id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.004 Rolnummer: A. 193774/XII-5933 Zaak: Arrest 198004 - Bewakingsondernemingen - 19/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-27 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 03:53 Fiche Arrest nr 198.004 van 19 november 2009 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Bewakingsondernemingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 198.004 van 19 november 2009 in de zaak A. 193.774/XII-
- In zake: Jurgen MONNIER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frank Van Oudenhove kantoor houdend te Geraardsbergen Oudenaardsestraat 266 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 21 augustus 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 22 juni 2009 van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij geweigerd wordt aan verzoeker een identificatie- kaart voor het uitoefenen van bewakingsactiviteiten van persoonscontrole uit te reiken en waarbij een hem toegekende identificatiekaart voor het uitoefenen van die activiteiten wordt ingetrokken. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 november
- Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. XII-5933-1\3 Advocaat Frank Van Oudenhove, die verschijnt voor verzoeker, en attaché Dominique Van Dam, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Met betrekking tot de tweede schorsingsvoorwaarde voert verzoeker alleen aan: “Aangezien de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de ministeriële beslissing een groot nadeel berokkent aan verzoekende partij vraagt hij de uitvoering van deze beslissing te schorsen”.
- Luidens artikel 8, eerste lid, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State dient de vordering tot schorsing een uiteenzetting te bevatten van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen. Met andere woorden dient een verzoekende partij het moeilijk te herstellen ernstig nadeel waarvoor zij vreest, zo precies en zo gedetailleerd mogelijk uiteen te zetten en te staven met concrete en verifieerbare gegevens. Dat moet in principe in het verzoekschrift gebeuren. Met gegevens die pas voor het eerst ter XII-5933-2\3 terechtzitting worden aangevoerd, ook al konden ze reeds in het verzoekschrift ter sprake zijn gebracht, wordt geen rekening gehouden. Te dezen beperkt verzoeker zich in het verzoekschrift tot de loutere affirmatie dat hij een groot nadeel riskeert. Niet alleen maakt hij allerminst aannemelijk dat dit inderdaad het geval is, bovendien wordt zelfs niet eens beweerd, laat staan nog aangetoond, dat het nadeel moeilijk te herstellen is. Hieruit volgt dat aan alvast één van de twee cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet is voldaan. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 november 2009, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Frank Bontinck, griffier. De griffier, De voorzitter, Frank Bontinck Johan Lust XII-5933-3\3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.004 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.967 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div