← België

Arrest 197705 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 12/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.705 Rolnummer: A. 147275/X-11749 Zaak: Arrest 197705 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 12/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-24 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 03:49 Fiche Arrest nr 197.705 van 12 november 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 197.705 van 12 november 2009 in de zaak A. 147.275/X-11.749. In zake: 1. de n.v. WOLUWE VIADUCT 2. de n.v. BOSSTRAAT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steven Van Geeteruyen kantoor houdend te 1080 BRUSSEL Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Boomstraat 14, bus 3 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 3 februari 2004, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 2 december 2003 van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar houdende afgifte van een stedenbouwkundige vergunning aan de n.v. AQUAFIN tot aanleg van de “collector Woluwe” op terreinen gelegen te Vilvoorde en Machelen aan de Woluwelaan, Budasteenweg, Schaarbeeklei en Watermolenlaan. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 130.628 van 23 april 2004 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. X-11.749-1/12 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Stephan De Taeye heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 juni 2009. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Stephanie Audoore, die loco advocaat Steven Van Geeteruyen verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Michel van Dievoet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Op 11 juni 2003 dient de n.v. AQUAFIN bij de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar een aanvraag in tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor de aanleg van de “collector Woluwe” op terreinen gelegen te Vilvoorde en Machelen aan de Woluwelaan, Budasteenweg, Schaarbeeklei en Watermolenlaan. 3.2. Bij het thans bestreden besluit van 2 december 2003 verleent de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar aan de n.v. AQUAFIN de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. Dit besluit luidt als volgt: X-11.749-2/12 “(...) Deze aanvraag werd onderzocht, rekening houdend met de terzake (g)eldende wetteli(jk)e bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en de uitvoeringsbesluiten. De bestemming volgens het gewestplan Halle, Vilvoorde, Asse, vastgesteld op datum van 7/3/1977 bij besluit van de koning is Bufferzone, woongebied en industriegebied. Voor het gebied waarin de aanvraag gelegen is, bestaat er geen goedgekeurd algemeen plan van aanleg. Voor het gebied waarin de aanvraag gelegen is, bestaat er geen goedgekeurd bijzonder plan van aanleg. De aanvraag werd openbaar gemaakt volgens de regels van het uitvoeringsbesluit betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen. Er werden geen bezwaarschriften ingediend, Het College van Burgemeester en Schepenen van VILVOORDE werd om advies gevraagd. Het heeft op 29/9/2003 volgend advies uitgebracht : Gunstig. Het College van Burgemeester en Schepenen van MACHELEN werd om advies gevraagd. Het heeft op 25/9/2003 volgend advies uitgebracht: Voorwaardelijk gunstig: ‘- alle delen van het openbaar domein en van het privaat domein dat wordt gebruikt dient vakkundig te worden hersteld: - straten, voetpaden en andere verhardingen die worden opengebroken dienen te worden heraangelegd in goede staat; - er dient een ornleidingsweg te werden voorzien in afspraak met de politiediensten VIMA: - er dient een plaatsbeschrijving voor de werken te worden opgemaakt van alle eigendommen in de buurt van de werf.’ De gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar motiveert zijn standpunt als volgt: Motivering Beknopte beschrijving van de aanvraag De aanvraag betreft de aanleg van een collector Woluwe die de beginpunten te Machelen De Conincklaan e(

  1. n)Kerklaan verbindt met de grens met het Brussels Gewest ter hoogte van de Budasteenweg. Stedenbouwkundige basisgegevens uit plannen van aanleg Volgens het vastgestelde gewest-plan Halle-Vilvoorde-Asse, vastgesteld bij KB van 7 maart 1977, is de bouwplaats gelegen in een industriegebied evenals woongebied en buffergebied. Verordeningen /// Andere zoneringsgegevens van het goed /// Externe adviezen Het College van Burgemeester en Schepenen van Vilvoorde bracht op 29/9/2003 een gunstig advies uit. Het College van Burgemeester en Schepenen van Machelen bracht op 25/9/2003 een voorwaardelijk gunstig advies uit. De Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen Vlaams-Brabant, Cel Monumenten en Landschappen bracht op 30/7/2003 een bindend voorwaardelijk gunstig advies uit. Het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium bracht op 9/7/2003 een voorwaardelijk gunstig advies uit (...). De Administratie Milieu, Natuur-, Land- en waterbeheer, afdeling Bos en Groen bracht op 15/7/2003 een gunstig advies uit. X-11.749-3/12 De Administratie Milieu, Natuur-, Land- en waterbeheer, afdeling Natuur bracht op 26/7/2003 een gunstig advies uit. De N.M.B.S. bracht op 7/7/2003 een voorwaardelijk gunstig advies uit met betrekking tot de inplanting langs de spoorweg (...). De Administratie Wegen en Verkeer, Afdeling Wegen Vlaams-Brabant bracht op 29/10/2003 een gunstig advies uit met betrekking tot de inplanting langs de gewestweg. Het openbaar onderzoek. Tijdens het openbaar onderzoek werden geen bezwaren ingediend. Richtlijnen en omzendbrieven /// Historiek /// Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en het project De volledige collector wordt gerealiseerd met doorpersingen. Vanaf het beginpunt aan de Haachtsesteenweg stroomt het afvalwater gravitair door een collector diameter 2200 mm tot aan de Budasteenweg. Onderweg wordt de Kuregemstraat aangesloten op de collector. Dit is de enige lokale aansluiting op de (transport)collectorstreng C - het aan te sluiten debiet is beperkt, en kon niet op een efficiënte manier op de meer opwaarts gelegen strengen aangesloten worden. Ter hoogte van de Budasteenweg wordt een persleiding buitendiameter 450 mm (afkomstig van project 98.242 -Collector Woluwe Al) en de doorvoerleiding van de ontworpen overstort Bergstraat (oorspronkelijk project 98.244 - Collector Woluwe B1) aangesloten. De collector (diam. 2200
  2. mm)volgt de Budasteenweg, kruist twee spoorwegen (L26/1 en L27). De Budasteenweg wordt gevolgd tot voor het kruispunt Budasteenweg/G. Lemanlaan/Emmanuellaan waar de collector doorsteekt tussen twee gebouwen en opnieuw een spoorweg (L25) kruist. Na deze laatste spoorwegkruising loopt de collector (diam 2200
  3. mm)langs het bestaande gebouw ten zuiden van de Diegemstraat tot in de Schaarbeeklei. Op de Schaarbeeklei wordt een persleiding buitendiameter 160 mm (afkomstig van project 98.270 - VBR Harensesteenweg) aangesloten. Deze werd in mei 2003 aangelegd. Het afvalwater stroomt, via een collector diameter 2200 mm, verder in zuidelijke richting op de Schaarbeeklei tot net voorbij de grens van de gemeente Vilvoorde met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dit werd overeengekomen met een bespreking met ABX, welke net een nieuw distributiecentrum hebben opgericht om de gewestgrens. Oorspronkelijk was namelijk gepland om in de middenberm van de Schaarbeeklei te stoppen met het Aquafinproject, net voor de bestaande Harencollector welke van onder de bedrijven van ABX in de Diegemstraat verderloopt. Vanuit het geplande pompstation op de terreinen van het RWZI Brussel-Noord was dit punt echter niet bereikbaar met de door hen voorziene doorpersing. Daarom diende het eindpunt van de Aquafincollector verlegd te worden naar de terreinen van ABX, doch hier bevindt zich juist de enige toegangspoort welke onmogelijk kan afgesloten worden. Daarom werd geopteerd om bij de Aquafinwerken reeds 40m verder te persen en alzo toch te eindigen in de middenberm van de Vilvoordsesteenweg, maar dan wel op het terrein van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest Deze laatste streng wordt als een wachtbuis voorzien t.h.v. de aansluiting op de geplande RWZI Brussel-Noord. De eigenlijke aansluiting van de collector Woluwe C met de toekomstige influentinrichting Brussel-Noord maakt deel uit van de concessie van de RWZI Brussel-Noord. Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening X-11.749-4/12 Het project betekent een beperkte ingreep op het oppervlakteweefsel. De wegeniswerken betreffen enkel herstel van de bestaande toestand. Algemene conclusie Om bovenvernoemde redenen is het ingediend project planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord mits gestelde voorwaarden. Volgende voorwaarden dienen hierbij te worden geëerbiedigd: - De voorwaarden gesteld door het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Machelen dienen nageleefd te worden; - de voorwaarden gesteld door de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen Vlaams-Brabant, Cel Monumenten en Landschappen dienen nageleefd te worden (...); - de voorwaarden gesteld door het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium dienen nageleefd te worden (...): - de voorwaarden gesteld door de N.M.B.S. met betrekking tot de inplanting langs de spoorweg (...) dienen nageleefd te worden”. IV. Kosten 4. Door de verzoekende partijen werden op de vordering tot schorsing zegels ter waarde van 475 euro gekleefd. Er dienden op de vordering tot schorsing slechts zegels ter waarde van 350 euro te worden gekleefd. Derhalve werd 125 euro ten onrechte betaald. Er bestaat aanleiding toe om dit bedrag terug te betalen. V. Ten gronde A. Derde middel - tweede onderdeel Standpunt van de partijen 5. In een tweede onderdeel van het derde middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van “de formele motiveringsplicht, genomen uit de schending van artikel 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandeling, tevens genomen uit de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het zorgvuldigheidsbeginsel”, “Doordat verweerster de bestreden beslissingen heeft genomen zonder een in rechte correcte, noch afdoende motivering. Terwijl de wet van 29 juli 1991 elke administratieve overheid de verplichting opleggen bij het nemen van haar beslissing deze correct te motiveren. Toelichting De bestreden beslissing bepaalt: X-11.749-5/12 ‘De bestemming van het gebied, volgens het gewestplan Halle, Vilvoorde, Asse, vastgesteld op datum 7/3/1977 bij besluit van de koning is Bufferzone, woongebied en industriegebied. Voor het gebied waarin de aanvraag gelegen is, bestaat er geen goedgekeurd algemeen plan van aanleg. Voor het gebied waarin de aanvraag gelegen is, bestaat er geen goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.’ Vooreerst dient opgemerkt dat het gebied waar de percelen van verzoeksters in gelegen is gebied voor stedelijke ontwikkeling en dit overeenkomstig de aanpassing van het gewestplan op 17 juli 2000. Daarenboven is het zo dat, in tegenstelling tot hetgeen voorgehouden wordt in de bestreden beslissing, er weldegelijk een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat voor het gebied, waar de vergunning op betrekking heeft. In het bijzonder voor wat betreft de percelen van verzoeksters gaat het om het bijzonder plan van aanleg ‘8+11bedrijvenzone Kerklaan’, aangenomen bij besluit van de Vlaamse regering van 8 juli 2002. De percelen van verzoeksters zijn overeenkomstig het bijzonder plan van aanleg gesitueerd in zone 21/23 (zone voor hoogwaardige bedrijfsgebouwen voor high-tech activiteiten en zone voor bedrijvenzone) en in zone 20/21 (zone voor hoogwaardige bedrijven en kantoren en zone voor zone voor hoogwaardige bedrijfsgebouwen voor high-tech activiteiten). Niet alleen is de bestreden beslissing gebrekkig gemotiveerd en manifest onzorgvuldig op dit punt maar daarenboven werd eveneens geen stedenbouwkundige afweging gemaakt van de vergunbaarheid van de aanvraag op basis van het goedgekeurde bijzonder plan van aanleg. Beslissingen inzake bouwvergunningen moeten gesteund zijn op motieven die verband houden met de goede plaatselijke aanleg of een degelijke ruimtelijke ordening (...). Een dergelijke afweging kan niet plaatsvinden indien men uitgaat van de veronderstelling dat er geen goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat, terwijl dit weldegelijk het geval is. De bestreden beslissing is dan ook niet afdoende gemotiveerd en duidelijk onwettig”. 6. De verwerende partij antwoordt: “(...) 6.3.1. In de bestreden beslissing wordt zowel verwezen naar de beschrijvende nota van de NV Aquafin, als naar het gunstig advies van het schepencollege van de gemeente Machelen (Ref. 084/2003) waarin uitdrukkelijk bepaald wordt dat de aansluiting van de afvalwaterleidingen via privédomein verloopt. 6.3.2. In de bestreden beslissing wordt vastgesteld dat de bouwplaats volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse o.a. gelegen is in woongebied. Hierboven werd reeds aangeduid dat het bestemmingsvoorschrift van ‘gebied voor stedelijke ontwikkeling’ een bijzonder aanvullend voorschrift uitmaakt van woongebieden. Bovendien wordt in de bestreden beslissing naar het gunstig advies van het schepencollege van de gemeente Machelen (Ref. 084/2003) verwezen waarbij het bijzonder aanvullend voorschrift uitdrukkelijk wordt aangeduid. Wat betreft de aanwezigheid van een bijzonder plan van aanleg kan ook nuttig verwezen worden naar de beschrijvende nota van de NV Aquafin waarbij o.a. een opsomming wordt gegeven van de verschillende bestemmingsvoorschriften van het BPA nr. 8+11. ‘(...) Zone voor openbare wegen; X-11.749-6/12 Zone voor openbare wegen en voor verplichte eenvormige groenzone; Zone voor openbare wegen en voor bedrijvenzone; Zone voor overlappingszone en voor bedrijvenzone; Zone voor hoogwaardige bedrijfsgebouwen voor high-tech activiteiten; Zone voor hoogwaardige bedrijfsgebouwen voor high-tech activiteiten en bedrijvenzone; Zone voor hoogwaardige bedrijfsgebouwen voor high-tech activiteiten en voor hoogwaardige bedrijven en kantoren; Zone voor verplichte eenvormige groenzone; Zone voor hoogwaardige bedrijven en kantoren; Zone voor parkeervlakken en voor op- en overslag; Zone voor stedelijke straatontwikkeling type 1; Zone voor stedelijke straatontwikkeling type 3;’ In de bestreden beslissing wordt eveneens verwezen naar het gunstig advies van de afdeling Bos en Groen (Ref. B§G/03/DI182.1/2301) waarbij vastgesteld wordt dat er nog ‘een gans aantal bestemmingsgebieden [zijn] volgens het ter plaatse van kracht zijnde BPA Nr. 8 en 11’. 6.3.3. De litigieuze werken tot aanleg van collectoren zijn werken van algemeen belang, ongeacht de bestemmingsvoorschriften bepaald door een BPA. De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar put zijn bevoegdheid voor de beoordeling van aanvragen voor het plaatsen van leidingen voor het vervoer en verdeling van afvalwater uit artikel 127 van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening. In zijn verschillende brieven van 12.06.2003, o.a. gericht aan de NV Aquafin, de gemeenten Machelen en Vilvoorde, stelt de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar uitdrukkelijk: ‘(...) In toepassing van art. 127 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening heb ik de eer u hierbijgevoegd het bovenvermeld dossier toe te sturen, met het verzoek mij binnen 30 dagen het in voornoemd artikel bedoeld advies te laten geworden. De adviestermijn gaat in op de veertiende dag van het openbaar onderzoek.’ (...) Artikel 127, §1 van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening bepaalt immers dat: ‘(...) wanneer de aanvraag betrekking heeft op werken, handelingen of wijzigingen van algemeen belang (...) de aanvraag ingediend [wordt] bij en [] de beslissing genomen [wordt] door de Vlaamse regering of de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar (...)’. (...) Leidingen voor afvalwater worden door Uw Raad en in de rechtsleer wel degelijk aanzien als voorzieningen die gericht zijn op het bevorderen van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De ministeriële omzendbrief van 08.07.1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen (B.S. 23.08.1997) bepaalt in artikel 17.6.2., punt 1 dat onder gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen begrepen dient te worden. ‘(...) voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld’, en bepaalt artikel 3, 3/ van het B.V1.R. van 05.05.2000 tot aanwijzing van de werken, handelingen of wijzigingen van algemeen belang en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester (B.S. 19.05.2000) dat openbare lokale leidingen voor het vervoer van afvalwater, met in begrip van de bijhorende infrastructuur, als kleine werken, handelingen en wijzigingen van algemeen belang dienen beschouwd te worden. X-11.749-7/12 M.a.w. conform artikel 20 van het KB van 28.12.1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen (B.S. 10.02.1973, err. B.S. 11.08.1973), kunnen deze bouwwerken voor openbare diensten en gemeenschapsvoorzieningen ook buiten de daarvoor speciaal bestemde gebieden worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de algemene bestemming en met het architectonisch karakter van het betrokken goed. Er dient vastgesteld worden dat conform artikel 5, 1.0. van het KB van 28.12.1972 openbare nutsvoorzieningen uitdrukkelijk thuishoren in woongebieden. De zones voor stedelijke ontwikkeling, voor hoogwaardige bedrijfsgebouwen voor high-tech activiteiten, ... zijn allen ‘afgeleide producten’ van de bestemming woongebied. In de bestreden beslissing wordt dan ook correct vastgesteld dat ‘(...) het ingediend project planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord is, mits gestelde voorwaarden’ en de vermelding van het bestaan van de bestemmingsvoorschriften van het BPA is - gelet op het voorgaande - niet relevant”. 7. De verzoekende partijen dupliceren: “Vooreerst dient opgemerkt dat de bestreden beslissing uitdrukkelijk bepaalt: ‘Voor het gebied waarin de aanvraag gelegen is, bestaat er geen goedgekeurd algemeen plan van aanleg.’ Verweerster lijkt dit te erkennen in haar memorie maar stelt dat het BPA van geen relevantie is. Desalniettemin blijkt dus duidelijk dat de bestreden beslissing onzorgvuldig werd opgesteld en aldus reeds om die reden minstens onwettig is. Daarenboven is het onmogelijk om slechts voor het eerst een motivering te geven van de stedenbouwkundige vergunbaarheid van een aanvraag tijdens een procedure voor de Raad van State. Deze motivering dient immers in de vergunning opgenomen te worden en niet achteraf. Dienaangaande kan verwezen worden naar de geldende rechtsleer (OPDEBEEK, I en COOLSAET, A., Formele motivering van bestuurshandelingen, die Keure, Brugge, 1999, 127.) : ‘Terwijl het vroeger volstond dat de motieven bleken uit het dossier waarop de beslissing was gesteund, moeten bestuurshandelingen sinds de inwerkingtreding van de Wet Motivering Bestuurshandelingen uitdrukkelijk worden gemotiveerd, d.w.z. dat de juridische en de feitelijke overwegingen die aan de beslissing ten grondslag liggen in de beslissing zelf moeten worden opgenomen.’ Verweerster heeft in de bestreden beslissing op basis van de geldende stedenbouwkundige voorschriften op de percelen van verzoeksters geen motivering naar voorgebracht waaruit blijkt dat de aanvraag vergunbaar was. De bestreden beslissing is dan ook niet afdoende gemotiveerd”. 8. In hun laatste memorie laten de verzoekende partijen met betrekking tot het tweede onderdeel van het derde middel nog gelden wat volgt: “(...) De vermelding van juridische overwegingen houdt trouwens in dat in de bestreden beslissing op correcte wijze moet worden verwezen naar de toepasselijke regelgeving. X-11.749-8/12 Het feit dat in het bestreden besluit wordt overwogen dat ‘voor het gebied waarin de aanvraag gelegen is, er geen goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat’, terwijl dit wel het geval is, volstaat dan ook om aan te nemen dat het bestreden besluit niet de correcte juridische gegevens vermeldt, zoals door de Formele Motiveringswet vereist. Het feit dat verwezen wordt naar de beschrijvende nota van de NV Aquafin waarin een opsomming wordt gegeven van de verschillende bestemmingsvoorschriften van het BPA nr. 8+11 en naar het gunstig advies van Bos en Groen dat tevens melding maakt van het ter plaatse van kracht zijnde BPA Nr. 8 en 11, doet geen afbreuk aan het feit dat het bestreden besluit zelf uitdrukkelijk vermeldt dat er voor het gebied waarin de aanvraag gelegen is geen goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat, hetgeen manifest onjuist is. Verzoekers verwijzen dienaangaande naar het standpunt van de auditeur die stelt dat verweerders betoog dat de vermelding van het bestaan van de bestemmingsvoorschriften van het BPA niet relevant zou zijn, hieraan geen afbreuk doet. Het herziene BPA nr. 8 + 11 bepaalt mede de bestemming van het gebied en is essentieel om de verenigbaarheid van het project met de goede plaatselijke aanleg te beoordelen. Verzoekers treden dit standpunt geheel bij. Ook sluiten verzoekers zich terzake aan bij het standpunt van de auditeur aangaande de niet-vermelding in het bestreden besluit van de bestemming ‘gebied voor stedelijke ontwikkeling’ die aan de percelen ingevolge de gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse op 7 juli 2002 werd toegekend, hetgeen een schending van de formele formuleringsplicht uitmaakt. Het bestreden besluit geeft ook hier geen correcte weergave van de bestaande juridische gegevens weer en schendt op die wijze andermaal de Formele Motiveringswet. De bestreden beslissing is dan ook niet afdoende gemotiveerd”. Beoordeling 9. De artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen bepalen dat eenzijdige rechtshandelingen met individuele strekking die uitgaan van een bestuur en die beogen rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur, uitdrukkelijk moeten worden gemotiveerd, dat in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moeten worden vermeld die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat deze afdoende moeten zijn. 10. De vermelding van de juridische overwegingen houdt in dat in de bestreden beslissing op correcte wijze moet worden verwezen naar de toepasselijke regelgeving. 11. Te dezen wordt in het bestreden besluit, onder meer overwogen : “Voor het gebied waarin de aanvraag gelegen is, bestaat er geen goedgekeurd bijzonder plan van aanleg”. X-11.749-9/12 Uit de door de verzoekende partijen neergelegde stukken blijkt evenwel dat de hen toebehorende percelen die door het bestreden besluit worden getroffen zijn gelegen in het beheersingsgebied van het bij besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2002 goedgekeurde herziene bijzonder plan van aanleg nr. 8 en nr. 11 “bedrijvenzone Kerklaan”, meer bepaald in de zones 21/23 “zone voor hoogwaardige bedrijfsgebouwen voor high-tech activiteiten en zone voor bedrijvenzone” en in de zones 20/21 “zone voor hoogwaardige bedrijven en kantoren en zone voor hoogwaardige bedrijfsgebouwen voor high-tech activiteiten”. Dit wordt door de verwerende partij niet betwist. Uit de hiervoor geciteerde motivering van het bestreden besluit blijkt evenmin dat de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar de verenigbaarheid van de gevraagde handelingen en werken met de geldende stedenbouwkundige voorschriften van voormeld bijzonder plan van aanleg heeft onderzocht en beoordeeld. 12. De verwijzing van de verwerende partij naar hetgeen is gesteld in de beschrijvende nota van de n.v. AQUAFIN, waarin een opsomming wordt gegeven van de verschillende bestemmingsvoorschriften van het BPA nr. 8 + 11 en haar betoog dat in het bestreden besluit wordt verwezen naar het -overigens in het bestreden besluit niet opgenomen- gunstig advies van de afdeling Bos en Groen waarin wordt vastgesteld dat er nog “een gans aantal bestemmingsgebieden zijn volgens het ter plaatse van kracht zijnde BPA Nr. 8 en 11”, vermag geen afbreuk te doen aan de voormelde vaststelling dat het bestreden besluit zelf hieromtrent geen enkele motivering bevat en derhalve niet voldoet aan de door de wet van 29 juli 1991 opgelegde motiveringsverplichting. De argumentatie van de verwerende partij volgens welke de vermelding van het bestaan van de bestemmingsvoorschriften van het bijzonder plan van aanleg niet relevant is, aangezien de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar zijn bevoegdheid put uit artikel 127 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, aangezien de vergunde werken conform artikel 20 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen ook buiten de daarvoor speciaal bestemde gebieden kunnen worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de algemene bestemming en met het architectonisch karakter van het betrokken perceel, en aangezien de zones voor stedelijke ontwikkeling, voor hoogwaardige bedrijfsgebouwen, voor high-tech activiteiten allen “afgeleide producten” zijn van de bestemming woongebied waarin conform artikel 5.1.0 van voormeld koninklijk besluit van 28 december 1972 openbare nutsvoorzieningen X-11.749-10/12 uitdrukkelijk thuishoren, vermag evenmin aan de voormelde conclusie afbreuk te doen. Het herziene bijzonder plan van aanleg nr. 8 + 11 bepaalt de gedetailleerde bestemming van het gebied en is essentieel om de verenigbaarheid van het project met de goede plaatselijke aanleg te beoordelen. 13. Ook het niet vermelden van de specifieke bestemming “gebied voor stedelijke ontwikkeling”, die aan de percelen van de verzoekende partijen ingevolge de gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse bij besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 2000 (B.S. 11 november 2000) werd toegekend, maakt een schending van de wettelijke opgelegde formele motiveringsplicht uit. Waar het bestreden besluit louter vermeldt “(d)e bestemming volgens het gewestplan Halle, Vilvoorde, Asse, vastgesteld op datum van 7/3/1977 bij besluit van de Koning is Bufferzone, woongebied en industriegebied”, geeft het geen correcte weergave van de bestaande juridische toestand. De argumentatie van de verwerende partij luidens welke het “gebied voor stedelijke ontwikkeling” een bijzonder aanvullend voorschrift uitmaakt van woongebieden en dat in de bestreden beslissing naar het gunstig advies van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Machelen -dat overigens in het bestreden besluit niet is opgenomen- wordt verwezen waarbij het bijzonder aanvullend voorschrift uitdrukkelijk wordt aangeduid, doet aan voormelde vaststelling geen afbreuk. 14. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING 1. De Raad van State vernietigt het besluit van 2 december 2003 van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar houdende afgifte van een stedenbouwkundige vergunning aan de n.v. AQUAFIN tot aanleg van de “collector Woluwe” op terreinen gelegen te Vilvoorde en Machelen aan de Woluwelaan, Budasteenweg, Schaarbeeklei en Watermolenlaan. 2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 700 euro. Het door de verzoekende partijen op de vordering tot schorsing onverschuldigd gekweten recht, ten belope van 125 euro, dient te worden terugbetaald. X-11.749-11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf november 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Pierre Lefranc, staatsraad, met bijstand van Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Roger Stevens X-11.749-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.705 Gerelateerde publicatie(
  4. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.130.628 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.