id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.989 Rolnummer: A. 180914/VII-36911 Zaak: Arrest 197989 - Kind & Gezin - 19/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-01 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 03:52 Fiche Arrest nr 197.989 van 19 november 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Kind & Gezin Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 197.989 van 19 november 2009 in de zaak A. 180.914/VII-36.911 In zake: de VZW KINDERDAGVERBLIJF AUGUSTIJNTJE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Piet Van Gheem kantoor houdend te Antwerpen Emiel Banningstraat 47 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 9 februari 2007, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van 8 december 2006 waarbij het beroep tegen de beslissing van Kind en Gezin van 23 juni 2006 om aan de verzoekende partij geen principieel akkoord toe te kennen voor de oprichting van een nieuwe crèche Augustijntje met 23 plaatsen, gelegen aan de Augustijnslei 54 te Brasschaat, wordt verworpen en de beroepen beslissing wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. VII-36.911-1/6 De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 oktober
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Piet Van Gheem, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Pieter-Jan Staelens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 30 januari 2006 dient de verzoekende partij een aanvraag in "tot het verlenen van een principieel akkoord (voor de oprichting van een nieuwe) crèche". In die aanvraag wordt vermeld dat de geplande capaciteit 23 plaatsen is, dat de vermoedelijke openingsdatum 1 september 2006 is, dat het een te verbouwen gebouw betreft en dat de financiering gebeurt met eigen middelen en middelen van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (hierna : VIPA). Het met de aanvraag meegestuurde advies van het Lokaal Overleg Kinderopvang van 19 januari 2006 is unaniem positief.
- Een nota van Kind en Gezin van 12 mei 2006 voor het raadgevend comité stelt met betrekking tot de aanvraag van de verzoekende partij het volgende: "Men wenst een nieuw KDV op te richten in een VIPA-nieuwbouw. Realisatie is ten vroegste mogelijk in 2008, waardoor men niet kan beantwoorden aan het criterium snelle realisatie". VII-36.911-2/6
- De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin verklaart zich hiermee op 24 mei 2006 akkoord.
- Op 21 juni 2006 verleent de centrale administratie van Kind en Gezin een negatief advies betreffende de aanvraag van de verzoekende partij.
- Op 23 juni 2006 weigert de administrateur-generaal van Kind en Gezin een principieel akkoord te verlenen: "- wegens de grenzen van de beschikbare middelen binnen het uitbreidingsbudget 2006-2007 voor uitbreiding van kinderdagverblijven in het algemeen, in de provincie Antwerpen in het bijzonder; - omwille van de spreiding van de nieuwe plaatsen over de provincie Antwerpen; - omdat de oprichting van een nieuwbouw met VIPA-middelen een snelle realisatie niet mogelijk maakt".
- De verzoekende partij dient op 14 juli 2006 een bezwaarschrift in.
- Op 8 september 2006 verleent de adviserende beroepscommissie inzake gezins- en welzijnsaangelegenheden (hierna : beroepscommissie) een positief advies. De beroepscommissie stelt dat door een verkeerde interpretatie van Kind en Gezin het aanvraagdossier ten onrechte werd afgewezen omdat het niet zou beantwoorden aan de vooropgestelde criteria, zodat de aanvraag van de verzoekende partij niet correct werd afgewogen tegenover de andere aanvragen.
- Op 8 december 2006 neemt de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin het thans bestreden besluit, waarbij geen principieel akkoord wordt verleend voor de gevraagde oprichting van een nieuwe crèche. Die beslissing is als volgt gemotiveerd: "- de onduidelijkheid en schijnbare tegenspraak in de aanvraag waarin vzw Kinderdagverblijf Augustijntje enerzijds een datum op korte termijn vermeldt en anderzijds stelt een beroep te zullen doen op investeringssubsidies. Een bouwdossier vraagt minstens 2 jaar voor realisatie. De informatie in het aanvraagdossier was bijgevolg niet duidelijk en onvolledig. Op het moment van de beoordeling kon alleen rekening gehouden worden met de beschikbare informatie; - indien de aanvraag wel duidelijk was, dan zou ze niet automatisch ingewilligd geweest zijn omdat de keuze en de afweging gebeurde op het geheel van een dossier en de situatie in een stad of regio; - het is onmogelijk op grond van bijkomende informatie nu de afweging en selectie opnieuw te maken. De beschikbare middelen zijn toegewezen en de VII-36.911-3/6 beslissingen voor de andere aanvragen in de provincie Antwerpen kunnen niet ongedaan gemaakt worden". IV. Onderzoek van de middelen Eerste middel Standpunt van de partijen
- Als eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van de formele en de materiële motiveringsplicht. Wat de materiële motivering betreft, wijst zij er op dat het eerste motief, namelijk de "onduidelijkheid en schijnbare tegenspraak in de aanvraag" elke draagkracht mist en in strijd is met het advies van de beroepscommissie, waarin onder meer wordt gesteld: "Het feit dat de aanvrager op de aanvraag duidelijk als vermoedelijke openingsdatum heeft aangegeven 1 september 2006, impliceert dat de aanvrager voor de financiering van de infrastructuur geen beroep zou doen op VIPA, maar dit met eigen middelen zou realiseren. De motivering voor het niet toekennen van een principieel akkoord 'omdat de oprichting van een nieuwbouw met VIPA-middelen een snelle realisatie niet mogelijk maakt' is dus verkeerd omdat de aanvrager thans geen beroep zou doen op VIPA, maar met eigen middelen de infrastructuur zou realiseren en als openingsdatum 1 september 2006 vooropstelde. Evenzeer ten onrechte werd door Kind & Gezin gesteld dat het zou gaan om een nieuwbouw, daar waar verzoeker in het aanvraagdossier had gemeld dat het een te verbouwen gebouw betrof. Uit de behandeling ter zitting blijkt dat wanneer geen verkeerde interpretatie zou zijn gegeven aan de aanvraag, deze wel in aanmerking zou zijn genomen voor mogelijke toekenning - omdat in de provincie Antwerpen plaats was voor enkele nieuwe initiatieven (verspreid over de provincie) - omdat dit initiatief zeer snel realiseerbaar was (openingsdatum 1 september 2006 vooropgesteld). In elk geval zou de aanvraag in overweging zijn genomen bij de keuze voor nieuwe initiatieven (omdat duidelijk is dat er een grote opvangnood is in Brasschaat)". Voorts wijst de verzoekende partij er onder meer op dat de bewering dat de informatie uit het aanvraagdossier niet duidelijk en onvolledig is, moeilijk kan worden volgehouden "gelet op het feit dat er een tegenspraak is in de nota van de administrateur-generaal waar in punt 1 'evaluatie van het dossier' als beoogde realisatiedatum 1 september 2006 is opgenomen en verder in punt 3.7 onder toekenningsvoorstel is opgenomen dat realisatie ten vroegste mogelijk is in 2008". Volgens haar geeft dit duidelijk aan dat er sprake is van een verkeerde interpretatie vanwege Kind en Gezin. VII-36.911-4/6
- De verwerende partij antwoordt dat de inhoud van het advies van de beroepscommissie vrijwel letterlijk wordt overgenomen in het bestreden besluit, en dus duidelijk was voor de verzoekende partij. Inzake de bewering van de verzoekende partij dat de lezing van het advies van de beroepscommissie slechts tot de conclusie kan leiden dat Kind en Gezin haar aanvraag verkeerd heeft geïnterpreteerd, wijst zij er op dat in het bestreden besluit wordt gemotiveerd waarom dit standpunt niet wordt gevolgd. Zij wijst er eveneens op dat de verzoekende partij pas tijdens de beroepsprocedure heeft gesteld dat het aankruisen van VIPA-middelen betrekking zou hebben op een toekomstige uitbreiding, en dat zij zulks niet kon vermoeden.
- In haar laatste memorie beklemtoont de verwerende partij dat de aanvraag onduidelijk was. Beoordeling
- Het bestreden besluit is in hoofdzaak gestoeld op het feit dat volgens de verwerende partij de informatie in het aanvraagdossier niet duidelijk en onvolledig was. Uit het aanvraagformulier blijkt nochtans duidelijk dat de startdatum voor de activiteiten van de op te richten crèche 1 september 2006 is, dat het om een te verbouwen gebouw gaat en dat als "beoogde financiering (...) van de infrastructuur" naast "VIPA" ook "eigen middelen" worden aangeduid. De verwerende partij toont niet aan waarom de informatie in het aanvraagdossier onduidelijk of onvolledig zou zijn noch hoe deze gegevens de beslissing kunnen schragen om het principieel akkoord voor de oprichting van een nieuwe crèche te weigeren. Dit klemt des te meer nu de beroepscommissie een positief advies uitbracht over het beroepschrift tegen de beslissing van Kind en Gezin van 23 juni 2006 om dit principieel akkoord niet toe te kennen. In het advies van deze beroepscommissie wordt gesteld dat Kind en Gezin een verkeerde interpretatie heeft gegeven aan sommige punten van de aanvraag en dat er ten onrechte bepaalde conclusies werden getrokken. Dit wordt trouwens ook, zonder weerlegging, als dusdanig vermeld in het bestreden besluit. VII-36.911-5/6 De andere in het bestreden besluit opgesomde weigeringsmotieven zijn nietszeggend en zijn te herleiden tot loutere stijlformules die het bestreden besluit evenmin kunnen dragen. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van 8 december 2006 waarbij het beroep tegen de beslissing van Kind en Gezin van 23 juni 2006 om aan de VZW Kinderdagverblijf Augustijntje geen principieel akkoord toe te kennen voor de oprichting van een nieuwe crèche Augustijntje met 23 plaatsen, gelegen aan de Augustijnslei 54 te Brasschaat, wordt verworpen en de beroepen beslissing wordt bevestigd.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien november tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Luc Hellin VII-36.911-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.989 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div