Wat de tweede verzoekende partij betreft: “A. Vluchtrelaas Volgens uw verklaringen bent u een Rom-zigeunerin, geboren in Pristina, Kosovo. U zou tot uw vlucht uit Kosovo in 1999 jarenlang in Kosovo Polje hebben gewoond. Bij de terugkeer van de Albanees-Kosovaarse bevolking naar haar woningen in Kosovo in juni of juli 1999, zou u gedwongen zijn uw woning te ontvluchten. U zou hierbij door etnische Albanezen zijn mishandeld. U zou vervolgens samen met uw familie naar Subotica, Servië, zijn verhuisd. Daar zou u samen met uw echtgenoot, uw zoon en 3 van uw dochters op 3 verschillende adressen hebben gewoond. U zou in Subotica samen met uw familie twee- tot driemaal hebben geprobeerd om u en uw gezin in te schrijven, echter steeds tevergeefs. Evenmin zou u er in zijn geslaagd uw kinderen op school in te schrijven. Tijdens uw verblijf in Subotica zou u het niet hebben aangedurfd zich buitenshuis te begeven. Toen u dit toch zou hebben gedaan, zou u door uw Servische buren omwille van uw afkomst zijn beledigd. Ook zou u met stenen zijn bekogeld. Uw echtgenoot en zoon zouden regelmatig op de markt hebben gestaan. XIV-31.029-4/15 Ontelbare keren zouden zij problemen hebben gekregen, ook met de politie die hen regelmatig fysiek zou hebben mishandeld. Ook zouden op een avond 2 onbekende Serviërs naar uw woning zijn gekomen met de bedoeling jullie uit jullie woning te verjagen. U zou geen getuige zijn geweest van dit incident, maar uw echtgenoot zou het u wel hebben verteld. Ongeveer 4 à 5 dagen voor uw vertrek uit Subotica zou u, toen u met uw kleindochter op straat liep, met stenen zijn bekogeld. Nog diezelfde avond zou u dit aan uw echtgenoot hebben verteld. De volgende dag zou hij naar de markt zijn gegaan, op zoek naar een mensensmokkelaar die jullie naar het buitenland zou kunnen brengen. Op 10 juni 2005 zou u samen met uw familie uit Subotica zijn vertrokken en op 15 juni 2005 zou u in België zijn aangekomen. Nog diezelfde dag hebt u hier een asielaanvraag ingediend. U bent in het bezit van een identiteitskaart, uitgereikt te Pristina op 11 juli 1991, twee geboorteaktes, dd. 13 oktober 1989 en dd. 7 april 1992 en van een aantal medische documenten i.v.m. een operatie die u hier in België hebt ondergaan. B. Motivering Er dient te worden vastgesteld dat er in en tussen de opeenvolgende verklaringen van u en uw echtgenoot, XXX en uw zoon, XXX (O.V. 5.769.327), een aantal tegenstrijdigheden waar te nemen zijn waardoor de geloofwaardigheid van uw asielrelaas volledig wordt ondermijnd. Zo werden uiterst tegenstrijdige verklaringen afgelegd in verband met jullie beweerde registratiepogingen. Uw echtgenoot beweerde in totaal 3 of 4 keer tevergeefs te hebben geprobeerd zichzelf en zijn familie in de stad Subotica te laten registreren. Hij zou elke keer alleen naar de gemeente zijn gegaan, u zou nooit zijn meegegaan (CGVS-gehoorverslag echtgenoot p. 6). De laatste poging dateert volgens hem van ongeveer 2 jaar voor jullie vertrek naar België (CGVS- gehoorverslag echtgenoot p. 16). U daarentegen beweerde dat u zelf twee- à driemaal hebt geprobeerd zich in te schrijven. U zou dit telkens hebben gedaan in het bijzijn van uw echtgenoot en kinderen (CGVS-gehoorverslag p. 7). U stelde ook dat de laatste poging dateert van ongeveer één maand voor uw vertrek naar België (CGVS- gehoorverslag p. 8). Geconfronteerd met de beweringen van uw echtgenoot, stelde u dat het mogelijk is dat uw echtgenoot een aantal keren alleen naar de gemeente is gegaan, zonder uw medeweten (CGVS-gehoorverslag p. 8). Deze bewering heft de bovenstaande tegenstrijdigheden echter niet op. Uw zoon heeft in dit verband nog andere verklaringen afgelegd. Hij beweerde dat zijn vader het in het begin tweemaal alleen heeft geprobeerd zich te registreren. Daarna zou uw zoon samen met u en zijn partner, zonder medeweten van uw echtgenoot, nog een aantal keer hebben geprobeerd zich in te schrijven, telkens zonder succes. Ook verklaarde u op de Dienst Vreemdelingenzaken in Subotica in totaal maar op twee verschillende adressen te hebben gewoond. U stelde er 6 à 7 maanden bij een zekere Ljubo, een Serviër, te hebben gewoond. Als gevolg van problemen met politie en buren zou u vervolgens, nog steeds in 1999, naar een Roma-familie, Djemaili genaamd, in de Dragoje Jarnevic-straat in Subotica zijn verhuisd. Daar zou u hebben verbleven tot aan uw vertrek naar België in juni 2005 (DVZ-gehoorverslag vraag 41). Op het Commissariaat-generaal beweerde u plots, net als uw andere familieleden, op 3 verschillende adressen in Subotica te hebben gewoond. U zou plots maar ongeveer één à anderhalf jaar in de Dragoje Jarnevic-straat hebben gewoond (CGVS-gehoorverslag p. 4). In verband met de problemen die uw echtgenoot op de markt zou hebben gehad verklaarde u dan weer dat hij voor het laatst zware problemen had op de markt ongeveer 2 à 3 weken voor jullie vlucht en dat hij als gevolg hiervan de laatste 2 à 3 weken niet meer op de markt zou hebben gestaan (CGVS-gehoorverslag p. 9). Zowel uw echtgenoot als zoon verklaarden echter de laatste 2 maanden voor jullie komst naar België niet meer op de markt te hebben gestaan (CGVS-gehoorverslag echtgenoot p. 12, CGVS-gehoorverslag zoon p. 10). Ook verklaarde u 3 à 4 dagen voor uw vertrek naar België op straat, samen met uw kleindochter, met stenen te zijn bekogeld. U zou dit nog dezelfde avond tegen uw echtgenoot hebben verteld. Hij zou hierom de volgende dag naar de markt zijn gegaan om een smokkelaar te zoeken (CGVS-gehoorverslag p. 6-7). Uw echtgenoot zelf heeft met geen woord over dit incident gerept, integendeel: hij verklaarde dat alle leden van zijn familie de laatste 2 maanden voor jullie vertrek naar België de woning niet hebben verlaten en dus ook elk concreet probleem hebben kunnen vermijden (CGVS- gehoorverslag echtgenoot p. 14). XIV-31.029-5/15 Gelet op bovenstaande vaststellingen kan geen enkel geloof worden gehecht aan uw beweerde mislukte pogingen zich te registeren in Subotica, noch aan de andere problemen die u beweerde in deze stad te hebben gekend. De door u neergelegde documenten doen geen afbreuk aan bovenstaande vaststellingen. Ze dateren van begin jaren ’90 en tonen enkel uw identiteit en het feit dat u toen in Kosovo woonde aan, waar echter in bovenstaande vaststellingen niet aan werd getwijfeld. De medische documenten uit België tonen aan dat u hier een medische behandeling hebt ondergaan. In dit verband dient echter te worden gesteld dat medische problemen op zich niet ressorteren onder het toepassingsgebied van de Vluchtelingenconventie van Genève. Ten slotte dient nog te worden opgemerkt dat ik in het kader van de asielaanvragen van uw zoon en zijn partner, XXX en XXX (O.V. 4.769.327) en van uw meerderjarige dochter, XXX (O.V. 5.769.309), eveneens heb besloten tot een bevestigende beslissing van weigering van verblijf. C. Conclusie Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag bedrieglijk is. Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. Behoudens een andere beslissing van de Minister van Binnenlandse zaken of zijn gemachtigde dient u binnen de 5 dag(en), ingaand op de datum van de kennisgeving van deze beslissing het grondgebied te verlaten (Koninklijk Besluit van 8 oktober 1981:
Wat de derde verzoekende partij betreft: “A. Vluchtrelaas Volgens uw verklaringen bent u een Rom-zigeunerin, geboren in Pristina, Kosovo. Tot het begin van de oorlog in Kosovo zou u met u ouders in de wijk Krusevacka in Kosovo Polje hebben gewoond. In 1999 - u weet niet meer juist wanneer - zou u samen met uw familie naar Subotica, Servië, zijn verhuisd. Daar zou u op 3 verschillende adressen hebben gewoond. Na uw aankomst in Subotica zou u tot driemaal toe hebben geprobeerd zich te registeren bij de gemeente. Omdat u uit Kosovo afkomstig bent en een moslimnaam draagt zou uw aanvraag echter keer op keer zijn afgewezen. Ongeveer 3 maanden na jullie aankomst, vanaf het moment dat jullie afkomst bekend was geraakt, zouden uw vader en broer problemen hebben gekregen. Zij zouden op straat en de markt regelmatig het slachtoffer zijn geworden van fysiek geweld. Omdat u nooit buitenkwam zou u echter elk concreet probleem hebben kunnen vermijden. Op een avond zouden twee onbekende mannen naar jullie woning zijn gekomen. Uw vader zou hen te woord hebben gestaan. U zou niet hebben gezien wat er net is gebeurd, maar nog diezelfde avond zou uw moeder u hebben verteld dat deze twee mannen ermee hadden gedreigd een bom in jullie woning te gooien. Uw vader zou vervolgens een nieuwe woonplaats hebben geregeld en de volgende dag zouden jullie zijn verhuisd naar een ander huis, dat in het bezit was van een Roma. Als gevolg van de voortdurende problemen zou uw vader uiteindelijk hebben besloten naar het buitenland te vluchten. Op 10 juni 2005 zou u samen met uw familie uit Subotica zijn vertrokken en op 15 juni 2005 zou u in België zijn aangekomen. Nog diezelfde dag hebt u hier een asielaanvraag ingediend. U bent in het bezit van een oude Joegoslavische geboorteakte, afgeleverd op 6 april 1992 in Kosovo Polje. B. Motivering Er dient te worden vastgesteld dat er in en tussen de opeenvolgende verklaringen van u en uw ouders, XXX en XXX (O.V. 5.769.280), een aantal tegenstrijdigheden waar te nemen zijn waardoor de geloofwaardigheid van uw asielrelaas volledig wordt ondermijnd. Zo werden tegenstrijdige verklaringen afgelegd in verband met de beweerde registratiepogingen. U beweerde in totaal 3 keer tevergeefs te hebben geprobeerd u in de stad Subotica in te schrijven. Bij de eerste twee pogingen zou u met XIV-31.029-6/15 uw vader zijn meegegaan, de laatste keer zou u het zonder medeweten van uw vader hebben geprobeerd. Elke poging dateert van de periode dat u op het eerste adres woonde in Subotica (CGVS-gehoorverslag p. 5-7). Uw vader beweerde echter elke keer alleen naar de gemeente te Subotica te zijn gestapt en nooit in het gezelschap van een familielid een registratiepoging te hebben ondernomen (CGVS-gehoorverslag vader p. 6). Uw moeder dan weer verklaarde dat zij zelf twee- à driemaal heeft geprobeerd zich in te schrijven. Zij zou dit telkens hebben gedaan in het bijzijn van haar echtgenoot en kinderen (CGVS-gehoorverslag moeder p. 7). Zij stelde ook dat de laatste poging dateert van ongeveer één maand voor jullie vertrek naar België (CGVS-gehoorverslag moeder p. 8), terwijl u beweerde alle registratiepogingen te hebben ondernomen toen u op het eerste adres in Subotica woonde (CGVS-gehoorverslag p. 6). Over de belediging en bekogeling met stenen de enige keer in al die jaren dat u bent buitengekomen, ongeveer twee à drie maanden na uw aankomst in Subotica, dient te worden vastgesteld dat u hierover op de Dienst Vreemdelingenzaken met geen woord hebt gerept (DVZ-gehoorverslag vraag 41). Ook uw moeder, die erbij zou zijn geweest, heeft geen melding gemaakt van zo’n incident een paar maanden na jullie aankomst (CGVS-gehoorverslag moeder). In verband met de bedreiging van een aantal Servische burgers die naar jullie woning waren gekomen jullie huis op te blazen werden eveneens tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Zo beweerde uw vader dat deze bedreiging alleen tegen hem werd geuit, hij het nooit aan zijn familie heeft verteld en zijn familieleden er dus ook niet van op de hoogte zijn (CGVS-gehoorverslag vader p. 14-15). U verklaarde echter aanvankelijk dat uw vader het wél heeft verteld, meer bepaald onmiddellijk na het gebeurde aan uw moeder, die het op haar beurt aan u zou hebben doorverteld (CGVS-gehoorverslag p. 10). Na confrontatie met de verklaringen van uw vader in dit verband stelde u plots dat u het pas de dag na het gebeurde, toen u als gevolg van het incident al naar een ander adres was verhuisd (CGVS-gehoorverslag p. 10), hebt vernomen. In dit verband kan nog worden opgemerkt dat u op de Dienst Vreemdelingenzaken hebt verklaard van het tweede naar het derde adres te zijn verhuisd enkel en alleen omdat de eigenaar van de derde woning een Roma was. Van een dreiging jullie huis op te blazen is nergens sprake (DVZ-gehoorverslag vraag 41). Voor het overige dient te worden vastgesteld dat u zich baseert op de eveneens door uw ouders, XXX en XXX, aangehaalde asielmotieven. Aangezien ik in hoofde van deze laatste heb besloten tot een bevestigende beslissing van weigering van verblijf op basis van ernstig bedrieglijke verklaringen, dringt zich voor u een zelfde beslissing op. De door u neergelegde geboorteakte doet geen afbreuk aan bovenstaande vaststellingen. Ze dateert van begin jaren ’90 en toont enkel uw identiteit en het feit dat u toen in Kosovo woonde aan, waar echter in bovenstaande vaststellingen niet aan werd getwijfeld. Ten slotte dient te worden opgemerkt dat ik ook in het kader van de asielaanvragen van uw broer en zijn partner, XXX en XXX (O.V. 5.769.327), eveneens heb besloten tot een bevestigende beslissing van weigering van verblijf. C. Conclusie Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag bedrieglijk is. Bovendien ben ik de mening toegedaan: dat uw asielaanvraag kennelijk ongegrond is; Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. Behoudens een andere beslissing van de Minister van Binnenlandse zaken of zijn gemachtigde dient u binnen de 5 dag(en), ingaand op de datum van de kennisgeving van deze beslissing het grondgebied te verlaten (Koninklijk Besluit van 8 oktober 1981:
Wat de vierde verzoekende partij betreft: “A. Vluchtrelaas XIV-31.029-7/15 Volgens uw verklaringen bent u een Rom-zigeuner, geboren in Pristina, Kosovo. U zou tot uw vlucht uit Kosovo in 1999 jarenlang in Kosovo Polje hebben gewoond. In maart 1999 zou u samen met uw ouders, XXX en XXX (O.V. 5.769.280), en 3 van uw zussen gedwongen zijn jullie woning in Kosovo te ontvluchten en zou u naar Subotica, Servië zijn verhuisd. Daar zouden jullie op 3 verschillende adressen hebben gewoond. U zou er tevens uw huidige partner hebben ontmoet. U en uw familieleden zouden in Subotica een aantal keren hebben geprobeerd jullie in de gemeente te laten registreren, echter steeds tevergeefs. U zou telkens te horen hebben gekregen dat jullie bepaalde documenten in Kosovo moesten gaan afhalen. Uw vader zou echter niet hebben gedurfd naar Kosovo te gaan. Ongeveer 3 maanden na uw aankomst in Subotica zou u op de markt, waar u samen met uw vader goederen verkocht, voor het eerst problemen hebben gekregen. De autoriteiten waren er immers van op de hoogte geraakt dat u uit Kosovo afkomstig bent. Een aantal dagen nadat uw afkomst bekend was geraakt zou u opnieuw door controleurs op de markt zijn benaderd. Deze keer zouden ze de politie er hebben bijgeroepen. U zou samen met uw vader naar het politiebureau zijn gebracht, waar u van hem zou zijn gescheiden. U zou 4 à 5 uur zijn vastgehouden en tijdens uw detentie zou u zijn duidelijk gemaakt dat u niet het recht had op de markt te verkopen. Na dit incident zou u minder frequent met uw vader op de markt hebben gestaan. Toen u ging, zou u wel nog zeer regelmatig verbaal zijn beledigd door de Servische marktkramers. Ongeveer 5 maanden voor uw vertrek naar België in juni 2005 zou u in de stad zijn aangevallen door een aantal Servische jongeren. Daarbij zou u verwondingen aan de lip hebben opgelopen. Ook zouden op een avond een aantal onbekende Serviërs naar uw woning zijn gekomen en met uw vader hebben gediscussieerd. Later zou u van uw vader hebben vernomen dat deze mannen ermee gedreigd hadden uw woning op te blazen. De dag na de dreiging uw woning op te blazen, zou uw samen met uw familie naar een ander adres zijn verhuisd. Ditmaal zou u in een woning hebben gewoond van een vriend van uw vader, ook een Roma. Ongeveer 2 maanden voor uw vertrek uit Servië zou u na afloop van de marktdag samen met uw vader iets zijn gaan drinken in een café. Onmiddellijk nadat u iets besteld had, zouden een aantal Serviërs u en uw vader duidelijk hebben gemaakt dat jullie daar niet welkom waren en zouden ze jullie met geweld hebben buitengezet. Na dit incident zouden jullie het niet meer hebben aangedurfd nog op de markt te staan. Omdat de problemen nooit zouden ophouden besloot uw vader uiteindelijk dat jullie Servië zouden verlaten. Op 10 juni 2005 zou u samen met uw familie, uw partner en uw twee minderjarige kinderen uit Subotica zijn vertrokken en op 15 juni 2005 zou u in België zijn aangekomen. Nog diezelfde dag hebt u hier een asielaanvraag ingediend. B. Motivering Er dient te worden vastgesteld dat er in en tussen de opeenvolgende verklaringen van u en uw ouders, XXX en XXX (O.V. 5.769.280), een aantal tegenstrijdigheden waar te nemen zijn waardoor de geloofwaardigheid van uw asielrelaas volledig wordt ondermijnd. Zo werden uiterst tegenstrijdige verklaringen afgelegd in verband met de beweerde registratiepogingen. Uw vader beweerde in totaal 3 of 4 keer tevergeefs te hebben geprobeerd jullie in de stad Subotica in te schrijven. Hij zou elke keer alleen naar de gemeente zijn gegaan, uw moeder zou nooit zijn meegegaan (CGVS- gehoorverslag vader p. 6). De laatste poging dateert volgens uw vader van ongeveer 2 jaar voor jullie vlucht naar België (CGVS-gehoorverslag vader p. 16). Uw moeder daarentegen beweerde dat zij zelf 2 à 3 maal heeft geprobeerd zich in te schrijven. Zij zou dit telkens hebben gedaan in het bijzijn van uw vader en de kinderen (CGVS- gehoorverslag moeder p. 7). Zij stelde ook dat de laatste poging dateert van ongeveer één maand voor jullie vertrek naar België (CGVS-gehoorverslag moeder p. 8). U hebt in dit verband nog andere verklaringen afgelegd. U beweerde dat uw vader in het begin tweemaal alleen heeft geprobeerd jullie in te schrijven. Daarna zou u samen met uw moeder en uw partner, zonder medeweten van uw vader, nog een aantal keer hebben geprobeerd zich te registreren, telkens zonder succes (CGVS-gehoorverslag p. 6). Uw partner dan weer verklaarde, in tegenstelling tot uw beweringen, nooit naar de gemeente te zijn gegaan met het doel zich te laten registreren (CGVS-gehoorverslag partner p. 8). Ook over de problemen die u samen met uw vader op de markt zou hebben gehad werden ernstig tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Zo verklaarde uw vader dat de eerste keer dat hij door de politie werd mishandeld op de markt, ongeveer 3 maanden na jullie aankomst in Subotica, dit is gebeurd in uw bijzijn en dat u toen ook werd geslagen door de politieagenten (CGVS-gehoorverslag vader p. 8-10). U verklaarde XIV-31.029-8/15 daarentegen zelf bij uw eerste concrete problemen met de politie samen met uw vader naar het politiebureau te zijn meegenomen. Daar zou u van uw vader zijn gescheiden. Zelf zou u toen niet zijn mishandeld en u bent niet zeker of de politie toen fysiek geweld tegen uw vader heeft gebruikt (CGVS-gehoorverslag p. 8-9). Ook over het incident ongeveer 2 maanden voor uw vertrek naar België dat aan de basis lag van de beslissing niet langer goederen op de markt te verkopen en een smokkelaar te zoeken, werden fundamentele tegenstrijdigheden afgelegd. Uw vader stelde dat hij toen samen met u ’s morgens vroeg op de markt werd opgepakt en naar het politiebureau werd overgebracht. Hij zou er zijn mishandeld en een hele dag, meer bepaald tot 19 uur ’s avonds, samen met u zijn vastgehouden (CGVS-gehoorverslag vader p. 10-11). Uw verklaringen i.v.m. het incident ongeveer 2 maanden voor jullie komst naar België dat heeft geleid tot de beslissing niet meer op de markt te staan en het land te ontvluchten, zijn van volledig andere aard. U stelde dat u toen samen met uw vader op een gewelddadige wijze door een aantal Servische burgers uit een café bent verwijderd (CGVS-gehoorverslag p. 11). Van een arrestatie en mishandeling door de politie toen is bij u geen sprake. Op de concrete vraag of u na de eerste arrestatie door de Servische politie ongeveer 3 maanden na jullie aankomst in Subotica in 1999 nog werd opgepakt door de politie en een aantal uren werd vastgehouden, antwoordde u ontkennend (CGVS-gehoorverslag p. 12). Geconfronteerd met de verklaringen van uw vader hieromtrent stelde u simpelweg het niet te weten (CGVS-gehoorverslag p. 12-13). Gelet op bovenstaande vaststellingen kan geen enkel geloof worden gehecht aan uw beweerde mislukte pogingen zich te registeren in Subotica, noch aan de andere problemen die u beweerde in deze stad te hebben gekend. Ten slotte dient te worden opgemerkt dat ik ook in het kader van de asielaanvragen van uw ouders, XXX en XXX (O.V. 5.769.280) en uw meerderjarige zus, XXX (O.V. 5.769.309), op dezelfde gronden heb besloten tot een bevestigende beslissing van weigering van verblijf. C. Conclusie Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag bedrieglijk is. Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. Behoudens een andere beslissing van de Minister van Binnenlandse zaken of zijn gemachtigde dient u binnen de 5 dag(en), ingaand op de datum van de kennisgeving van deze beslissing het grondgebied te verlaten (Koninklijk Besluit van 8 oktober 1981:
Wat de vijfde verzoekende partij betreft: “A. Vluchtrelaas Volgens uw verklaringen bent u een Rom-zigeunerin, afkomstig uit Pejë, Kosovo. U zou samen met uw ouders in Pejë zijn blijven wonen tot
XIV-31.029-10/15
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.