← België

Arrest 197980 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 18/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.980 Rolnummer: A. 191307/XIV-30959 Zaak: Arrest 197980 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 18/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-23 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:52 Fiche Arrest nr 197.980 van 18 november 2009 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 197.980 van 18 november 2009 in de zaak A. 191.307/XIV-30.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat B. MANNAERT, kantoor houdende te 2200 HERENTALS, Poederleeseweg 82 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Migratie- en asielbeleid, thans de Staatssecretaris voor Migratie- en asielbeleid. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van beweerde Moldavische nationaliteit, op 3 februari 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 21.855 van 23 januari 2009 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 4070 van 27 februari 2009 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 19 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 15 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 september 2009; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. BUYSSE die, loco Advocaat B. MANNAERT verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat M. JOPPEN, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-30.959-1/3 Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker als enig middel het volgende aanvoert: “Ten onrechte werden bij de bestreden beslissing dd. 23.01.2009 het beroep tot vernietiging geweigerd. Verzoeker zou niet over een belang beschikken nu ter terechtzitting bleek dat verzoeker op 23.09.08 een nieuwe asielaanvraag indiende. Dit is natuurlijk niet correct. Het belang van verzoeker voor deze procedure is uiteraard nog aanwezig. Het indienen van een nieuwe asielaanvraag is ten deze absoluut niet relevant. Door deze nieuwe asielaanvraag verdwijnt het belang van verzoeker om de beslissing waarbij de gemachtigde van de minister van Migratie -en asielbeleid zijn tweede asielaanvraag weigerde in overweging te nemen immers niet. Het enig middel is derhalve gegrond;”; dat luidens artikel 3, § 2, 9/, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State het verzoekschrift “een uiteenzetting van de cassatiemiddelen” bevat; dat onder cassatiemiddel dient begrepen een voldoende duidelijke omschrijving van de door de bestreden jurisdictionele beslissing geschonden rechtsregel of rechtsbeginsel en van de wijze waarop die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden beslissing wordt miskend; dat in het aangevoerd enig middel geen enkele melding wordt gemaakt van een geschonden geachte rechtsregel of rechtsbeginsel, laat staan van de wijze waarop deze rechtsregel of dat rechtsbeginsel door het rechtscollege zou zijn miskend; dat het enig middel niet ontvankelijk is; dat, aangezien het enig middel niet ontvankelijk is, het beroep zelf niet ontvankelijk is; Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; dat het cassatieberoep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. XIV-30.959-2/3 Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien november tweeduizend en negen, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-30.959-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.980 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.