← België

Arrest 197711 - Milieuvergunningen - 12/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.711 Rolnummer: A. 184282/VII-37015 Zaak: Arrest 197711 - Milieuvergunningen - 12/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-19 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 03:50 Fiche Arrest nr 197.711 van 12 november 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 197.711 van 12 november 2009 in de zaak A. 184.282/VII-37.

  1. In zake:
  2. Marc DE COSTER
  3. Jean GALLANT
  4. Jan LAVERS
  5. Florimond SCHOUKENS
  6. Bruno SCHOUKENS
  7. Jerika DE JONGE
  8. Seraphinus VAN DER CRUYS
  9. Chris VAN SCHAVENDIJK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Greef kantoor houdend te Zellik Noorderlaan 30 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Abbeloos kantoor houdend te Dendermonde Noordlaan 82-84 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: Rudy BAYENS wonende te Ternat Pangaardenstraat 2 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  10. Het beroep, ingesteld op 6 juli 2007, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 2 mei 2007 waarbij het beroep tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant van 26 oktober 2006, houdende de afgifte van de milieuvergunning aan Rudy Bayens voor het uitbaten van een biogasinstallatie horende bij een rundveehouderij, gelegen aan de Pangaardenstraat 2 te Ternat, gedeeltelijk gegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing op bepaalde punten wordt gewijzigd. VII-37.015-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  11. Bij arrest nr. 177.640 van 6 december 2007 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzet- ting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 17 januari
  12. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 september
  13. Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dirk De Greef, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Patrick Vandendael, die loco advocaat Dirk Abbeloos verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Julie Van Overstraeten, die loco advocaat Johan De Smet verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  14. VII-37.015-2/6 III. Feiten 3.
  15. Rudy Bayens, de tussenkomende partij, beoogt zijn bestaande rundveehouderij uit te breiden met een biogasinstallatie. De verzoekende partijen zijn omwonenden van deze inrichting. 3.
  16. Op 7 februari 2006 verleende het college van burgemeester en schepenen van Ternat aan de tussenkomende partij een stedenbouwkundige vergunning voor het plaatsen van een biogasinstallatie, doch deze vergunning werd vernietigd door het arrest nr. 169.389 van 26 maart 2007 van de Raad van State. 3.
  17. Op 3 juli 2006 dient de tussenkomende partij de milieuvergun- ningsaanvraag in die aanleiding zal geven tot de thans bestreden beslissing en die ertoe strekt een biogasinstallatie uit te baten die hoort bij een rundveehouderij. 3.
  18. Op 26 oktober 2006 verleent de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant de milieuvergunning. 3.
  19. Op 8 december 2006 dienen de verzoekende partijen een administratief beroep in tegen de verleende vergunning. 3.
  20. Op 2 mei 2007 wordt de thans bestreden beslissing genomen door de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur. 3.
  21. Op 6 december 2007 (datum ontvangstbewijs) dient de tussen- komende partij een nieuwe aanvraag in tot het verkrijgen van een stedenbouwkundi- ge vergunning voor een biogasinstallatie. IV. Ontvankelijkheid - Belang van de verzoekende partijen
  22. De tussenkomende partij voert in haar verzoekschrift tot tussenkomst aan dat de verzoekende partijen geenszins aantonen dat zij conform artikel 49, §1, 4/, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna : Vlarem I) ten gevolge van de exploitatie van de biogasinstallatie rechtstreeks hinder zouden kunnen ondervinden, zodat ze een gebrek aan belang vertonen. Voorts tonen de verzoekende partijen, aldus de tussenkomende partij, niet VII-37.015-3/6 aan dat zij onmiddellijke buur van de inrichting zijn; de inrichting zal niet meer hinder teweegbrengen dan kan worden verwacht in een agrarisch gebied. Beoordeling 5.
  23. Artikel 49, §1, 4/, van Vlarem I heeft betrekking op de ont- vankelijkheid van een administratief beroep tegen een beslissing inzake een milieuvergunningsaanvraag, niet op de ontvankelijkheid van een annulatieberoep bij de Raad van State. 5.
  24. Uit een plan en een luchtfoto die de verzoekende partijen bijbrengen, blijkt dat zij in de nabije omgeving van de inrichting wonen. De exceptie van het gebrek aan belang wordt niet bijgetreden. V. Ontvankelijkheid - Gebrek aan voorwerp van het beroep
  25. Artikel 5, §2, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna : milieuvergunningsdecreet), zoals het van toepassing was vóór het wijzigend decreet van 9 november 2007, bepaalde wat volgt : "De milieuvergunning voor een inrichting waarvoor krachtens artikel 43 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996 een bouwvergunning of krachtens artikel 99, § 1, 1/, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening een stedenbouwkundige vergunning nodig is, wordt geschorst zolang deze laatste niet definitief is verleend. In dat geval gaat de termijn bepaald in artikel 17, tweede lid, van dit decreet, slechts in op de dag dat de bouwvergunning of stedenbouwkundige vergunning definitief is verleend. Wordt de bouwvergunning of stedenbouwkundige vergunning evenwel geweigerd dan vervalt de milieuvergunning van rechtswege op de dag van de weigering van de bouwvergunning of stedenbouwkundige vergunning in laatste aanleg. Het verval van de bouwvergunning of stedenbouwkundige vergunning wordt onverwijld meegedeeld aan de aanvrager en de overheid die de bouwvergunning verleent". Ook de thans geldende regeling van artikel 5, §2, van het milieuvergunningsdecreet voorziet in het verval van de milieuvergunning indien de stedenbouwkundige vergunning definitief wordt geweigerd. VII-37.015-4/6
  26. Te dezen werd op 7 februari 2006 door het college van burge- meester en schepenen van Ternat aan de tussenkomende partij een stedenbouwkun- dige vergunning verleend voor het plaatsen van een biogasinstallatie; deze vergunning werd vernietigd door het arrest nr. 169.389 van 26 maart 2007 van de Raad van State. De tussenkomende partij heeft op 6 december 2007 een nieuwe aanvraag ingediend voor het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor een biogasinstallatie. Uit de omstandigheden eigen aan de zaak blijkt dat de tussen- komende partij door het indienen van een nieuwe aanvraag voor een stedenbouw- kundige vergunning verzaakt heeft aan de eerste aanvraag die leidde tot de door de Raad van State vernietigde stedenbouwkundige vergunning. Deze toestand dient gelijkgesteld te worden met de in voormeld artikel 5, §2, derde lid, van het milieuvergunningsdecreet bedoelde weigering van de stedenbouwkundige vergunning in laatste aanleg, zodat de milieuvergunning van rechtswege vervallen is. Noch de tussenkomende partij, noch de verwerende partij betwisten met een laatste memorie deze conclusie die reeds was opgemerkt in het auditoraatsverslag. Het beroep is dienvolgens zonder voorwerp en onontvankelijk. VI. Kosten
  27. Gelet op de omstandigheden van de zaak is het passend de kosten van het beroep ten laste van het Vlaamse Gewest te leggen. VII-37.015-5/6 BESLISSING
  28. De Raad van State verwerpt het beroep.
  29. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 2.800 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf november tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.015-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.711 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.640 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.