← België

Arrest 197992 - Geneesmiddelen - 19/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.992 Rolnummer: A. 185969/VII-37098 Zaak: Arrest 197992 - Geneesmiddelen - 19/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-01 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 03:53 Fiche Arrest nr 197.992 van 19 november 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Geneesmiddelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 197.992 van 19 november 2009 in de zaak A. 185.969/VII-37.098 In zake: de NV 3 DDD PHARMA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kristof Roox en Benito Boone kantoor houdend te Brussel Koningsstraat 71 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Luc Depré en Pierre Slegers kantoor houdend te Brussel Terhulpsesteenweg 178 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 5 november 2007, strekt tot de nietigverklaring van het ministerieel besluit van 30 augustus 2007 tot wijziging van de lijst gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 192.595 van 23 april 2009 werden de debatten heropend en werden de partijen uitgenodigd om, binnen een termijn van 30 dagen na de ontvangst van dat arrest, een standpunt in te nemen inzake de weerslag van het arrest nr. 188.790 van 15 december 2008 op de ontvankelijkheid van het beroep. De verzoekende en de verwerende partijen hebben een memorie ingediend. VII-37.098-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 oktober
  3. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Benito Boone, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Pierre Slegers, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Ontvankelijkheid van de vordering Standpunt van de partijen 3.
  5. De verzoekende partij meent in haar verzoekschrift tot voortzetting, na de schorsingsprocedure, dat de door haar raad van bestuur verleende machtiging om in rechte te treden niet in abstracto mag worden beschouwd en "in het licht van de omstandigheden" niet te ruim is geformuleerd. Zij verwijst daarbij onder meer naar het feit dat zij in de zaak A. 173.562/VII-36.104 de nietigverklaring heeft gevraagd van het zogenaamde "Kiwi-KB" van 17 mei 2006, dat de beslissing om dit koninklijk besluit toe te passen op simvastatine door de bevoegde minister reeds op voorhand genomen was en dat het reeds "ten tijde van het indienen van haar eerste verzoekschriften tegen het 'Kiwi-KB' in 2006" duidelijk was dat zij "niet alleen dit kader-KB, maar ook de toepassing ervan op geneesmiddelen met simvastatine wilde betwisten". Om dit aan te tonen, citeert zij een aantal passages uit een verzoekschrift dat zij heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld koninklijk besluit van 17 mei 2006 te bekomen. 3.
  6. De verwerende partij werpt als exceptie onder meer op dat de machtiging om in rechte te treden, die blijkens het door de verzoekende partij neergelegde afschrift van de notulen van de raad van bestuur werd gegeven, VII-37.098-2/4 bijzonder breed is en bezwaarlijk kan worden gelezen als een rechtsgeldige beslissing om tegen het bestreden besluit in rechte te treden. Zij stelt dat het thans bestreden besluit niet is opgenomen in de beslissing van de raad van bestuur en dat bijgevolg geen specifieke beslissing van de daartoe bevoegde persoon binnen de vennootschap, om de bestreden beslissing aan te vechten, wordt voorgelegd. Beoordeling 3.
  7. De beslissing van de verzoekende partij om in rechte te treden, luidt als volgt: "Na bespreking beslissen de aanwezig(e) bestuurders unaniem :
  8. Om een schorsings- en nietigheidsprocedure in te leiden of voort te zetten bij de Raad van State tegen het koninklijk besluit van 17 mei 2006 (...), alsook tegen alle eventuele individuele eindbesluiten die genomen worden in toepassing van het voormelde KB (...)". Een verzoekende partij dient op een gespecifieerde wijze te beslissen om in rechte te treden tegen een bepaalde akte. Een beslissing met een algemene en toekomstgerichte inhoud en draagwijdte zoals de beslissing van de raad van bestuur van de verzoekende partij van 24 augustus 2007, die dateert van vóór het bestreden besluit, kan niet als een rechtsgeldige beslissing worden beschouwd om voor de Raad van State in rechte te treden. Met een brief van 20 november 2007 stuurt de verzoekende partij aan de griffie van de Raad van State een beslissing van de raad van bestuur van 12 november 2007 waarin sprake is van het aanvechten van "de ministeriële beslissing betreffende simvastatine van 18 juli 2007 (...) zoals geformaliseerd in het Ministerieel Besluit van 30 augustus 2007". Zoals werd vastgesteld in het arrest van de Raad van State nr. 182.123 van 17 april 2008 waarbij het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing werd verworpen, kan die beslissing het voormelde euvel niet goedmaken, en zulks alleen al doordat zij is getroffen meer dan 60 dagen na de publicatie van het bestreden besluit. VII-37.098-3/4 Ook de "context en de concrete omstandigheden" waarin de machtiging om in rechte te treden, werd gegeven, waarnaar de verzoekende partij in haar verzoekschrift tot voortzetting verwijst, maken deze beslissing niet rechtsgeldig. De argumentatie van de verzoekende partij in haar memorie na het arrest nr. 192.595 van 23 april 2009 dat het voormelde koninklijk besluit van 17 mei 2006 door de Raad van State "werd vernietigd omwille van een schending van het grondwettelijke non-discriminatiebeginsel" dient niet ter zake. De vordering is niet ontvankelijk. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien november tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Luc Hellin VII-37.098-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.992 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.123 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.595 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.