← België

Arrest 198175 - Gerechtsdeurwaarders - 24/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.175 Rolnummer: A. 184009/IX-5673 Zaak: Arrest 198175 - Gerechtsdeurwaarders - 24/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-02 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:54 Fiche Arrest nr 198.175 van 24 november 2009 Justitie - Gerechtsdeurwaarders Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 198.175 van 24 november 2009 in de zaak A. 184.009/IX-5673 In zake : Mireille ALBRECHT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Lust kantoor houdend te Brugge Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Peeters kantoor houdend te Brussel Terhulpsesteenweg 177/6 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: Geert BAELE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dominique Matthys kantoor houdend te Gent Sint-Annaplein 34 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. Het beroep, ingesteld op 14 juni 2007, strekt tot de vernietiging van het koninklijk besluit van 21 april 2007 waarbij Geert Baele wordt benoemd tot gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Gent. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-5673-1/9 De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 31 augustus
  3. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Adjunct-auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De verzoekster heeft een laatste memorie met verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 juni
  4. Kamervoorzitter Paul Lemmens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jacky D’Hoest, die loco advocaat Antoon Lust, verschijnt voor de verzoekster, advocaat Jens Mosselmans, die loco advocaat Patrick Peeters, verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Dominique Matthys, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Alexander Van Steenberge, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Op 5 oktober 2005 wordt in het Belgisch Staatsblad bekendge- maakt dat een betrekking van gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondisse- ment Gent vacant is. Voor die betrekking stellen zich 30 personen kandidaat, waaronder de verzoekster en de tussenkomende partij. IX-5673-2/9
  7. De Raad van de Arrondissementskamer van gerechtsdeurwaarders te Gent onderzoekt de kandidaturen. Hij hanteert daarbij een puntensysteem, gebaseerd op zes criteria. Op 11 december 2006 geeft de raad een advies over elk van de kandidaten. De verzoekster behaalt een totaal van 44,00 punten, hetgeen betekent dat zij als tweede kandidaat wordt gerangschikt. De tussenkomende partij behaalt 42,92 punten, hetgeen betekent dat zij als derde kandidaat wordt gerang- schikt. De eerste plaats in de rangschikking gaat naar Geert De Lombaert, die 46,92 punten behaalt.
  8. De Procureur des Konings bij de Rechtbank van eerste aanleg te Gent verleent op 29 december 2006 een “gunstig advies” voor alle kandidaten. Op 12 januari 2007 verleent ook de Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Gent een “gunstig advies” voor alle kandidaten.
  9. Bij koninklijk besluit van 21 april 2007 wordt de tussenkomende partij benoemd tot gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Gent. In de motieven van dat besluit wordt vastgesteld dat, op grond van de adviezen van de gerechtelijke overheden, en in het bijzonder op grond van de adviezen van de raad van de arrondissementskamer, een rangschikking kan worden opgemaakt, waarbij de volgende vijf kandidaten zich als eersten klasseren: 1) Geert De Lombaert, met 46,92 punten, 2) de verzoekster, met 44 punten, 3) de tussen- komende partij, met 42,92 punten, 4) K.S., met 42,91 punten, 5) M.M., met 37,28 punten. Vervolgens wordt vastgesteld dat Geert De Lombaert ondertussen reeds benoemd is tot gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Gent, zodat enkel de vier andere kandidaten als best gerangschikte kandidaten beschouwd moeten worden. Na een nader onderzoek van de titels en verdiensten van die kandidaten, in het licht van de adviezen die de raad van de arrondissementskamer over hen heeft uitgebracht, besluit de benoemende overheid dat de tussenkomende partij de meest geschikte kandidaat is. IX-5673-3/9 Het koninklijk besluit van 21 april 2007, dat wordt bekendge- maakt in het Belgisch Staatsblad van 30 april 2007, vormt het voorwerp van het voorliggende beroep. Bij ministerieel besluit van 21 april 2007 wordt bepaald dat het kantoor van de tussenkomende partij wordt gevestigd te Gent.
  10. Bij koninklijk besluit van 7 juli 2008 wordt de verzoekster zelf benoemd tot gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Gent. Deze benoeming maakt het voorwerp uit van twee beroepen bij de Raad van State (zaken 189.636/IX-6061 en 189.686/IX-6069) (zie hierna, overweging 15). Die beroepen zijn nog aanhangig. IV. Ontvankelijkheid van het beroep A. Exceptie opgeworpen door de verwerende partij Standpunt van de partijen
  11. De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, in zoverre het gericht is tegen het advies van de raad van de arrondissementskamer. Zij betoogt dat adviezen van de arrondissementskamer louter voorbereidend zijn en in geen enkel opzicht de benoemende overheid binden. Voorts wijst de verwerende partij erop dat de verzoekster nagelaten heeft om haar grieven tegen het advies van de raad van de arrondisse- mentskamer te laten gelden na het voorlopig advies van de arrondissementskamer. De verzoekster beschikte over een termijn van tien dagen om eventuele opmerking- en mede te delen, of om te verzoeken te worden gehoord, bij gebreke waarvan het advies van de arrondissementskamer definitief werd. De verwerende partij betoogt dat de verzoekster van deze gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt en zich niet tegen het advies van de arrondissementskamer heeft verzet. Om die redenen kan de verzoekster de grieven tegen het advies van de arrondissementskamer niet dienstig aanvoeren voor de Raad van State. IX-5673-4/9
  12. De verzoekster antwoordt dat de exceptie zonder voorwerp is, aangezien zij niet de nietigverklaring van het advies vordert, maar die van het benoemingsbesluit zelf. Subsidiair betoogt de verzoekster dat, aangezien het gaat om een verplicht advies, zij er wel degelijk belang bij kan hebben om zowel het advies als de eindbeslissing te doen vernietigen, omdat dan het vernietigde besluit niet kan worden hernomen zonder eerst de adviesprocedure te hernemen. Zij stelt voorts dat, zelfs wanneer het om een niet voor vernietiging vatbare handeling gaat, zij steeds de mogelijke onregelmatigheden waarmee deze is aangetast ontvankelijk kan aanvoeren in een beroep tot nietigverklaring van de eindbeslissing. Ten slotte stelt de verzoekster dat het feit dat zij geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om opmerkingen te maken op het advies en om te vragen gehoord te worden, geen afbreuk doet aan de mogelijkheid om het advies nog voor de Raad van State te bekritiseren. Het betreft immers een loutere mogelijkheid en niet een vorm van georganiseerd administratief beroep. De verzoekster merkt ook op dat zij op het moment zelf geen belang had bij het maken van opmerkingen op het advies. Zij was toen immers als tweede gerangschikt na een kandidaat die bijna 47 punten had, zodat een eventueel verzet haar rangschikking niet dermate kon wijzigen dat zij als eerste zou worden gerangschikt. Bovendien, zo stelt de verzoekster nog, kende zij toen het puntenaantal niet van de na haar gerangschikte kandidaten. Beoordeling
  13. Met de verzoekster moet worden vastgesteld dat de nietigverkla- ring van de adviezen van de raad van de arrondissementskamer niet wordt gevorderd. De exceptie mist dan ook feitelijke grondslag.
  14. De verwerende partij voert aan dat de verzoekster niet enkel niet de nietigverklaring van die adviezen kan vorderen, maar dat zij zich ook niet kan beroepen op de eventuele onwettigheid van die adviezen, tot staving van haar beroep tegen het bestreden koninklijk besluit. IX-5673-5/9 De Raad van State herinnert eraan dat, alhoewel voorbereidende handelingen, die deel uitmaken van een complexe administratieve verrichting, in rechte niet met een annulatieberoep kunnen worden aangevochten, onwettigheden en onregelmatigheden van deze materiële handelingen in de annulatieprocedure tegen het eindresultaat van de complexe administratieve verrichting wel kunnen worden aangevoerd. De verzoekster kan dus de eventuele onwettigheid van de adviezen van de raad van de arrondissementskamer aanvoeren tot staving van haar beroep tegen het besluit waarbij de tussenkomende partij wordt benoemd. Het feit dat de verzoekster geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om opmerkingen te maken op het over haar door de arrondissements- kamer uitgebrachte advies, doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om in het kader van het voorliggende annulatieberoep de onwettigheid van dat advies, en van de adviezen over de andere kandidaten, aan te voeren. De verzoekster was immers niet verplicht om gebruik te maken van de mogelijkheid om te reageren op het over haar uitgebrachte advies. Overigens moet worden vastgesteld dat de verzoekster de onwettigheid van de adviezen in ruime mate situeert in de vergelijking tussen haar titels en verdiensten en die van de tussenkomende partij, terwijl uit het administra- tief dossier niet blijkt dat de verzoekster kennis had van de adviezen die over de andere kandidaten werden gegeven. B. Ambtshalve opgeworpen exceptie
  15. Ter zitting heeft de staatsraad-verslaggever ambtshalve de vraag gesteld of de verzoekster, ten gevolge van haar benoeming tot gerechtsdeurwaarder, nog wel een actueel belang heeft bij het voorliggende beroep. De verzoekster heeft hierop geantwoord dat zij meent nog steeds een belang te hebben, nu zij in geval van vernietiging van het bestreden besluit eventueel een schadevergoeding zou kunnen verkrijgen voor het uitblijven van haar benoeming. De verwerende partij is van oordeel dat de verzoekster haar belang verloren heeft. IX-5673-6/9 De tussenkomende partij heeft zich over de exceptie niet uitgesproken.
  16. Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover.
  17. De voornaamste betrachting van iemand die, zoals de verzoekster, voor de Raad van State de rechtshandeling aanvecht waardoor zij niet wordt benoemd in een ambt waarvoor zij zich kandidaat heeft gesteld maar waarin integendeel iemand anders wordt benoemd, is om de nietigverklaring van die rechtshandeling te verkrijgen, waardoor het ambt opnieuw open wordt verklaard en de verzoekster aldus de kans krijgt om zelf, in de plaats van degene wiens benoeming nietig is verklaard, in het ambt te worden benoemd, om het daadwerke- lijk uit te oefenen. Te dezen vordert de verzoekster de nietigverklaring van het koninklijk besluit waarbij de tussenkomende partij wordt benoemd tot gerechtsdeur- waarder in het gerechtelijk arrondissement Gent. In de loop van de procedure is de verzoekster zelf ook benoemd tot gerechtsdeurwaarder in hetzelfde arrondissement. Er dient vastgesteld te worden dat de verwerende partij niet de absolute rechtsplicht had om de verzoekster te benoemen, en dat de bestreden benoeming integendeel een benoeming naar keuze is, gesteund op een vergelijking van de titels en de verdiensten van de kandidaten. De overheid heeft dan ook niet de rechtsplicht om, in geval van een eventuele vernietiging van het bestreden besluit, de verzoekster met terugwerkende kracht te benoemen tot gerechtsdeurwaar- der te Gent en haar loopbaan aldus te reconstrueren. Een vernietigingsarrest zou derhalve niet meer kunnen bijdragen tot het rechtsherstel dat een verzoeker normaal met zijn beroep tegen een benoemingsbesluit ambieert, met name zelf benoemd worden in de betrokken functie en die functie daadwerkelijk bekleden. Uit het voorgaande volgt dat het materieel belang, dat de verzoekster onmiskenbaar had bij het instellen van het beroep tegen het bestreden benoemingsbesluit, in de loop van het geding lijkt te zijn teloorgegaan. IX-5673-7/9
  18. Na de sluiting van de debatten is evenwel gebleken dat het koninklijk besluit van 7 juli 2008 waarbij de verzoekster wordt benoemd tot gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Gent, het voorwerp uitmaakt van twee beroepen bij de Raad van State (zaken 189.636/IX-6061 en 189.686/IX- 6069). De verzoekster heeft de Raad van State hierop gewezen bij een schrijven dat zij nog de dag van de terechtzitting heeft verstuurd. In die omstandigheden is de benoeming van de verzoekster nog niet definitief. De Raad van State kan dan ook niet anders dan vaststellen dat de verzoekster nog een actueel belang bij haar voorliggende beroep zou kunnen hebben, met name als het genoemde koninklijk besluit van 7 juli 2008 vernietigd zou worden. In die zin is het behoud van haar belang in de thans voorliggende zaak mede afhankelijk van het gevolg dat de Raad van State zal geven aan de beroepen in de zaken 189.636/IX-6061 en 189.686/IX-
  19. Ter zitting voert de verzoekster aan dat zij in elk geval nog wel een belang heeft bij haar beroep, nu zij in geval van vernietiging van het bestreden besluit eventueel een schadevergoeding zou kunnen verkrijgen voor het uitblijven van haar benoeming. Door te wijzen op het financieel nadeel ten gevolge van het verlies van een kans op een eerdere benoeming, beroept de verzoekster zich op een financieel belang. Dit is een belang dat zij kan doen gelden in het kader van een vordering tot schadevergoeding. Een dergelijke vordering behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de hoven en rechtbanken. Mocht de verzoekster bedoelen dat haar belang erin bestaat om het bestreden besluit bij een arrest van de Raad van State onwettig te horen verklaren, om op grond van deze met gezag van gewijsde beklede uitspraak een vordering tot schadevergoeding voor de gewone rechter kracht bij te zetten, dan zou opgemerkt moeten worden dat het in een dergelijk geval gaat om een voordeel dat niet verbonden is met het doen verdwijnen van het bestreden besluit uit het rechtsverkeer, maar enkel met het gegrond horen verklaren van één of meer middelen. Een dergelijk belang is een onrechtstreeks belang dat niet volstaat voor de ontvankelijkheid van het voorliggende beroep.
  20. Voor het overige wijst de verzoekster niet op het bestaan van bijzondere omstandigheden die zouden doen blijken van een ander belang, met name een moreel belang. IX-5673-8/9
  21. Gelet op hetgeen is uiteengezet in overweging 15, past het om de debatten te heropenen. De zaak kan dan verder behandeld worden samen met de zaken 189.636/IX-6061 en 189.686/IX-6069, of nadat in die zaken uitspraak zal zijn gedaan. BESLISSING De debatten worden heropend. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 24 november 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Paul Lemmens IX-5673-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.175 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.050 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.