← België

Arrest 198101 - Bijdragen sociale zekerheid - 23/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.101 Rolnummer: A. 193650/IX-6476 Zaak: Arrest 198101 - Bijdragen sociale zekerheid - 23/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-02 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:54 Fiche Arrest nr 198.101 van 23 november 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Bijdragen sociale zekerheid Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 198.101 van 23 november 2009 in de zaak A. 193.650/IX-6476 In zake : Hameeda SYED bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mario Vandevelde kantoor houdend te Merchtem Kouter 60 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Zelfstandigen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 13 augustus 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen van de Directie-generaal Zelfstandigen van de FOD Sociale Zekerheid van 10 juni 2009 in zoverre de aanvraag tot vrijstelling voor de driemaandelijkse voorlopige bijdragen voor 4/2005 tot en met 3/2007 onontvank- elijk wordt verklaard, de aanvraag tot vrijstelling voor de driemaandelijkse voorlopige bijdragen van 4/2007 tot en met 1/2008-4/2008 wordt geweigerd, de aanvraag tot vrijstelling voor de driemaandelijkse bijdrage voor 1/2009 wordt geweigerd en de aanvraag voor de vrijstelling voor de driemaandelijkse regularisa- tiebijdrage van 3/2005 tot en met 4/2006 wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Adjunct-auditeur Ines Martens heeft een verslag opgesteld. IX-6476-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 november 2009. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Mario Vandevelde, die verschijnt voor de verzoekster, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verzoekster is zelfstandig tolk-vertaalster en mede zaakvoer- ster van de BVBA ARSHAN. Op 20 december 2008 heeft de verzoekster via het sociaal verzekeringsfonds Acerta een vrijstelling gevraagd voor sociale bijdrage voor: - de driemaandelijkse voorlopige bijdrage van 4/2005 tot en met 4/2008; - de driemaandelijkse bijdragen voor 1/2009; - de driemaandelijkse regularisatiebijdragen van 3/2005 tot en met 4/2006 De verzoekster geeft als reden voor de vrijstelling op: “Door minder werk is ons inkomen sterk teruggelopen. Door de hoge inkomsten in vroegere jaren, hebben we hoge belasting en RSZ-schulden welke we door de andere kosten niet meer kunnen betalen. Om in de mogelijkheid te zijn om de oude niet kwijtscheldbare schulden te kunnen aflossen, vraag ik vrijstelling van RSZ-bijdragen t.e.m. 4e kwartaal 2009.” 3.2. Op 10 juni 2009 beslist de eerste kamer van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen van de Directie-generaal Zelfstandigen van de FOD Sociale Zekerheid om de vrijstelling te verlenen voor de driemaandelijkse IX-6476-2/6 voorlopige bijdragen van 2/2008 tot en met 3/2008. Voor het overige wordt de aanvraag geweigerd. De Commissie overweegt daarbij: “Overwegende dat de afrekening m.b.t. de regularisatiebijdragen verstuurd werd op 04-08-2008 voor de periode van 3/2005 tot en met 4/2005 - op 04-08-2008 voor de periode van 1/2006 tot en met 4/2006; Gelet op de andere stukken van het dossier; Overwegende dat de aanvraag niet aan de in voornoemd artikel 88, § 2, 2/,

  1. a)gestelde voorwaarde voldoet voor de volgende driemaandelijkse voorlopige bijdragen : 4/2005-3/2007; Overwegende dat de aanvraag aan de in voornoemd artikel 88, § 2, 2/,
  2. a)gestelde voorwaarde voldoet voor de volgende driemaandelijkse voorlopige bijdragen : 4/2007-4/2008; Overwegende dat de aanvraag aan de in voornoemd artikel 88, § 2, 2/,
  3. a)gestelde voorwaarde voldoet voor de volgende driemaandelijkse bijdragen : 1/2009; Overwegende dat de aanvraag aan de in voornoemd artikel 88, § 2, 2/,
  4. b)gestelde voorwaarde voldoet voor de volgende driemaandelijkse regularisatie- bijdragen : 3/2005-4/2006; Overwegende dat uit de gegevens betreffende de gezinsinkomsten van betrokkene tijdens de jaren 2006 en 2007, kan worden afgeleid dat betrokkene momenteel geringe financiële moeilijkheden ondervindt; Overwegende dat weinig elementen in het dossier aanwezig zijn die de huidige toestand van betrokkene, die de staat van behoefte benadert, aantonen; Gehoord de boekhoudster in haar uiteenzetting; Gehoord betrokkene in haar uiteenzetting.” Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de vordering 4. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. IX-6476-3/6 IX-6476-4/6 Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting 5. De verzoekster stelt dat zij na het bestreden besluit een uitnodi- ging ontvangen heeft om 28 215,39 euro te betalen, maar dat zij daar geen gevolg kan aan geven. De tenuitvoerlegging van het bestreden besluit dreigt tot een faillissement te leiden en de latere vernietiging van het bestreden besluit zal de gevolgen van dat faillissement niet kunnen teniet doen. Bovendien dreigt zij door haar sociaal zekerheidsfonds uitgesloten te worden wegens het niet-betalen van bijdragen, zodat zij dan geen sociale bescherming meer zal genieten. Enkel een schorsing van het bestreden besluit kan het gevreesd nadeel verhinderen. 6. De verwerende partij merkt op dat het bestuur als regel aanneemt dat een vraag bij de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen leidt tot een voorlopige schorsing van de gerechtelijke invordering van bijdragen, dat het Arbeidshof te Brussel in een arrest van 14 december 1990 aangenomen heeft dat de verplichting om bijdragen te betalen wordt bezwaard met een ontbindende voorwaarde wanneer een aanvraag tot vrijstelling ingediend is, zodat daarvoor geen uitvoerbare titel verleend kan worden en dat volgens haar praktijk een beroep bij de Raad van State ook de verdere invordering schorst. De verzoekster voert, gelet op die gegevens, geen bijzondere omstandigheden aan die haar financieel nadeel tot een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zouden verheffen. Beoordeling 7. Een verzoeker moet in zijn verzoekschrift duidelijk en concreet aangeven waarom de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing hem een nadeel dreigt te berokkenen dat ernstig is en moeilijk te herstellen. Hij mag zich niet beperken tot algemeenheden of vage stellingnames, maar moet zeer concreet het bestaan van het nadeel en het ernstig en moeilijk te herstellen karakter ervan omschrijven. 8. Het aangevoerd nadeel is beperkt tot een financieel nadeel, in dit geval de vrees voor een faillissement van de vennootschap waarvan zij zaakvoerster is. Zij bewijst daarmee evenwel geen persoonlijk nadeel. In ieder geval laat zij na met de nodige stukken aannemelijk te maken dat een faillissement dreigt. IX-6476-5/6 9. De verzoekster vreest dat zij door het verzekeringsfonds waar zij lid van is uitgesloten zal worden en zij derhalve geen sociale bescherming meer zal genieten. Zij toont evenwel niet aan dat, volgens de bestaande regelgeving, de invordering van de hier besproken achterstallige bijdragen, een reden moet of zelfs kan zijn om haar nog verder sociale bescherming te verlenen; in ieder geval toont zij niet aan dat zij geen rechtsmiddel tegen dat uitsluitingsbesluit zal kunnen doen gelden en daarbij doen gelden dat zij ten onrechte niet vrijgesteld werd van de betaling van de achterstallige bijdragen. 10. Het nadeel dat de verzoekster aanvoert moet bovendien zeer sterk gerelativeerd worden wegens de tolerante opstelling die de verwerende partij blijkens haar nota met opmerkingen aanneemt ten overstaan van bijdrageplichtigen wanneer de in te vorderen bedragen door de betrokkene betwist worden. 11. Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt niet aangetoond. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 november 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6476-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.101 Gerelateerde publicatie(
  5. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.135 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.