id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.206 Rolnummer: A. 74244/VII-37427 Zaak: Arrest 198206 - Monumenten en Landschappen - 26/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-07 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 03:55 Fiche Arrest nr 198.206 van 26 november 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 198.206 van 26 november 2009 in de zaak A. 74.244/VII-37.
- In zake: de STAD OOSTENDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Isabelle Larmuseau, Peter De Smedt en Bert Roelandts kantoor houdend te Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 2 mei 1997, strekt tot de nietigverklaring van "het ministerieel besluit van 11 februari 1997 genomen door de Heer Vlaams Minister van Cultuur, Gezin en Welzijn houdende bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten te Oudenburg (Plassendale) en Oostende (Zandvoorde) van de Vaartdijk Zuid/ Vaartdijk Noord, het sluizencomplex en omgeving en Vaartdijk Zuid 12 (woning zgn. 'Spaans Tolhuis')". II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Emiel Haesbrouck heeft een verslag opgesteld. VII-37.427-1/7 De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 oktober
- Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Peter Eecloo, die loco advocaten Isabelle Larmuseau, Peter De Smedt en Bert Roelandts verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Saartje Callens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- In een motiveringsnota van 19 juni 1995 stelt de afdeling Monumenten en Landschappen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap voor om : - het sluizencomplex dat de verbinding vormt tussen het kanaal Brugge-Oostende en het kanaal Plassendale-Nieuwpoort, met inbegrip van de draaibrug over het noordelijke sluishoofd, inclusief alle toebehoren; - het brugwachtershuisje en het pad op het houten staketsel, tevens geleidingswerk tussen de noordelijke sluis en het zuidelijke hoofd van de draaibrug over het kanaal Brugge-Oostende; - het houten geleidingswerk ten westen van het voornoemde zuidelijke hoofd van de draaibrug over het kanaal Brugge-Oostende; - het houten geleidingswerk ten oosten van de draaibrug over de voornoemde noordelijke sluis; - de hoofden van de draaibrug over het kanaal Brugge-Oostende; - de woning, genaamd "Spaans tolhuis"; VII-37.427-2/7 als monument en de omgeving van het sluizencomplex als dorpsgezicht te beschermen. 3.
- Bij besluit van 18 januari 1996 beslist de verwerende partij om voornoemde opsomming als monument en de omgeving van het sluizencomplex als dorpsgezicht op te nemen op een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten. Een afschrift wordt op 13 februari 1996 aan de verzoekende partij gestuurd. 3.
- Op 10 april 1996 adviseert de verzoekende partij ongunstig omdat door de verwerende partij de aanleg van nieuwe bruggen en een ontsluitingsweg is gepland in de onmiddellijke omgeving van de te beschermen monumenten en op het terrein dat deel uitmaakt van het te beschermen dorpsgezicht. 3.
- Op 7 maart 1996 adviseert de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen "dit beschermingsvoorstel als monument gunstig". 3.
- Uit het administratief dossier blijkt dat er op 23 april 1996 overleg is gepleegd tussen de cel Monumenten en Landschappen West-Vlaanderen en de dienst der Kusthavens en dat uit voornoemd overleg naar boven is gekomen dat de geplande infrastructuurwerken geen negatieve invloed uitoefenen op de intrinsieke waarden van de als monument te beschermen objecten, noch van het te beschermen dorpsgezicht, dat er in dit verband geen ongunstig advies zou worden verleend waardoor het bezwaar van de verzoekende partij wegviel en de procedure ongewijzigd kon worden voortgezet. 3.
- "Na kennis te hebben genomen van de adviezen en bezwaren, waarbij ze de beoordeling ervan door de bestuursentiteit Monumenten en Landschappen tot de hare maakt" brengt de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen op 3 oktober 1996 een gunstig advies uit. 3.
- Op 11 februari 1997 neemt de verwerende partij het thans bestreden besluit tot bescherming van voornoemde constructies als monument en de omgeving als dorpsgezicht, dat luidt als volgt : VII-37.427-3/7 "Artikel
- - wordt beschermd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 3 maart 1976, gewijzigd bij decreet van 22 februari 1995,
- als monument : - het sluizencomplex dat de verbinding vormt tussen het kanaal Brugge- Oostende en het kanaal Plassendale-Nieuwpoort, met inbegrip van de draaibrug over het noordelijke sluishoofd, inclusief alle toebehoren; - het brugwachtershuisje en het pad op het houten staketsel, tevens geleidingswerk tussen de noordelijke sluis en het zuidelijke hoofd van de draaibrug over het kanaal Brugge-Oostende; - het houten geleidingswerk ten westen van het voornoemde zuidelijke hoofd van de draaibrug over het kanaal Brugge-Oostende; - het houten geleidingswerk ten oosten van de draaibrug over de voornoemde noordelijke sluis; - de hoofden van de draaibrug over het kanaal Brugge-Oostende; gelegen te OUDENBURG, Vaartdijk Zuid en Vaartdijk Noord; bekend ten kadaster OUDENBURG lste afdeling, sectie B, zonder nummer en OOSTENDE, l2de afdeling, sectie B, zonder nummer; omwille van het algemeen belang gevormd door de industrieel- archeologische waarde als geheel van kunstwerken bestaande uit een sluizencomplex van 2 getijdesluizen en zwaaikom met oorsprong in de periode 1638-41, vernieuwd in de periode 1783-90 en verbreed in 1828, met draaibrug van ca. 1890 over één van de sluishoofden; als goed voorbeeld van de wijze waarop in de voormelde periodes een verbindingssluis werd gebouwd tussen 2 haaks met elkaar verbonden kanalen met onderling variërende peilen; als illustratie van de bruggenbouw in de periode rond de eeuwwisseling.
- als monument : - de woning, genaamd 'Spaans tolhuis', gelegen te OUDENBURG, Vaartdijk Zuid 12; bekend ten kadaster: OUDENBURG lste afdeling, sectie B, nummer 178k; omwille van het algemeen belang gevormd door de historische en architectuurhistorische waarde als l7de-eeuwse woning met goed bewaarde architecturale en beeldbepalende kenmerken en die volgens de overlevering als oud tolhuis bekend is.
- als dorpsgezicht : - de omgeving van het sluizencomplex, gelegen te OUDENBURG, Vaartdijk Zuid en Vaartdijk Noord en te Oostende Vaartdijk Zuid; bekend ten kadaster: - OUDENBURG, lste afdeling, sectie A : perceelnummers 710E, 65B, l5L, 14E + delen van het openbaar domein zonder nummer - OUDENBURG, lste afdeling, sectie B : perceelnummers 177K, 178K, 178L, 176H, 176C/3, 175K, 190Z/5, l90Y/5, 176/2H, 176/2K, 176/2G, 176/2D, + delen van het openbaar domein zonder nummer - OUDENBURG, lste afdeling, Sectie C : perceelnummers 380F(deel), 382H, 385T, 385V, 385W, 385/5, 385A/3, 385A/4 + delen van het openbaar domein zonder nummer - OOSTENDE, l2de afdeling, sectie B : perceelnummers 6E, 6G, 4C, 3N, 3P + delen van het openbaar domein zonder nummer omwille van het algemeen belang gevormd door de industrieel- archeologische en historische waarde als karakteristieke kanalensite die zich van de l6de tot de l9de eeuw heeft ontwikkeld op en rond een fort en rond een sluizencomplex -eertijds een militair versterkt verbindingskunstwerk tussen 2 belangrijke kanalen- en omvattende een bepaalde aanleg alsook een aantal beeldbepalende elementen zoals o.a. een l7de-eeuwse woning, een l9de-eeuwse herberg en verschillende andere typerende gebouwen en elementen eigen aan een dergelijke site. VII-37.427-4/7 Art.
- - Met het oog op de bescherming zijn van toepassing : de beschikkingen van het besluit van de Vlaamse regering van 17 november 1993 tot bepaling van de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud van monumenten en stads- en dorpsgezichten". IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- De verwerende partij betwist in haar memorie van antwoord de ontvankelijkheid van het beroep omdat volgens haar uit de feitenuiteenzetting blijkt dat het bestreden besluit de geplande aanleg van de nieuwe weg en de nieuwe brug niet onmogelijk maakt, zodat het belang van de verzoekende partij onbestaand is. Zij werpt voorts op dat de aanleg van de nieuwe brug en weg deel uitmaakt van het stedenbouwkundig beleid van de verwerende partij en niet van de verzoekende partij, zodat het de verzoekende partij aan het vereiste rechtstreekse en persoonlijke belang ontbreekt.
- De verzoekende partij repliceert dat zij haar belang niet verliest omdat haar bezwaren door de administratieve diensten van de verwerende partij worden weerlegd en dat zij niet akkoord gaat met de conclusie van voornoemd overleg van 23 april
- Op het tweede argument van de verwerende partij repliceert zij dat zij als gemeente kan opkomen ter verdediging van haar planologisch, stedenbouwkundig, sociaal-economisch en financieel beleid en dat het bestreden besluit de uitvoering van voornoemd beleid aantast. De aanleg van een nieuwe weg en bruggen is noodzakelijk voor de uitvoering van haar beleid inzake de verdere ontwikkeling en renovatie van de haven van Oostende en het aanpalende industriegebied alsook om het verkeer van zwaar transport door de dorpskom van Zandvoorde te voorkomen. Aangezien het tracé van de weg en van de nieuwe bruggen in het gezichtsveld valt van de te klasseren monumenten en deels in het terrein dat als dorpsgezicht is beschermd, is zij van oordeel dat de toekomstige aanleg van voornoemde weg en bruggen in het gedrang wordt gebracht. De verzoekende partij wijst erop dat een aantal percelen zijn aangeduid die zullen worden onteigend en die gelegen zijn in het gebied van het beschermde dorpsgezicht. VII-37.427-5/7
- In haar laatste memorie benadrukt de verzoekende partij dat zij over het vereiste belang beschikt aangezien de uit te voeren infrastructuurwerken betrekking hebben op de ontwikkeling van het Plassendale-industriegebied, met name het voorzien van goed uitgeruste bedrijfsterreinen die goed bereikbaar zijn, teneinde het stedelijk belang, met name het tewerkstellingsbeleid in de Oostendse industriële sector, te bevorderen. Zij wijst er voorts op dat, ten gevolge van de ontwikkeling van het achterhavengebied, grotere schepen en duwbakken doorheen het sluizencomplex zullen worden geloodst waardoor aanpassingen aan het sluizencomplex nodig zullen zijn. Zij is van oordeel dat het bestreden besluit de nodige aanpassingen voor het waarborgen van een continue doorvaart onmogelijk maakt en dat de gunstige adviezen van de cel Monumenten en Landschappen geen garantie zijn dat in de toekomst geen ongunstige adviezen gegeven worden.
- De verwerende partij antwoordt in haar laatste memorie dat de verzoekende partij niet aantoont hoe het bestreden besluit de ontwikkeling van het Plassendale-industriegebied belet en dat een verbreding van het kanaal Brugge- Oostende ter hoogte van het sluizencomplex niet is uitgesloten is aangezien enkel één bruggenhoofd wordt beschermd. Zij wijst erop dat in het Bijzonder Plan van Aanleg nr. 131 "Plassendale I" van de verzoekende partij geen rekening wordt gehouden met een verbreding of aanpassing en dat eventuele wijzigingen aan de kanalen en het sluizencomplex tot de bevoegdheid van de verwerende partij behoren en niet tot de bevoegdheid van de verzoekende partij. Beoordeling
- De verzoekende partij toont niet aan dat het door haar aangevoerde nadelige effect op haar stedenbouwkundig beleid als zeker voorkomt. Zij weerlegt immers niet de vaststelling van de verwerende partij dat het bestreden besluit niet strijdig is met de door haar geplande werken en met de ontstentenis van enig bezwaar vanwege de verwerende partij met de door haar geplande infrastructuurwerken. In haar laatste memorie, ingediend op 10 februari 2003, gewaagt de verzoekende partij van op til zijnde infrastructuurwerken die betrekking hebben op de ontwikkeling van het Plassendale-industriegebied. Ter zitting heeft de verzoekende partij geen gewag gemaakt omtrent moeilijkheden bij de uitvoering van VII-37.427-6/7 die infrastructuurwerken als gevolg van het bestreden besluit. Hieruit kan bijgevolg ook worden afgeleid dat, zoals door de verwerende partij is aangevoerd, het bestreden besluit niet strijdig is met de wellicht thans reeds uitgevoerde infrastructuurwerken. De verzoekende partij ontbreekt bijgevolg het rechtens vereiste belang, zodat haar beroep niet ontvankelijk is. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 173,53 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig november tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.427-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.206 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div