← België

Arrest 197673 - Individuele akten (fiscaliteit) - 09/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.673 Rolnummer: A. 77602/IX-1021 Zaak: Arrest 197673 - Individuele akten (fiscaliteit) - 09/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-17 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 03:49 Fiche Arrest nr 197.673 van 9 november 2009 Fiscaliteit - Individuele akten (fiscaliteit) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 197.673 van 9 november 2009 in de zaak A. 77.602/IX-

  1. In zake : de BVBA SCHEERS II, gevestigd te MEISE, Drijpikkelstraat 27, bus 13 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA SCHEERS II op 19 februari 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het deskundigenverslag van 15 december 1997 waarin het kadastraal inkomen van het onroerend goed gelegen te Meise, Drijpikkelstraat 31 wordt geraamd; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 19 september 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 28 juli 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 september 2009; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-1021-1/8 Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. DE WOLF; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Gegevens van de zaak 1.
  2. Op 28 juni 1996 betekent de Administratie van het Kadaster te Merchtem aan de verzoekende partij het nieuw kadastraal inkomen van het onroerend goed gelegen te Meise, Drijpikkelstraat 31, kadastraal bekend sectie C, nr. 178/R. 1.
  3. Met een brief van 26 augustus 1996 dient de verzoekende partij een bezwaarschrift in tegen die nieuwe raming van het kadastraal inkomen. 1.
  4. Op 18 april 1997 wordt door de Administratie van het Kadaster met betrekking tot voormeld onroerend goed een nieuw kadastraal inkomen betekend aan de verzoekende partij. 1.
  5. Met een aangetekende brief van 18 juni 1997 dient de verzoekende partij ook tegen die raming van het kadastraal inkomen bezwaar in. 1.
  6. Op 26 juni 1997 wordt door de Administratie van het Kadaster een proces-verbaal opgesteld waarin wordt vermeld dat tussen de onderzoekende ambtenaar en de bezwaarindiener geen akkoord werd bereikt met betrekking tot het kadastraal inkomen van voormeld onroerend goed. 1.
  7. Met een verzoekschrift van 28 juli 1997 vraagt de verzoekende partij aan de vrederechter van het kanton Wolvertem om overeenkomstig artikel 10, § 2, van het koninklijk besluit van 10 oktober 1979 tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen op het stuk van onroerende fiscaliteit drie deskundigen aan te stellen teneinde bedoeld kadastraal inkomen te bepalen. IX-1021-2/8 Bij beschikking van 27 augustus 1997 van de vrederechter worden drie deskundigen aangesteld met als opdracht over te gaan tot het schatten van het kadastraal inkomen van voormeld onroerend goed. 1.
  8. Op 15 december 1997 wordt door de drie aangestelde deskundigen een verslag opgesteld waarin het kadastraal inkomen van voormeld onroerend goed wordt geraamd. Dit is de bestreden beslissing. Een afschrift van dat verslag wordt met een brief van 22 december 1997 toegezonden aan de verzoekende partij. Bevoegdheid van de Raad van State 2.
  9. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een exceptie op van onbevoegdheid van de Raad van State. Zij stelt dat de vaststelling van het kadastraal inkomen geregeld wordt in de artikelen 477 en volgende van het Wetboek van Inkomstenbelastingen (hierna:WIB) '92 en de procedure bij het onderzoek van de bezwaren in de artikelen 501 en 502 WIB'92 en de artikelen 9 en volgende van het koninklijk besluit van 10 oktober 1979 tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen op het stuk van onroerende fiscaliteit (hierna: het koninklijk besluit van 10 oktober 1979). Zij voegt daaraan toe dat de verzoekende partij conform artikel 502 WIB'92 om de aanstelling van drie scheidsrechters heeft verzocht en dat de verzoekende partij de beschikking tot aanstelling van drie deskundigen door de vrederechter niet heeft aangevochten. Omdat, aldus de verwerende partij, in artikel 18, eerste alinea, van voornoemd koninklijk besluit is bepaald dat de arbitrage nietig kan worden verklaard door de vrederechter bij overtreding van de wettelijke bepalingen of pleegvormen, is de Raad van State niet bevoegd om van huidig beroep kennis te nemen. IX-1021-3/8 2.
  10. In haar memorie van wederantwoord repliceert de verzoekende partij dat de vrederechter enkel bevoegd is om de arbitrage te vernietigen en geen kennis kan nemen van de grond van de zaak en dat hij de arbitrage enkel kan vernietigen indien de scheidsrechters de wet of bepaalde pleegvormen hebben geschonden. Zij betoogt dat zij in voorliggend geval geen schending van de wet of pleegvormen inroept maar de beslissing van de scheidsrechters ten gronde aanvecht omdat zij haar eigendom hebben vergeleken met een niet bestaande gemiddelde tussen een landbouwloods en een industrieloods en voor dergelijke polyvalente loodsen geen vergelijkingspunten werden vermeld in het verslag. Aangezien dit verweer ten gronde tegen de arbitrale beslissing niet kan gevoerd worden voor de vrederechter, is de Raad van State, volgens de verzoekende partij bevoegd. 3.
  11. Artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad uitspraak doet bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden. 3.
  12. Uit de samenlezing van de artikelen 11, 33 en 34 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State blijkt dat de wetgever de bevoegdheid van de justitiële rechter niet heeft beperkt en dat de Raad van State onbevoegd is in de gevallen waarin een rechtscollege van de rechterlijke orde kennis kan nemen van een vordering met hetzelfde voorwerp als de vordering aanhangig gemaakt bij de Raad van State. 3.
  13. Inzake is artikel 502 van het WIB’92 toepasselijk. Dit artikel luidt als volgt : “Indien, na onderhandelingen, geen akkoord wordt bereikt, hebben de onderzoekende ambtenaar en de bezwaarindiener de mogelijkheid een scheidsrechterlijke beslissing te vorderen ten einde het kadastraal inkomen, dat aan het onroerend goed dient te worden toegekend, vast te stellen. De Koning bepaalt de regelen in verband met de arbitrageprocedure. Hij bepaalt de termijn waarbinnen die procedure moet worden ingesteld, wat de IX-1021-4/8 opdracht is van de scheidsrechters, het bedrag van de kosten van de arbitrage en wijst aan wie die bedoelde kosten moet dragen.” De regels in verband met de arbitrageprocedure werden uitgewerkt in hoofdstuk IV van het koninklijk besluit van 10 oktober
  14. De artikelen 16 en 18 van voornoemd besluit luiden als volgt : - Artikel 16 : “De minuut van het verslag en een door de scheidsrechters voor eensluidend verklaard afschrift ervan worden toegezonden aan de onderzoekende ambtenaar die het afschrift vervolgens toezendt aan de bezwaarindiener bij een ter post aangetekende zending. De schatting van de scheidsrechters en, in geval zij het onder elkaar niet eens zijn, de schatting van de meerderheid of, indien er geen meerderheid is, de tussenliggende schatting, bepaalt het kadastraal inkomen.” - Artikel 18 : “Tegen de beslissing van de scheidsrechters kan geen enkel rechtsmiddel worden aangewend. Bij overtreding van de wettelijke en reglementaire bepalingen of bij schending van de hoofdzakelijke vormen kan de arbitrage evenwel nietig worden verklaard door de krachtens artikel 10, § 1, eerste lid, bevoegde vrederechter. De rechtsvordering moet, door één van beide betrokken partijen, worden ingeleid binnen de termijn van één maand na de kennisgeving van het scheids- rechterlijk verslag. Wordt de nietigheid uitgesproken, dan benoemt de vrederechter, van ambtswege en bij hetzelfde vonnis, één of drie nieuwe scheidsrechters.” 3.
  15. Uit de voornoemde bepalingen volgt dat wanneer tussen de bezwaarindiener en het kadaster geen akkoord kan worden bereikt en op verzoek van de bezwaarindiener door de vrederechter scheidsrechters worden aangesteld met als opdracht het kadastraal inkomen te schatten, het kadastraal inkomen bepaald wordt door die scheidsrechters en tegen die beslissing van de scheidsrechters zowel door de bezwaarindiener als het kadaster beroep kan worden ingesteld bij de vrederechter die de beslissing van de scheidsrechters kan nietig verklaren wegens schending van de wet of bepaalde pleegvormen. Bijgevolg kon de verzoekende partij een rechtsvordering instellen voor de bevoegde vrederechter binnen de termijn van één maand na de kennisgeving IX-1021-5/8 van het scheidsrechterlijk verslag, overeenkomstig artikel 18, tweede lid, van voornoemd koninklijk besluit van 10 oktober
  16. Zij beschikte aldus over een rechtsmiddel met hetzelfde voorwerp en dezelfde finaliteit als het door haar ingestelde annulatieberoep voor de Raad van State, wat de bevoegdheid van de Raad uitsluit. 3.
  17. Bijgevolg is de exceptie opgeworpen door de verwerende partij gegrond en is de Raad van State onbevoegd om van het beroep tot nietigverklaring kennis te nemen. 3.6.
  18. In haar laatste memorie vraagt de verzoekende partij aan de Raad van State wat volgt : “Indien deze toch mocht menen dat zulke beslissing niet tot de haar toegewezen bevoegdheden behoort, het prejudiciair advies in te winnen van het Arbitragehof (thans het Grondwettelijk Hof) en toch een beslissing te nemen in deze zaak. Of in ondergeschikte orde het dossier over te maken aan de juiste rechtsinstantie.” De verzoekende partij wil bijgevolg van het Grondwettelijk Hof vernemen of de Raad van State bevoegd is om van huidige zaak kennis te nemen. 3.6.
  19. De Raad van State kan over zijn bevoegdheid evenwel geen prejudiciële vraag stellen aan het Grondwettelijk Hof. Hij kan evenmin een bij hem aanhangig gemaakte zaak doorverwijzen naar de bevoegde rechterlijke instantie. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  20. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  21. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-1021-6/8 IX-1021-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 9 november 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-1021-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.673 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.