← België

Arrest 197977 - Penitentiair recht - 18/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.977 Rolnummer: A. 194569/IX-6583 Zaak: Arrest 197977 - Penitentiair recht - 18/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-19 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:52 Fiche Arrest nr 197.977 van 18 november 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 197.977 van 18 november 2009 in de zaak A. 194.569/IX-6583 In zake : Asparuh GEORGIEV bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Mallego kantoor houdend te Aalst Capucienenlaan 63 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te Kortenberg Veldstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 12 november 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van de minister van Justitie van 21 oktober 2009 dat stelt dat de Bulgaarse onderdaan Asparuh Georgiev zal overgebracht worden naar Bulgarije met het oog op de verdere uitvoering van zijn straf. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 november 2009, om 11.00 uur. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. IX-6583-1/6 Advocaat Anthony Mallego, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Bernard Derveaux, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Alexander Van Steenberge, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Het bestreden besluit van de minister van Justitie van 21 oktober 2009 luidt als volgt: “[...] Gelet op het arrest dd. 20.10.2008 van het Hof van Beroep te Gent, waarbij de Bulgaarse onderdaan Asparuh GEORG1EV, geboren op 24.08.1976 en momenteel gedetineerd in de gevangenis van Wortel, veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van 37 maanden wegens valsheid in geschriften en gebruik; Gelet op het arrest dd. 05.03.2008 van het Hof van Beroep te Gent, waarbij betrokkene veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van 6 maanden wegens heling; Gelet op het feit dat Asparuh GEORGIEV geen recht heeft op verblijf in België en niet valt onder een van de categorieën bedoeld in artikel 21 van de Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op het positief advies van de heer Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Gent; Gelet op het proces-verbaal betreffende het advies van de betrokkene dd. 07.04.2009; Gelet op het schrijven dd. 2 oktober 2009 waarmee de Bulgaarse autoritei- ten hun akkoord meedelen aangaande de overbrenging van betrokkene; Gelet op het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen, gesloten te Straatsburg op 18 december 1997 en in werking getreden op 01.07.2004 voor wat Bulgarije betreft; Gelet op de wet van 26 mei 2005 tot wijziging van de wet van 23 mei 1990 inzake de tussenstaatse overbrenging van gevonniste personen; IX-6583-2/6 BESLUIT Enig artikel : De Bulgaarse onderdaan Asparuh GEORGIEV, zal overge- bracht worden naar Bulgarije met het oog op de verdere uitvoering van zijn straf uitgesproken bij bovengenoemde arresten. [...]” 3.
  5. Op 3 november 2009 werd het bestreden besluit ter kennis gebracht van de verzoeker. IV. Onderzoek van de vordering Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. Eerste middel
  6. Wat de eerste voorwaarde betreft, voert de verzoeker in een eerste middel de schending aan van de formele en materiële motiveringsplicht en van het zorgvuldigheidsbeginsel.
  7. Uit het bestreden besluit blijkt dat het de rechtsgronden bevat waarop het is gesteund, aldus wordt verwezen naar de twee arresten van het Hof van Beroep te Gent van 20 oktober 2008 en van 5 maart 2008, die in kracht van gewijsde zijn getreden. Bovendien verwijst het bestreden besluit naar artikel 21 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Uit de lezing van dit artikel blijkt dat de verzoeker niet valt onder de categorieën opgesomd in dit artikel, in essentie omdat hij geen recht op verblijf heeft in België, wat hij niet betwist. IX-6583-3/6 Tevens wordt in het bestreden besluit verwezen naar het positief advies van de Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Gent van 1 april 2009 en naar het advies van de verzoeker van 7 april 2009, overeenkomstig artikel 3 van de wet van 26 mei 2005 tot wijziging van de wet van 23 mei 1990 inzake de tussenstaatse overbrenging van gevonniste personen. Uit het geschreven advies van de verzoeker blijkt dat hij niet beschikt over een geldige verblijfsvergunning. Ten slotte verwijst het bestreden besluit naar het schriftelijk akkoord van 2 oktober 2009 van de Bulgaarse autoriteiten betreffende de overbren- ging van de verzoeker en naar het toepasselijk Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen, gesloten te Straatsburg op 18 december 1997 en in werking getreden op 1 juli 2004 voor wat Bulgarije betreft en naar voornoemde wet van 26 mei
  8. Bijgevolg is op het eerste gezicht voldaan aan de formele motiveringsplicht, zoals vereist door de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. In de huidige stand van de procedure stelt de Raad van State vast dat de verzoeker niet heeft meegedeeld aan de verwerende partij dat hij op 9 juli 2009 in het huwelijk is getreden met Georgieva Stelyana GEORGIEVA, van Bulgaarse nationaliteit, zodat prima facie de verwerende partij met dit gegeven geen rekening kon houden bij het nemen van het bestreden besluit. Noch uit de stukken van de partijen, noch uit het verzoekschrift blijkt dat er sprake is van een duurzame gezinsrelatie tussen de verzoeker en zijn echtgenote. De elementen die de verzoeker aanbrengt in verband met zijn familiale toestand kunnen op het eerste gezicht niet dienstig worden aangevoerd om de schending van de materiële motiveringsplicht te onderbouwen. Hetzelfde geldt voor wat de beweerde schending van het zorgvuldigheidsbeginsel betreft. Dit blijkt tevens uit het antwoord op het tweede middel.
  9. Bijgevolg is het eerste middel niet ernstig. IX-6583-4/6 Tweede middel
  10. In een tweede middel voert de verzoeker de schending aan van artikel 8 van het Europees Verdrag over de Rechten van de Mens (EVRM). Ter adstructie van dit middel voert de verzoeker volgende elementen aan:

(1)hij en zijn familie wonen inmiddels reeds enkele jaren in België en hebben hier het centrum van hun belangen gevestigd, in die zin dat hun privé-leven inmiddels volledig verankerd is in België;
(2)de straf verder uitzitten in Bulgarije, zijn land van herkomst, heeft voor gevolg dat de verzoeker zijn echtgenote gedurende een lange periode niet zou kunnen zien;
(3)van de echtgenote van de verzoeker kan niet worden verwacht dat zij zou meegaan naar Bulgarije, daar zij inmiddels een uitgebreid sociaal leven in België heeft opgebouwd. 8. Uit de stukken waarop de Raad van State, op dit ogenblik vermag acht te slaan, blijkt niet welke familieleden, buiten zijn echtgenote, in België verblijven. Gelet op de omstandigheid dat de echtgenote van de verzoeker de Bulgaarse nationaliteit bezit, mag er in redelijkheid worden vanuit gegaan dat zij eventueel haar echtgenoot zou kunnen vervoegen in Bulgarije, minstens dat zij hem aldaar zou gaan bezoeken, zodat uit het eerste element
(1), op het eerste gezicht niet blijkt dat het bestreden besluit een inbreuk zou uitmaken op artikel 8 van het EVRM. Ook het tweede element
(2)met name de feitelijke scheiding van de echtgenoten door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit overtuigt op het eerste gezicht niet, vermits de echtgenote van de verzoeker hem kan gaan bezoeken in een Bulgaars penitentiair centrum. Hetzelfde geldt voor het derde element
(3). Vooreerst levert de verzoeker zelfs geen begin van bewijs van het “uitgebreid sociaal leven” van zijn echtgenote en vervolgens is het niet onredelijk, zoals gezegd, dat de echtgenote van de verzoeker hem eventueel zou vergezellen naar Bulgarije of minstens hem zou bezoeken in het Bulgaars penitentiair centrum.
  1. Bijgevolg is het tweede middel niet ernstig. IX-6583-5/6
  2. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
  3. De Raad van State verwerpt de vordering.
  4. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 november 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Daniël Moons IX-6583-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.977 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.378 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.