← België

Arrest 197829 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 16/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.829 Rolnummer: A. 150341/IX-4485 Zaak: Arrest 197829 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 16/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-25 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:50 Fiche Arrest nr 197.829 van 16 november 2009 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 197.829 van 16 november 2009 in de zaak A. 150.341/IX-

  1. In zake : Luc DE GRAEVE, die woonplaats kiest bij advocaat P. CRISPYN, kantoor houdende te MARIAKERKE, Mazestraat 16 tegen :
  2. de politiezone 5415 GENT,
  3. de korpschef van de politiezone 5415 GENT, die woonplaats kiezen bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Luc DE GRAEVE op 2 april 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 7 januari 2004 van de korpschef van de politiezone 5415 Gent waarbij hij van rechtswege gedurende 29 dagen in non-activiteit wordt geplaatst; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKE- RE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 27 april 2009 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 8 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; IX-4485-1/16 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. CRISPYN, die verschijnt voor de verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Gegevens van de zaak 1.
  5. Op het ogenblik van de bestreden beslissing is de verzoeker hoofdinspecteur van politie en maakt hij deel uit van de politiezone Gent. 1.
  6. In 1996 werd de verzoeker het slachtoffer van een arbeidsongeval met een letsel aan de rug tot gevolg. Naar eigen zeggen ondervindt de verzoeker “blijvende hinder” van dit arbeidsongeval en wordt hij geconfronteerd “met plotse opstoten en pijnaanvallen dewelke somtijds een in duur beperkte periode van arbeidsongeschiktheid veroorzaken”. 1.
  7. In 2002 en 2003 is de verzoeker, ten gevolge van de door het arbeidsongeval veroorzaakte hinder, gedurende een aantal periodes arbeids- ongeschikt. In verband met de verantwoording van die periodes van arbeidsongeschiktheid doet zich tussen de verzoeker en de verwerende partij een betwisting voor. Deze resulteert in de bestreden beslissing van 7 januari 2004 waarbij de verzoeker met terugwerkende kracht gedurende 29 dagen in de administratieve toestand “non-activiteit” wordt geplaatst. Samengevat wordt aan de verzoeker verweten dat: IX-4485-2/16 - hij voor de dagen van arbeidsongeschiktheid weliswaar vooraf het transmissie- centrum telefonisch verwittigde, maar dat de medische attesten ontbraken, in die zin dat ze niet binnen 24 uur naar de medische dienst werden verzonden; - hij niet is ingegaan op het verzoek van de controlegeneesheer van de medische dienst, nadat hij de duplicaten van de medische attesten had overgemaakt, om tevens de gemotiveerde verslagen, protocollen, RX en andere stavingsstukken (inzake het rugletsel) over te maken. De bestreden beslissing is vervat in een brief van 7 januari 2004 van de korpschef aan de verzoeker, dewelke als volgt luidt: “[...] Een intern onderzoek door de ‘Dienst Interne Zaken’ heeft uitgewezen dat u zich schuldig maakte aan de volgende tekortkoming: => U was arbeidsongeschikt wegens ziekte in de hiernavolgende periodes: 1 14 januari 2002 tot en met 15 januari 2002 (2 dagen). Ziektemelding aan Transmissiecentrum op 13 januari 2002 om 16.56 uur. 2 16 april 2002 tot en met 21 april 2002 (6 dagen). Ziektemelding aan Transmissiecentrum op 16 april 2002 om 19.35 uur. 3 30 april 2002 tot en met 3 mei 2002 (4 dagen). Ziektemelding aan Transmissiecentrum op 30 april 2002 om 20.45 uur. 4 15 juli 2002 tot en met 17 juli 2002 (3 dagen). Ziektemelding aan Transmissiecentrum op 15 juli 2002 om 06.00 uur. 5 30 juli 2002 tot en met 4 augustus 2002 (6 dagen). Ziektemelding aan Transmissiecentrum op 30 juli 2002 om 07.10 uur. 6 18 augustus 2002 (1 dag). Ziektemelding aan Transmissiecentrum op 17 augustus 2002 om 23.00 uur. 7 16 september 2002 (1 dag). Ziektemelding aan Transmissiecentrum op 16 september 2002 om 05.30 uur. 8 3 oktober 2002 tot en met 6 oktober 2002 (4 dagen). Ziektemelding aan Transmissiecentrum op 3 oktober 2002 om 21.36 uur. 9 10 oktober 2002 tot en met 12 oktober 2002 (3 dagen). Ziektemelding aan Transmissiecentrum op 10 oktober 2002 om 10.05 uur. 10 30 oktober 2002 tot en met 31 oktober 2002 (2 dagen). Ziektemelding aan Transmissiecentrum op 30 oktober 2002 om 06.50 uur. 11 14 november 2002 (1 dag). Ziektemelding aan Transmissiecentrum op 13 november 2002 om 22.30 uur. 12 11 januari 2003 (1 dag). Ziektemelding aan Transmissiecentrum op 11 januari 2003 om 11.20 uur. 13 12 januari 2003 tot en met 14 januari 2003 (3 dagen). IX-4485-3/16 Geen ziektemelding aan Transmissiecentrum. 14 15 januari 200[3] tot en met 19 januari 2003 (5 dagen). Ziektemelding aan Transmissiecentrum op 15 januari 2003 om 23.02 uur. Totaal 42 dagen => U maakte geen medisch attest over voor uw arbeidsongeschiktheid wegens ziekte op 18 augustus 2002 (periode 6/1 dag). U was bijge- volg die dag onwettig afwezig. => Voor de in supra vermelde periodes (1 t/m 5 en 7 t/m 14) ontving de Medische Dienst Oost-Vlaanderen (Groendreef) geen medische attes- ten ter staving van uw arbeidsongeschiktheid. Op verzoek van de ‘Dienst Interne Zaken’ maakte u laattijdig duplicaat-attesten over voor deze periodes met uitzondering van periode
  8. U pleegde derhalve inbreuk op artikel X.II.4 van het Koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten dat onder meer bepaalt: ‘Het in het eerste lid bedoelde medisch getuigschrift moet binnen de 24 uur worden verzonden aan de medische dienst’. => U werd op 25 april 2003, in verband met de in supra vermelde ziekteperiodes, gezien voor een controle-raadpleging door dokter [D.D.], Controlegeneesheer Oost-Vlaanderen. Teneinde de waarachtigheid van de ziekteattesten (duplicaten) voor deze periodes te kunnen controleren werd door dokter [D.D.] gevraagd dat u zo spoedig als mogelijk gemotiveerde verslagen, protocollen, RX en andere stavingsstukken zou overmaken aan zijn ambt. Op 20 mei 2003 werd u, tijdens een controleonderzoek, hier nogmaals aan herinnerd. Op 17 juni 2003 werd u een derde maal gevraagd de nodige stavingsstukken over te maken [aan] zijn ambt. U heeft nooit voldaan aan dit verzoek. De ziekteattesten voor de in supra vermelde afwezigheden wegens ziekte worden door dokter [D.D.] als oncontroleerbaar beschouwd. Bij brief d.d. 9 juli 2003 attesteerde dokter [D.D.] dat zijn ambt de in supra vermelde ziektedagen (41 dagen) niet bekrachtigt. => U was afwezig op de dienst om medische redenen. U vermeldde aan het Transmissiecentrum dat u arbeidsongeschikt was wegens arbeidsongeval. U had in oktober/november 1996 een arbeidsongeval. Bij brief d.d. 4 juni 2003 attesteerde hoofdcommissaris van politie [D.M.], directeur van de Directie van de juridische dienst, het contentieux en de statuten van de federale politie dat ‘de arbeidsongevallen die voor 1 april 2001 plaatsvonden en waarvan personeelsleden van de ex-rijkswacht het slachtoffer waren, blijven onderworpen aan de gecoördineerde wetten op de vergoedingspensioenen. In deze regeling is evenwel de term ‘consolidatiedatum’ niet opgenomen. Om te bepalen wanneer de ziektedagen die het gevolg zijn van een arbeidsongeval, in mindering dienen te worden gebracht van het ziektecontingent, is het de datum van toekenning van het vergoedingspensioen die in aanmerking wordt genomen’. Bij brief d.d. 14 juli 2003 attesteert dokter [D.] dat het betreffend arbeidsongeval op 1 januari 2002 als geconsolideerd werd geacht. IX-4485-4/16 U kon derhalve niet meer afwezig zijn ten gevolge van dit arbeidsongeval zonder toestemming van de Raadgevend Geneesheer Oost-Vlaanderen. Na kennisneming van de doorgevoerde investigatie en uw rapport-verhoor d.d. 16 april 2003 nopens de bovenvermelde tekortkoming, blijkt dat u voor de in supra vermelde periodes (42 dagen) niet-gerechtvaardigd afwezig was: => Het niet naleven van de wettelijke bepalingen impliceert dat dokter [D.], Raadgevend Geneesheer Oost-Vlaanderen en dokter [D.D.], Controlegeneesheer niet in staat waren om de arbeidsongeschiktheid wegens ziekte te controleren; => Het wegens ziekte afwezige personeelslid is onderworpen aan het geneeskundig toezicht van de medische dienst (artikel VIII.X.9 RPPol). Het personeelslid met verlof wegens ziekte mag zich niet onttrekken aan het medisch controleonderzoek (artikel X.II.6 RPPol); => U heeft geen overmacht ingeroepen (artikel VIII.II.4 RPPol). Gelet op het gegeven dat u respectievelijk, bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte op een weekend en/of feestdag, geen prestatie verkrijgt en uw prestatieblad derhalve ‘0 uren’ vermeldt en u deze niet-gepresteerde uren dient in te halen gedurende de lopende referentieperiode, worden deze dagen in mindering gebracht. Dit impliceert dat u voor 29 dagen in plaats van voor 42 dagen van rechtswege in de stand van non-activiteit wordt geplaatst: 1 14 en 15 januari 2002 (2 dagen); 2 17, 18 en 19 april 2002 (3 dagen); 3 30 april 2002, 2 en 3 mei 2002 (3 dagen); 4 15, 16 en 17 juli 2002 (3 dagen); 5 30 en 31 juli 2002, 1 en 2 augustus 2002 (4 dagen); 6 18 augustus 2002 (1 dag); 7 16 september 2002 (1 dag); 8 4 en 5 oktober 2002 (2 dagen); 9 10 en 11 oktober 2002 (2 dagen); 10 30 en 31 oktober 2002 (2 dagen); 11 14 november 2002 (1 dag); 12 13 en 14 januari 2003 (2 dagen); 13 15, 16 en 17 januari 2003 (3 dagen); Totaal aantal dagen 29 dagen U heeft zodoende inbreuk gepleegd op artikel VIII.II.4 RPPol dat bepaalt: ‘Behoudens de gevallen van overmacht mag het personeelslid niet afwezig zijn van zijn dienst indien het niet vooraf een verlof, rust of een dienstvrijstelling heeft gekregen’. Ingevolge uw niet-gerechtvaardigde afwezigheid voor de hiernavolgende periodes: 1 13 januari 2002 tot en met 15 januari 2002; 2 16 april 2002 tot en met 21 april 2002; 3 30 april 2002 tot en met 3 mei 2002; 4 15 juli 2002 tot en met 17 juli 2002; 5 30 juli 2002 tot en met 4 augustus 2002; 6 18 augustus 2002; IX-4485-5/16 7 16 september 2002; 8 3 oktober 2002 tot en met 6 oktober 2002; 9 10 oktober 2002 tot en met 12 oktober 2002; 10 30 oktober 2002 tot en met 31 oktober 2002; 11 14 november 2002; 12 12 januari 2003 tot en met 14 januari 2003; 13 15 januari 200[3] tot en met 19 januari 2003; wordt u 29 dagen van rechtswege in de stand van non-activiteit geplaatst zoals gestipuleerd in VIII.II.5 RPPol: ‘Onverminderd eventuele toepassing van een tuchtstraf of een administratieve maatregel, is het personeelslid dat zonder toestemming afwezig is of de duur van zijn verlof zijn rust of zijn dienstvrijstelling zonder geldige reden overschrijdt, van rechtswege in non- activiteit’. Dit impliceert dat u voor voornoemde dagen niet gerechtigd bent op uw wedde en dat een terugvordering zal worden uitgevoerd bij de eerstvolgende weddeberekening. [...]” Ten gronde 2.
  9. De verzoeker roept een eerste middel in, afgeleid uit de schending van de motiveringsplicht en van de artikelen VIII.II.4, VIII.II.5, VIII.X.9, X.II.3, X.II.4 en X.II.6 van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (hierna: RPPol). Hij voert in essentie aan dat de bestreden beslissing een draagkrachtige motivering mist, omdat ze gebaseerd is op een onjuiste wettelijke grondslag. Hij stelt dat de verwerende partij de wet heeft geschonden, doordat zij hem van rechtswege in non-activiteit stelt zonder dat de wettelijke voorwaarden daartoe vervuld zijn. Volgens de verzoeker neemt de verwerende partij een voorwaarde in aanmerking waarin niet door de wet is voorzien. Zij baseert zich op “een systeem van opsturen van medische documenten en van eventuele controle uitgaande van ‘de medische dienst’”, maar een dergelijk systeem is nog niet concreet uitgewerkt. In zijn toelichting bij het middel betoogt de verzoeker dat de verwerende partij de bestreden beslissing baseert op artikel VIII.II.5 RPPol, luidens hetwelk het personeelslid dat zonder toestemming afwezig is of dat de duur van zijn verlof, zijn rust of zijn dienstvrijstelling zonder geldige reden overschrijdt, van rechtswege in non-activiteit is. Volgens de verzoeker oordeelt de verwerende partij dat hij niet gerechtvaardigd afwezig is geweest en steunt zij zich daarvoor op artikel IX-4485-6/16 VIII.II.4 RPPol, dat bepaalt dat, behoudens de gevallen van overmacht, het personeelslid niet afwezig mag zijn van zijn dienst indien het niet vooraf een verlof, rust of een dienstvrijstelling heeft verkregen. De verzoeker wijst erop dat hij luidens de motivering van de bestreden beslissing geen geldig ziekteverlof zou hebben gekregen. De verwerende partij baseert zich daarvoor op artikel X.II.4 RPPol, luidens hetwelk een medisch getuigschrift binnen 24 uur moet worden verzonden aan de medische dienst en op artikel VIII.X.9 RPPol, luidens hetwelk het wegens ziekte afwezige personeelslid onderworpen is aan het geneeskundig toezicht van de medische dienst. De verzoeker bestrijdt deze zienswijze van de verwerende partij. Hij is van oordeel wel degelijk gerechtvaardigd afwezig te zijn geweest. Hij betoogt vooreerst te hebben voldaan aan artikel X.II.3 RPPol, dat bepaalt dat het personeelslid zo snel mogelijk en ten laatste bij de geplande aanvang van de dienst zijn dienst moet inlichten. Hij stelt dat hij ten allen tijde het Transmissiecentrum heeft verwittigd en zodoende deze verplichting heeft vervuld, wat door de bestreden beslissing wordt bevestigd. Voorts argumenteert de verzoeker dat hij voldaan heeft aan artikel X.II.4 RPPol, dat stelt dat vanaf de tweede ziektedag het verlof wegens ziekte gestaafd moet worden aan de hand van een medisch getuigschrift van de behandelende geneesheer, dat binnen 24 uur naar de medische dienst moet worden verzonden. De verzoeker laat gelden dat hij telkens vanaf de tweede ziektedag het verlof kon staven aan de hand van een medisch getuigschrift. De verwerende partij betwist het bestaan van deze getuigschriften niet, maar beweert dat deze laattijdig in duplicaat werden overgemaakt. De verzoeker stelt dat hij de medische getuigschriften wel degelijk tijdig heeft overgemaakt. Hij geeft toe dat, “om reden van het verstrijken van de tijd”, het mogelijk is dat één of enkele van deze getuigschriften niet aan de medische dienst aan de Groendreef te Gent, maar wel aan de Dienst Interne Zaken of het A-bureau (intern personeelssecretariaat interventiepolitie Gent) werden overgemaakt. Het loutere feit dat de verwerende partij beweert dat de medische dienst aan de Groendreef te Gent deze medische attesten niet zou hebben ontvangen, kan volgens de verzoeker geen argument zijn om te besluiten dat hij deze niet zou hebben verzonden. IX-4485-7/16 De verzoeker laat gelden dat de twee voormelde voorwaarden (de dienst inlichten en vanaf de tweede ziektedag over een stavend medisch getuigschrift beschikken) de enige zijn die vervuld moeten zijn om gerechtvaardigd afwezig te zijn wegens arbeidsongeschiktheid. Hij stelt dat beide voorwaarden vervuld zijn. Weliswaar is het zo dat het wegens ziekte afwezige personeelslid overeenkomstig het RPPol onderworpen is aan het geneeskundig toezicht van de medische dienst en zich daaraan niet mag onttrekken. Dit toezicht is echter nog niet concreet uitgewerkt in uitvoeringsbesluiten. Zo is er nog geen medische dienst voor de politiezone aangeduid en fungeert de medische dienst aan de Groendreef (voormalige rijkswacht) als medische dienst. Te dezen is de verplichting om het stavend medisch attest binnen 24 uur (vanaf de tweede ziektedag) over te maken aan de medische dienst, een toepassingsvoorwaarde voor de onderwerping aan het geneeskundig toezicht. Ze heeft, aldus de verzoeker, niets te maken met het al dan niet gerechtvaardigd afwezig zijn. De verzoeker besluit dat de overheid door te eisen dat het medisch attest binnen 24 uur naar de medische dienst wordt verzonden en dat het personeelslid zich aan het geneeskundig toezicht onderwerpt, een bijkomende voorwaarde instelt die vervuld moet zijn opdat een afwezigheid gerechtvaardigd zou zijn, maar dat in een dergelijke voorwaarde niet door de wet is voorzien. Aanvullend merkt de verzoeker nog op dat de overheid hem in non-activiteit plaatst voor de data van 18 augustus 2002, 16 september 2002 en 14 november 2002 (telkens één dag van arbeidsongeschiktheid) en hiervoor dezelfde motivering geeft als voor de andere data van arbeidsongeschiktheid. De verzoeker betoogt dat voor die dagen de voorwaarde van het overmaken van het medisch getuigschrift niet geldt, vermits artikel X.II.4 RPPol bepaalt dat dit getuigschrift slechts vanaf de tweede dag moet worden overgemaakt. Ten slotte stelt de verzoeker dat de bestreden beslissing ook artikel X.II.8 RPPol schendt door zich te baseren op het gegeven dat de controlerende geneesheer de betrokken ziektedagen niet bekrachtigt, om vervolgens te besluiten dat de verzoeker onrechtmatig afwezig is geweest, terwijl luidens artikel X.II.8 RPPol de controlegeneesheer de modaliteiten van het ziekteverlof slechts kan bevestigen of wijzigen, maar dit laatste slechts na overleg met de behandelende geneesheer. Uit niets blijkt echter dat er enig overleg is geweest met de IX-4485-8/16 behandelende geneesheer, zodat een wijzigende beslissing niet wettig genomen kan zijn. 2.
  10. De verwerende partijen laten in hun memorie van antwoord gelden dat, overeenkomstig artikel VIII.II.6 RPPol (lees: X.II.6 RPPol), dat bepaalt dat de personeelsleden met verlof wegens ziekte zich niet mogen onttrekken aan het medisch controleonderzoek bevolen overeenkomstig artikel VIII.X.9 RPPol, de controlegeneesheer de verzoeker verzocht heeft om de nodige attesten, protocollen, RX en andere verslagen betreffende zijn arbeidsongeval over te leggen. Tot tweemaal toe werd de verzoeker hierop gewezen. De verzoeker heeft hieraan echter geen gevolg gegeven. De verwerende partijen betogen dat van een personeelslid kan worden verwacht dat het meewerkt aan een controleonderzoek. Volgens hen is het aan de aanhoudende onwil van de verzoeker te wijten dat uiteindelijk niet anders kan worden besloten dan dat zijn afwezigheden niet gerechtvaardigd zijn. Voorts stellen de verwerende partijen dat de verzoeker het arbeidsongeval van 1996, dat geconsolideerd is op 1 januari 2002, aanhaalt als reden voor zijn afwezigheid, maar nooit enige aanvraag heeft ingediend tot herziening van het hem toegekende invaliditeitspensioen. 2.
  11. De verzoeker repliceert in zijn memorie van wederantwoord dat de verwerende partijen in hun memorie van antwoord een andere motivering naar voor pogen te schuiven dan uit de bestreden beslissing zelf blijkt, maar dat dit niet kan. Waar de verwerende partijen stellen dat de verzoeker geen gevolg zou hebben gegeven aan de vraag van de controlegeneesheer om de nodige attesten, protocollen en andere verslagen betreffende zijn arbeidsongeval over te leggen, merkt de verzoeker op dat er geen nieuwe attesten, protocollen en andere verslagen voorhanden zijn en dat hij dit ook heeft meegedeeld aan de controlegeneesheer. In zoverre de controlegeneesheer zou hebben gevraagd naar technische verslagen uit het verleden, wijst de verzoeker erop dat de “medische dienst” een afdeling is van de federale politie en dat dezelfde administratie binnen het kader van de rijkswacht zijn arbeidsongeval uit 1996 heeft behandeld, zodat deze alle relevante stukken dienaangaande reeds in haar bezit heeft. IX-4485-9/16 Volgens de verzoeker blijkt bovendien uit de lezing van de bestreden beslissing en de erin opgenomen motivering dat zijn afwezigheid niet omwille van het niet overhandigen van attesten, protocollen en andere verslagen niet gerechtvaardigd wordt geacht, maar wel omwille van het niet ontvangen van de medische attesten. De verzoeker stelt geenszins enig controleonderzoek te hebben tegengewerkt. Integendeel, hij is ingegaan op alle verzoeken die hem werden gedaan en hij heeft bij zijn behandelende geneesheer duplicaten van de medische attesten opgevraagd. Dat de verzoeker hieraan herinnerd diende te worden, kan hem naar eigen zeggen niet ten kwade worden geduid, aangezien zijn behandelende geneesheer de duplicaten niet onmiddellijk ter beschikking heeft gesteld. Waar de verwerende partijen naar het invaliditeitspensioen ten gevolge van het arbeidsongeval van 1996 verwijzen, merkt de verzoeker op dat het volstrekt irrelevant is of hij dienaangaande al dan niet een aanvraag tot herziening heeft ingediend. Ten overvloede merkt de verzoeker nog op dat de verwerende partijen in hun memorie van antwoord verwijzen naar artikel VIII.II.6 RPPol, maar dat dit artikel hoegenaamd geen uitstaans heeft met de voorliggende zaak, vermits de verzoeker geen voorlopige schorsing in de zin van artikel 59 van de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten heeft ondergaan. 2.
  12. In hun laatste memorie merken de verwerende partijen op dat, doordat de medische attesten niet werden overgemaakt, de controlegeneesheer ook de modaliteiten of de duur van het ziekteverlof niet kon controleren, wijzigen of bevestigen, zoals omschreven in artikel X.II.8 RPPol. Het feit dat de afwezigheden tijdig gemeld zijn, doet daaraan volgens de verwerende partijen geen afbreuk, omdat het noodzakelijk is dat de medische attesten worden overgemaakt. Voorts stellen de verwerende partijen dat een interpretatie volgens dewelke de controlegeneesheer enkel controle kan doen tijdens de afwezigheid van het betrokken personeelslid, niet kan worden bijgevallen. Artikel VIII.X.9 RPPol stelt dat het wegens ziekte afwezige personeelslid onderworpen is aan het geneeskundig toezicht van de medische dienst. Deze bepaling houdt volgens de IX-4485-10/16 verwerende partijen niet in dat enkel tijdens de afwezigheid controle kan worden uitgevoerd. Een controle kan evenzeer na een afwezigheid gebeuren, met betrekking tot de periode van afwezigheid, zoals te dezen is gebeurd. Een andere uitlegging van die bepaling zou volgens de verwerende partijen tot onwerkbare situaties leiden. 2.5.
  13. In het middel wordt in essentie aangevoerd dat de bestreden beslissing niet gesteund is op deugdelijke motieven, doordat een verkeerde toepassing is gemaakt van de terzake geldende bepalingen van het RPPol. 2.5.
  14. Uit de bestreden beslissing kan worden afgeleid dat deze gesteund is op drie elementen: - er wordt eerst verwezen naar 42 dagen arbeidsongeschiktheid, die wel tijdig aan het Transmissiecentrum werden gemeld, maar waarvan voor één dag (18 augustus 2002) geen medisch attest werd overgemaakt, en waarvan voor de overige dagen slechts laattijdig duplicaten van de medische attesten werden overgemaakt, wat strijdig is met artikel X.II.4 RPPol, dat bepaalt dat de medische attesten binnen 24 uur moeten worden overgemaakt aan de medische dienst; - vervolgens wordt verwezen naar het controleonderzoek dat op 25 april 2003 heeft plaatsgehad -dit is meer dan drie maanden na de laatste in de bestreden beslissing in aanmerking genomen dag van arbeidsongeschiktheid- en naar de controleonderzoeken van 20 mei 2003 en 17 juni 2003 waarop de verzoeker zich heeft aangeboden, maar waarbij hij niet is ingegaan op het verzoek om de nodige stavingsstukken over te maken, waarna de controlegeneesheer heeft besloten dat de arbeidsongeschiktheden oncontroleerbaar waren en hij deze bijgevolg niet kon bekrachtigen; - ten slotte wordt verwezen naar het feit dat de arbeidsongeschiktheden verband hielden met het arbeidsongeval van de verzoeker in 1996 en dat dit arbeidson- geval sinds 1 januari 2002 als geconsolideerd moest worden beschouwd, zodat de afwezigheden ingevolge het arbeidsongeval slechts mogelijk zijn mits toestemming van de raadgevend geneesheer van Oost-Vlaanderen. Op grond van het voorgaande wordt dan besloten dat de verzoeker voor 29 dagen niet gerechtvaardigd afwezig was en inbreuk heeft gepleegd op artikel VIII.II.4 RPPol (afwezig zonder voorafgaand verlof te hebben gekregen), zodat de verzoeker op grond van artikel VIII.II.5 RPPol omwille van die niet- gerechtvaardigde afwezigheid voor 29 dagen in de administratieve stand van non- activiteit wordt geplaatst. IX-4485-11/16 2.5.3.
  15. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat het uitgangspunt op grond waarvan de verwerende partij tot deze beslissing is gekomen, het feit betreft dat de medische getuigschriften niet werden overgemaakt aan de medische dienst. 2.5.3.
  16. Voor de afwezigheden op 18 augustus 2002, 16 september 2002 en 14 november 2002 (telkens één dag) moet worden opgemerkt dat dit uitgangspunt niet correct is, vermits de voorwaarde van het overmaken van het medisch getuigschrift van de behandelende geneesheer luidens artikel X.II.4 RPPol slechts geldt vanaf de tweede dag ziekteverlof. In de mate dat de bestreden beslissing aanneemt dat de afwezigheden op 18 augustus 2002, 16 september 2002 en 14 november 2002 niet gerechtvaardigd zijn, omdat voor die dagen geen medisch attest werd overgemaakt aan de medische dienst, schendt zij dan ook artikel X.II.4 RPPol. 2.5.3.
  17. Wat de overige (meerdaagse) afwezigheden betreft, stelt de verwerende partij zonder meer dat de (originele) medische getuigschriften niet aan de medische dienst werden overgemaakt. Het is uiteraard niet doenbaar voor de verwerende partij te bewijzen dat zij iets niet heeft ontvangen. Niettemin rijzen er toch vragen bij haar standpunt. Het feit dat de verzoeker in staat is naderhand de duplicaten van de medische getuigschriften aan de verwerende partij over te maken, laat toe aan te nemen dat op het ogenblik van de arbeidsongeschiktheden zijn behandelende geneesheer deze ongeschiktheden heeft geattesteerd. In die omstandigheden is het niet zonder meer aannemelijk dat de verzoeker, die tijdig zijn behandelende geneesheer heeft bezocht en de noodzakelijk medische attesten heeft verkregen, deze attesten niet zou hebben overgemaakt. 2.5.4.
  18. Verder bouwend op de afwezigheden wegens arbeids- ongeschiktheid waarvoor de verwerende partij stelt geen medische getuigschriften te hebben ontvangen, steunt de bestreden beslissing tevens op de drie controleonderzoeken waaraan de verzoeker maanden na de laatste dag van arbeidsongeschiktheid werd onderworpen, waarbij de controlegeneesheer op grond van het ontbreken van de stavingsstukken in verband met het arbeidsongeval van 1996 besluit dat verzoekers afwezigheden niet controleerbaar zijn en dat hij ze bijgevolg niet bekrachtigt. IX-4485-12/16 2.5.4.
  19. Luidens artikel X.II.3 van het RPPol moet het personeelslid dat wegens medische redenen zijn ambt niet kan vervullen, zo snel mogelijk en ten laatste bij de aanvang van zijn dienst, zijn dienst hierover inlichten. Blijkens de bestreden beslissing heeft de verzoeker hieraan voldaan. 2.5.4.
  20. Luidens artikel X.II.4 van het RPPol moet het verlof wegens ziekte vanaf de tweede ziektedag worden gestaafd aan de hand van een medisch attest dat binnen 24 uren moet worden verzonden naar de medische dienst. Volgens de bestreden beslissing heeft de verzoeker hieraan niet voldaan, maar zoals hiervoor uiteengezet, kan dat niet zonder meer worden aangenomen. 2.5.4.
  21. Luidens artikel X.II.6 van het RPPol mag een personeelslid met verlof wegens ziekte zich niet onttrekken aan het medisch controleonderzoek. Luidens artikel X.II.8 bevestigt of wijzigt de controlegeneesheer de modaliteiten of de duur van het voorgeschreven ziekteverlof, met dien verstande dat een wijziging slechts plaats kan vinden na overleg met de behandelende geneesheer. In de artikelen X.II.9 tot en met X.II.12 wordt de beroepsprocedure geregeld voor de gevallen waarin de controlegeneesheer de modaliteiten of de duur van het ziekteverlof heeft gewijzigd. Deze procedure wordt gekenmerkt door een zeer korte termijn voor het indienen van het beroep en voor het nemen van een beslissing over het beroep. Te dezen blijkt dat de verzoeker op 25 april 2003, meer dan drie maanden na de laatste in aanmerking genomen dag van arbeidsongeschiktheid, voor controle is opgeroepen, dat hij hieraan gevolg heeft gegeven en dat dit scenario zich nog tweemaal heeft herhaald, namelijk op 20 mei 2003 en op 17 juni 2003, en dat de controlegeneesheer naar aanleiding van deze controleonderzoeken heeft besloten dat de in de bestreden beslissing bedoelde afwezigheden wegens arbeids- ongeschiktheid oncontroleerbaar waren, waarna hij heeft geattesteerd dat hij die afwezigheden niet bekrachtigde. De controlegeneesheer was van oordeel dat de afwezigheden oncontroleerbaar waren omdat de verzoeker geen gevolg had gegeven aan zijn verzoek om stavingsstukken betreffende zijn arbeidsongeval bij te brengen. IX-4485-13/16 Deze handelwijze en “beslissing” van de controlegeneesheer zijn niet in overeenstemming met de hierboven vermelde bepalingen van het RPPol. Vooreerst moet worden opgemerkt dat uit de regeling van de medische controle in Titel II van Deel X van het RPPol duidelijk blijkt dat de controlegeneesheer kan optreden gedurende de periode van afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid om de modaliteiten en de duur van die afwezigheid eventueel bij te sturen. Te dezen is het controleonderzoek uitgevoerd maanden na de laatste dag afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid. De controlegeneesheer besluit dan dat de afwezigheden niet controleerbaar zijn, omdat de verzoeker de nodige stavingsstukken in verband met zijn arbeidsongeval niet heeft bijgebracht. Het valt evenwel niet in te zien dat de controlegeneesheer, zelfs wanneer de bedoelde stavingsstukken in zijn bezit waren geweest, in staat zou geweest zijn om maanden na de afwezigheden wegens arbeidsongeschiktheid te oordelen of deze afwezigheden in het verleden verantwoord waren. Wanneer de controlegeneesheer besluit de bedoelde afwezigheden niet te bekrachtigen, wijzigt hij het door de behandelende geneesheer voorgeschreven ziekteverlof, terwijl een wijziging van de duur of de modaliteiten van het ziekteverlof slechts mogelijk is na overleg met de behandelende geneesheer. Uit niets blijkt dat een dergelijk overleg heeft plaatsgehad. De controlegeneesheer heeft op 3 juli 2003 geattesteerd dat hij de ziekteverloven niet kon bekrachtigen. Dit werd meegedeeld aan de Dienst Intern Toezicht. Uit het dossier blijkt niet dat dit werd meegedeeld aan de verzoeker, hoewel krachtens artikel X.II.9 RPPol dit onmiddellijk moest gebeuren. De verzoeker is dus ook niet in kennis gesteld van de beroepsmogelijkheid die hij had. 2.5.4.
  22. Uit het voorgaande blijkt dat de verwerende partij de bepalingen inzake medische controle van het RPPol niet correct heeft toegepast en dat zij een eigen werkwijze heeft gevolgd die op geen enkele wijze steun kan vinden in het RPPol. De verzoeker heeft daarentegen conform het RPPol zijn afwezigheden tijdig gemeld aan de dienst. De verwerende partij heeft nagelaten tijdig te constateren dat zij de vereiste medische attesten niet heeft ontvangen en IX-4485-14/16 heeft de verzoeker hiervan niet in kennis gesteld. Deze nalatigheid geeft de verwerende partij niet het recht om achteraf nog de afwezigheden van de verzoeker in vraag te stellen, nu het RPPol een regeling van medische controle bevat die slechts controle toelaat gedurende de afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid. 2.5.
  23. Op grond van het voorgaande moet worden besloten dat de bestreden beslissing, in de mate dat ze aanneemt dat de verzoeker een inbreuk heeft gepleegd op artikel VIII.II.4 RPPol, dat bepaalt dat het personeelslid niet afwezig mag zijn van dienst indien het niet vooraf een verlof, rust of dienstvrijstelling heeft gekregen, niet gesteund is op een draagkrachtig motief. Het middel is in de hiervoor aangegeven mate gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  24. Vernietigd wordt de beslissing 7 januari 2004 van de korpschef van de politiezone 5415 Gent waarbij Luc De Graeve van rechtswege in non- activiteit wordt geplaatst gedurende 29 dagen. Artikel
  25. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de eerste verwerende partij. IX-4485-15/16 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 16 november 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-4485-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.829 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.