id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.097 Rolnummer: A. 193177/IX-6420 Zaak: Arrest 198097 - Gerechtsdeurwaarders - 23/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-02 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:54 Fiche Arrest nr 198.097 van 23 november 2009 Justitie - Gerechtsdeurwaarders Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 198.097 van 23 november 2009 in de zaak A. 193.177/IX-6420 In zake :
- de KAMER DER GERECHTSDEURWAARDERS VOOR HET ARRONDISSEMENT OUDENAARDE
- Ivan RAVELINGIEN
- Antoon COPPITTERS
- Robrecht TIMMERMANS
- Erik BERGÉ
- Vital JENNEN
- Bart VERSCHELDEN
- Marc HOVE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carlos De Wolf kantoor houdend te Maarkedal Etikhovestraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kaat Leus en Patrick Hofströssler kantoor houdend te Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 29 juni 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 26 april 2009 tot bepaling van het aantal gerechtsdeurwaarders per gerechtelijk arrondissement, “in de mate en voor zover in artikel 1 van voornoemd koninklijk besluit het aantal gerechtsdeur- waarders voor het arrondissement Oudenaarde wordt vastgesteld op negen”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-6420-1/6 Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 oktober
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Carlos De Wolf, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Audrey Baeyens, die loco advocaten Kaat Leus en Patrick Hofströssler verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partijen sub 2 tot 8 zijn allen gerechtsdeur- waarders die hun standplaatsen hebben in het gerechtelijk arrondissement Oudenaarde. 3.
- Artikel 515 van het Gerechtelijk Wetboek verleent aan de Koning de bevoegdheid om het aantal gerechtsdeurwaarders vast te stellen per gerechtelijk arrondissement. Bij koninklijk besluit van 14 december 1984 tot bepaling van het aantal gerechtsdeurwaarders per gerechtelijk arrondissement wordt het aantal gerechtsdeurwaarders per gerechtelijk arrondissement bepaald. Voor het arrondissement Oudenaarde wordt hun aantal op 9 bepaald. 3.
- Met het hier bestreden koninklijk besluit van 26 april 2009 wordt het aantal gerechtsdeurwaarders in de verschillende arrondissementen gewijzigd. IX-6420-2/6 Voor het arrondissement Oudenaarde blijft het aantal evenwel op 9 behouden. De verzoekers zijn van oordeel dat het aantal, rekening houdend met de gehanteerde parameters, verminderd had moeten worden. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
- De verwerende partij voert drie excepties aan. Volgens haar is de vordering van de eerste verzoekende partij onontvankelijk omdat de vordering niet past binnen de bevoegdheid van de arrondissementskamer, die door artikel 542 van het Gerechtelijk Wetboek beperkt is tot een tucht- en een adviesbevoegdheid en de arrondissementskamer ook niet kan opkomen voor het collectief belang van haar leden, nu deze bevoegdheid krachtens artikel 550, 2/ van het Gerechtelijk Wetboek aan de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders toekomt. Voorts stelt zij dat een onbevoegd orgaan van de eerste verzoekende partij -de algemene vergadering- beslist heeft om de vordering in te dienen. Tenslotte stelt zij het belang van de verzoekende partijen in vraag: de verzoekende partijen kunnen geen voordeel halen uit een vernietiging van het bestreden besluit, aangezien dan de identieke bepaling van het koninklijk besluit van 14 december 1984 herleeft en ook daarin negen gerechtsdeurwaarders voor het arrondissement Oudenaarde voorzien waren; een aantal van de verzoekers baten hun kantoor uit door middel van een afzonderlijke rechtspersoon en er bestaat derhalve, wat hen betreft, geen voldoende geïndividualiseerd verband tussen het bestreden besluit en hun persoonlijk nadeel; het belang is onvoldoende concreet uiteengezet, zeker nu er in het arrondissement eigenlijk slechts acht gerechtsdeurwaarders actief zijn en de resterende standplaats nog niet vacant verklaard is.
- Uit het onderzoek van de grondvoorwaarden die vereist zijn om een administratieve beslissing te kunnen schorsen, blijkt dat het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet aangetoond wordt. Er is dan ook geen reden om de ontvankelijkheidsvoorwaarden reeds in de huidige stand van de rechtspleging te onderzoeken. V. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de IX-6420-3/6 vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de verzoekende partijen
- De verzoekende partijen stellen dat op basis van de door de verwerende partij gehanteerde criteria om het aantal standplaatsen opnieuw vast te stellen, in het gerechtelijk arrondissement Oudenaarde slechts 7 standplaatsen verantwoord kunnen worden, terwijl op grond van het bestreden besluit er negen gerechtsdeurwaarders benoemd kunnen worden. Dat overaanbod bedreigt de leefbaarheid van een aantal kantoren, zeker wanneer men rekening houdt met de steeds grotere investeringen op het vlak van informatisering en personeelsomkadering die van de gerechtsdeurwaarders gevraagd wordt. Die problemen van leefbaarheid zijn aan de verwerende partij ter kennis gebracht en zij heeft ze ook erkend, waarmee zij als het ware het moeilijk te herstellen ernstig nadeel van de verzoekende partijen zelf bewijst. Het nadeel van de eerste verzoekende partij ligt in het feit dat zij moet toezien op de deugdelijke uitoefening van het ambt van gerechtsdeurwaarder in haar arrondissement. Bij een teveel aan gerechtsdeurwaarders komt de kwaliteit van de dienstverlening in het gedrang en zullen de Kamer veel moeilijkheden voorgelegd krijgen, waarbij zij bij het vervullen van haar wettelijke opdracht zal moeten vaststellen dat de investeringen inderdaad ontoereikend zijn maar dat zulks te wijten is aan de gedwongen beperkte activiteit van het betrokken kantoor. Beoordeling
- Luidens artikel 8, 3/, van het procedurereglement kort geding moet de vordering tot schorsing een uiteenzetting bevatten van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De verzoekende partij mag zich niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar moet integendeel zeer concrete gegevens aanvoeren waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of kan ondergaan, zodat de Raad IX-6420-4/6 van State met voldoende precisie kan nagaan of er al dan niet een dergelijk nadeel voorhanden is, en het voor de tegenpartij mogelijk is om zich met kennis van zaken tegen de door de verzoekende partij aangehaalde feiten en argumenten te verdedigen. Dit houdt in dat de verzoekende partij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten beslissing veroorzaakt.
- Uit de gegevens van het dossier blijkt dat er momenteel in het gerechtelijk arrondissement Oudenaarde acht gerechtsdeurwaarders benoemd zijn. Er blijkt evenwel niet dat de verwerende partij het voornemen zou hebben om de negende plaats in de nabije toekomst vacant te verklaren. Integendeel, uit overgelegde briefwisseling kan opgemaakt worden dat de minister van Justitie bereid zou zijn om een standplaats te schrappen. Die vaststelling relativeert het nadeel van de verzoekende partijen in niet geringe mate. Een ander element die tot relativering noopt is het gegeven dat er hoe dan ook thans acht standplaatsen begeven zijn en dat de vermindering tot zeven standplaatsen slechts in de realiteit gebracht kan worden bij overlijden, ontslag of afzetting van een titularis en de verzoekende partijen niet aannemelijk maken dat dit het geval zou kunnen zijn alvorens de Raad van State ten gronde uitspraak doet over het annulatieberoep, zodat zij hoe dan ook op dit ogenblik en voor een onbepaalde termijn rekening moeten houden met de activiteiten van acht kantoren.
- De verzoekende individuele gerechtsdeurwaarders tonen niet concreet aan op welke wijze de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit de leefbaarheid van hun kantoor in het gedrang brengt. Zij beperken zich tot algemeenheden. In ieder geval ligt het aantal akten dat in het arrondissement verwerkt moet worden -het gemiddelde berekend over negen standplaatsen- nog ver boven het aantal dat in de adviesprocedure naar voren geschoven werd als de benedengrens voor de leefbaarheid (3.035 tegenover 2000).
- De eerste verzoekende partij is een openbare overheid die door de wetgever als een adviesverlenend orgaan in het besluitvormingsproces voor de benoeming van gerechtsdeurwaarders betrokken is en die ook tuchtbevoegdheid tegenover haar leden heeft. Een openbare overheid kan zich slechts op het bestaan van een persoonlijk nadeel beroepen wanneer de bestreden beslissing de uitoefening van de IX-6420-5/6 overheidstaak waarmee zij belast is, verhindert of in ernstige mate in het gedrang brengt. De verwijzing naar de verminderde kwaliteit van de dienstverlening en het daarmee verbonden grotere werkvolume om de goede werking van het korps te blijven verzekeren, is vaag en ook weinig plausibel. Een mogelijke grotere concurrentie onder de leden moet immers niet noodzakelijk leiden tot gedragswijzigingen die meer tuchtrechtelijk optreden noodzakelijk maken. Voor het overige maakt deze verzoekende partij ook niet duidelijk op welke wijze het gelijk blijven van het aantal gerechtsdeurwaarders in de sub 9 vermelde omstandigheden, haar zal verhinderen haar wettelijke opdracht naar behoren uit te oefenen.
- De verzoekende partijen tonen niet aan dat zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigen te ondergaan. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen.
- Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 november 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche kamervoorzitter, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6420-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.097 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.376 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.