id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.102 Rolnummer: A. 193665/IX-6481 Zaak: Arrest 198102 - Bijdragen sociale zekerheid - 23/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-02 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:54 Fiche Arrest nr 198.102 van 23 november 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Bijdragen sociale zekerheid Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 198.102 van 23 november 2009 in de zaak A. 193.665/IX-6481 In zake : de BVBA ARSHAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mario Vandevelde kantoor houdend te Merchtem Kouter 60 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Zelfstandigen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 14 augustus 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen van de Directie-generaal Zelfstandigen van de FOD Sociale Zekerheid van 10 juni 2009 in zoverre de aanvraag van de BVBA ARSHAN tot ontheffing van enerzijds de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betaling van de driemaandelijkse voorlopige bijdragen voor 1/2007 tot en met 1/2008-4/2008 en anderzijds de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betaling van de driemaandelijk- se bijdrage voor 1/2009, wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Adjunct-auditeur Ines Martens heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 november
- IX-6481-1/5 Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Mario Vandevelde, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij is een vennootschap met een ruim doel, gaande van activiteiten behorende tot de horecasector, handel onder alle vormen van consumptiegoederen en rookartikelen, uitbating van grootwarenhuizen, kruideniers- winkels, night shops, tot de activiteiten van vertaler/tolk en schoonheidsspecialiste. Op 20 december 2008 heeft Hameeda Syed voor de verzoekende partij via het sociaal verzekeringsfonds Acerta een ontheffing van hoofdelijke aansprakelijkheid gevraagd voor de driemaandelijkse voorlopige bijdrage van 1/2007 tot en met 4/2008 en de driemaandelijkse bijdragen voor 1/
- Als reden voor de vrijstelling wordt opgegeven: “De inkomsten van de vennootschap zijn ernstig teruggelopen. Daarom krijgen de zaakvoerders een lager inkomen en kan de vennootschap ook hun sociale lasten niet ter hare laste nemen.” 3.
- Op 10 juni 2009 beslist de eerste kamer van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen van de Directie-generaal Zelfstandigen van de FOD Sociale Zekerheid om de ontheffing van hoofdelijke aansprakelijkheid te verlenen voor de driemaandelijkse voorlopige bijdragen van 2/2008 tot en met 3/
- Voor het overige wordt de aanvraag geweigerd. IX-6481-2/5 De Commissie overweegt daarbij: “Overwegende dat de aanvraag aan de in voornoemd artikel 88, § 3, gestelde voorwaarde voldoet voor de volgende driemaandelijkse voorlopige bijdragen: 1/2007-4/2008; Overwegende dat de aanvraag aan de in voornoemd artikel 88, § 3, gestelde voorwaarde voldoet voor de volgende driemaandelijkse bijdragen: 1/2009; Overwegende dat uit de gegevens betreffende de balansen en rekeningen van de vennootschap tijdens de jaren 2006 en 2007, kan worden afgeleid dat genoemde vennootschap momenteel geringe financiële moeilijkheden ondervindt; Overwegende dat weinig elementen in het dossier aanwezig zijn die de huidige toestand van genoemde vennootschap, die de staat van behoefte benadert, aantonen; Gehoord de boekhoudster in haar uiteenzetting; Gehoord betrokkene in zijn uiteenzetting.” Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting
- De verzoekende partij stelt dat haar vennoten grote achterstallen hebben aan sociale bijdragen (28 215,39 en 2 173,71 euro) en dat zij hoofdelijk verantwoordelijk is voor deze bijdragen die zij evenwel niet kan betalen zodat een faillissement dichterbij komt.
- De verwerende partij merkt op dat het bestuur als regel aanneemt dat een vraag bij de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen leidt tot een IX-6481-3/5 voorlopige schorsing van de gerechtelijke invordering van bijdragen, dat het Arbeidshof te Brussel in een arrest van 14 december 1990 aangenomen heeft dat de verplichting om bijdragen te betalen wordt bezwaard met een ontbindende voorwaarde wanneer een aanvraag tot vrijstelling ingediend is, zodat daarvoor geen uitvoerbare titel verleend kan worden en dat volgens haar praktijk een beroep bij de Raad van State ook de verdere invordering schorst. Beoordeling
- Een verzoeker moet in zijn verzoekschrift duidelijk en concreet aangeven waarom de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing hem een nadeel dreigt te berokkenen dat ernstig is en moeilijk te herstellen. Hij mag zich niet beperken tot algemeenheden of vage stellingnames, maar moet zeer concreet het bestaan van het nadeel en het ernstig en moeilijk te herstellen karakter ervan omschrijven.
- Het aangevoerd nadeel is beperkt tot een financieel nadeel, in dit geval de vrees voor een faillissement van de verzoekende partij. De verzoekende partij laat evenwel na met concrete gegevens omtrent haar financiële situatie aan te tonen dat een faillissement dreigt. Zij toont haar nadeel derhalve niet concreet aan.
- Het nadeel dat de verzoekende partij aanvoert moet bovendien zeer sterk gerelativeerd worden wegens de tolerante opstelling die de verwerende partij blijkens haar nota met opmerkingen aanneemt ten overstaan van bijdrage- plichtigen wanneer de in te vorderen bedragen door de betrokkene betwist worden.
- Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt niet aangetoond. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. IX-6481-4/5 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 november 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6481-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.102 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.136 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div