id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.201 Rolnummer: A. 193438/X-14279 Zaak: Arrest 198201 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-03 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:55 Fiche Arrest nr 198.201 van 25 november 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 198.201 van 25 november 2009 in de zaak A. 193.438/X-14.
- In zake:
- John BOONE
- Valérie MARMOY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Lachaert kantoor houdend te 9820 MERELBEKE Hundelgemsesteenweg 166, bus 5-6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN Tussenkomende partij: Denise BAELE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim De Cuyper kantoor houdend te 9100 SINT-NIKLAAS Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 17 juli 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 23 april 2009 van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen houdende de voorwaardelijke inwilliging van het beroep ingesteld tegen de ontstentenis van beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zwalm betreffende de aanvraag tot het verkavelen van een perceel gelegen te Sint-Blasius-Boekel, Heuvelgem, kadastraal bekend sectie B, nr. 518/e. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. X-14.279-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 oktober
- Staatsraad Jeroen Van Nieuwenhove heeft verslag uitgebracht. Advocaat Patrick Lachaert, die verschijnt voor de verzoekende partijen, bestuurssecretaris Marie-Anne De Geest, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Wim Lammens, die loco advocaat Wim De Cuyper verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Tussenkomst
- Met een op 13 augustus 2009 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt Denise Baele om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. IV. Feiten
- Op 13 maart 2006 (datum van het ontvangstbewijs) dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zwalm een aanvraag in voor het verkavelen van een perceel gelegen te Sint-Blasius-Boekel, Heuvelgem, kadastraal bekend sectie B, nr. 518/c. De aanvraag beoogt het opdelen van dit perceel voor het oprichten van drie eengezinswoningen.
- De verzoekende partijen zijn eigenaar van meerdere percelen gelegen te Sint-Blasius-Boekel, kadastraal bekend sectie B, nrs. 513/d, 519/a, 520, 521, 522/a en 552/a. X-14.279-2/7
- Het kwestieuze perceel is volgens het gewestplan Oudenaarde, vastgesteld bij koninklijk besluit van 24 februari 1977, hoofdzakelijk gelegen in woongebied met landelijk karakter. Een kleine, noordoostelijk gelegen hoek van het perceel, aangeduid als lot 4, is gelegen in agrarisch gebied. Het bestreden besluit sluit deze hoek van het perceel uit de verkaveling.
- Naar aanleiding van het openbaar onderzoek dienen de verzoekende partijen een bezwaarschrift in.
- Op 28 juni 2007 geeft de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar een ongunstig advies, waarin hij het bezwaar van de verzoekende partijen gegrond acht. De evaluatie van het bezwaar van de verzoekende partijen luidt: “Er is één bezwaar; dit bezwaar heeft betrekking op: gemene gracht moet onderhouden worden; aanwezigheid van een berm tussen straat en terrein; aanwezigheid van een houtkant; geen aangepaste riolering; gemene gracht wordt open riool; nabijheid van brongebied; 2 bouwlagen is teveel; 50% plat dak is teveel”. De goede ruimtelijke ordening wordt verder in het advies als volgt beoordeeld: “De aanvraag dient voorlopig ongunstig geadviseerd te worden; uit het ‘grondplan bestaande toestand’ wordt opgemaakt dat er van links naar rechts over de 3 loten een niveauverschil is van ongeveer 8m; tevens blijkt uit de foto’s horende bij het bezwaar dat er tussen de straat en het terrein een berm van maximum 1,7m voorkomt; bij het plan zijn geen lengte- en dwarsprofielen bijgevoegd waarop vermeld is hoe de woningen zullen geplaatst worden; zo kan niet nagegaan worden hoe het oppervlaktewater zal stromen, en of er al of niet wateroverlast kan optreden voor één der loten; tevens wordt in de voorschriften niet vermeld of de berm al of niet moet bewaard worden; In bijkomende orde dient vermeld te worden dat gezien de zeer landelijke omgeving aldaar 2 bouwlagen, evenals een maximaal percentage van 50% plat dak niet passend is in deze omgeving”.
- Wegens het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zwalm, stelt de tussenkomende partij op 12 februari 2009 beroep in bij de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen. Bij het bestreden besluit van 23 april 2009 verleent de deputatie de gevraagde verkavelingsvergunning onder voorwaarden. X-14.279-3/7 V. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- De verzoekende partijen situeren het moeilijk te herstellen ernstig nadeel op twee vlakken, met name op het vlak van landverglijdingen enerzijds en op het vlak van vervuiling met huishoudelijk afvalwater anderzijds. Met betrekking tot de landverglijdingen stellen ze dat de gebouwen en percelen rondom de eigendom van de tussenkomende partij sporen vertonen van landverglijdingen. Dit blijkt uit de foto’s die door hen zijn bijgebracht. Verglijdingen kunnen echter ook in de hand worden gewerkt door het bouwen van huizen, door bestaande bomen of houtkanten te vellen en doordat de gracht onderaan het perceel van de tussenkomende partij in de helling snijdt. De inplanting van de nieuwe woningen op 4 meter van de gemene gracht belet een graafmachine het onderhoud van de gracht aan de kant van die woningen uit te voeren. Indien de gemene gracht niet kan worden onderhouden, dreigt overstromingsgevaar voor de lagergelegen weilanden. Dit is ook het geval indien de houtkant zou worden verwijderd. Dat zal immers erosie en verglijdingen tot gevolg hebben, waardoor de gracht opnieuw zal dichtslaan. Daarnaast voeren de verzoekende partijen de vervuiling aan van hun perceel nr. 552/a ingevolge overstromingen die zich zullen voordoen door de toename van baggerslib door huishoudelijk afvalwater. Noch de verkavelingsaanvraag, noch het bestreden besluit bevat immers details over de afwatering van het afvalwater van de nieuw op te richten woningen, zodat het er sterk op lijkt dat dit afvalwater in de gemene gracht zal worden geloosd. Doordat de gracht steeds meer als een open riool wordt gebruikt, hebben de verzoekende partijen bovendien last van geurhinder. Door de verdere vervuiling van de gemene gracht met huishoudelijk afvalwater, komt ook de gezondheid van het vee in het gedrang, aangezien de gracht als drinkplaats voor het vee wordt gebruikt.
- Artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de feiten dient te X-14.279-4/7 bevatten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen. Uit deze bepaling volgt dat een verzoeker in zijn verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan. De verzoeker mag zich daarbij niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat hij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan.
- De verzoekende partijen wijden het eerste onderdeel van hun uiteenzetting over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan de bestaande sporen van landverglijdingen. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet evenwel voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Te dezen beweren de verzoekende partijen enkel dat er beter geen huizen worden gebouwd op het kwestieuze perceel, vermits dit verglijdingen in de hand kan werken. Ze maken evenwel niet aannemelijk dat de tenuitvoerlegging van de bestreden verkavelingsvergunning de bestaande verglijdingen zou verergeren, laat staan dat die “verergering” van die aard zou zijn hen een ernstig nadeel te berokkenen. Uit het feit dat er in het (recente) verleden landverglijdingen zijn geweest, kan nog niet worden afgeleid dat de tenuitvoerlegging van de verkavelingsvergunning en meer bepaald de oprichting van de betrokken woningen nieuwe problemen zal doen ontstaan, temeer daar dergelijke problemen de eigenaars van die nieuwe woningen evenzeer zouden treffen. Verder voeren de verzoekende partijen de noodzaak aan om de gemene gracht te onderhouden en de bestaande houtkant langs die gracht in stand te houden om landverglijdingen tegen te gaan. Deze redenering is opgebouwd vanuit de veronderstelling dat de gracht en de houtkant niet worden onderhouden of behouden zullen worden, wat niet wordt aangetoond. Het bestreden besluit voorziet alleszins niet in de verwijdering van de gracht of de houtkant, zodat het aangevoerde nadeel niet kan voortvloeien uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging ervan. Voorts stellen de verzoekende partijen dat de inplanting van de woningen op 4 meter van de gracht het onderhoud van die gracht onmogelijk maakt. Ze maken evenwel niet aannemelijk dat de toegang tot het kwestieuze perceel een absolute noodzaak is om de gracht te kunnen onderhouden, zodat dit aangevoerde nadeel slechts een loutere bewering is die niet concreet een ernstig nadeel staaft. X-14.279-5/7 Het eerste onderdeel van de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel bevat geen afdoende concrete en precieze gegevens. De verzoekende partijen maken derhalve niet aannemelijk dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit hen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent of dreigt te berokkenen.
- In het tweede onderdeel van de uiteenzetting over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel stellen de verzoekende partijen dat noch de verkavelingsaanvraag, noch het bestreden besluit details bevat over de afwatering van het afvalwater van de te ontwerpen woningen. Ze vrezen dat het afvalwater in de gemene gracht zal worden geloosd, met verschillende nadelen tot gevolg. Uit het grondplan “bestaande toestand - nivelleringsplan” blijkt evenwel dat voor elk van de drie te bebouwen loten een aansluiting op de openbare riolering wordt voorzien. Dit onderdeel van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel steunt bijgevolg op een foutieve premisse.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- Het verzoek van Denise Baele tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. X-14.279-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig november 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jeroen Van Nieuwenhove X-14.279-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.201 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.299 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div