← België

Arrest 198114 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.114 Rolnummer: A. 186688/XIV-30096 Zaak: Arrest 198114 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-04 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:54 Fiche Arrest nr 198.114 van 23 november 2009 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 198.114 van 23 november 2009 in de zaak A. 186.688/XIV-30.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat I. FLACHET, kantoor houdende te 1210 BRUSSEL, Haachtsesteenweg 55 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Nepalese nationaliteit, op 14 januari 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 4772 van 12 december 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 2198 van 21 februari 2008 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 30 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 november 2008; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-30.096-1/7 Gehoord de opmerkingen van advocaat E. SCHOUTEN, die loco advocaat I. FLACHET verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché A. VAN DE VOORDE, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de verzoekende partij zich op 25 juli 2005 in België vluchteling verklaart; dat de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 28 augustus 2007 beslist dat de verzoekende partij niet als vluchteling in de zin van artikel 48/3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) kan worden erkend en niet voor subsidiaire bescherming in de zin van artikel 48/4 van die wet in aanmerking komt; Overwegende dat de verzoekende partij op 13 september 2007 tegen die weigeringsbeslissing beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aantekent; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep met een arrest van 12 december 2007 verwerpt; dat dit het bestreden arrest is; 2.
  3. Overwegende dat de verzoekende partij in het enige middel de schending van “de algemene principes van behoorlijke procedure, meer bepaald het principe van tegensprekelijkheid en transparantie” in de toepassing van de artikelen 48/3 en 48/4 van de Vreemdelingenwet opwerpt; dat zij deze laatste bepalingen citeert en het volgende aanvoert: “Dat het algemeen rechtsbeginsel van de tegensprekelijkheid en de transparantie van een procedure voor een rechtsmacht met volle bevoegdheid, vereist dat alle feitelijke elementen voorafgaandelijk aan het debat worden toegevoegd en dat wanneer essentiële nieuwe elementen door de rechter worden gebruikt, deze ook voorafgaandelijk aan tegensprekelijkheid worden onderworpen. Wat betreft de actuele situatie in Nepal en de toepasselijkheid van artikel 48/3 en 48/
  4. Dat de bestreden beslissing de asielaanvraag en aanvraag tot het bekomen van het subsidiair beschermingsstatuut afwijst stellende dat de vrees van verzoeker niet meer actueel is gezien de gewijzigde situatie in Nepal. De bestreden beslissing verwijst hiervoor naar een hele reeks bronnen, vooral te vinden op het internet. XIV-30.096-2/7 Dat volgens de bestreden beslissing zou blijken dat mensen met een profiel zoals dat van verzoeker geen gevaar meer zouden lopen bij terugkeer naar hun land en hun dorp. Dat verzoeker dit ten zeerste in vraag stelt. Dat hij kan verwijzen naar het standpunt hierover van de UNOHCHR, gepubliceerd op hun website, waaruit blijkt dat de maoïsten zich niet aan hun beloftes houden wat betreft de terugkeer van Interval Displaced People. Dat dit ook het geval is voor mensen die zich in de situatie van verzoeker bevinden, met name mensen die in de ogen van de maoïsten "vijanden ven het volk" zijn omwille van hun vroegere politieke houding en kun vermoedelijke medewerking met de autoriteiten. Dat bovendien niet kan gesteld worden dat de gevolgen van de burgeroorlog volledig voorbij zijn in Nepal. Er kan verwezen worden naar het feit dat de beloofde grondwetgevende verkiezingen nog steeds niet hebben plaats gevonden en dat de streefdatum van 22 november niet gehaald werd. Dat het allerminst zeker is of deze uiteindelijk zullen kunnen plaats vinden. Dat de leider van de maoïsten, dhr. P., hierover niet te spreken is en dreigt met het hernemen van zware stakingen en indien nodig opstand. Het centraal comité van de organisatie van de maoïsten besliste in augustus 2007 dat zij de regering zouden verlaten indien het "proportioneel kiessysteem" niet zou worden aanvaard en indien de verkiezingen niet zouden leiden tot het instellen van de republiek in Nepal. Zij hebben inmiddels de regering verlaten. In het zelfde opzicht kan verwezen worden naar het recent rapport van de International Crisis Group onder de veelzeggende titel : "Nepal's Maoïsts : Purists or Pragmatists?". De situatie is niet duidelijk en ten zeerste onveilig. Minstens 9 gewapende groepen werden de laatste maanden opgericht in Nepal. Sommigen zijn koningsgezind, anderen zijn een afscheuring van de maoïsten, nog anderen vechten voor een eigen Terrai staat. Verschillende groepen, waaronder 2 koningsgezinde groepen, zijn actief in Kathmandu. Het betreft het Nepal Defense Army (NDA) en de Nepal Janatantrik Party (NJP) Op dit moment is de situatie nog zeer onveilig en zeer labiel. Op 18 september 2007 beslisten de maoïstische rebellen terug uit de pas gevormde regering van nationale eenheid te stappen. De geplande verkiezingen voor 22 november 2007 werden afgelast. Door de turbulente situatie is de onveiligheid nog toegenomen, zeker in het zuiden van Nepal en tevens voor mensen als verzoeker. In een rapport van de International Crisis Group onder de title "Asia Briefing N/68 : Nepal's Fragile Peace Process" van 28 September 2007 lezen we het volgende : "Several armed groups have vowed to disrupt the election. Mid-September communal violence following the killing of a former vigilante leader left around two dozen dead and illustrated how easily a fragile situation can tilt into dangerous unrest. More serious violence is a real risk. An election postponement will only reduce such dangers if major porties agree on urgent, substantive steps to address the grievances and governance failings that have fostered recent unrest. Failing this, further delays will only make solutions harder to find and invite unhelpful recrimination and finger-pointing". (Vrije vertaling : Verschillende gewapende groepen hebben gepoogd het verkiezingsproces te verstoren. Midden september had geweld in de gemeenschappen, volgende op de moord op een vroegere 'vigilante leader', 24 doden tot gevolg. Dit toonde aan hoe gemakkelijk een fragiele situatie kan omslaan in gevaarlijke onrust. Nog serieuzer geweld is een reëel risico. Een uitstel van de verkiezingen zal dit gevaar enkel doen dalen, indien de belangrijkste politieke partijen akkoord kunnen gaan over dringende en serieuze stappen om de klachten en het falen van de regering, die aan de basis liggen van de rellen, op te lossen. Als dat faalt, zal elk uitstel van de verkiezingen een oplossing moeilijker maken en zullen de spanningen opnieuw toenemen). Er is momenteel een steeds grotere splitsing in de Nepalese maatschappij tussen voorstanders van het koningshuis en tegenstanders ervan. De vrede is allerminst verworven. Nieuwe verkiezingen worden aangekondigd voor 10 april 2008 maar het is helemaal niet zeker of deze niet door nieuw geweld zullen uitgesteld worden. De huidige politieke en humanitaire crisis in Nepal neemt terug toe. Er is geen akkoord tussen de partijen. De situatie in Nepal is nog helemaal niet definitief geregeld. Het staakt het vuren in Nepal is nog uitzonderlijk broos. De maoïsten hebben de wapens nog niet volledig onder controle van de VN of van de interimregering gesteld en de situatie van het leger is nog niet geregeld. XIV-30.096-3/7 In de vele mensenrechtenrapporten over Nepal wordt beschreven hoe heel de Nepalese bevolking het slachtoffer is van het conflict en tot welke mensenrechtenschendingen en vervolgingen het conflict reeds aanleiding heeft gegeven en nog steeds geeft. Gebrek aan tegensprekelijk debat. Dat uit het geheel van deze gegevens blijkt dat het niet zo evident is te stellen dat alles is opgelost in Nepal en dat verzoeker geen actuele vrees meer zou hebben. Dat het bestreden arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen uitgebreid ingaat op de situatie in Nepal en een veelheid aan bronnen aanhaalt waarvan slechts sprake is in het dossier voor de eerste keer in het arrest. Dat al deze documenten en bronnen waarnaar verwezen wordt niet onderworpen werden aan een tegensprekelijk debat en slechts ter kennis kwamen van verzoeker bij kennisname van het arrest. Dat verzoeker geen enkele mogelijkheid gehad heeft om op voorhand kennis te nemen van de door de Raad gebruikte bronnen en de conclusies die de Raad daaraan koppelt. Dat de Raad minstens de debatten had dienen te heropenen teneinde de partijen toe te laten in te gaan op de nieuwe informatie die aan het debat werd toegevoegd, zowel door het CGVS als door de Raad zelf. Dat verzoeker de volle rechtsmacht van de Raad niet in vraag stelt maar dat deze volle rechtsmacht dient georganiseerd te worden conform de algemene principes van behoorlijke procedure, meer bepaald het principe van tegensprekelijkheid en transparantie. Dat essentiële elementen niet onderworpen werden aan het tegensprekelijk debat. Dat door anders te beslissen en toch een uitspraak te doen over de asielaanvraag van verzoeker en niet te beslissen tot een heropening van het debat teneinde de partijen toe te laten standpunt in te nemen over de opzoekingen en de aan het dossier toegevoegde nieuwe informatie door de Raad, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de algemene principes van behoorlijke procedure, meer bepaald het principe van tegensprekelijkheid en transparantie in toepassing van artikel 48/4 van de Wet van 15 december 1980, schendt.”; 2.
  5. Overwegende dat de verzoekende partij in de memorie van wederantwoord het middel herhaalt en er het volgende aan toevoegt: “In casu blijkt zeer duidelijk dat de Raad een aanvullend onderzoek heeft gedaan en zeer uitgebreid verwijst naar en citeert uit bronnen die niet aanwezig waren in het rechtsplegingsdossier. Verzoeker stelt niet, zoals gesuggereerd wordt in de memorie van antwoord van verwerende partij, dat verzoeker zich niet zou hebben kunnen uitspreken over de situatie die zich voordeed in Nepal midden 2447, Daarover heeft verzoeker inderdaad zijn standpunt kunnen uiteen zetten in het verzoekschrift bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Verzoeker klaagt in huidige procedure aan dat hij geconfronteerd wordt met essentiële nieuwe elementen pas op het moment dat hij kennis nam van het bestreden arrest van de Raad. Het bestreden arrest bevat dus wel degelijk een aantal elementen waarover geenszins een tegensprekelijk debat is gevoerd. Natuurlijk moet de RW zich uitspreken over de actuele toestand. Maar gezien de specifieke procedure zoals voorzien in de wet is de RW ertoe gehouden de zaak terug te sturen naar het CGVS teneinde een bijkomend onderzoek te bevelen indien de RW vaststelt dat de actuele situatie in die mate gewijzigd is dat er een nieuwe beoordeling van de zaak nodig is. Indien de RW in haar arrest een hele reeks nieuwe bronnen aangeeft die haar doen komen tot haar beslissing geeft zij impliciet aan dat het rechtsplegingsdossier onvoldoende was om tot een oordeel te komen. Aangezien de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zelf geen onderzoeksbevoegdheid heeft, had het dossier dienen teruggestuurd te worden naar het CGVS. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen maakt melding van een hele reeks rapporten en bronnen die 'nieuw verschenen' zijn sinds het indienen van het verzoekschrift. Deze elementen maken geen deel uit van het administratief dossier dat aan de Raad voor XIV-30.096-4/7 Vreemdelingenbetwistingen werd overgelegd, aangezien de beslissing van het CGVS dateert van 28 augustus
  6. Aangezien het hier 'nieuwe' elementen betrof die niet onderworpen zijn geweest aan een tegensprekelijk debat tussen de partijen, kon de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich hier niet op baseren, aangezien het geen stukken waren die haar voorgelegd werden door één van de partijen. Zelfs al oordeelt men dat de RW zich kan baseren op publieke stukken of algemeen bekende feiten, dient men in casu te oordelen dat de elementen aangehaald door de RW, minstens 6 specifieke internetartikels, geen algemeen bekende feiten zijn. De verzoekende partij heeft zich niet op een nuttige wijze kunnen verweren tegen deze informatie en heeft ze niet kunnen verifiëren. De verzoekende partij werd niet op de hoogte gesteld van het feit dat deze elementen zouden ingeroepen worden. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft hiermee bijkomend onderzoek gevoerd, een bevoegdheid die zij niet heeft, zoals reeds werd ingeroepen in het middel in het verzoekschrift. Op basis van recente rechtspraak van Uw Hoge Raad dd. 25 januari 2008, in een arrest met nummer 178.960 (stuk 2), die niet eerder kon ingeroepen worden aangezien het inleidend verzoekschrift dateert van 14 januari 2008, waarbij een arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wordt vernietigd door Uw Hoge Raad, net vanwege het feit dat de RW zich beroept op informatie die niet werd voorgelegd in een tegensprekelijk debat aan partijen, en waarbij de verzoekende partij zich niet op een nuttige wijze heeft kunnen verweren met betrekking tot het stuk. De Raad van State oordeelt dat de beslissing diende geannuleerd te worden en teruggestuurd te worden naar het CGVS, aangezien er nood was aan een bijkomend onderzoek dat de Raad niet zelf kon voeren. Dit is exact dezelfde situatie als bij de bestreden beslissing. Dat essentiële elementen niet onderworpen werden aan het tegensprekelijk debat. Dat door anders te beslissen en toch een uitspraak te doen over de asielaanvraag van verzoeker en niet te beslissen tot een terugzending naar het CGVS of een heropening van het debat teneinde de partijen toe te laten standpunt in te nemen over de opzoekingen en de aan het dossier toegevoegde nieuwe informatie door de Raad, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de algemene principes van behoorlijke procedure, meer bepaald het principe van tegensprekelijkheid en transparantie in toepassing van artikel 48/4 van de Wet van 15 december 1980, schendt.”; 2.
  7. Overwegende dat de verzoekende partij “wat betreft de actuele situatie in Nepal en de toepasselijkheid van artikel 48/3 en 38/4” op grond van verschillende bronnen haar eigen visie op de feitelijke toestand in Nepal geeft en de beoordeling in de bestreden arrest dat mensen met een profiel zoals dat van de verzoekende partij geen gevaar bij een terugkeer naar hun land en hun dorp geen gevaar zouden lopen, “ten zeerste in vraag stelt”; dat de verzoekende partij daarmee een nieuwe feitelijke beoordeling van de zaak voorstelt, terwijl de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is om in de beoordeling van de feiten te treden; dat het enige middel in die mate niet-ontvankelijk is; Overwegende, wat betreft het voorgehouden “gebrek aan tegensprekelijk debat”, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als administratief rechtscollege de regels van het tegensprekelijk debat dient te eerbiedigen; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in de beroepen met volle rechtsmacht tegen de beslissingen van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, zoals in casu, in zijn XIV-30.096-5/7 beoordelingsbevoegdheid door het rechtsplegingsdossier is beperkt en geen eigen onderzoeksbevoegdheid heeft, zodat hij geen onderzoeksdaden kan stellen; dat, wanneer de feitelijke toestand in die mate zou zijn gewijzigd dat de beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen daardoor zou kunnen worden beïnvloed, hij zich daarbij slechts kan steunen op de door de partijen verstrekte gegevens; dat, wanneer die gegevens uit het rechtsplegingsdossier niet zouden volstaan, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen kan vernietigen en de zaak terugsturen naar de commissaris-generaal; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich buiten het rechtsplegingsdossier wel op algemeen bekende feiten kan steunen; Overwegende dat reeds in de beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus en weigering van de subsidiaire beschermingsstatus van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 28 juli 2007 uitgebreid op de aanzienlijk gewijzigde situatie in Nepal sedert het vertrek van de verzoekende partij in 2005 wordt gewezen, met onder meer het einde van de alleenheerschappij van de koning, het duurzame staakt-het-vuren en de vrijlating van tal van actieve Maobadi, het vredesakkoord van november 2006, het afzweren van geweld en de intrede van de Maobadi in het parlement en de regering, de oprichting van een VN-missie, enz.; dat uitgebreid wordt ingegaan op de situatie van gevluchte Nepalezen zoals de verzoekende partij, die zouden willen terugkeren naar hun land of streek; dat de verzoekende partij tegen die beslissing beroep heeft aangetekend bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en daarbij heeft gewezen op recente gebeurtenissen, met onder meer de beslissing van de Maobadi om de regering te verlaten indien er verkiezingen zouden komen die niet aan bepaalde voorwaarden voldoen; dat in het bestreden arrest slechts op die door de verzoekende partij aangevoerde elementen wordt geantwoord en dat daaraan geen afbreuk wordt gedaan door de vermelding tussen haakjes van een aantal websites; dat in het bestreden arrest de door de verzoekende partij neergelegde “overzichten van de gebeurtenissen in de maanden juni, juli en augustus 2007” en een verslag van het OHCHR worden behandeld, zonder dat daarbij gegevens buiten het rechtsplegingsdossier blijken te zijn gebruikt; dat de verzoekende partij aldus niet aantoont dat de regels van het tegensprekelijk debat niet zijn geëerbiedigd; dat het enige middel in die mate ongegrond is; Overwegende dat de voornoemde motieven volstonden voor de verwerping van het beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; dat het motief betreffende de verdere evolutie van de toestand, meer bepaald de overeenkomst tussen de XIV-30.096-6/7 Maobadi en de 7 andere partijen op 19 september 2007, in het licht daarvan een overtollig motief vormt, waarvan de eventuele onwettigheid niet tot cassatie van het bestreden arrest kan leiden; dat het enige middel in die mate niet-ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  8. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig november tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-30.096-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.114 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.