← België

Arrest 198001 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 19/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.001 Rolnummer: A. 193576/VII-37393 Zaak: Arrest 198001 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 19/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-01 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 03:53 Fiche Arrest nr 198.001 van 19 november 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenfondsen en Landsbonden Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 198.001 van 19 november 2009 in de zaak A. 193.576/VII-37.393 In zake: Mimoun DAOUDI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tessa Van Den Bossche kantoor houdend te Antwerpen Sanderusstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMS ZORGFONDS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 31 juli 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, Vlaams Zorgfonds, van 8 juni 2009 waarbij verzoekers bezwaarschrift ongegrond wordt verklaard en beslist wordt dat de administratieve geldboete verschuldigd blijft. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 november
  3. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. VII-37.393-1/4 Advocaat Lieven Albrecht, die loco advocaat Tessa Van Den Bossche verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Saartje Callens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 18 november 2005 stuurt de verwerende partij een aanmaning naar de verzoeker teneinde zich te regulariseren wat de verschuldigde bijdragen voor de Vlaamse zorgverzekering betreft. Het betreft een eenmalige regularisatie- mogelijkheid waardoor betrokkenen zich in orde kunnen stellen voor het verleden.
  6. Met een tweede brief wordt de verzoeker uitgenodigd de bijdrage voor het jaar 2006 te betalen en wordt erop gewezen dat de achterstallige bijdragen steeds verschuldigd blijven.
  7. Met een brief van 5 oktober 2007 wordt de verzoeker een administratieve geldboete van 250 euro opgelegd wegens niet, onvolledig of te laat betaalde verplichte bijdragen.
  8. De verzoeker dient op 22 oktober 2007 bezwaar in. Hij stelt een geldige reden voor het niet of te laat betalen van de bijdragen te hebben, omdat hij nooit een brief van bijdragebetaling heeft ontvangen.
  9. Op 8 juni 2009 wordt de bestreden beslissing genomen. VII-37.393-2/4 IV. Onderzoek van de vordering
  10. Op grond van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerleg- ging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de verzoeker
  11. De verzoeker voert inzake het moeilijk te herstellen ernstig nadeel het volgende aan: "De onmiddellijke toepassing van de beslissing berokkent verzoeker een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel; Verzoeker is werkloos (niet-uitkeringsgerechtigd) en leeft samen met zijn echtgenote van een minimumuitkering (...); Het betreft een maandelijkse uitkering van 1094,97 i in het kader van een sociaal tewerkstellingsproject van het OCMW van Antwerpen; Indien de bestreden beslissing onmiddellijk toegepast zou worden, betekent dit dat het gezin van verzoeker zou terugvallen op een uitkering van 799,-i; Het voorgaa(n)de impliceert dat verzoeker zou terugvallen op een inkomen lager dan het leefloon wat uiteraard niet aanvaardbaar is". Beoordeling
  12. Artikel 8, eerste lid, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, zoals vervangen door artikel 63 van het koninklijk besluit van 25 april 2007 tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bepaalt dat het enig verzoekschrift "een uiteenzetting (moet bevatten) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen". Een verzoekende partij mag zich terzake niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient concrete en precieze gegevens aan te VII-37.393-3/4 brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat zij ondergaat of dreigt te ondergaan, hetgeen inhoudt dat zij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter blijkt. Een louter financieel nadeel is in beginsel niet moeilijk te herstellen tenzij bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat dit wel het geval is. Te dezen stelt de verzoeker, ten aanzien van het nadeel dat hij beweert te lijden of te zullen lijden, enkel dat hij zal terugvallen op een uitkering die lager is dan het leefloon. Het gaat evenwel slechts om een eenmalig bedrag. De verzoeker maakt dan ook niet aannemelijk dat het gezinsbudget voor de verdere toekomst aangetast zal blijven. Zoals de verwerende partij terecht stelt, kan de verzoeker zich steeds tot het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn wenden en heeft hij de mogelijkheid een afbetalingsregeling te verkrijgen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien november tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Eric Brewaeys VII-37.393-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.001 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.340 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.