id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.242 Rolnummer: A. 150188/XII-4112 Zaak: Arrest 198242 - Cultuur en schone kunsten - 26/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-04 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:56 Fiche Arrest nr 198.242 van 26 november 2009 Onderwijs en cultuur - Cultuur en schone kunsten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 198.242 van 26 november 2009 in de zaak A. 150.188/XII-
- In zake : de GEMEENTE WEZEMBEEK-OPPEM, die woonplaats kiest bij advocaat J. Sohier, kantoor houdende te 1000 Brussel, Emile De Motlaan 19 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente Wezembeek-Oppem op 30 maart 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 29 januari 2004 houdende vernietiging van het besluit van de gemeenteraad van Wezembeek-Oppem van 8 september 2003 houdende toekenning van financiële steun aan Planète Théâtre voor de organisatie van het Festival de Théâtre Jeune Public van 3 tot en met 13 oktober 2003; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. De Bleeckere; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 25 augustus 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 oktober 2009; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-4112-1\13 Gehoord de opmerkingen van advocaat M. De Keukelaere, die loco advocaat J. Sohier verschijnt voor verzoekster, en van advocaat P.J. Staelens, die loco advocaat B. Staelens verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. De Bleeckere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak 1.
- Op 18 juli 2003 richt het theatergezelschap Planète Théâtre een in het Frans gestelde aanvraag voor het verkrijgen van subsidies aan het gemeentebestuur van Wezembeek-Oppem, die hierna letterlijk wordt aangehaald : “Monsieur L’Echevin, concerne: Festival de Théâtre Jeune Public: Planète Théâtre - automne 2003 Vous êtes au courant que pour la 4ème année consécutive, en automne 2003, un événement théâtral se déroulera à Wezembeek-Oppem. Ce Festival est comme vous le savez, destiné aux enfants de 3 à 12 ans et à leur famille. Pour les fêtes de la Communauté française, nous volonté est de programmer un spectacle d’humour pour les 7 à 77 ans le vendredi 3 ou le samedi 4 octobre (en soirée). Serait-il possible que nous puissions disposer d’un budget de 2.500 euros par exemple pour couvrir une partie du coût du spectacle. Le prix pour un spectacle en soirée est effectivement toujours fort élevé si on désire que celui-ci soit de qualité et qu’il touche un plublic le plus large possible. Etant donné que nous devons donné une réponse aux acteurs le plus rapidement possible, serait-il possible que nous nous rencontrions pour pouvoir débattre de l’organisation de cette fête. Dans l’attente de vous lire et du plaisir de collaborer, nous vous prions d’agréer, Monsieur l’Echevin, l’expression de nos sentiments les plus distingués”. 1.
- Deze aanvraag wordt behandeld in zitting van het college van burgemeester en schepenen van 19 augustus
- Het college gaat akkoord met het toekennen van de gevraagde toelage voor de organisatie van het “Festival de Théâtre XII-4112-2\13 Jeune Public” en beslist dat het besluit aan de gemeenteraad van 8 september 2003 wordt voorgelegd. De aanvraag wordt voorafgaand ook nog in de verenigde commissie sociale zaken-tewerkstelling-gehandicapten en jeugd-sport behandeld. Bij deze behandeling vraagt een raadslid naar het verslag van vorig jaar dat beloofd werd maar aan welke belofte nooit gevolg gegeven werd, een vraag die blijkbaar onbeantwoord blijft. De commissie adviseert de aanvraag gunstig (met 3 stemmen tegen 1). In gemeenteraadszitting van 8 september 2003 wordt de gevraagde toelage ten bedrage van 2.500 euro goedgekeurd, in essentie op grond van de overweging “dat het past dat de gemeente aan deze vereniging een toelage toekent als tegemoetkoming in de kosten voor de organisatie van toneelvoorstellingen voor beide gemeentescholen”. 1.
- De bedoelde gemeenteraadszitting wordt, naar aanleiding van een administratief onderzoek naar het taalgebruik in de gemeenteraad en de houding van de burgemeester, bijgewoond door de adjunct-gouverneur van de provincie Vlaams- Brabant. Omtrent de toegekende toelage noteert de adjunct-gouverneur in zijn verslag aan de minister van Binnenlandse Zaken het volgende : “De heer Peeters, DWO, stelt vast dat het dossier brieven bevat, gesteld in het Frans, terwijl een dossier geen franstalige stukken mag bevatten. De burgemeester is integendeel van mening dat een vereniging zich wel in het Frans tot de gemeente mag richten. De heer Peeters dringt er op aan te kunnen beschikken over een Nederlandstalig dossier. Een discussie ontstaat vervolgens tussen de burgemeester en schepen Sans enerzijds, en de heer Peeters anderzijds. Men werpt laatstgenoemde voor de voeten dat hij de Franse taal wel degelijk beheerst omdat hij regelmatig in Frankrijk verblijft en dat hij dus blijk geeft van een gebrek aan taalhoffelijkheid. Daarop beginnen een drietal raadsleden Frans te spreken en ontstaat enige verwarring. Deze tussenkomsten zijn voor de verslaggever echter niet te volgen. Het agendapunt wordt tenslotte door de meerderheid goedgekeurd”. Op 15 september 2003 wordt de lijst met de beslissingen van de gemeenteraad overeenkomstig artikel 28 van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaams Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten naar de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant verzonden. Deze verzoekt vervolgens het gemeentebestuur om de stukken van de betrokken gemeenteraads- beslissing over te maken, hetgeen gebeurt bij brief van 1 oktober
- XII-4112-3\13 Op 6 november 2003 beslist de gouverneur om de gemeenteraadsbeslissing waarbij een financiële tegemoetkoming aan Planète Théâtre wordt toegekend in haar uitvoering te schorsen, omdat in strijd met de taalwetgeving van de subsidieaanvraag geen Nederlandstalige vertaling in het dossier was bijgevoegd. Een afschrift van deze beslissing wordt op dezelfde datum aan verzoekende partij overgemaakt en tevens stelt de gouverneur in een afzonderlijke brief vragen over de aanwending van de toegekende toelage. Hij merkt op dat de toelage minstens gedeeltelijk niet gebruikt is voor toneelvoorstellingen voor beide gemeentescholen, vermits enkel voorstellingen werden georganiseerd in de Franstalige gemeenteschool en de Nederlandstalige school zelfs geen uitnodiging ontving van Planète Théâtre, reden waarom de gouverneur het gemeentebestuur verzoekt de toelage, overeenkomstig de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen, terug te vorderen. De gemeenteraad neemt op 8 december 2003 kennis van het schorsingsbesluit en beslist het geschorste besluit te handhaven. Dit handhavings- besluit wordt als volgt gemotiveerd : “Overwegende dat Dhr. Gouverneur nalaat aan te tonen hoe het ‘Franse stuk’ noodzakelijk was om met kennis van zaken een verantwoorde beslissing te kunnen nemen; dat het schorsingsbesluit onvoldoende gemotiveerd is en de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen schendt; Overwegende inderdaad, dat het dossier dat ter inzage lag van de gemeenteraadsleden, nog andere stukken bevatte, te weten een uittreksel uit de notulen van het College van Burgemeester en Schepenen van 19 augustus 2003 en het ontwerp van de genomen beslissing; dat alle elementen ‘om met kennis van zaken een verantwoorde beslissing te kunnen nemen’ in beide stukken kunnen worden teruggevonden; Overwegende daarenboven dat het agendapunt werd besproken in zitting van de Verenigde Commissie Sociale Zaken, Tewerkstelling, Gehandicapten en Jeugd en Sport van 4 september 2003 en dat het advies van die Commissie door alle gemeenteraadsleden genoegzaam bekend was; Overwegende dat uit de stukken van het dossier en de voorbereidende bespreking in Commissie alle gemeenteraadsleden, met kennis van zaken hebben kunnen stemmen voor de toekenning van de subsidie; Overwegende dat zelfs al was de taalwetgeving geschonden door de toevoeging van een onvertaald Frans stuk aan het dossier dat ter inzage lag van de gemeenteraadsleden, is de uiteindelijke beslissing van de gemeenteraad daarom nog niet nietig; Overwegende dat de Raad van State inderdaad in zijn arrest nr. 66.117 van 30 april 1997 het volgende bepaalt : XII-4112-4\13 ‘Overwegende dat men niet kan stellen : elk onwettig taalgebruik tijdens de besluitvorming in de gemeenteraad moet ipso facto de nietigheid van het gemeenteraadsbesluit zelve meebrengen; want anders blijft dat onwettig taalgebruik zonder sanctie; dat hoofdstuk VII ‘Sancties’ van de gecoördineerde taalwetten in twee soorten van sancties voorziet, tuchtsancties gericht tegen de personen die de taalwetgeving overtreden (artikel 57) en sancties gericht tegen de handelingen die met de taalwetgeving strijdig zijn, met name hun nietigheid (de artikelen 58 en 59); dat de eerste soort van sanctie bijvoorbeeld kan worden toegepast tegen de burgemeester die zich aan onwettig taalgebruik schuldig maakt of met de hem als voorzitter van de vergadering ter beschikking staande middelen niet optreedt wanneer anderen zich aan onwettig taalgebruik schuldig maken; dat in het systeem van de taalwetgeving zelf de enig denkbare sanctie voor een schending van die wetgeving tijdens de besluitvorming in de gemeenteraad dus niet de nietigheid van het door de gemeenteraad uiteindelijk genomen besluit zelve is; Overwegende dat die nietigheidssanctie zich wel opdringt wanneer de begane onwettigheid geacht moet worden het genomen besluit inhoudelijk te hebben beïnvloed, op zijn minst vermoed moet worden zulks te hebben kunnen doen; dat zulks de toepassing is van het gemeen recht met betrekking tot de rechtsgevolgen van de overtreding van welke rechtsregel dan ook die wordt begaan in de loop van de besluitvorming voorafgaand aan welke beslissing dan ook;’ Overwegende dat het besluit van de gemeenteraad van 8 september 2003, houdende toekenning van financiële steun aan Planète Théâtre voor de organisatie van het ‘Festival de Théâtre Jeune Public’ van 3 t.e.m. 13 oktober 2003 dient te worden gehandhaafd; Overwegende dat, voor de goede orde, een samenvatting in Nederlands wordt gevoegd aan het dossier, van de essentiële elementen van de subsidieaanvraag van Planète Théâtre”. 1.
- Op 29 januari 2004 beslist de Vlaamse minister bevoegd voor Binnenlandse Aangelegenheden het gehandhaafde gemeenteraadsbesluit te vernietigen. Dit is de bestreden beslissing : “Gelet op artikel 7 van de wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen; Gelet op het besluit van 10 juni 2003 van de Vlaamse regering tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 29 augustus 2003 en 24 oktober 2003; Gelet op artikel 31 van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het Administratief Toezicht op de gemeenten; Gelet op het koninklijk besluit van 18 juli 1966 houdende coördinatie van de wetten op het gebruik van talen in bestuurszaken, inzonderheid de artikelen 1, § 1, 2/, 17, § 1 A, 1/, 23 en 35, § 1, b; Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van sommige toelagen inzonderheid van de artikelen 3, 7,1/ en 9, 2de lid; Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 8 september 2003 houdende toekenning van een toelage van 2500 Euro aan Planète Théâtre, Bosweg, 55, 1970 Wezembeek-Oppem, voor de organisatie van het ‘Festival de Théâtre Jeune Public van 3 tot en met 13 oktober 2003; Gelet op het schorsingsbesluit van 6 november 2003 van de gouverneur van de provincie Vlaams- Brabant; XII-4112-5\13 Gelet op het rechtvaardigingsbesluit van 8 december 2003 van de gemeenteraad van Wezembeek-Oppem; Overwegende dat de gemeenteraad van Wezembeek-Oppem op 8 september 2003 een besluit aannam waarbij een toelage werd toegekend van 2500 Euro aan Planète Théâtre, Bosweg, 55, te 1970 - Wezembeek-Oppem waarbij tevens vrijstelling werd verleend van de verplichtingen zoals voorzien in de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van sommige toelagen met uitzondering van de verplichting het doel van de toelage te respecteren (artikelen 3, 7, 1/ en 9, 2de lid van de wet); Overwegende dat de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant bij besluit van 6 november 2003 de uitvoering van deze beslissing schorste wegens schending van artikel 23 van het koninklijk besluit van 18 juli 1966 houdende de coördinatie van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, dat stelt: ‘Iedere plaatselijke dienst die gevestigd is in de gemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem, gebruikt uitsluitend de Nederlandse taal in zijn binnendiensten, in zijn betrekking met de diensten waaronder hij ressorteert en zijn betrekkingen met de diensten uit het Nederlands Taalgebied en die uit Brussel-Hoofdstad’; Overwegende dat de gouverneur van oordeel was dat de schending van dit artikel gelegen was in het feit dat de subsidieaanvraag door de aanvrager, Planète Théâtre, gebeurde via een eentalig Franstalige brief, zonder dat er van deze Franstalige aanvraag tot het bekomen van subsidies een Nederlandstalige vertaling bij het dossier dat ter beoordeling van de gemeenteraad werd voorgelegd, gevoegd werd; Overwegende dat de gouverneur in dit verband terecht verwees naar een advies van de Vaste Commissie voor taaltoezicht van 31 maart 1994, waarin werd gesteld: ‘Overeenkomstig artikel 23 van de gecoördineerde taalwetten dient het dossier, dat een binnendienstaangelegenheid is, door het gemeentebestuur uitsluitend in het Nederlands te worden behandeld. Dat betekent dat wanneer het dossier stukken bevat in het Frans en deze stukken noodzakelijk zijn om met kennis van zaken een verantwoorde beslissing te kunnen nemen, zij in het Nederlands vertaald moeten worden;’ Overwegende dat het in casu toch geen betoog behoeft dat voor de gemeenteraad de desbetreffende brief van de subsidieaanvrager moet worden beschouwd als zijnde een stuk dat ‘noodzakelijk is om met kennis van zaken een verantwoorde beslissing te kunnen nemen’; dat immers uit de notulen van de gemeenteraadszitting van Wezembeek-Oppem van 8 september 2003 blijkt dat deze brief het enige element is waarop de gemeenteraad zich heeft gesteund om de subsidieaanvraag te honoreren; dat, aangezien er voor het overige geen sprake is van om het even welk ander stuk of gegeven waarop de toekenning van subsidie zou kunnen zijn gebaseerd, het uiteraard per definitie zo is dat de inhoud van de desbetreffende brief voor de gemeenteraadsleden noodzakelijk moet geweest zijn om een verantwoorde beslissing te nemen; Overwegende dat om dezelfde reden de verwijzing van de gemeenteraad in het handhavingsbesluit van 8 december 2003 naar het arrest nr. 66.117 van 30 april 1997 van de Raad van State, irrelevant is; Overwegende immers dat de Raad in het door de gemeente Wezembeek-Oppem geciteerde arrest onder meer stelt: ‘Overwegende dat die nietigheidssanctie (lees: de nietigheid van de administratieve rechtshandeling die geacht wordt een schending in te houden van de taalwetgeving) zich wel opdringt wanneer de begane onwettigheid geacht moet worden het genomen besluit inhoudelijk te hebben beïnvloed, op zijn minst vermoed moet worden zulks te hebben kunnen doen;’ Overwegende dat in casu, om reden dat uit de notulen van de gemeenteraadszitting van 8 september 2003 van de gemeenteraad van Wezembeek-Oppem geen enkel ander element kan worden gedistilleerd waarop XII-4112-6\13 de beslissing tot toekenning van een subsidie aan Planète Théâtre zou kunnen gebaseerd zijn dan de Franstalige brief van deze organisatie waarin de subsidie wordt aangevraagd, er op zijn minst vermoed moet worden dat dit stuk het genomen besluit inhoudelijk moet of kan hebben beïnvloed; Overwegende dat alleen al om die reden de nietigheid van het desbetreffende besluit moet worden vastgesteld, BESLUIT, Artikel
- Het besluit van de gemeenteraad van Wezembeek-Oppem van 8 september 2003 houdende toekenning van financiële steun aan Planète Théàtre voor de organisatie van het Festival de Théâtre Jeune Public van 3 t.e.m. 13 oktober wordt vernietigd. Art.
- Melding wordt gemaakt van dit vernietigingsbesluit in de rand van de vernietigde akte”. De ontvankelijkheid van het beroep
- In haar laatste memorie verklaart verwerende partij de ontvan- kelijkheid van het beroep niet (meer) te betwisten. De gegrondheid van het beroep
- Het inleidend verzoekschrift bevat twee middelen. Uiteenzetting van het eerste middel
- Het eerste middel is genomen uit “de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, volgens dewelke de administratieve overheid de verplichting heeft om haar beoordelingsmacht effectief uit te oefenen en slechts met volledige kennis van alle bestanddelen van het dossier kan beslissen; uit het gebrek aan een exacte, pertinente en afdoende motivering, uit de tegenstrijdigheid in de motivering, uit de artikelen 1 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen; uit de kennelijk verkeerde beoordeling; en uit de machtsoverschrijding” : “Doordat de bestreden akte de beslissing van de gemeenteraad van verzoekende partij van 8 september 2003 en het handhavingsbesluit van 8 december 2003 heeft vernietigd door te verwijzen naar het argument van de Gouverneur, die in zijn schorsingsbesluit van 6 november 2003 stelde dat: ‘de subsidieaanvraag door Planète Théatre via een Franstalige brief gebeurde; dat deze Franstalige brief in het dossier ter inzage voor de gemeenteraadsleden lag; dat er echter geen Nederlandstalige vertaling was bijgevoegd; Dat bijgevolg de beslissing van de gemeenteraad van 8 september 2003 in strijd is met de taalwetgeving.’ Terwijl elke administratieve akte formeel de motieven moet aanduiden op dewelke het gestaafd is ; dat het moet steunen op materieel juiste en juridisch XII-4112-7\13 aanvaardbare motieven, op straffe van aangetast te worden door een machtsoverschrijding. Dat, zelfs in de uitoefening van haar discretionaire bevoegdheid, de overheid de plicht heeft om enkel te statueren met volledige kennis van alle bestanddelen van het dossier, na zich in de beste omstandigheden geplaatst te hebben om op een gezonde manier de opportuniteit van haar beslissing te appreciëren (Zie o.a. M. Flamme, Droit administratif, t.I, Bruylant 1989, p. 393). In casu besliste de Gouverneur in eerste instantie om de beslissing van verzoekende partij van 8 september 2003 te schorsen omdat de subsidieaanvraag van de VZW Planète Théatre in het Frans geschiedde en omdat er geen Nederlandstalige vertaling van dit stuk voorhanden was voor de gemeenteraadsleden, waardoor de beslissing van verzoekende partij in strijd was met de taalwetgeving. Op 8 december 2003 neemt de gemeenteraad van verzoekende partij een omstandig gemotiveerd besluit waarin de eerste beraadslaging van 8 september 2003 wordt gehandhaafd. In dit handhavingsbesluit wordt bovendien een Nederlandse vertaling gevoegd van de essentiële elementen van de subsidieaanvraag van de VZW Planète Théatre. Deze handhavingsbeslissing van verzoekende partij was bijgevolg niet meer in strijd met de taalwetgeving, aangezien een Nederlandstalige vertaling van het subisdieaanvraag ter beschikking was gesteld van de gemeenteraadsleden en zij bovendien een bijkomende omstandige motivering bevatte ten aanzien van de voogdijoverheid, die bijgevolg een verplichting van omstandige motivering in antwoord had. Op 29 januari 2004 vernietigt verwerende partij dan toch nog de beslissing van verzoekende partij door hetzelfde en enige motief van de Gouverneur te bevestigen, terwijl de situatie klaarblijkelijk niet meer dezelfde was als op het ogenblik van de beslissing van de Gouverneur. Het was dus kennelijk verkeerd van verwerende partij om haar besluit te motiveren op basis van het bezwaar dat de beslissing van verzoekende partij een schending van de taalwetgeving inhield. Verwerende partij heeft bijgevolg niet voldaan aan haar verplichtingen om de beslissingen van verzoekende partij grondig te onderzoeken en om haar beslissing afdoende te motiveren in de zin van het artikel 3 van de wet van 19 juli 1991”. In de memorie van wederantwoord voegt verzoekster hier aan toe dat het feit dat zij slechts na de schorsing van haar besluit door de gouverneur, met name op het ogenblik dat zij haar handhavingsbesluit heeft genomen, een vertaling van de essentiële elementen van de subsidieaanvraag heeft toegevoegd niet wegneemt dat de bestreden beslissing in haar motieven rekening diende te houden met dit element; dat zij, naast deze vertaling, “nog een aantal andere elementen heeft toegevoegd om haar handhavingsbesluit in rechte te rechtvaardigen”; dat verwerende partij zich in het bestreden besluit op dezelfde en enige grond als de gouverneur heeft gebaseerd, met name het schenden van de taalwetgeving, ondanks de nieuwe argumenten van de gemeenteraad, waaronder de vertaling, om te antwoorden op de enige opmerking waarmee de gouverneur zijn schorsingsbesluit had gemotiveerd. XII-4112-8\13 Beoordeling
- Volgens verwerende partij is het middel niet ontvankelijk op grond van de exceptie obscuri libelli. Mét het auditoraatsverslag wordt aangenomen dat verzoekster met het middel, zoals het in het inleidend verzoekschrift is toegelicht, “enerzijds beoogt de schending van de materiële motiveringsplicht aan te voeren, met name dat de bestreden beslissing niet gesteund is op motieven die in feite en in rechte aanvaardbaar zijn doordat geen rekening gehouden wordt met de Nederlandstalige vertaling van de aanvraag, en dat zij anderzijds aanvoert dat de bestreden beslissing de formele motiveringsplicht schendt doordat de motieven van het schorsingsbesluit van de gouverneur worden overgenomen zonder op de argumenten die hiertegen in het handhavingsbesluit werden ingebracht te antwoorden”. In die mate heeft verwerende partij zich overigens verdedigd tegen het middel in de memorie van antwoord.
- Uit de considerans van het bestreden besluit blijkt dat het middel ongegrond is in de mate dat het de schending van de formele motiveringsplicht aanvoert. Uit de hiervoor overgeschreven motivering van het bestreden besluit blijkt immers dat volgens de minister op grond van de taalwetgeving een Nederlandse vertaling van de brief van Planète Théâtre bij het dossier gevoegd moest worden dat aan de gemeenteraad ter beoordeling werd voorgelegd omdat die brief als wezenlijk én enig stuk noodzakelijk is om met kennis van zaken een verantwoorde beslissing te kunnen nemen. Dat verzoekster het niet eens is met die visie van de minister heeft niets te maken met een schending van de formele motiveringsplicht. Deze plicht heeft tot doel de bestuurde in staat te stellen te oordelen of het zinvol is zich in rechte te voorzien tegen de betrokken beslissing, hetgeen in casu geen enkel probleem heeft opgeleverd.
- Door enkel genoegen te willen nemen met een vertaling van het bewuste stuk heeft de minister daarenboven impliciet maar zeker aangegeven dat een “samenvatting in Nederlands” niet volstaat en als argument niet wordt aanvaard. Overigens leidt die samenvatting een spookbestaan aangezien ze nooit aan de Raad van State is bezorgd -zelfs niet nadat het ontbreken ervan bij herhaling is vastgesteld XII-4112-9\13 in het auditoraatsverslag- en wordt hoe dan ook niet beweerd dat de bewuste samenvatting aan de gemeenteraad was voorgelegd ten tijde van de vernietigde beslissing. In de mate dat verzoekster het middel steunt op de aanwezigheid van een Nederlandstalige vertaling als een essentieel element of argument van het handhavingsbesluit dat vanuit het oogpunt van de motiveringsplicht in de bestreden beslissing in aanmerking genomen moest worden, mist het feitelijke grondslag.
- Het middel kan niet worden aangenomen. Uiteenzetting van het tweede middel
- Het tweede middel is genomen uit “de schending van de artikelen 23 tot 31 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het taalgebruik in bestuurszaken, uit het gebrek aan een exacte, pertinente en afdoende motivering, uit de tegenstrijdigheid in de motivering, uit de artikelen 1 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, uit de kennelijk verkeerde beoordeling, uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en uit machtsoverschrijding” : “Doordat verwerende partij de beslissing van verzoekende partij vernietigd heeft omwille van het feit dat zij genomen zou zijn in schending van de wetgeving op het taalgebruik doordat de subsidieaanvraag waarover werd beslist in het Frans was opgesteld en er aanvankelijk geen Nederlandse vertaling ter beschikking was gesteld van de gemeenteraadsleden. Terwijl de gecoördineerde wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken bepalen dat de gemeentelijke diensten in hun betrekkingen met een particulier de door betrokkene gebruikte taal gebruiken voor zover die taal het Nederlands of het Frans is (art. 25 al. 1)”. Verzoekster zet uiteen dat de vzw Planète Théâtre zich voor haar subsidieaanvraag in het Frans, de door haar gebruikte taal, kon richten tot de diensten van de gemeente; dat de beraadslaging van de gemeenteraad van 8 september 2003 in openbare zitting werd goedgekeurd zodanig dat zij niet kan worden beschouwd als een beslissing genomen in “binnendienst” in de zin van het voormelde artikel 23 van de bestuurstaalwet; dat het toenmalige Arbitragehof in zijn arrest nr. 26/98 van 10 maart 1998 heeft gesteld dat de verplichting om uitsluitend Nederlands te gebruiken enkel van toepassing is op de burgemeester en schepenen, doch niet op de gemeenteraadsleden; dat bijgevolg de gemeenteraad in casu een XII-4112-10\13 regelmatige beslissing mocht nemen op basis van een Franstalig stuk, waar bovendien een Nederlandstalige vertaling van voorhanden was. In de memorie van wederantwoord noemt verzoekster het van belang om vooreerst na te gaan of de vzw Planète Théâtre haar subsidieaanvraag in het Frans mocht indienen en moet die vraag positief worden beantwoord “zodat zij zich voor alle aanvragen, met name tot subsidie, in het Frans kan richten tot de diensten van verzoekende partij, zodat de daaropvolgende beslissing in het Frans moet worden opgesteld en betekend”. De volgende vraag bestaat er dan volgens verzoekster in, “te bepalen of de aanwezigheid van stukken of dokumenten in het Frans in het aanvraagdossier van de VZW Planète Théâtre van die aard waren om de beslissing van de gemeenteraad van verzoekende partij hieromtrent te bederven”. Verzoekster herhaalt dat de beraadslaging van de gemeenteraad niet kan worden opgevat als een beslissing genomen in een “binnendienst” in de zin van artikel 23 van de bestuurstaalwet. Ook betoogt verzoekster nog dat de bestreden beslissing inadequaat gemotiveerd is, nu ze niet bepaalt in welke mate de elementen opgesteld in het Frans, die ten grondslag liggen aan de beslissing van de gemeenteraad, doorslaggevend zouden zijn geweest bij de goedkeuring ervan. Als de toezicht- houdende overheid inderdaad acht dat de onregelmatige elementen op vlak van de taal de inhoud van de genomen beslissing hebben beïnvloed, dient zij volgens verzoekster op zijn minst de feitelijke elementen te melden die haar hebben toegelaten tot een dergelijk besluit te komen, en dit in toepassing van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Beoordeling
- Niettegenstaande het middel gerubriceerd wordt onder de hoofding van een hele resem bepalingen en beginselen die door de bestreden beslissing geschonden zouden zijn, wordt in dit middel slechts aangevoerd dat de bestuurstaalwetgeving toelaat dat de vzw Planète Théâtre zich in het Frans tot het gemeentebestuur heeft gericht, en dat aangezien de beraadslaging in gemeenteraad een openbaar karakter heeft, de beslissing niet beschouwd kan worden als een beslissing genomen in “binnendienst” in de zin van artikel 23 van de bestuurs- taalwet. In fine wordt daar dan nog aan toegevoegd dat de motivering van de bestreden beslissing niet afdoende is in de zin van artikel 3 van de formele- motiveringswet. Het middel wordt voor de overige aangehaalde bepalingen en beginselen niet ontwikkeld, noch toegelicht en is in zoverre onontvankelijk. XII-4112-11\13
- De bestreden beslissing ontzegt de vzw Planète Théâtre niet het recht om zich in het Frans tot het gemeentebestuur te richten of een in het Frans gestelde beslissing te ontvangen, noch wordt de bestreden beslissing op enige wijze gemotiveerd of gesteund op het argument dat de aanvraag van de vzw in het Frans onwettig zou zijn. Voorts doet de beslissing geen uitspraak over de beraadslaging in de gemeenteraad of over de taal waarin de raadsleden zich al dan niet mogen uitdrukken, maar steunt het op de eisen die de taalwetgeving stelt aan de taal waarin een stuk van het dossier moet zijn opgesteld of, indien het niet in die taal is opgesteld, waarin het stuk moet worden vertaald. Zoals het middel in het inleidend verzoekschrift is aangevoerd en ontwikkeld, gaat het dan ook uit van verkeerde premissen.
- Uiteindelijk valt verzoekster in haar memorie van wederantwoord terug op de stelling dat een niet in het Nederlands gesteld stuk slechts onregelmatig is in de mate dat het een doorslaggevende invloed gehad moet hebben op de uitwerking van de gemeenteraadsbeslissing. Zij is kennelijk van oordeel dat de betrokken aanvraag niet aan die vereiste voldoet en zij voert terzake ook aan dat de bestreden beslissing inadequaat is gemotiveerd, in de mate dat niet blijkt waarom de elementen opgesteld in het Frans doorslaggevend zouden geweest zijn bij de totstandkoming van het bestreden besluit. Zoals ook al uit de bespreking van het eerste middel is gebleken is het “dossier” op grond waarvan de beslissing tot het toekennen van de toelage genomen is, flinterdun. Het dossier bevat uiteindelijk slechts de subsidie-aanvraag in het Frans. Dit is het enige stuk op grond waarvan de gemeenteraad de beslissing genomen heeft. In die context kan niet ernstig worden ontkend dat die aanvraag een stuk is dat noodzakelijk is om met kennis van zaken een verantwoorde beslissing te kunnen nemen en dat het een stuk is dat geacht moet worden het besluit inhoudelijk te hebben beïnvloed, of op zijn minst vermoed worden dit te hebben gedaan. Deze motivering blijkt met zoveel woorden uit de bestreden beslissing, zodat niet ingezien kan worden hoe deze niet afdoende zou zijn.
- Het tweede middel kan niet tot nietigverklaring leiden. XII-4112-12\13 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig november 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. VERBIEST. XII-4112-13\13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.242 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.