id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.885 Rolnummer: A. 69368/X-14408 Zaak: Arrest 197885 - Monumenten en Landschappen - 17/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-26 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 03:51 Fiche Arrest nr 197.885 van 17 november 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 197.885 van 17 november 2009 in de zaak A. 69.368/X-14.
- In zake: André ARNAUTS wonende te 1910 KAMPENHOUT Meerlaan 27 tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 BRUGGE Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 14 juni 1996, strekt tot de nietigverklaring van:
- het besluit van 6 februari 1995 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende voorstel tot rangschikking als landschap wegens zijn esthetische en wetenschappelijke waarde van het Torfbroek en omgeving, gelegen te Kampenhout (Berg), Torfbroeklaan, Visserijlaan en Kampenhout (Nederokkerzeel), Oudenhuisbaan, Laarstraat en Neerstraat, “voor wat betreft de uitbreiding die aan de klassering gegeven wordt door het bijkomend begrip ‘omgeving’”;
- het besluit van 6 maart 1996 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling houdende rangschikking als landschap wegens zijn esthetische en wetenschappelijke waarde van het Torfbroek en omgeving, gelegen te Kampenhout (Berg), Torfbroeklaan, Visserijlaan en Kampenhout (Nederokker- zeel), Oudenhuisbaan, Laarstraat en Neerstraat, “voor wat betreft de uitbreiding die aan de klassering gegeven wordt door het bijkomend begrip ‘omgeving’”. X-14.408-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- Met het arrest nr. 127.687 van 2 februari 2004 worden de debatten heropend en wordt het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat gelast met het aanvullend onderzoek. Auditeur Pierre Barra heeft een aanvullend verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 oktober
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. André Arnauts, die in persoon verschijnt, en advocaat Pieter-Jan Staelens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is eigenaar van een perceel gelegen te Kampenhout, kadastraal bekend sectie A, nr. 72/k. 3.
- Bij het eerste bestreden besluit van 6 februari 1995 stelt de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming het voorstel vast tot rangschikking als landschap van het Torfbroek en omgeving, gelegen te X-14.408-2/6 Kampenhout (Berg), Torfbroeklaan, Visserijlaan en Kampenhout (Nederokkerzeel), Oudenhuisbaan, Laarstraat en Neerstraat. Het perceel van de verzoeker is in dit besluit opgenomen. Een afschrift van dit voorstel tot rangschikking als landschap wordt bij aangetekende brief van 8 mei 1995 verstuurd naar onder meer de verzoeker. 3.
- Er wordt een openbaar onderzoek gehouden van 19 mei 1995 tot 18 juni
- Bij schrijven van 8 juni 1995 dient de verzoeker een bezwaar in voor wat betreft zijn perceel en de onmiddellijke omgeving, “aangezien de bestemming van dit/deze percelen, deel uitmakend van een verkaveling met bouwdoeleinden, hierdoor in het gedrang komt, zonder werkelijke rechtvaardiging en zonder iets bij te brengen aan het ‘Reservaat’ (tussen bebouwde straat en druk gebruikte Neerstraat)”. 3.
- Op 21 december 1995 brengt de koninklijke commissie voor Monumenten en Landschappen een gemotiveerd advies uit. 3.
- Bij besluit van 6 maart 1996 van de Vlaamse Minister van Leefmilieu en Tewerkstelling wordt het Torfbroek en omgeving als landschap beschermd. Dit is het tweede bestreden besluit. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Ten aanzien van het eerste bestreden besluit 4.
- Luidens artikel 4, derde lid van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State verjaren de beroepen tot nietigverklaring zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend. Het eerste bestreden besluit werd bij aangetekend schrijven van 8 mei 1995 aan de verzoeker betekend. Het werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 juni
- Ten aanzien van het eerste bestreden besluit is het op 14 juni 1996 ingestelde beroep tot nietigverklaring derhalve laattijdig. X-14.408-3/6 4.
- Ten aanzien van het eerste bestreden besluit is het beroep niet ontvankelijk. Ten aanzien van het tweede bestreden besluit 5.
- Krachtens artikel 3 van de hypotheekwet wordt geen eis strekkende tot vernietiging of tot herroeping van rechten voortvloeiende uit akten aan overschrijving onderworpen, door de rechter ontvangen dan na te zijn ingeschreven op de kant der overschrijving van de titel van verkrijging waarvan de vernietiging of herroeping gevorderd wordt en, in voorkomend geval, op de kant der overschrij- ving van de laatste overgeschreven titel. Deze wetsbepaling raakt de openbare orde. Derhalve moet de rechter, voor wie dergelijke eis aanhangig is, nagaan of de eis waarover hij te oordelen heeft, ingeschreven is op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging. 5.
- Uit de bedoeling van de wetgever om de derden die door een overschrijving zouden kunnen worden misleid, te beschermen, vloeit voort dat de verplichting tot inschrijving slechts geldt in zoverre de in het voornoemd artikel bedoelde akten effectief werden overgeschreven of vatbaar waren voor een overschrijving. 5.
- Luidens het op het ogenblik van het bestreden besluit toepasselijke artikel 1, §11, in fine van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumen- ten en landschappen wordt het besluit tot rangschikking als landschap overgeschre- ven op het kantoor van de hypotheekbewaarder. Derhalve is artikel 3 van de hypotheekwet van toepassing op een dergelijk besluit. 5.4.
- Reeds met een brief van 21 juni 1996 verzocht de griffie van de Raad van State de verzoeker om een bewijs van kantmelding. Dit schrijven is onbeantwoord gebleven. 5.4.
- Vervolgens verzocht de auditeur de verzoeker met een brief van 21 juni 2005 om een bewijs van kantmelding. Aangezien ook dit schrijven onbeantwoord bleef, werd de verzoeker bij aangetekende brief verstuurd op 15 september 2005 opnieuw om een bewijs van kantmelding verzocht. In dit schrijven stelde de auditeur nog dat bij gebrek aan antwoord binnen zestig dagen na ontvangst van die brief, hij onmiddellijk verslag zou opstellen waarin besloten zou worden tot gebrek aan medewerking en belang in hoofde van de verzoeker. X-14.408-4/6 Hierop volgde een brief van de verzoeker van 21 september 2005, waarin hij de auditeur verzocht hem mede te delen waar en hoe de kantmelding moest worden verricht. In antwoord op dit schrijven richtte de auditeur op 22 september 2005 het volgende schrijven aan de verzoeker: “In aansluiting met Uw brief van 21 dezer waarin U de vraag stelt op welk kantoor de randmelding moet gebeuren, stel ik U voor zo snel mogelijk contact op te nemen met de raadsman van het Vlaams Gewest (Mter (Bart) Staelens, Bevrijdingslaan 4 bus 1 - 8000 BRUGGE - zijn referte: 96GK569/CS) met de vraag op welk kantoor van de hypotheekbewaarder U de kantmelding dient uit te voeren; het door U aangevochten rangschikkingsbesluit dient bij de hypotheekbewaarder overgeschreven te worden door toedoen van het Vlaams Gewest; U dient uw inleidend verzoekschrift te laten kantmelden in de rand van die overschrijving. Ik stuur een kopie van deze brief aan Mter Staelens met zelfde post als deze brief”. Op dezelfde dag verstuurde de auditeur een kopie van dit schrijven naar de raadsman van de verwerende partij. Deze laatste bezorgde de auditeur bij brief van 17 oktober 2005 het bewijs van overschrijving met de gevraagde inlichtingen, waarvan een kopie naar de verzoeker werd verstuurd. 5.4.
- Ook na ontvangst van het auditoraatsverslag, waarin tot de onontvankelijkheid van het beroep wordt besloten bij gebrek aan kantmelding die kan gedaan worden tot aan de sluiting der debatten, laat de verzoeker na een bewijs van kantmelding bij te brengen. Dienaangaande stelt hij in zijn laatste memorie onder meer het volgende: “Tot nader bericht blijkt niemand op het (Hypotheekkantoor) te weten hoe een ‘kantmelding’ van een Beroep moet gebeuren. Men blijkt er de Raad van State zelfs niet te kennen. Zou het niet volstaan mijn verzoek op de buitendeur van het gebouw aan te plakken?”. 5.
- Uit het voorgaande blijkt dat, hoewel hiertoe uitgenodigd door de griffie van de Raad van State en de auditeur, de verzoeker verzuimd heeft aan te tonen dat hij voldaan heeft aan de voorschriften van artikel 3 van de hypotheekwet. Ambtshalve wordt vastgesteld dat op het ogenblik van het sluiten van de debatten niet is voldaan aan de door artikel 3 van de hypotheekwet opgelegde inschrijving. 5.
- Ook ten aanzien van het tweede bestreden besluit is het beroep niet ontvankelijk. X-14.408-5/6 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 99,16 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien november 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, met bijstand van Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq. Roger Stevens. X-14.408-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.885 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.127.687 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div