id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.152 Rolnummer: A. 193535/X-14291 Zaak: Arrest 198152 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 24/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-04 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:54 Fiche Arrest nr 198.152 van 24 november 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 198.152 van 24 november 2009 in de zaak A. 193.535/X-14.291 In zake: de n.v. GEYSEN HANDELSONDERNEMING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 MECHELEN Antwerpsesteenweg 18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de n.v. VIA-INVEST VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Els Empereur kantoor houdend te 2600 BERCHEM Uitbreidingstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Barteld Schutyser kantoor houdende te 1050 BRUSSEL Louizalaan 106 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 27 juli 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 24 april 2009 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Op- en afrittencomplex A13/E 313 - N19 te Geel-West”, bekendgemaakt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad van 27 mei
- X-14.291-1/10 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 oktober
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Ryckalts, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Paul Aerts, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Pieter Callebaut, die loco advocaten Els Empereur en Barteld Schutyser verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Tussenkomst
- Met een op 4 september 2009 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de n.v. VIA-INVEST VLAANDEREN om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. X-14.291-2/10 IV. Feiten
- De Vlaamse overheid wil tot een herinrichting overgaan van de gewestweg N 19 Aarschot-Turnhout op het grondgebied van de gemeenten Geel en Westerlo, ter hoogte van de kruising met de E 313 autosnelweg (de Boudewijnsnel- weg) en het bijbehorende op- en afrittencomplex, de brug over het Albertkanaal, en de ontsluiting van de bedrijvenzones Geel-Punt en Oevel-Westerlo. Concreet zou het project er onder meer in bestaan dat aan weerszijden van het op- en afrittencomplex twee rotondes op de N 19 worden aangelegd, dat de brug over de snelweg wordt heringericht en dat er ook een nieuwe brug over het Albertkanaal wordt aangelegd.
- Er wordt een project-MER opgemaakt, en met een besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2008 wordt het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Op- en afrittencomplex A 13 / E 313-N 19 te Geel-West” (hierna : het gewestelijk RUP) voorlopig vastgesteld.
- Gedurende het openbaar onderzoek worden 4 bezwaarschriften ingediend, waaronder ook door de verzoekende partij en haar hoofdaandeelhouder en bestuurder de n.v. VEJOPIROX, die daarbij onder meer aandringen op een alternatief dat erin zou bestaan dat de in de plannen voorziene aftakkingsweg vanaf de zuidelijke rotonde naar de bedrijfsvestiging van DAF Trucks in westelijke richting zou worden verplaatst.
- De VLACORO verleent op 13 januari 2009 een gunstig advies over het dossier, mits door de Vlaamse regering nog rekening wordt gehouden met een aantal bemerkingen en er nog enige verduidelijkingen op een paar punten worden verstrekt.
- De afdeling wetgeving van de Raad van State verstrekt op 15 april 2009 advies over het ontwerp-plan.
- Met een besluit van de Vlaamse regering van 24 april 2009 wordt het gewestelijk RUP “Op- en afrittencomplex A 13/E 313-N 19 te Geel-West” definitief vastgesteld. Dit is het bestreden besluit. X-14.291-3/10 V. Onderzoek van de vordering Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- De verzoekende partij voert het volgende moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan: “2.- Verzoekende partij ondergaat onmiskenbaar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ingeval van onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Het terrein waarop verzoekende partij thans exploiteert wordt overeenkom- stig het van toepassing zijnde gewestplan nr. 17 Herentals-Mol zoals vastge- steld bij K.B. van 28 juli 1978, gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 1997, bestemd tot industriegebied. Het bestreden RUP bepaalt thans dat het terrein alsook de omliggende terreinen die thans ondermeer voorzien in de bestemming buffergebied volgens het Gewestplan gedeeltelijk wordt herbestemd naar gebied voor wegeninfra- structuur met het oog op de realisatie van de vergunningsverlening van het referentieontwerp van de Afdeling Wegen en Verkeer (...). Het RUP leidt in concreto ertoe dat er een herbestemming uitgevoerd wordt van een strook van verschillende meters breed over de hele lengte alsook van de parking vooraan van het terrein van verzoekende partij voor een speciale aftakking(s)weg aan de zuidelijke rotonde exclusief om de grote verkeers- stroom naar de fabrieken DAF Trucks Vlaanderen NV vlotter te laten verlopen. Uit de toelichtingsnota (bij gebrek aan voorschriften in het verordenend deel van het RUP) wordt duidelijk aangegeven dat de herbestemming wordt doorgevoerd in functie van de realisatie van het referentieontwerp van de AW&V hetgeen zonder planologische oplossing niet mogelijk blijkt (onder- meer wegens de ligging in buffergebied volgens het Gewestplan). De realisatie van het referentieontwerp zal er toe leiden dat: - De hoofdtoegangsweg tot het bedrijf langs de Snelwegstraat volledig wordt afgesloten zodat alleen een toegang tot het bedrijf voorzien is achteraan via de Van Doornelaan. - Voor het administratief gebouw, met een uitzicht naar de Snelweg- straat, is een rotonde gepland met een hoogte die aanzienlijk afwijkt van het huidige maaiveld (meer dan zeven meter!). Het huidig administratief gebouw van de firma met zijn aantrekkelijke voorgevel, dat het commerciële uithangbord is van de onderneming, verliest hierdoor zijn waarde daar het op een lager niveau komt te liggen; X-14.291-4/10 - Het is de bedoeling een aanzienlijk stuk van het terrein vooraan (noordkant) te onteigenen. Dit behelst in hoofdzaak de integrale parking vooraan. Dit betekent dat een bijkomende investering noodzakelijk zal zijn om de vlotte toegang tot het gebouw te verzekeren. Zo moeten het onthaal en het administratieve gedeelte naar de zuidkant langs de Van Doornelaan worden verplaatst. Hiervoor is ook geen beschikbare ruimte meer. - Een groot gedeelte van het terrein aan de westzijde zal eveneens worden onteigend. Op deze strook was een uitbreiding van de parking voorzien die met het oog op de uitbreiding van de tewerkstelling en vooral voor de ontvangst van het technisch personeel/docenten/cursisten die de seminaries zullen komen bijwo- nen. - de afstand tussen recente uitbreiding van de gebouwen (cfr voormelde stedenbouwkundige vergunning (Ref. AROHM : 391.256
(1). Ref Gemeente : 2001/199) en de zate van de ontsluitingsweg voor DAF Trucks zal veel te klein worden: Er rest in de ontworpen toestand nog amper een strook van 5 meter breedte terwijl de voorwaarden van voormelde stedenbouwkundige vergunning het aanbrengen van een groenscherm van 3 m breed en een voldoende brede weg van 4 meter voor de brandweer opleggen. Aan deze stedenbouwkundige vergun- ning is tevens de milieuvergunning klasse 2 met nr. 020 dd. 17.11.1999 gekoppeld. Het is duidelijk dat de nadelen van verzoekende partij rechtstreeks uit het bestreden plan voortvloeien. Uw Raad van State is van oordeel dat men zich niet meer kan verzetten tegen bouwwerken als het gebied in een plan gelegen is dat in het bijzonder voor dergelijke bouwwerken is voorbestemd (...). Verzoekende partij zal van geen MTHEN meer kunnen getuigen bij het bestrijden van de stedenbouwkundige vergunning omdat de nadelen voortvloei- en uit het plan zelf dat specifiek voor de werken werd vastgesteld zoals uit de toelichtingsnota zelf blijkt (...): ‘Omgeving zuidelijke rotonde De zuidelijke rotonde voorziet een veilige verknoping tussen op- en afrit van de A13/E313 richting Hasselt en de primaire weg I N
- Momenteel is de op- en afrit zeer kort en sluit deze haaks aan op de hoofdweg, wat tot onveilige situaties leidt. Omdat de afrit om verkeerstechnische redenen een voldoende lengte dient te hebben en de oprit schuiner moet aantakken op de hoofdweg, wordt de rotonde zoveel mogelijk in westelijke richting aangelegd. De toeritten naar de rotonde hebben twee rijstroken, terwijl de afritten één rijstrook hebben. Naar de E313 krijgt het verkeer komende van Westerlo een by-pass langs de rotonde. Ook de afrit van de A7 3/E313 richting N19 Geel wordt afgeleid via een by-pass. Vermits dit complex in het bedrijventerrein Geel-Punt is gesitueerd, vraagt de ontsluiting van de bestaande bedrijven in de onmiddellijke omgeving specifieke aandacht. Tevens werd het referentieontwerp zodanig opgesteld dat het aantal onteigeningen van bedrijven beperkt kan blijven. De bedrijven tussen de N19 en de Van Doornelaan zijn in de toekomst enkel toegankelijk vanaf zuidelijke rotonde. Hiervoor voorziet het ontwerp een nieuwe ontsluitingsweg tussen de rotonde en de Van Doornelaan, vermits het bestaande kruispunt van de Van Doornelaan en de N19 (Grote Steenweg) onvoldoende capaciteit biedt voor de vervoersbewegingen gegenereerd door het bedrijventerrein. Het is wenselijk om dit kruispunt zodanig in te richten dat kruisende (linksaf) bewegingen niet meer mogelijk zijn. Enkel X-14.291-5/10 rechts-in-rechts-uit-bewegingen zijn hier nog mogelijk. In het kader van het streefbeeld voor de primaire weg I N19 zal de exacte configuratie van beide kruispunten zodanig uitgewerkt dienen te worden dat zij samen fungeren als één knooppunt. In de lus ten noordwesten van de rotonde bevindt zich een horecazaak, die door het project volledig omringd wordt door taluds en weginfrastruc- tuur. De zaak wordt bereikbaar gehouden via een dienstweg parallel aan de berm van de brug over de A13/E
- De bestaande gebouwen kunnen blijven bestaan binnen hun bestaand volume en dienen te worden geïntegreerd in een kwalitatieve groeninrichting van deze volledige lus. De fietspaden bevinden zich ter hoogte van deze rotonde op maaiveldni- veau. Het fietspad langs de N79 vanuit Westerlo kruist de N19 door middel van een tunnel. Het dubbelrichting fietspad dat vanaf hier verder richting Geel loopt kruist de nieuwe ontsluiting van het bedrijventerrein Geel-Punt ten zuiden van de A13/E313 eveneens ongelijkvloers. Voor een optimale landschappelijke inpassing wordt voorgesteld deze zuidelijke rotonde volledig aan te planten met een merkwaardige boomsoort, zodat een dicht groenvolume boven de verschillende infrastructuren en restruimten kan uitkomen en zichtbaar is vanaf de A13/E3l
- Op die manier vervult deze rotonde een signaalfunctie die het verkeerscomplex op en rond de A13/E313 en het Albertkanaal aankon- digt. Ook de restruimten worden aangepakt met een kwalitatieve groeninrichting, bijvoorbeeld door middel van bezaaiing met een gemengd bloemenmengsel. Voor een degelijke afwatering worden voldoende langsgrachten voor- zien’. 3.- Gelet voormelde ernstige nadelen i.c. de herbestemming van het terrein, het verlies aan gronden waaronder de integrale parking is verzoekende partij in de toekomst niet meer leefbaar en kan zij de voorwaarden van haar vergunning- en niet meer eerbiedigen. Verzoekende partij zal haar activiteiten moeten staken op straffe van het overtreden van de voorwaarden van de haar verleende vergunningen. Het is evident dat het verlies aan alle parkeerplaatsen op de site een exploitatie in de praktijk onmogelijk maakt. De tenuitvoerlegging van het bestreden uitvoeringsplan brengt dus het voortbestaan zelf van verzoekende partij in gevaar (...). In casu wordt het verzoekende partij ook onmogelijk gemaakt te herlokalise- ren omdat het bestaande industriepand van verzoekende partij economisch waardeloos en onverkoopbaar is geworden. Het is evident dat niemand een bedrijf met het oog op enige exploitatie zal willen verwerven dat niet over een parking beschikt en waarvan de vergun- ningsvoorwaarden niet gerespecteerd kunnen worden! Het pand vertegenwoordigde nochtans een aanzienlijke waarde van meer dan 3.000.000 EUR (...) Het is evident dat dergelijke financieel verlies voor verzoekende (partij) niet draagbaar is a fortiori niet nu het pand recent werd opgericht (tussen 1998 en amper 2 jaar geleden). Het nadeel zal meer dan louter financieel zijn wanneer de bestreden beslissing voor gevolg heeft dat de activiteiten van de verzoekende partij op definitieve wijze in het gevaar wordt gebracht (...). Conform vaste rechtspraak van Uw Raad moet worden besloten tot het bestaan van een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel wanneer, zoals in casu, de administratieve beslissing de levensvatbaarheid van een onderneming in het gedrang brengt ( ... ) of haar naar de rand van het faillissement voert ( ...). X-14.291-6/10 Wie een exploitatie moet staken en daarbij een niet louter pecuniair nadeel dat ernstig genoeg is kan inroepen, zal in beginsel van een MTHEN doen blijken (...). Verzoekende partij wens(t) tevens te verwijzen naar het arrest (...) aangaande n.v. SUN WAH Supermarkt. Hierin werd gesteld dat : ‘Overwegende dat de verzoekende partij in het verzoekschrift tot schorsing concreet aannemelijk maakt dat ten gevolge van de tenuitvoer- legging van het bestreden besluit de uitbating van haar inrichting ernstig zal worden bemoeilijkt bij gebrek aan de daartoe noodzakelijke opslagca- paciteit; dat zij aldus aantoont dat zij door die tenuitvoerlegging een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te lijden,’ (...) Zonder parking kan niet worden geëxploiteerd. 4.- Maar zelfs als verzoekende partij per impossibile financieel in staat zou zijn om te herlokaliseren of zelfs haar bestaande gebouwen aan te passen impliceert dit dat toch gedurende een geruime tijd (minstens gedurende de tijd van de verbouwingswerken) de activiteiten moeten gestaakt worden. Tussentijds zal verzoekende partij niet enkel haar cliënteel verliezen maar ook haar gekwalificeerd personeel. Onder andere in het arrest R.v.St. (...), beaamde de Raad de stelling van verzoekende partij dat in de loop van de annulatieprocedure haar cliënteel verloren zou gaan en er marktpositie verloren zou gaan, hetgeen als moeilijk te herstellen ernstig nadeel dient weerhouden te worden . Met andere woorden dat het onmogelijk(...) zal zijn om het reeds bestaand cliënteel te bedienen, bijkomend cliënteel, te verwerven en haar concurrentiële marktpositie te behouden of te verstevigen (...). Door de onmiddellijke uitvoering van de bestreden beslissing wordt de marktpositie van verzoekende partij dus teniet gedaan in het voordeel van anderen (...). Bij ontstentenis van onmiddellijke schorsing zullen de potentiële klanten van verzoekende partij hun toevlucht elders gezocht hebben en zal de markt door anderen zijn ingepalmd (...). Het betreft in elk geval een nadeel dat niet kan worden hersteld aangezien de verloren gegane tijd niet kan worden ingehaald. De overheid kan immers de intussen naar de concurrentie overgestapte klanten niet terugbezorgen (...). Indien later terug met exploitatie zou begonnen kunnen worden en de onderneming terug zou kunnen worden opgericht, is het duidelijk dat het cliënteel volledig verloren zou gegaan zijn en dat andere berdrijven de cliënten zullen opgevist hebben. De concurrentiepositie van verzoekster is dan ook blijvend aangetast (...) en zij zijn in de onmogelijkheid het reeds bestaande cliënteel te dienen of een bijkomend cliënteel te verwerven (...). 5.- Het spreekt voor zich dat ook het verlies aan gekwalificeerd (vaak nog door aanzienlijke investeringen van verzoekende partij zelf opgeleid) personeel een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is. Verzoekende partij is bedrijvig in een sector waarin er reeds een (tekort aan) beschikbaar personeel bestaat. 6.- Deze ernstige nadelen kunnen onmogelijk worden opgevangen daar de site in kwestie de enige locatie is waar verzoekende partij exploiteert. Deze stopzetting, afbouw of onmogelijkheid om verder te exploiteren, zal ongetwijfeld zwaarwegende gevolgen hebben voor het personeelsbestand van verzoekende partij. Deze zullen evidenter een andere oplossing verkiezen. Deze schade is niet te vergoeden in natura en is ook niet vatbaar voor de definitieve objectieve, a posteriori begroting. X-14.291-7/10 Verzoekende partij beschikt terzake over geen enkele vordering in herstel in natura. In casu is zulk ontegensprekelijk het geval, daar door de bestreden beslissing de activiteit op de site zullen dienen gestaakt te worden, worden stilgelegd, minstens tot een dergelijk niveau afgebouwd dat zulks economisch onredelijk onhoudbaar is.
(7).- Bovendien mag niet vergeten worden dat de ernst van het nadeel door de Raad mede wordt beoordeeld in functie van de graad van ernst en de aard van de ingeroepen middelen (...). In het arrest (...) motiveert Uw Raad van State de beoordeling van de ernst van het nadeel in functie van de hoge graad van ernst van het ingeroepen middel en van de aard van dit laatste met de overweging dat ‘eensdeels, hoe ernstiger de door verzoekende partij aangevoerde middelen, hoe groter de kans op een uiteindelijke vernietiging van de bestreden beslissing, en hoe moeilijker te verantwoorden de verzoekende partij het door haar beschreven nadeel - mits het minimaal aan de vereiste van ernst en moeilijke herstelbaarheid voldoet - te laten ondergaan in afwachting van de uitspraak ten gronde; dat anderdeels hoe zwaarwichtiger de onrechtmatigheid die in het ernstig bevonden middel wordt aangeklaagd, hoe harder die geacht kan worden aan te komen voor de verzoekende partij’ In casu meent verzoekende partij toch wel te mogen (ver)wijzen naar de ingeroepen middelen
(8).- Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging een MTHEN veroorzaakt voor verzoekende partij. Alhoewel de duur van de annulatieprocedure op zich het MTHEN niet aantoont, staat het vast dat het i.c. ingeroepen nadeel niet hersteld kan worden door een annulatiearrest. Bij de uiteindelijke uitspraak over het annulatieberoep zal immers heel wat tijd verstreken zijn terwijl op korte termijn het voortbestaan van verzoekende partij in het gedrang komt. Een mogelijke heropstart of toevoeging van productiepotentieel van de inrichting, indien deze niet failliet zou zijn gegaan, zal op dat ogenblik, alleen al gelet op het volledig verdwenen zijn van alle cliënteel en personeel, haast ondenkbaar zijn. Het kan dan ook niet betwist worden dat verzoekende partij, ten gevolge van de bestreden beslissing, geconfronteerd wordt met een nadeel dat zeer moeilijk, zoniet onmogelijk te herstellen is, en dat veel meer is dan alleen een financieel nadeel. In casu kan niet ontkend worden dat de aangevochten akte het voortbestaan van de onderneming op ernstige wijze belemmert, zelfs in die mate dat een faillissement dreigt”. Beoordeling
- Het betoog van de verwerende partij dat het uiteindelijk te realiseren project, waarvoor alsnog definitieve onteigeningsplannen dienen te worden opgemaakt, en zodoende ook de inname van eigendom ter hoogte van het bedrijf van de verzoekende partij, mogelijks geringer zal zijn dan de zonering die op de plankaart van het RUP terug te vinden is, dient te worden bijgetreden. Tevens laat het stedenbouwkundig voorschrift van artikel 1.4 van het bestreden gewestelijk RUP in dergelijk geval toe dat de niet benutte restruimte binnen de zone voor X-14.291-8/10 wegeninfrastructuur toch nog aangewend kan worden conform de naastliggende bestemming, wat dan zou impliceren dat de verzoekende partij aldaar toch nog ruimte voor parkeerdoeleinden zou kunnen inrichten. Voorts blijkt de verzoekende partij reeds eerder te hebben getracht om aan de zijde van DAF Trucks bijkomende parkeerplaatsen te kunnen aanleggen, doch dat haar daartoe in juli 2008 de vergunning werd geweigerd en dat zij geen verdere stappen meer heeft ondernomen om bijvoorbeeld middels het aantekenen van een beroep die vergunning toch nog te verkrijgen. In dit opzicht is het betoog van de verzoekende partij met betrekking tot de parkeerproblematiek voorbarig en niet enkel het gevolg van het bestreden gewestelijk RUP. Tevens brengt de tussenkomende partij stukken naar voor die erop wijzen dat de verzoekende partij ook in de huidige omstandigheden de Van Doornelaan, en niet de Snelwegstraat gebruikt als hoofdtoegang, en dat zich ook aan die zijde de meest benutte parking van het bedrijf bevindt.
- Voorts kan niet aangenomen worden dat de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit de onwettigheid van de stedenbouwkundige vergunning tot gevolg zou hebben, die de verzoekende partij reeds in 2001 werd toegekend, en dit wegens de onmogelijkheid om aan de voorwaarde tot aanleg van een groenscherm en een weg ten behoeve van de brandweer te voldoen.
- De beweerde commerciële schade die de verzoekende partij zou lijden wegens de aanwezigheid van de rotonde wordt niet voldoende aannemelijk gemaakt, temeer daar uit de maatschappelijke doelstellingen en activiteiten van de verzoekende partij -zelf stelt zij in het verzoekschrift “technische opdrachten uit te voeren voor de industrie”- niet blijkt dat zij een groot deel van haar cliënteel uit het verkeer van passanten haalt.
- De verzoekende partij toont evenmin op concrete en overtuigende wijze aan dat de tenuitvoerlegging van het gewestelijk RUP en de gevolgen die dit zal teweegbrengen, haar voortbestaan of leefbaarheid in het gedrang zal brengen.
- De schorsingsvoorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is voorts een constitutieve en autonome voorwaarde. De aard en de graad van ernst van de ingeroepen middelen, en dus de beweerde graad van onwettigheid van een bestreden beslissing, zijn in principe abstracte gegevens die op zichzelf geen nadelige gevolgen met zich brengen. Het verwijzen naar de beweerde ernst of de X-14.291-9/10 gegrondheid van het middel toont dan ook te dezen niet het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan. Aan de schorsingsvoorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is dan ook niet voldaan. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- Het verzoek van de n.v. VIA-INVEST VLAANDEREN tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig november 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq. Stephan De Taeye. X-14.291-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.152 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.394 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div