← België

Arrest 197661 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 09/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.661 Rolnummer: A. 187681/IX-5885 Zaak: Arrest 197661 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 09/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-17 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:49 Fiche Arrest nr 197.661 van 9 november 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 197.661 van 9 november 2009 in de zaak A. 187.681/IX-

  1. In zake : Lia BOURGAIN, wonende te BRUGGE, Vizierstraat 16 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Lia BOURGAIN op 27 maart 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 31 januari 2008 van de FOD Sociale Zekerheid, Dienst oorlogsslachtoffers, waarbij het statuut van politiek gevangene haar wordt geweigerd; Gelet op de beschikking van 14 april 2008 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 22 mei 2009; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 7 augustus 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State; IX-5885-1/3 Overwegende dat verzoekster bij brief van 13 augustus 2009 heeft gevraagd om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 2 oktober 2009, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 26 oktober 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van de verzoekster, en van attaché H. VANHOUDT, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld. De verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekster medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij zij binnen een termijn IX-5885-2/3 van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekster heeft gevraagd om te worden gehoord. Zij betwist niet dat er niet om de voortzetting van het geding gevraagd is, maar wijt dit aan een ziektetoestand. Daarmee toont zij evenwel het bestaan van overmacht niet aan. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 9 november 2009, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5885-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.661 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.