id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.098 Rolnummer: A. 193178/IX-6421 Zaak: Arrest 198098 - Gerechtsdeurwaarders - 23/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-02 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 03:54 Fiche Arrest nr 198.098 van 23 november 2009 Justitie - Gerechtsdeurwaarders Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 198.098 van 23 november 2009 in de zaak A. 193.178/IX-6421 In zake : de ARRONDISSEMENTSKAMER VAN GERECHTSDEUR- WAARDERS VAN HET ARRONDISSEMENT BRUGGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel Maus kantoor houdend te Brugge Leopold II-laan 132-b bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kaat Leus en Patrick Hofströssler kantoor houdend te Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 27 juni 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: - het koninklijk besluit van 26 april 2009 tot bepaling van het aantal gerechtsdeur- waarders per gerechtelijk arrondissement, en van - de oproep tot kandidaatstelling voor 1 vacante plaats in het arrondissement Brugge, met kantoor gevestigd te Torhout. Bovendien vraagt de verzoekende partij : “In zoverre in het raam van de vordering tot schorsing tot het stellen van een prejudiciële vraag wordt beslist, voorlopige maatregelen te bevelen bestaande uit de voorlopige schorsing van de bestreden beslissingen, d.w.z. een voorlopi- ge schorsing vanaf het arrest waarbij besloten wordt om aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen totdat, na het arrest van het Grondwettelijk Hof over de prejudiciële vraag, een uitspraak kan worden gedaan over de vordering tot schorsing”. IX-6421-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 oktober
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Michel Maus, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Audrey Baeyens, die loco advocaten Kaat Leus en Patrick Hofströssler verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Artikel 515 van het Gerechtelijk Wetboek verleent aan de Koning de bevoegdheid om het aantal gerechtsdeurwaarders vast te stellen per gerechtelijk arrondissement. Bij koninklijk besluit van 14 december 1984 tot bepaling van het aantal gerechtsdeurwaarders per gerechtelijk arrondissement is in uitvoering van artikel 515 van het Gerechtelijk Wetboek het aantal gerechtsdeurwaarders per gerechtelijk arrondissement bepaald. Voor het arrondissement Brugge gaat het om 22 gerechtsdeurwaarders. IX-6421-2/7 Met het koninklijk besluit van 26 april 2009 wordt het koninklijk besluit van 14 december 1984 opgeheven en wordt het aantal gerechtsdeurwaarders per arrondissement opnieuw vastgesteld. In het arrondissement Brugge mogen voortaan 23 gerechtsdeurwaarders actief zijn. Het koninklijk besluit van 26 april 2009 vormt het eerste voorwerp van de onderhavige vordering. 3.
- In het Belgisch Staatsblad van 14 mei 2009 wordt de vacant- verklaring van een aantal plaatsen van gerechtsdeurwaarder bekendgemaakt. Aldus werd in het gerechtelijk arrondissement Brugge één betrekking van gerechtsdeur- waarder met kantoor te Torhout vacant verklaard. De vacantverklaring vormt het tweede voorwerp van de vordering. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
- De verwerende partij voert drie excepties aan. Volgens haar is de vacantverklaring een voorbereidende beslissing die niet met een annulatieberoep bestreden kan worden. Vervolgens ontbeert de verzoekende partij de vereiste procesbekwaamheid omdat zij een wettelijk bepaalde opdracht heeft en geen van die opdrachten haar toelaat zich te verzetten tegen beslissingen als de bestredene. Ten slotte toont de verzoekende partij, die geen functioneel belang kan inroepen, ook niet aan op welk wettig zij zich kan beroepen.
- Uit het onderzoek van de grondvoorwaarden die vereist zijn om een administratieve beslissing te kunnen schorsen, blijkt dat het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet aangetoond wordt. Er is dan ook geen reden om de ontvankelijkheidsvoorwaarden reeds in de huidige stand van de rechtspleging te onderzoeken. V. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. IX-6421-3/7 IX-6421-4/7 Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de verzoekende partij
- De verzoekende partij stelt dat zij door de wet -artikel 512, §§2 en 3, Gerechtelijk Wetboek- verplicht wordt om advies uit te brengen voor de benoeming van gerechtsdeurwaarders in haar arrondissement. Het eerste bestreden besluit leidt tot de bekendmaking van vacatures en het tweede bestreden besluit heeft tot gevolg dat zich kandidaten zullen aandienen waarover zij advies moet geven. De verplichting om advies te geven in een benoemingsprocedure die steunt op onwettige beslissingen, houdt op zich voor de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in. Zij is het tuchtorgaan van de gerechtsdeurwaarders en moet waken over de geest en de verbondenheid binnen het korps, maar door advies te verlenen over een vacature binnen haar werkingsgebied wekt zij de indruk dat die betrekking regelmatig begeven kan worden en creëert zij bij de kandidaten valse verwachtingen die negatief op haar zullen afstralen, met verlies van autoriteit en gezag tot gevolg. Zij voegt daaraan toe dat de stijging van het aantal gerechtsdeur- waarders in het arrondissement een weerslag zal hebben op de wijze waarop de deurwaarders hun werkzaamheden zullen uitvoeren zodat de onderlinge verhouding- en tussen de deurwaarders gewijzigd worden en dat wijzigend gedrag zal ook voor de verzoekende partij zelf, wegens de degradatie van de geest binnen het korps, gevolgen hebben. Zij voegt daaraan toe dat het dreigend “functioneel en economisch overaantal” aan gerechtsdeurwaarders in het arrondissement -meer actieve personen, meer fouten, meer deontologische inbreuken- tot een verstoring van haar wettelijke opdrachten kan leiden en haar opdrachten om de onderlinge verstandhouding binnen het korps zal verzwaren, hetgeen ook zal afspiegelen op het vertrouwen van de burger in de instelling en in de leden daarvan. Die nadelen kunnen niet financieel gecompenseerd worden. Beoordeling
- Luidens artikel 8, 3/, van het procedurereglement kort geding moet de vordering tot schorsing een uiteenzetting bevatten van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De verzoekende partij mag zich niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar moet integendeel zeer concrete gegevens aanvoeren waaruit blijkt dat zij persoonlijk IX-6421-5/7 een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of kan ondergaan, zodat de Raad van State met voldoende precisie kan nagaan of er al dan niet een dergelijk nadeel voorhanden is, en het voor de tegenpartij mogelijk is om zich met kennis van zaken tegen de door de verzoekende partij aangehaalde feiten en argumenten te verdedi- gen. Dit houdt in dat de verzoekende partij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten beslissing veroorzaakt.
- Voor een openbare overheid kan er slechts sprake zijn van het door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste persoonlijk nadeel indien de bestreden beslissing de uitoefening van de overheids- taak of de bestuursopdracht waarmee de overheid is belast, verhindert of in ernstige mate in het gedrang brengt.
- De verzoekende partij is door de wetgever als adviesverlenende overheid in het besluitvormingsproces voor de benoeming van deurwaarders betrokken. In de uitvoering van die opdracht is zij verplicht om advies te geven en mag zij de wettigheid van de besluiten die aan de adviesaanvraag ten grondslag liggen niet tegen de benoemende overheid doen gelden. Die verplichte medewerking sluit in dat zij niet verantwoordelijk is voor het al dan niet regelmatig opstarten van de benoemingsprocedure en dat het naleven van die adviesverplichting, op zich, haar geen nadeel kan berokkenen. De verwijzing naar het creëren van onterechte verwachtingen bij de kandidaten en de vrees voor verwijten die negatief op haar zullen afstralen kan dan ook slechts uitgaan van een onvoldoende kennis van zaken door derden en een verkeerde perceptie van de verantwoordelijkheden van de verzoekende partij, waarmee de Raad van State geen rekening kan houden.
- De verzoekende partij verwijst naar haar tuchtbevoegdheid en zij uit de vrees dat de verwachtingen die bij de vele kandidaten worden gewekt en de veranderde attitudes die de leden van het korps zich zullen aanmeten wegens de gewijzigde “onderlinge verhoudingen” -lees de grotere concurrentie- haar positie zullen wijzigen op het vlak van de handhaving van de korpsgeest. Die uiteenzetting is vaag en weinig plausibel. De aangroei van het aantal leden -in dit geval gaat om de toename met slechts één lid- en de grotere concurrentie die daar misschien uit zal volgen, moet niet noodzakelijk leiden tot gedragswijzigingen die meer tuchtrechte- lijk optreden noodzakelijk maken. Er mag ook niet zonder meer uit afgeleid worden dat de verzoekende partij haar wettelijke opdracht niet meer naar behoren zal IX-6421-6/7 kunnen vervullen omdat het aantal dossiers aangaande tucht, bemiddeling en adviesver-lening buitensporig kan groeien. En de verzoekende partij verschaft geen concrete aanwijzingen die de Raad van State toelaten om in haar geval anders te oordelen.
- De verzoekende partij toont niet aan dat zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te ondergaan. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. En de verwerping van de vordering tot schorsing leidt tot de verwerping van de subsidiaire vordering om een voorlopige maatregel te bevelen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 november 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche kamervoorzitter, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6421-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.098 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.377 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div