← België

Arrest 197716 - Milieuvergunningen - 12/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.716 Rolnummer: A. 123744/VII-27227 Zaak: Arrest 197716 - Milieuvergunningen - 12/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-18 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 03:50 Fiche Arrest nr 197.716 van 12 november 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 197.716 van 12 november 2009 in de zaak A. 123.744/VII-27.

  1. In zake : Julien NELISSEN, die woonplaats kiest bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat F. VINCKE, kantoor houdende te AVELGEM, Kasteelstraat
  2. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Julien NELISSEN op 10 juli 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 14 mei 2002 waarbij het beroep van de verzoeker, ingesteld tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 23 augustus 2001 houdende de wijziging van de exploitatievoorwaarden van de milieuvergunning om een graverij, gelegen aan de Leuvenselaan 467 te Tienen, te exploiteren, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gelet op het arrest nr. 187.865 van 13 november 2008 waarbij de debatten worden heropend, de verzoeker een termijn van 30 dagen wordt verleend vanaf de ontvangst van dit arrest om te antwoorden op de brieven van 24 oktober 2006 en 4 januari 2007 van de auditeur-verslaggever, het onderzoek van de zaak wordt voortgezet en het bevoegd lid van het auditoraat wordt belast met de redactie van een aanvullend verslag over de ontvankelijkheid en desgevallend de gegrondheid van het beroep; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur P. SOURBRON; VII-27.227-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoeker op 1 april 2009; Gelet op de kennisgeving aan de verzoeker, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gezien het aangetekend schrijven van verzoeker van 2 juli 2009, waarbij hij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 1 september 2009 houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 8 oktober 2009; Gehoord het verslag van staatsraad P. BARRA; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. WYCKAERT die, loco advocaat J. GHYSELS verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat F. VINCKE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoeker melding gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent. VII-27.227-2/3 De verzoeker heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt in principe te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding. De verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. Hij maakt ter terechtzitting evenwel niet aannemelijk dat een wettige reden hem heeft verhinderd om tijdig een verzoekschrift tot voortzetting in te dienen. Het wettelijk vermoeden van afstand van het geding moet te dezen onverkort worden toegepast, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf november tweeduizend en negen, door : de HH. P. BARRA, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. P. BARRA. VII-27.227-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.716 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.865 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.