← België

Arrest 198000 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 19/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.000 Rolnummer: A. 193197/VII-37385 Zaak: Arrest 198000 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 19/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-01 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 03:53 Fiche Arrest nr 198.000 van 19 november 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenfondsen en Landsbonden Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 198.000 van 19 november 2009 in de zaak A. 193.197/VII-37.385 In zake: Hadda BALI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Van Camp kantoor houdend te Antwerpen Lange Nieuwstraat 21-23 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMS ZORGFONDS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 29 juni 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, Vlaams Zorgfonds, van 30 april 2009 waarbij verzoeksters bezwaar- schrift ongegrond wordt verklaard en beslist wordt dat de administratieve geldboete verschuldigd blijft. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft laattijdig een nota ingediend. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 november
  3. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. VII-37.385-1/4 Advocaat Joris Van Camp, die verschijnt voor de verzoekster, en advocaat Saartje Callens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 18 november 2005 verstuurt de verwerende partij een aanmaning naar de verzoekster teneinde zich te regulariseren wat de verschuldigde bijdragen voor de Vlaamse zorgverzekering betreft. Het betreft een eenmalige regularisatiemogelijkheid waardoor betrokkenen zich in orde kunnen stellen voor het verleden.
  6. Met een tweede brief wordt de verzoekster uitgenodigd de bijdrage voor het jaar 2006 te betalen en wordt erop gewezen dat de achterstallige bijdragen steeds verschuldigd blijven.
  7. Met een brief van 5 oktober 2007 wordt de verzoekster een administratieve geldboete van 250 euro opgelegd wegens niet, onvolledig of te laat betaalde verplichte bijdragen.
  8. De verzoekster dient bezwaar in. Zij stelt de bijdragen wel te willen betalen doch niet de administratieve geldboete omdat zij, wat zij niet ontvangen heeft, ook niet kan betalen. Ze vermoedt dat de brieven zijn weggenomen door medebewoners.
  9. Op 30 april 2009 wordt de bestreden beslissing genomen. VII-37.385-2/4 IV. Regelmatigheid van de rechtspleging De nota van de verwerende partij werd laattijdig ingediend en wordt derhalve uit de debatten geweerd. V. Onderzoek van de vordering
  10. Op grond van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerleg- ging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de verzoekster
  11. De verzoekster voert inzake het moeilijk te herstellen ernstig nadeel het volgende aan : "Mevrouw Bali bevindt zich in een zeer precaire financiële situatie. Zij is niet in staat de opgelegde geldboete te betalen zonder hierdoor het gezinsbudget zwaar aan te tasten of zonder hiertoe andere fondsen te moeten aanspreken waardoor het evenwicht in dit budget op langere termijn zeer ernstig zal worden verstoord. Dit wordt aangetoond door de aanstelling van een raadsman pro deo (...)". Beoordeling
  12. Artikel 8, eerste lid, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, zoals vervangen door artikel 63 van het koninklijk besluit van 25 april 2007 tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bepaalt dat het enig verzoekschrift "een uiteenzetting (moet bevatten) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen". VII-37.385-3/4 Een verzoekende partij mag zich terzake niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat zij ondergaat of dreigt te ondergaan, wat inhoudt dat zij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter blijkt. Een louter financieel nadeel is in beginsel niet moeilijk te herstellen tenzij bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat dit wel het geval is. Te dezen stelt de verzoekster, ten aanzien van het nadeel dat zij beweert te lijden of te zullen lijden, niet meer dan dat zij zich in een financieel precaire situatie bevindt en dat de opgelegde administratieve geldboete het gezinsbudget zwaar zal aantasten. Het gaat evenwel slechts om een eenmalig bedrag. De verzoekster maakt in de gegeven omstandigheden niet aannemelijk dat het gezinsbudget voor de verdere toekomst aangetast zal blijven. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien november tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Eric Brewaeys VII-37.385-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.000 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.604 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.851 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.