← België

Arrest 198099 - Gerechtsdeurwaarders - 23/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.099 Rolnummer: A. 193179/IX-6422 Zaak: Arrest 198099 - Gerechtsdeurwaarders - 23/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-02 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:54 Fiche Arrest nr 198.099 van 23 november 2009 Justitie - Gerechtsdeurwaarders Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 198.099 van 23 november 2009 in de zaak A. 193.179/IX-6422 In zake : Paul BRULOOT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel Maus kantoor houdend te Brugge Leopold II laan 132-b bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kaat Leus en Patrick Hofströssler kantoor houdend te Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 27 juni 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: - het koninklijk besluit van 26 april 2009 tot bepaling van het aantal gerechtsdeur- waarders per gerechtelijk arrondissement, en van - de oproep tot kandidaatstelling voor 1 vacante plaats in het arrondissement Brugge, met kantoren gevestigd te Torhout. Bovendien vraagt de verzoekende partij : “In zoverre in het raam van de vordering tot schorsing tot het stellen van een prejudiciële vraag wordt beslist, voorlopige maatregelen te bevelen bestaande uit de voorlopige schorsing van de bestreden beslissingen, d.w.z. een voorlopi- ge schorsing vanaf het arrest waarbij besloten wordt om aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen totdat, na het arrest van het Grondwettelijk Hof over de prejudiciële vraag, een uitspraak kan worden gedaan over de vordering tot schorsing”. IX-6422-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 oktober
  3. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Michel Maus, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Audrey Baeyens, die loco advocaten Kaat Leus en Patrick Hofströssler verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is gerechtsdeurwaarder met standplaats in het arrondissement Brugge. 3.
  6. Artikel 515 van het Gerechtelijk Wetboek verleent aan de Koning de bevoegdheid om het aantal gerechtsdeurwaarders vast te stellen per gerechtelijk arrondissement. Bij koninklijk besluit van 14 december 1984 tot bepaling van het aantal gerechtsdeurwaarders per gerechtelijk arrondissement is in uitvoering van artikel 515 van het Gerechtelijk Wetboek het aantal gerechtsdeurwaarders per IX-6422-2/8 gerechtelijk arrondissement bepaald. Voor het arrondissement Brugge gaat het om 22 gerechtsdeurwaarders. Met het koninklijk besluit van 26 april 2009 wordt het koninklijk besluit van 14 december 1984 opgeheven en wordt het aantal gerechtsdeurwaarders per arrondissement opnieuw vastgesteld. In het arrondissement Brugge mogen voortaan 23 gerechtsdeurwaarders actief zijn. Het koninklijk besluit van 26 april 2009 vormt het eerste voorwerp van de onderhavige vordering. 3.
  7. In het Belgisch Staatsblad van 14 mei 2009 wordt de vacant- verklaring van een aantal plaatsen van gerechtsdeurwaarder bekendgemaakt. Aldus werd in het gerechtelijk arrondissement Brugge één betrekking van gerechtsdeur- waarder met kantoor te Torhout vacant verklaard. Deze vacantverklaring vormt het tweede voorwerp van de vordering. IV. Ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing
  8. De verwerende partij voert twee excepties aan. Volgens haar is de vacantverklaring een voorbereidende beslissing die niet met een annulatieberoep bestreden kan worden. Voorts blijkt niet dat de verzoeker een belang kan doen gelden: een verlies aan inkomsten -dat overigens niet gestaafd wordt- zal slechts het gevolg zijn wanneer een benoeming in de vacature gebeurt en er bestaat geen benoemingsplicht; de verzoeker baat ook zijn kantoor niet zelf uit, aangezien hij zijn activiteiten ondergebracht heeft in een bvba; de vrees voor een minder kwaliteits- volle dienstverlening wordt niet bewezen, evenmin als een moreel belang.
  9. Uit het onderzoek van de grondvoorwaarden die vereist zijn om een administratieve beslissing te kunnen schorsen, blijkt dat het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet aangetoond wordt. Er is dan ook geen reden om de ontvankelijkheidsvoorwaarden reeds in de huidige stand van de rechtspleging te onderzoeken. V. Onderzoek van de vordering
  10. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de IX-6422-3/8 vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de verzoekende partij
  11. De verzoeker zet zijn nadeel zeer uitvoerig uiteen. Hij stelt dat hij sinds 1977 gerechtsdeurwaarder is in Torhout en dat er nu een bijkomend ambt wordt gecreëerd in dezelfde gemeente, waarvan de titularis rechtstreeks met hem zal concurreren en opdrachten en opdrachtgevers van hem afnemen. Het financieel nadeel is volgens hem aldus evident, maar hij vestigt toch de aandacht op een aantal aspecten ervan: hij werkt nu voor twee belangrijke opdrachtgevers uit de openbare sector in het administratief kanton Torhout en voor private opdrachtgevers uit dezelfde regio, maar zal de desbetreffende opdrachten voortaan moeten delen, terwijl er geen plaats is voor een volwaardig bijkomend kantoor in de gemeente en er aldus verwacht kan worden dat de nieuw benoemde gerechtsdeurwaarder zich “commercieel” zal opstellen, hetgeen ten nadele van zijn kantoor zal zijn. Hij geeft dan een becijfering van het nadeel dat hij aldus ondergaat, wijst ook op de wijzigingen die hij in de “structuur van zijn kantoor” zal moeten aanbrengen en zet uiteen waarom dat nadeel moeilijk te herstellen is (moeilijke recuperatiemogelijk- heid van het geleden financieel verlies; de overtollige werknemers zijn weg; moeilijkheden bij het bepalen van de economische waarde van het kantoor bij inbreng in een associatie). Naast het financieel nadeel maakt de verzoeker ook gewag van een moreel nadeel dat inzonderheid door de vacantverklaring van de plaats te Torhout veroorzaakt wordt. Met name heeft hij in die gemeente een bijzondere vertrouwensband opgebouwd met opdrachtgevers en met debiteuren, maar nu wordt de indruk gewekt dat hij zijn opdracht niet meer naar behoren zou vervullen en moet hij aan geloofwaardigheid inboeten, wat hem zeer zwaar valt omdat zulks verhindert dat hij binnen enkele jaren met glans zou kunnen afscheid nemen van het ambt. Hij verwijst tenslotte ook nog naar de bemoeilijking van zijn ambtsuitoefening, aangezien de komst van nieuwe gerechtsdeurwaarders gevolgen zal hebben voor de verhoudingen binnen het korps, hij zich in de gemeente meer concurrentieel zal moeten opstellen en zal moeten inboeten op de visie die hij heeft op het beroep, door met name te werken vanuit een nauwe professionele vertrou- wensband met opdrachtgevers en debiteuren en de “harde aanpak” te vermijden. IX-6422-4/8 IX-6422-5/8 Beoordeling
  12. Luidens artikel 8, 3/, van het procedurereglement kort geding moet de vordering tot schorsing een uiteenzetting bevatten van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De verzoekende partij mag zich niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar moet integendeel zeer concrete gegevens aanvoeren waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of kan ondergaan, zodat de Raad van State met voldoende precisie kan nagaan of er al dan niet een dergelijk nadeel voorhanden is, en het voor de tegenpartij mogelijk is om zich met kennis van zaken tegen de door de verzoekende partij aangehaalde feiten en argumenten te verdedi- gen. Dit houdt in dat de verzoekende partij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten beslissing veroorzaakt.
  13. De vrees dat de leden van het korps zich door de komst van drie nieuwkomers anders zullen gaan gedragen of zich harder zullen gaan opstellen tegenover de debiteuren wordt op geen enkele wijze onderbouwd. Het gaat om een loutere bewering.
  14. De verzoeker ziet een financieel nadeel opdagen door de oprichting van een tweede kantoor in zijn gemeente. Er mag evenwel niet uit het oog verloren worden dat de financiële verrichtingen van het kantoor van de verzoeker verlopen via een rechtspersoon, zodat de verzoeker zich persoonlijk niet meer kan beklagen over een eventuele vermindering van de inkomsten van het kantoor als gevolg van verminderde opdrachten. En de verzoeker zet niet uiteen welk nadeel hij persoonlijk ondergaat door de vermindering van de inkomsten van zijn bvba. De uiteenzetting van de verzoeker aangaande de gevolgen van de vestiging van een nieuwe gerechtsdeurwaarder in zijn gemeente is theoretisch en zelfs hypothetisch. In ieder geval kan er in redelijkheid niet uit besloten worden dat de creatie van een nieuwe plaats de leefbaarheid van zijn kantoor in het gedrang dreigt te brengen, zelfs niet bij de vaststelling dat de vestigingsplaats ook in de gemeente Torhout ligt, aangezien het werkgebied van een deurwaarder het gehele arrondissement bestrijkt en de verzoeker niet aantoont dat hij zijn activiteiten beperkt heeft tot de gemeente of het kanton. IX-6422-6/8
  15. Het bestaan van een moreel nadeel, zoals de verzoeker dat adstrueert, wordt niet aangetoond. De bijkomende standplaats is opgericht op basis van objectieve berekeningen inzake de werklast van de gerechtsdeurwaarders in het arrondissement Brugge. Uit niets blijkt dat de uitbreiding van het kader in enige mate ingegeven is door het verwijt van een verminderde inzet vanwege de verzoeker. Linkt de omgeving van de verzoeker de creatie van de nieuwe standplaats aan een waardeoordeel over de verzoeker, dan kan dit niet het gevolg zijn van de bestreden beslissingen. Overigens zal het moreel nadeel volledig goedgemaakt worden door een vernietigingsarrest.
  16. De vrees van de verzoeker dat de verhoudingen onder de gerechtsdeurwaarders zullen veranderen en dat de gerechtsdeurwaarders, nu er in Torhout geen plaats is voor twee leefbare kantoren, inventiever zullen moeten optreden met een minder kwaliteitsvolle dienstverlening tot gevolg, is een niet- gestaafde bewering. De gegevens die de verzoeker aanbrengt laten het besluit niet toe dat zijn kantoor wegens de nieuwe standplaats niet langer leefbaar zal zijn. Een vermindering van de kwaliteit van de dienstverlening kan dan ook niet aan economische motieven geweten worden.
  17. De verzoeker toont niet aan dat hij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te ondergaan. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om met de hoofdvordering de bijkomende subsidiaire vordering om een voorlopige maatregel te bevelen, af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-6422-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 november 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche kamervoorzitter, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6422-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.099 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.378 ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.219.491 ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.221.734 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.