id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.093 Rolnummer: A. 193676/X-14322 Zaak: Arrest 198093 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-30 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 03:54 Fiche Arrest nr 198.093 van 23 november 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 198.093 van 23 november 2009 in de zaak A. 193.676/X-14.
- In zake:
- Geert VERBANCK
- Bénédicte NAESSENS die als woonplaats kiezen Bontinkstraat 122 9270 KALKEN
- Kristel VAN DE ROSTIJNE
- Charles FIERENS die als woonplaats kiezen Zauwerstraat 28 9270 KALKEN
- Danny APERS die als woonplaats kiest Portugiezenstraat 24a 9270 KALKEN
- Wim VAN DE SOMPEL die als woonplaats kiest Cootveld 7 9080 BEERVELDE tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 GENT Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
- de n.v. ELECTRAWINDS
- de c.v.b.a BREDEKOP WIND bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Lust kantoor houdend te 8310 BRUGGE Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- X-14.322-1/8 I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 31 juli 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 12 juni 2009 van de gewestelijk steden- bouwkundig ambtenaar waarbij aan de tijdelijke handelsvennootschap n.v. ELECTRAWINDS - c.v.b.a. BREDEKOP WIND de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het oprichten van 9 windturbines op het grondge- bied van de gemeenten Laarne, Berlare en Zele en waarbij de vergunning wordt geweigerd voor het oprichten van 4 windturbines op het grondgebied van de gemeente Zele. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heefteen nota ingediend. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 november
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Geert VERBANCK, Bénédicte NAESSENS, Kristel VAN DE ROSTIJNE, Charles FIERENS en Danny APERS, advocaat Wim Lammens, die loco advocaat Veerle Tollenaere verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Antoon Lust, die verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-14.322-2/8 III. Tussenkomst
- Met een op 8 september 2009 ter post aangetekend verzoekschrift vragen de n.v. ELECTRAWINDS en de c.v.b.a BREDEKOP WIND om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. IV. Feiten 4.
- Op 23 oktober 2008 dient de tijdelijke handelsvennootschap n.v. ELECTRAWINDS - c.v.b.a. BREDEKOP WIND een aanvraag in tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning voor het oprichten van 13 windturbines, waarvan, van west naar oost en in die volgorde genummerd, 2 worden opgericht op het grondgebied van de gemeente Laarne, op percelen kadastraal bekend sectie B, nrs. 294/a en 484, 5 op het grondgebied van de gemeente Berlare, op percelen kadastraal bekend sectie C, nr. 2122, sectie D, nrs. 109 en 515 en sectie A, nrs. 72/a en 42, en 6 op het grondgebied van de gemeente Zele, op percelen kadastraal bekend sectie D, nrs. 79/c, 100 en 1715 en sectie B, nrs. 1476, 1145/a, 1066 en
- De voormelde percelen zijn volgens het bij koninklijk besluit van 7 november 1978 vastgestelde gewestplan Dendermonde gelegen in agrarisch gebied, langsheen de autosnelweg E
- 4.
- Tijdens het omtrent deze aanvraag gehouden openbaar onderzoek worden in de gemeente Laarne 13 bezwaarschriften ingediend, in de gemeente Berlare 4 en in de gemeente Zele
- 4.
- De colleges van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten verlenen elk een ongunstig advies betreffende de aanvraag. 4.
- Voorts worden adviezen uitgebracht door de afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling Oost-Vlaanderen, het Instituut voor Natuur- en Bosonder- zoek, het Agentschap voor Natuur en Bos, het Agentschap R-O Vlaanderen - Onroerend Erfgoed, de Interdepartementale Windwerkgroep, het polderbestuur “Tussen Schelde en Durme”, het polderbestuur van Belham, het Agentschap Wegen en Verkeer en het Directoraat-generaal Luchtvaart. X-14.322-3/8 De dienst Waterlopen van de provincie Oost-Vlaanderen laat weten niet bevoegd te zijn om een advies uit te brengen. 4.
- Bij het bestreden besluit van 12 juni 2009 verleent de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar de gevraagde stedenbouwkundige vergunning voor de turbines 1 tot en met 9, en weigert hij de vergunning voor de turbines 10 tot en met
- V. Regelmatigheid van de rechtspleging 5.
- Met een brief van 17 september 2009 hebben de verzoekende partijen aan de Raad van State een bijkomend stuk bezorgd, waarvan geen kopie werd meegedeeld aan de verwerende partij en de tussenkomende partijen. Ter zitting leggen de verzoekende partijen nog een bundel “Aanvullende informatie bij het Verzoekschrift tot nietigverklaring en schorsing (naar aanleiding van ‘de nota van de verwerende partij’, ‘het verzoekschrift tot tussenkomst’ en ‘Verslag Over Een Vordering Tot Schorsing’ van het Auditoraat van de Raad van State)” neer. Deze bundel bevat een nota en bijkomende stukken. 5.
- De verwerende en de tussenkomende partijen vorderen ter terechtzitting dat deze nieuwe stukken uit de debatten worden geweerd. 5.
- Het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State (hierna : het procedurereglement kort geding) voorziet niet in de mogelijkheid om een dergelijke nota en bijkomende stukken neer te leggen. Zowel het door de verzoekende partijen bij brief van 17 september 2009 meegedeelde stuk als de ter zitting neergelegde bundel dienen derhalve uit de debatten te worden geweerd.
- De zesde verzoeker was op de terechtzitting niet aanwezig, noch vertegenwoordigd. Overeenkomstig artikel 4, derde lid van het procedurereglement kort geding moet de vordering tot schorsing ten aanzien van deze partij derhalve worden afgewezen. VI. Ontvankelijkheid van de vordering
- De tussenkomende partijen werpen op dat de vordering onontvankelijk is wegens gebrek aan belang. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak X-14.322-4/8 om over deze exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie is immers slechts nodig indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VII. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- Wat de tweede voorwaarde betreft, zetten de verzoekende partijen in hun verzoekschrift uiteen wat volgt: “5.4 Vierde middel: Ernstig en moeilijk te herstellen nadeel Overwegende dat, wat de tweede door voornoemd artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, de verzoekende partijen uiteenzetten wat volgt : ‘(...) De tenuitvoerlegging van de vergunning zou het leefklimaat van de verzoekers en hun beleving van de onmiddellijke omgeving zeer nadelig beïnvloeden ingevolge de bestendige, nooit ophoudende, visuele hinder en geluidshinder die lijden tot slaapstoornissen en gezondheidsproblemen. Zoals reeds aangestipt woont de eerste verzoekende partij zuidwaarts van de inplantingsplaats op een afstand van ongeveer 250 m. Zijn woning is van het gelijkvloerse type en hij zal vanuit zijn slaapkamer en van zodra hij zijn woning verlaat steeds geconfronteerd worden met drie dag-in-dag-uit molenwiekende windturbines die tot 150 m in de lucht zullen reiken. Het zal het eerste zijn wat hij ziet wanneer hij ’s morgens opstaat en het laatste wanneer hij ’s avonds slapen gaat. De rotoren zullen bovendien bestendig zorgen voor supplementaire geluidshinder, die al naar gelang de windrichting sterker zal zijn. Daardoor zal de nu reeds bestaande geluidsoverlast ingevolge de aanwezigheid van de E17 nog toenemen. Dit vooral tijdens de avonden, nachten en weekends. Andere verzoekende partijen zijn woonachtig noordwaarts en zuidwaarts van het project op een afstand tussen 500 en 800 600 meter. Ook zij zullen, zelfs vanuit hun woonkamer, met dezelfde visuele pollutie geconfronteerd worden. Ook de geluidshinder zal bestendig aanwezig zijn, zij het minder uitgesproken dan bij verzoeker
- Uw Raad aanvaardt in de regel dat belangrijke visuele hinder een MTHEN uitmaakt In zijn rapport in de zaken A/A 82.082 en 82.083 (huisvuilverbrandingsinstallatie Drogenbos) heeft de eerste X-14.322-5/8 auditeurafdelingshoofd dit gegeven voldoende ernstig geacht in volgende termen : ‘Het ‘voortdurend’ (...) moeten uitkijken op de oven in werking’, hoe minimaal de visuele impact van deze oven ook mag zijn, kan in casu dan ook beschouwd worden als een ernstig nadeel (...)’. (...) Ook te dezen is het vooral het aspect 'voortdurend' dat de hinder een bijzonder ernstig en moeilijk te dragen karakter geeft dat, eenmaal ondergaan, niet meer kan goedgemaakt worden. Nutteloos zou men voorhouden dat de visuele hinder, veroorzaakt door aanhoudend in beweging zijnde windmolens, zeer verscheiden kan beleefd worden en mitsdien van subjectieve aard is. (...) Ook het aanhoudend karakter van het supplementair (achtergrond)lawaai werkt bijzonder negatief op het leefklimaat van de mens, zijn psychologische gesteldheid, zijn humeur en nervositeit. Verzoekende partijen stellen dat ze een zéér ernstig nadeel ondervinden, dat door een later komend annulatiearrest niet meer kan worden goedgemaakt. Verzoekende partijen maken niet aannemelijk dat de vernietiging van de bestreden stedenbouwkundige vergunning, zonder deze vergunning eerst te schorsen, niet volstaat om een gebeurlijk nadeel in hun hoofde te vermijden.
- Conclusie Overwegende dat, gelet op de aard en inzonderheid de hoogte en omvang van de vergunde windturbines die elk een maximale hoogte hebben van 104 m en een wiekdiameter van 93 m, het aannemelijk lijkt dat eerste verzoeker, waarvan niet wordt betwist dat hij woont op ongeveer 250 m van de vergunde constructies, een rechtstreeks zicht heeft op de vergunde constructies en de werking ervan, zelfs zonder zich te moeten begeven naar eerder ongebruikelijke plaatsen van zijn eigendom of de plaatsgesteldheid te wijzigen; dat gelet op deze, in casu korte afstand tussen de woning van eerste verzoeker en de inplantingsplaats van de vergunde windturbines, de door de vergunde constructies veroorzaakte ‘visuele pollutie’ een voldoende persoonlijk en ernstig nadeel is in hoofde van eerste verzoeker; dat niet valt in te zien waarom de aanwezigheid van de autoweg het ingeroepen nadeel minder ernstig zou maken; dat voorts het aangevoerde nadeel niet enkel zijn oorsprong vindt in een eventuele milieuvergunning voor de exploitatie van de inrichting; niet tot gevolg heeft dat verzoeker zich dient neer te leggen bij om het even welke stedenbouwkundige vergunning voor een inrichting met industrieel karakter; dat een verzoeker immers slechts die werken en handelingen moet dulden voor de uitvoering waarvoor een wettige stedenbouwkundige vergunning is verleend; dat voorts de bestreden beslissing onmiskenbaar uitvoerbare kracht heeft; dat het feit dat de rechtseffecten ervan tijdelijk zijn opgeschort niet inhoudt dat zij zonder rechtsgevolgen is, derwijze dat dienvolgens de schorsing van de tenuitvoerlegging haar nut heeft; dat tot slot de uiteenzetting van verzoekende partijen voldoende concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk maken dat de realisatie van de vergunde constructies een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Overwegende dat niet valt in te zien waarom de belangen van de projectontwikkelaars THV Electrawinds nv - Bredekop Wind cvba zwaarder zouden wegen dan de belangen die de verzoekers willen vrijwaren. Overwegende dat is voldaan aan de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen”. X-14.322-6/8
- Overeenkomstig artikel 8, eerste lid, 3/ van het procedurereglement kort geding dient het enig verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten te bevatten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen. Die bepaling dient zo te worden opgevat dat de verzoekende partij zich niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar integendeel zeer concrete gegevens moet aanvoeren die erop wijzen dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan ondergaan. Het moet voor de Raad van State immers mogelijk zijn met voldoende precisie in te schatten of er al dan niet een moeilijk te herstellen ernstig nadeel voorhanden is, en het moet voor de verwerende partij mogelijk zijn zich tegen de door de verzoekende partij aangevoerde feiten en argumenten te verdedigen.
- De verzoekende partijen beperken zich tot een bijna letterlijke en zeer onzorgvuldige overname van de tekst van een eerder arrest van de Raad van State met betrekking tot een windturbinepark op een andere locatie. Nog daargelaten de vraag of dergelijke werkwijze geen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de feitelijke voorstelling van zaken, dient vastgesteld te worden dat de verzoekende partijen op die manier geenszins concreet aannemelijk maken dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen ondergaan door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. De verzoekende partijen laten na om aan de hand van voldoende concrete gegevens te illustreren wat de visuele impact van de windturbines voor hen persoonlijk, in en rond hun woning, zou zijn. Nochtans ontbreekt iedere evidentie op dat vlak, gezien de afstand van de woningen van de verzoekende partijen tot de meest nabije turbines. Wat de geluidshinder betreft, verwijzen de verzoekende partijen naar een geluidsstudie van de Katholieke Universiteit van Leuven, die onder meer de geluidsimpact onderzoekt ter hoogte van de woning met als adres Bontinkstraat 140, gelegen op 225 meter ten zuiden van de autoweg. De woning van de eerste en de tweede verzoekende partij, die het dichtst wonen, ligt nog 200 meter zuidelijker, en dus verder van de autoweg en de windturbines. De voormelde studie besluit dat bij ongunstige windrichting het geluid van de turbines “zal worden waargenomen”, maar dan enkel tijdens de rustige verkeersmomenten, en dat bij gunstige windrichting het geluid van de turbines “niet tot uiting zal komen”. Uit deze studie X-14.322-7/8 kan derhalve niet geconcludeerd worden dat de eerste en de tweede verzoekende partij, alsook de andere verzoekende partijen, wiens woningen nog beduidend verder verwijderd zijn, ernstige geluidshinder ondergaan.
- De uiteenzetting van de verzoekende partijen bevat geen concrete en precieze gegevens die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- Het verzoek van de n.v. ELECTRAWINDS en de c.v.b.a BREDEKOP WIND tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig november 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels. Pierre Lefranc. X-14.322-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.093 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.789 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div