id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.304 Rolnummer: A. 158200/IX-4724 Zaak: Arrest 198304 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 30/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-09 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 03:56 Fiche Arrest nr 198.304 van 30 november 2009 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 198.304 van 30 november 2009 in de zaak A. 158.200/IX-4724 In zake : Leo WALLEZE wonende te Gent Kortrijksesteenweg 1132 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 december 2004, strekt tot de nietigverklaring van de op 11 oktober 2004 door het ministerie van Landsverdedi- ging gehouden sollicitatieproef voor chauffeur bij de hoge autoriteit in Lissabon en van de daarmee verbonden beslissing om een kandidaat aan te wijzen. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 156.222 van 13 maart 2006 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. IX-4724-1/8 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 november
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Verzoeker en kapitein Valery De Saedeleer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is op het ogenblik van de bestreden beslissing beroepsvrijwilliger bij de landmacht. Hij is bekleed met de graad van korporaal. 3.
- Bij ministerieel besluit van 10 augustus 2004 wordt kolonel van het vliegwezen Larbanois op 20 september 2004, voor de duur van zijn opdracht, aangesteld in de graad van brigade-generaal om de functie uit te oefenen van adjunct directeur “Joint Analysis and Lessons Learned Centre” (JALLC) te Lissabon. 3.
- Op 1 september 2004 doet de Algemene Directie Human Resources (hierna : DGHR) een oproep voor een betrekking intermachten voor vrijwilligers als chauffeur bij de Belgische Deelname in het JALLC te Portugal. Blijkens de oproep is er een interview na convocatie voorzien in de loop van de tweede week van oktober
- Op 21 september 2004 postuleert de verzoeker voor de betrekking. Hij krijgt gunstige adviezen van zijn hiërarchische meerderen. IX-4724-2/8 3.
- Op 6 oktober 2004 wordt de eenheid van de verzoeker per fax op de hoogte gebracht van het feit dat de kandidaten voor de functie van chauffeur hoge autoriteit JALLC, onder wie de verzoeker, opgeroepen worden om zich op 11 oktober 2004 aan te bieden bij de defensiestaf te Evere. Volgens de verklaring van de verzoeker is deze oproep hem pas op 13 oktober 2004 overhandigd. 3.
- Op 15 oktober 2004 wordt DGHR op de hoogte gebracht van het feit dat eerste korporaal-chef Hendrick met ingang van 18 november 2004 de functie chauffeur hoge autoriteit JALLC zal bekleden. Volgens de verklaring van de verwerende partij gebeurde zulks na een onderhoud op 11 oktober 2004 tussen brigade-generaal Larbanois en alle kandidaten die zich op die datum aanboden voor de functie. 3.
- Op 18 oktober 2004 richt de verzoeker een brief aan DGHR, waarin hij meedeelt dat hij, buiten zijn wil om, niet aanwezig kon zijn op 11 oktober
- 3.
- Op 16 november 2004 wordt de kandidatuur van de verzoeker door DGHR geweigerd. Die beslissing is gemotiveerd als volgt : “Na een vergelijkende analyse tussen de vereiste criteria voor de job en de individuele profielen van de kandidaten werd de voorkeur gegeven aan een andere kandidaat.” 3.
- Op 8 december 2004 vraagt de verzoeker de schorsing en de nietigverklaring. 3.
- Hangende het geding, op 27 september 2005, vraagt de verzoeker een tijdelijke ambtsontheffing wegens persoonlijke aangelegenheden (TAPA) voor de duur van 12 maanden vanaf 1 november 2005 aan. 3.
- Uit een e-mail bericht van 5 oktober 2005 van de dienst Human Resources Organisation, Section International Organisations blijkt dat brigadegene- raal Larbanois vanaf 31 oktober 2005 bij MR wordt geaffecteerd, dat zijn post bij JALLC definitief verdwijnt en dat ook zijn chauffeur zal teruggeroepen worden. IX-4724-3/8 3.
- Uit een bericht 2905382 SEP05 uitgaande van HRG-C3/070505 blijkt dat eerste-korporaal Hendrick, aan wie de betrekking van chauffeur na het sollicitatiegesprek van 11 oktober 2004 was toegewezen, vanaf 31 oktober 2005 muteert naar “MRMP (J40030) - Post 1337”. 3.
- In het arrest nr. 156.222 van 13 maart 2006 verwerpt de Raad van State de vordering tot schorsing bij gebrek aan actueel belang in hoofde van de verzoeker op grond van volgende overwegingen: “2.
- Overwegende dat de verwerende partij het actueel belang van verzoeker bij de onderhavige vordering betwist, doordat hij zijn opzet om aangesteld te worden als chauffeur hoge autoriteit JALLC in Portugal niet meer waar zal kunnen maken, aangezien de functie van de organisatietabellen verdwijnt en de militair die de functie bezet op 31 oktober 2005 overgeplaatst is; 2.2.
- Overwegende dat uit de door de verwerende partij neergelegde stukken blijkt dat zij met betrekking tot de aanwijzing van een chauffeur hoge autoriteit JALLC te Portugal een discretionaire bevoegdheid bezit; dat een vernietigingsarrest bijgevolg bij haar de rechtsplicht niet zal doen ontstaan om verzoeker alsnog met terugwerkende kracht in die functie aan te stellen; 2.2.
- Overwegende dat de verwerende partij een faxbericht van 5 oktober 2005 voorlegt waarbij de dienst Human Ressources Organisation - Section International Organisations verklaart dat de functie waarin kolonel Larbanois aangesteld was ‘onbestaande is in de Peacetime Establishment van JALLC’, dat de kolonel wegens zijn voordracht om in het organiek stelsel tot generaal- majoor bevorderd te worden, vanaf 31 oktober 2005 ‘bij MR wordt geaffec- teerd’, dat de organisatietabellen (OT) ‘eerstdaags worden aangepast’ en dat de post van special assistent van de director JALLC ‘en deze van zijn chauf Haut definitief (zullen) verdwijnen uit de OT en de betrokkenen zullen worden teruggeroepen’; dat uit stuk 11bis van het administratief dossier blijkt dat eerste korporaal Hendrick op datum van 31 oktober 2005 muteert van BE PART JALLC -chauffeur van generaal Larbanois- naar MRMP (J40030)-post 1337; 2.2.
- Overwegende dat uit de voormelde stukken blijkt dat er op 31 oktober 2005 een einde zou gesteld worden aan de functie van chauffeur van de Belgische opdracht JALLC te Lissabon; dat, mede gelet op de ontstentenis van de rechtsplicht om verzoeker in de functie aan te stellen, de verwerende partij hem niet meer zal kunnen aanstellen in de geambieerde functie; dat verzoeker niet bewijst dat hij van een vernietigingsarrest een ander tastbaar voordeel verwacht dat hem alsnog het wettelijk vereiste actueel belang verleent; dat aldus bezien de exceptie, hier betrokken op de bij het annulatieberoep aansluitende vordering tot schorsing, gegrond is; 2.2.
- Overwegende dat verzoeker ter terechtzitting vraagt dat de Raad van State zou nagaan of de organisatietabellen wel daadwerkelijk aangepast zijn en of de betrokken chauffeur wel daadwerkelijk naar België teruggekeerd is; dat de verwerende partij verwijst naar het dossier dat zij heeft overgelegd; Overwegende dat de stukken, overgelegd door de verwerende partij, inderdaad niet het formele bewijs bevatten dat de functie van chauffeur in IX-4724-4/8 Portugal van de organisatietabellen geschrapt is en dat zij dus niet meer bestaat, maar dat verzoeker geen enkele indicatie verschaft die erop wijst dat het bestuur zich in deze anders gedraagt dan het voorhoudt en dat er reden is om het bestuur te wantrouwen; dat voor het overige de verwerende partij wel bewijst dat eerste korporaal-chef Hendrick op 31 oktober 2005 gemuteerd is en er op die dag een einde is gekomen aan zijn aanstelling in Lissabon, terwijl het voor de onderhavige zaak van geen belang is of de betrokkene in feite, tegen dat besluit in, misschien nog steeds in Portugal aan de slag is; 2.2.
- Overwegende dat de hoger vermelde gegevens de Raad van State toelaten, in dit stadium van procedure, de exceptie gegrond te bevinden; dat de vordering tot schorsing bij gebrek aan actueel belang verworpen moet worden.” 3.
- Op 1 april 2006 wordt de verzoeker op eigen aanvraag ontslagen uit het kader van de beroepsvrijwilligers van de krijgsmacht. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4.
- De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van de verzoeker. Zij voert aan dat de verzoeker op 1 april 2004 ontslag heeft genomen uit het kader van de beroepsvrijwilligers en de krijgsmacht definitief verlaten heeft. Zelfs in de hypothese dat de Raad van State de bestreden beslissing zou vernietigen kan de verzoeker bijgevolg niet in plaats gesteld worden als chauffeur hoge autoriteit JALLC te Portugal. 4.
- In zijn memorie van wederantwoord repliceert de verzoeker dat hij wegens spanningen tussen hem en de hiërarchie op de eenheid waar hij werkte, eerst verlof zonder wedde gevraagd heeft en vervolgens ontslag heeft genomen. De verzoeker is van oordeel dat dit gegeven zijn belang niet wegneemt. Hij verwijst ter zake naar het arrest Bardijn, nr. 72.322, van 10 maart 1998 waar onder meer het volgende overwogen wordt: “Overwegende dat niet blijkt dat door het enkele feit van verzoeksters pensionering de nadelen waarvan de Raad in zijn schorsingsarrest heeft erkend dat zij door een vernietigingsarrest kunnen worden weggenomen, niet langer daardoor kunnen worden weggenomen; dat trouwens indien verzoeksters beroep gegrond is, het onrecht waarvan alsdan gebleken is dat zij er het slachtoffer van is geweest, door de verwerende partij op een of andere manier zal moeten worden goedgemaakt; dat door de vernietiging te weigeren wegens gebrek aan belang, de Raad zich het oordeel zou aanmatigen ofwel dat de verwerende partij op geen enkele manier het begane onrecht goed moet maken, IX-4724-5/8 ofwel dat zij het begane onrecht nog slechts goed kan maken op een wijze die buiten de gevolgen veroorzaakt door een vernietigingsarrest staat; dat het de Raad niet toekomt te oordelen dat het begane onrecht op geen enkele manier moet worden goedgemaakt; dat het hem in de onderhavige zaak evenmin toekomt te oordelen hoe de overheid het begane onrecht nog goed kan maken; dat hij alleen maar kan vaststellen dat in haar laatste memorie verzoekster in weerwil van haar pensionering terecht ‘rechtsherstel noodzakelijk’ acht en even terecht daarvoor ‘een bevordering met terugwerkende kracht’ mogelijk acht;” De verzoeker stelt geen verschil te zien met iemand die gepensioneerd is en dus de facto niet meer in dienst en iemand die, zoals hijzelf, eerst verlof zonder wedde en nadien ontslag genomen heeft. De verzoeker verwijst vervolgens naar de artikelen 6.
- en 13 van het EVRM. Ten slotte wijst hij ook op het pecuniaire nadeel dat de bestreden beslissing voor hem heeft meegebracht: de gemiste kans om in het buitenland een betrekking te hebben kunnen waarnemen met het mislopen van diverse reglementaire toeslagen tot gevolg. Een vernietiging van de bestreden beslissing zou niet alleen zijn krenking ongedaan maken, maar tevens een basis kunnen vormen voor een vordering tot schadeloosstelling voor de burgerlijke rechtbank. Beoordeling 4.3.
- Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover. 4.3.
- De voornaamste betrachting van iemand die, zoals de verzoeker, voor de Raad van State de rechtshandeling aanvecht waardoor hij niet wordt aangesteld in een betrekking waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld maar waarin iemand anders wordt aangesteld, is te verkrijgen dat die betrekking opnieuw open wordt verklaard en dat hij aldus de kans krijgt om zelf in die betrekking te worden aangesteld en om ze daadwerkelijk waar te nemen. 4.3.
- Te dezen vordert de verzoeker de nietigverklaring van de sollicitatieproef voor chauffeur bij de hoge autoriteit in Lissabon en van de daarmee verbonden beslissing om een kandidaat aan te wijzen. Uit de uiteenzetting van de verzoeker blijkt dat het zijn bedoeling was om zelf in deze functie te worden aangesteld. De verzoeker kan evenwel zelf niet meer in deze functie aangesteld IX-4724-6/8 worden aangezien hij op eigen aanvraag ontslagen is uit het kader van de beroeps- vrijwilligers van de krijgsmacht. Het belang van de verzoeker is, wat dat betreft, alleszins teloorgegaan. Overigens blijkt de functie zelf ook niet meer te bestaan. 4.3.
- Blijft dan de vraag welk voordeel de verzoeker nog uit een vernietigingsarrest kan halen en of dit voordeel volstaat om zijn belang te verantwoorden. De Raad van State moet bij het beantwoorden van deze vraag acht slaan op hetgeen de verzoeker daaromtrent zelf aanvoert, aangezien het de verzoeker toekomt om zijn belang aan te tonen. 4.3.
- De verzoeker wijst in zijn memorie van wederantwoord en zijn laatste memorie in dit verband op het moreel voordeel dat hij uit een vernietigingsar- rest zou kunnen putten. Tevens wijst hij op de artikelen 6.
- en 13 van het EVRM, en stelt hij dat een vernietigingsarrest hem een voordeliger uitgangspositie zou verschaffen voor het bekomen van een schadevergoeding voor de burgerlijke rechter. 4.3.
- De verzoeker verwijst naar de morele genoegdoening die een vernietigingsarrest hem zal verschaffen. Hij zet evenwel niet uiteen voor welk moreel nadeel hij nog genoegdoening moet krijgen. Uit het administratief dossier van de zaak blijkt ook niet dat het mislopen van de geambieerde aanstelling aan de verzoeker steunt op de afkeuring van zijn kandidatuur wegens een persoonlijke tekortkoming. De verzoeker verwijst derhalve ten onrechte naar een moreel belang. 4.3.
- In zoverre de verzoeker verwijst naar de artikelen 6 en 13 van het EVRM, moet opnieuw worden vastgesteld dat de verzoeker niet nader verklaart hoe deze bepalingen hem dienstig kunnen zijn om het behoud van zijn actueel belang aan te tonen. In elk geval zijn die bepalingen niet geschonden doordat verzoekers zaak niet meer door de Raad van State beslecht zou kunnen worden, aangezien de verzoeker nog de mogelijkheid heeft om bij de justitiële rechtbanken genoegdoening te krijgen. 4.3.
- Waar de verzoeker ten slotte stelt dat een vernietigingsarrest hem een voordeliger uitgangspositie zou verschaffen voor het verkrijgen van een schadevergoeding voor de burgerlijke rechter, beroept de verzoeker zich op een voordeel dat niet verbonden is met het doen verdwijnen van het bestreden besluit uit het rechtsverkeer, maar enkel met het gegrond horen verklaren van één of meer IX-4724-7/8 middelen. Een dergelijk belang is een onrechtstreeks belang, dat niet volstaat om de ontvankelijkheid van een beroep te staven. 4.3.
- Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 30 november 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-4724-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.304 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.222 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div