedrang kunnen brengen en zouden eventuele gemiste promoties onmogelijk in de toekomst kunnen worden hersteld.
- De tuchtstraf van de berisping is één der zogenaamde “lichte tuchtstraffen”, die na een termijn van één jaar vanaf de datum waarop de tuchtstraf werd uitgesproken in het persoonlijk dossier van verzoeker zal worden doorgehaald. Verzoeker zal dan ook nog maar heel kort -zijnde tot 17 december 2009- de gevolgen van de opgelegde tuchtstraf moeten ondergaan. Een dergelijke lichte tuchtstraf kan in beginsel niet worden geacht een moreel nadeel te berokkenen dat ernstig genoeg is om een schorsing te rechtvaardigen. Zulks kan enkel het geval zijn wanneer verzoeker met concrete gegevens aannemelijk maakt dat bijzondere omstandigheden eigen aan zijn zaak een afwijkende beoordeling vereisen. Verzoeker haalt echter geen dergelijke gegevens aan, tenzij eventueel zijn lange staat van dienst van bijna 30 jaar, waarmee echter geenszins het bestaan van een uitzonderingssituatie wordt aangetoond. Het is derhalve niet aangetoond dat niet de morele genoegdoening van een eventuele XII-5855-3\4 vernietiging van het bestreden besluit, maar slechts de onmiddellijke schorsing ervan het aangevoerde moreel nadeel kan goedmaken.
- Verzoeker verwijst voorts in het algemeen naar het mislopen, gedurende een zekere tijd, van promotiekansen, maar licht zulks niet concreet toe. Inzonderheid toont hij niet aan dat er zich nog “eventuele promoties” kunnen voordoen in de periode die nog rest tot 17 december
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 6 november 2009, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Frank Bontinck, griffier. De griffier, De voorzitter, Frank Bontinck Geert Van Haegendoren XII-5855-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.633 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.218.289 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.