← België

Arrest 197655 - Penitentiair recht - 06/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.655 Rolnummer: A. 194454/IX-6569 Zaak: Arrest 197655 - Penitentiair recht - 06/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-09 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:48 Fiche Arrest nr 197.655 van 6 november 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 197.655 van 6 november 2009 in de zaak A. 194.454/IX-6569 In zake : Ibrahim BOUFOUS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mathieu Langerock kantoor houdend te Sint-Kruis Dampoortstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 2 november 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de gevangenisdirecteur van de strafinrichting te Brugge van 28 oktober 2009, waarbij aan de verzoeker de tuchtsanctie van één maand glasbezoek wordt opgelegd van 29 oktober 2009 tot en met 28 november
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 november 2009, om 11.00 uur. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. De verzoeker, advocaat Mathieu Langerock, die verschijnt voor de verzoeker, en attaché Jorn Brewaeys, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. IX-6569-1/7 Adjunct-auditeur Alexander Van Steenberge, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op het tijdstip van de bestreden beslissing bevindt verzoeker zich in de strafinrichting te Brugge. Op 13 oktober 2009 wordt een eerste rapport aan de directeur opgesteld. Het heeft in essentie betrekking op ordeverstoring, veroorzaakt door het kind van de verzoeker dat er blijkbaar een gewoonte van maakt om in de gang van de gedetineerden te lopen als de gedetineerden toekomen met het oog op het gezinsbezoek. De verzoeker laat het kind begaan en houdt zich niet aan de regel dat bij het einde van het bezoek, de bezoekers moeten gescheiden worden van de gedetineerden. Op 15 oktober 2009 deelt de gevangenisdirectie aan de verzoeker mee dat geen tuchtprocedure wordt opgestart, omdat hij “is verwittigd”. Op 24 oktober 2009 wordt een tweede omstandig rapport aan de directeur opgesteld. Op 28 oktober 2009 neemt de gevangenisdirectie de thans bestreden beslissing, nadat de verzoeker, in aanwezigheid van zijn raadsman werd gehoord. Op 28 oktober 2009 wordt een uitgebreid verslag opgesteld van de tuchtrechtelijke hoorzitting. IX-6569-2/7 Op dezelfde datum wordt de thans bestreden beslissing van 28 oktober 2009 ter kennis gebracht aan de verzoeker. IX-6569-3/7 Deze beslissing luidt als volgt: “BESLISSING TUCHTSANCTIE Betreft: (naam en voornaam van de gedetineerde) Boufous Ibrahim Gelet op : : artikel 81 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende Algemeen reglement van de strafinrichtingen : artikel 82 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende Algemeen reglement van de strafinrichtingen 9 artikel 83 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende Algemeen reglement van de strafinrichtingen • Gelet op de feiten die als volgt worden omschreven: Zie rapport aan directeur d.d. 24/10/2009 Gelet op de argumenten van de gedetineerde (en / of zijn advocaat) die het tuchtdossier heeft kunnen raadplegen en hieromtrent op 28/10/2009 werd gehoord: Betrokkene wordt bijgestaan door Meester Langerock Mathieu Betrokkene ontkent de feiten. (...) De volgende tuchtsanctie wordt ten aanzien van de gedetineerde uitgespro- ken ‘1 maand glasbezoek, van 29/10 tot en met 28/11/2009 Aanvang van de tuchtsanctie: 29/10/2009’ Motivering van de sanctie: Betrokkene kreeg een ‘Rapport aan Directeur’. Betrokkene is een tweetal weken geleden reeds gezien door de directie in verband met een gelijkaardig incident tijdens het bezoek. De directie heeft hem de regels uitgelegd, maar hij kreeg een 2A, wat inhoudt dat er geen sanctie op volgde. Toen hem deze 2A werd betekend, reageerde hij woedend. De elementen vermeld in het rapport van 24/10/2009 zijn duidelijk, hij blijft onmiddellijk zware verbale agressie uiten in volle zaal, en houdt zich niet aan de regels dat bij einde bezoek de bezoekers moeten gescheiden worden van de gedetineerden. Hij brengt gans deze beweging in gevaar, en dat terwijl er bezoekers en kinderen aanwezig zijn. Hij richt zich ook vooral tegenover de verantwoordelij- ke kwartierchef, en doet hier zelfs tijdens het verhoor lasterlijke aantijgingen ten opzichte van deze kwartierchef. Hij vindt het nodig te melden dat hij nog vóór dit incident reeds een klacht indiende tegen deze kwartierchef. Hij wil zich beroepen op de getuigenis van andere beambten, deze beambten hebben het rapport mee geviseerd, maar hij vindt dit machtsmisbruik kwartier- chef. Betrokkene heeft een houding die totaal niet passend is in de bezoekzaal, en ten opzichte van het personeel. Hij probeert in zijn verdediging zijn arrogant en agressief gedrag weg te verklaren doordat zijn kind rondloopt en weent als de beambte het terugbrengt. Als een kind rondloopt en het kan naar een speelhoekje lopen, is het niet toegelaten dat bezoekers of gedetineerden ook rondlopen, maar ze kunnen wel in overleg met de beambten ingrijpen mocht dit nodig blijken. Dit stelt nooit geen problemen en de overzichtelijkheid over het bezoek wordt bewaard voor het personeel. IX-6569-4/7 Deze gedetineerde laat zich gelden op een bijzonder ongepaste manier, en betekent een gevaar voor de fysieke integriteit van derden, zowel personeel als bezoekers. Hij moet leren om zijn verbaal agressieve commentaar te stoppen. De feiten zijn bewezen, en als zeer ernstig geëvalueerd. Een passende tuchtstraf is dan ook nodig. De gevangene die zich schuldig maakt aan bedreigingen, beledigingen of gewelddaden hetzij tegen het personeel van de strafinrichtingen, hetzij tegen andere gevangenen wordt strenger bewaakt of afgezonderd. (Art. 614 Wetboek van Strafvordering). De gedetineerden moeten gehoorzamen aan de personeelsleden en alles volbrengen wat deze hun opleggen om de orde te handhaven en de reglementen uit te voeren. (Art. 77, Algemeen Reglement Strafinrichtingen). De gedetineerde moet de bevelen of instructies opvolgen van het personeel met betrekking tot de handhaving van de orde en de veiligheid en tot de uitvoering van de reglementen. (Basiswet, art.106 § 2). De gedetineerde heeft tot plicht er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere personen de orde en de veiligheid niet in gevaar brengt of verstoort (Art. 106 § 1 van de Basiswet 12.1.2005). (...).” IV. Onderzoek van de vordering 4.
  6. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. 4.2.
  7. Wat de tweede cumulatieve voorwaarde betreft, met name het moeilijk te herstellen ernstig nadeel schrijft de verzoeker wat volgt: “Verzoeker verblijft sinds 16-05-2008 in de gevangenis; sinds februari 2009 in de gevangenis te Brugge. In het verleden heeft de verzoeker nooit geen tuchtproblemen gehad in de gevangenis te Brugge. Verzoeker wordt 4 à 5 maal per week bezocht door zijn vrouw. Zijn kind (20 maanden oud) is hierbij steeds aanwezig. Glasbezoek zorgt ervoor dat een normale affectieve omgang met zijn vrouw en kind onmogelijk wordt. Zowel voor de verzoeker, vrouw en kind, zal dit ongetwijfeld een traumatiserend effect hebben. IX-6569-5/7 Verzoeker meldt dat tijdens het glasbezoek op 31-10-2009 zijn kind volledig overstuur geraakte.” 4.2.
  8. De verwerende partij, die geen nota heeft ingediend, betwist ter zitting zowel het bestaan als de ernst van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. 4.2.
  9. De opgelegde tuchtsanctie luidt als volgt: “1 maand glasbezoek van 29/10 tot en met 28/11/
  10. Aanvang van de tuchtsanctie 29/10/2009.” Uit de uiteenzetting van de verzoeker blijkt dat hij het bezoek krijgt van zijn echtgenote en van zijn kind en dit tot vijfmaal per week. Het kind is op het tijdstip van het indienen van het verzoekschrift twintig maanden. De enige beperking die wordt opgelegd gedurende een periode van één maand gezinsbezoek is dat het gezinsbezoek doorgaat achter glas, zodat er geen fysiek contact is tussen de gezinsleden tijdens de bezoekuren. In redelijkheid kan worden aangenomen dat dit voor een zeker ongemak kan zorgen, wat ook de bedoeling is, om de verzoeker en zijn gezin duidelijk te maken dat de geplande bezoeken in de gevangenis ordentelijk en rustig zouden verlopen, in het belang van de orde en de veiligheid binnen de gevan- genismuren en van de gedetineerden en hun familie die zich tijdens de bezoekuren in dezelfde ruimte bevinden. Volgens de criteria waaraan een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dient te beantwoorden, is een dergelijk ongemak geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de beperkte duur van de opgelegde tuchtsanctie. De bestreden beslissing belet niet dat de verzoeker zijn bezoek- recht uitoefent. Er wordt enkel een modaliteit van het bezoekrecht aangepast, zijnde dat het bezoek gedurende één maand achter glas plaatsvindt.
  11. Bijgevolg is niet voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
  12. IX-6569-6/7
  13. Nu niet is voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde, volstaat deze vaststelling om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt de vordering.
  15. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 6 november 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6569-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.655 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.926 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.