← België

Arrest 198200 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 25/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.200 Rolnummer: A. 193021/X-14234 Zaak: Arrest 198200 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 25/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-03 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:55 Fiche Arrest nr 198.200 van 25 november 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 198.200 van 25 november 2009 in de zaak A. 193.021/X-14.

  1. In zake: Franciscus VAN AELST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerald Kindermans kantoor houdend te 3870 HEERS Steenweg 161 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
  2. de deputatie van de provincieraad van LIMBURG
  3. de gemeente TESSENDERLO --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 16 juni 2009, strekt tot de nietigverkla- ring van “het besluit dd. 02.04.2009 van de Bestendige Deputatie van de Provincie- raad van Limburg, waarbij het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de gemeente Tessenderlo, bestaande uit een informatief gedeelte, een richtinggevend deel en bindende bepalingen, wordt goedgekeurd, mits aan de in het overwegend gedeelte van het goedkeurend besluit, opgenomen opmerkingen wordt tegemoet gekomen en met uitsluiting van: - De paragraaf 5.1.2.3.6 ‘Beperkte bebouwing van niet realiseerbare restpercelen’ RD-p.31 en het zindeel in de bindende bepaling nr. 10 ‘Binnen dit RUP worden ook de restpercelen onderzocht’ - met blauw doorstreept; - De bindende bepaling nr. 13 ‘RUP nieuwe lokale bedrijvenzone’ - met blauw doorstreept”. II. Verloop van de rechtspleging
  5. Auditeur Barbara Speybrouck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. X-14.234-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 oktober
  6. Het verslag werd aan de partijen ter kennis gebracht. Staatsraad Jeroen Van Nieuwenhove heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ellen Marès, die loco advocaat Gerald Kindermans verschijnt voor de verzoekende partij, en bestuurssecretaris Inge Willems, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Barbara Speybrouck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Ontvankelijkheid van het beroep
  8. Een beroep tot nietigverklaring moet krachtens artikel 14, § 1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een administratieve rechtshandeling tot voorwerp hebben. Onder een rechtshandeling in de zin van de voormelde bepaling moet een handeling worden verstaan waarbij wordt beoogd rechtsgevolgen te doen ontstaan of te beletten dat zij tot stand komen, met andere woorden waarbij wordt beoogd wijzigingen aan te brengen in een bestaande rechtsregel of rechtstoe- stand, dan wel een zodanige wijziging te beletten. Om ontvankelijk te zijn, moet het beroep een handeling tot voorwerp hebben die zelf rechtsgevolgen sorteert en die onmiddellijk en rechtstreeks nadeel berokkent aan de verzoeker.
  9. Te dezen wordt de nietigverklaring gevorderd van het besluit van 2 april 2009 van de deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de gemeente Tessenderlo, bestaande uit een informatief deel, een richtinggevend deel en bindende bepalingen, gedeeltelijk wordt goedgekeurd. X-14.234-2/4
  10. Artikel 18 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: D.R.O.) definieert een ruimtelijk structuurplan als volgt: “Onder ruimtelijk structuurplan wordt verstaan een beleidsdocument dat het kader aangeeft voor de gewenste ruimtelijke structuur. Het geeft een langeter- mijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied in kwestie. Het is erop gericht samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen die de ruimtelijke ordening aanbelangen”. Artikel 19, § 5 D.R.O. luidt als volgt: “Na de vaststelling van een ruimtelijk structuurplan neemt de overheid die het structuurplan heeft vastgesteld de nodige maatregelen om de ruimtelijke uitvoeringsplannen in kwestie in overeenstemming te brengen met het ruimtelijk structuurplan”. Artikel 19, § 6 D.R.O. bepaalt: “De ruimtelijke structuurplannen vormen geen beoordelingsgrond voor de werken en handelingen, bedoeld in artikelen 99 en 101, noch voor het stedebouwkundig uittreksel en attest, bedoeld in artikel 135”. Artikel 19, § 2, eerste en vierde lid D.R.O. bepaalt wat volgt: “§
  11. Bij het opmaken van een ruimtelijk structuurplan duidt de instantie die het plan definitief vaststelt de onderdelen ervan aan die bindend zijn. (...) Voor het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan zijn deze onderdelen bindend voor de gemeente en voor de instellingen die eronder ressorteren”.
  12. Uit de hiervoor aangehaalde bepalingen blijkt dat het bestreden gemeentelijk ruimtelijk structuurplan een document is dat louter beleidsdoel- stellingen op lange termijn omvat voor de realisatie waarvan nog (verordenende) maatregelen moeten worden genomen. Het ruimtelijk structuurplan geeft aldus enkel de beleidsintenties voor de gewenste ruimtelijke structuur en een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied aan. De overheid die het ruimtelijk structuurplan heeft vastgesteld, is op grond van artikel 19, § 5 D.R.O. weliswaar verplicht de nodige maatregelen te nemen om de betrokken ruimtelijke uitvoerings- plannen met het ruimtelijk structuurplan in overeenstemming te brengen, doch deze rechtsplicht, die in casu enkel in hoofde van de gemeente bestaat, houdt niet in dat het bestreden ruimtelijk structuurplan ook in hoofde van de verzoeker rechtsgevolgen doet ontstaan of belet dat zij tot stand komen. De onderdelen van het X-14.234-3/4 gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, die als bindend zijn aangeduid, zijn immers enkel bindend voor de gemeente en voor de instellingen die eronder ressorteren, terwijl dit bindend karakter, gelet op artikel 19, § 6 D.R.O., bovendien geen betrekking heeft op de beoordeling van een vergunningsaanvraag, noch van een aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundig uittreksel of attest. Dat het voorwerp van een vergunningsaanvraag moet worden beoordeeld op zijn verenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening, waarvan het ruimtelijk structuurplan eveneens de vrijwaring beoogt, doet aan de strekking van artikel 19, § 6 D.R.O. geen enkele afbreuk.
  13. Het ruimtelijk structuurplan als beleidsdocument in het algemeen en de bindende onderdelen ervan in het bijzonder doen derhalve in hoofde van de verzoeker geen rechtsgevolgen ontstaan, noch beletten zij dat zij tot stand komen en kunnen om die reden in hoofde van de verzoeker niet als een administratieve rechtshandeling in de zin van artikel 14, § 1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State worden beschouwd. Om die reden moet ambtshalve worden vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt het beroep.
  15. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig november 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jeroen Van Nieuwenhove X-14.234-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.200 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.